Operation Manual
Berichten
82
5. Als u de toegevoegde objecten wilt wijzigen,
drukt u op de toets Omhoog of Omlaag om een
object te markeren en drukt u op de functietoets
Opties
om de optielijst weer te geven.
Opmerking
: De beschikbare opties variëren
afhankelijk van het type object dat u hebt
geselecteerd in het berichtscherm.
De volgende opties zijn beschikbaar:
•
Tekst bewerken
,
Foto bewerken
,
Afbeelding bewerken
,
Geluid bewerken
:
hiermee kunt u tekst wijzigen of de afbeelding
of het geluid vervangen.
•
Pagina toevoegen
: hiermee kunt u maximaal
vijf pagina’s toevoegen. Als u een pagina hebt
toegevoegd, wordt op het display het huidige
paginanummer vermeld met de voor de pagina
gebruikte geheugenruimte. U kunt naar een
andere pagina gaan met de toets Links of
Rechts op het berichtscherm.
•
Tekst wissen
,
Foto wissen
,
Afbeelding
wissen
,
Geluid wissen
: hiermee kunt u het
geselecteerde object uit het bericht
verwijderen.
•
Duur
: hiermee kunt u instellen wanneer en
hoe lang de tekst, een afbeelding of een geluid
wordt weergegeven in het
berichtweergavescherm. Als u een duur instelt
die korter is dan de inhoudsduur voor een
bepaalde pagina (bijvoorbeeld de lengte van
een geluidsclip), wordt de inhoudsduur
automatisch verminderd.
•
Verzenden
: hiermee kunt u het bericht
verzenden. Ga verder naar stap 7.
•
Opslaan
: hiermee slaat u het bericht voor
later gebruik op in het vak
MMS concepten
of
MMS standaardberichten
.
Berichten
83
•
Profielen
: hiermee kunt u de instellingen van
het bericht wijzigen. Zie pagina 103 voor meer
informatie over de opties voor instellingen.
•
Voorbeeld
: hiermee geeft u het hele bericht
weer.
6. Als het bericht klaar is, selecteert u de optie
Verzenden
en drukt u op de functietoets
Kies
of op de middentoets.
7. Selecteer een bestemmingstype (
Aan
,
CC
of
BCC
) en druk op de functietoets
Kies
of op de
middentoets.
8. Kies een van de volgende opties en druk op de
functietoets
Kies
of op de middentoets:
•
Contacten
: hiermee kunt u een nummer of
een e-mailadres ophalen uit de lijst Contacten.
•
Telefoonnummer
: hiermee kunt u het
telefoonnummer van de ontvanger handmatig
invoeren.
•
E-mail
: hiermee kunt u het e-mailadres van
de ontvanger handmatig invoeren.
9. Voer een telefoonnummer of e-mailadres in, of
selecteer een nummer in Contacten.
10. Als het juiste nummer of adres wordt
weergegeven, drukt u op de functietoets
Ok
of
op de middentoets.
11. Als u een bestemming wilt toevoegen, markeert
u
Contacten toevoegen
en drukt u op de
functietoets
Kies
of op de middentoets. Herhaal
deze procedure vanaf stap 8.










