Operation Manual

4. Selecteer de optie "Monitor".
5. Klik op "Stuurprogramma", vervolgens op "Bijwerken..." en aansluitend op "Volgende".
6. Selecteer de optie "Een lijst met bekende stuurprogramma's voor dit apparaat weergeven,
zodat ik een specifiek stuurprogramma kan kiezen". Klik vervolgens op "Volgende" en
aansluitend op "Diskette...".
7. Klik op "Bladeren" en selecteer A:(D:\station).
8. Klik op "Openen" en aansluitend op "OK".
9. Selecteer de gewenste monitor en klik tweemaal achter elkaar op "Volgende".
10. Klik op "Voltooien" en tenslotte op "Sluiten".
Als u het venster "Kan digitale handtekening niet vinden" wel te zien krijgt, klikt u op de knop
"Ja" en achtereenvolgens op "Voltooien" en "Sluiten".
1e voorbeeld: Als de knop "Eigenschappen" niet toegankelijk is, betekent dit dat uw monitor op de
j
uiste wijze geconfigureerd is. Stop dan de installatie.
2e voorbeeld: Als de knop "Eigenschappen" wel toegankelijk is, klikt u op "Eigenschappen" en
volgt u de volgende stappen.
Het besturingssysteem Microsoft
®
Windows
®
Millennium
1. Klik achtereenvolgens op "Start", "Instellingen", "Configuratiescherm".
2. Dubbelklik op het pictogram "Weergave".
3. Selecteer het tabblad "Instellingen" en klik aansluitend op de knop "Geavanceerd...".
4. Selecteer het tabblad "Monitor".
5. Klik op de knop "Wijzigen".
6. Selecteer de optie "De locatie van het stuurprogramma opgeven" en klik op "Volgende".
7. Selecteer de optie "Een lijst van alle stuurprogramma's op een speciale locatie..." en klik
vervolgens op de knop "Volgende".
8. Klik op de knop "Diskette".
9. Specificeer A:\(D:\station) en klik aansluitend op de knop "OK".
10. Selecteer de optie "Alle hardware weergeven", selecteer de gewenste monitor en klik op "OK".
11. Klik op "Sluiten" en aansluitend op "OK". Sluit het dialoogvenster "Eigenschappen voor
Beeldscherm" af.
Het besturingssysteem Microsoft
®
Windows
®
NT
1. Klik achtereenvolgens op "Start", "Instellingen", "Configuratiescherm" en dubbelklik aansluitend op het
pictogram "Beeldscherm".
2. Klik in het venster Display Registration Information op het tabblad "Instellingen" en aansluitend op "All
Display Modes".
3. Selecteer een instelling die u wenst te gebruiken (Resolutie, Aantal kleuren en Verticale frequentie) en klik
op "OK".
4. Klik, nadat u op test heeft geklikt, op de knop "Toepassen" als het beeld goed is. Als het beeld niet goed
is, verander dan de instelling (lagere resolutie, kleur of frequentie).
Als u geen instellingsmogelijkheid heeft bij All Display Modes, selecteer dan de resolutie en verticale
frequentie volgens de Scherminstellingen in de gebruiksaanwijzing.
Het besturingssysteem Linux
Om het X-Venster te kunnen uitvoeren, dient u eerst het X86Config-bestand aan te maken. Dit is een soort
systeeminstellingsbestand.
1. Druk bij het eerste en tweede scherm op de Enter-toets, nadat het X86Config-bestand is uitgevoerd.
2. In het derde scherm stelt u uw muis in.
3. Selecteer een muis voor uw computer.
4. In het volgende scherm selecteert u een toetsenbord.
5. Selecteer een toetsenbord voor uw computer.
6. In het volgende scherm stelt u uw monitor in.
7. Stel eerst de horizontale frequentie voor uw monitor in. (U kunt de frequentie meteen invoeren.)
8. Stel de verticale frequentie voor uw monitor in. (U kunt de frequentie meteen invoeren.)
9. Voer het type monitor in. Deze informatie heeft geen invloed op de uitvoering van het X-Venster.
10. U bent klaar met het instellen van uw monitor.
Voer het X-Venster uit nadat u eventuele andere hardware instellingen heeft ingesteld.
Natuurlijke kleuren
Natuurlijke kleuren met Natural Color programma