Operation Manual

82
Beeldkwaliteit
Schermmenu
>
Beeld
Kies een Beeldmodus en selecteer vervolgens de volgende opties om een schuifbalk weer te geven waarmee de
bijbehorende instelling kan worden aangepast. Gebruik de linker- en rechterpijltoets om de waarde aan te passen
en de pijltoetsen omhoog en omlaag om omhoog of omlaag te gaan in de lijst. De aangepaste waarden worden
toegepast op de huidige bron en blijven van kracht de volgende keer dat deze bron wordt geselecteerd. Bij
aansluiting op een computer via een HDMI-naar-DVI-kabel kunnen alleen de aanpassingsopties Kleur en Tint (G/R)
worden gekozen.
Achtergrondverlichting
Hiermee wordt de helderheid van afzonderlijke pixels aangepast. Als u de helderheid vermindert, neemt het
energieverbruik af. Deze optie is alleen beschikbaar voor LED-televisies.
Helderheid
Hiermee wordt de helderheid van het paneel aangepast. Als u de helderheid vermindert, neemt het
energieverbruik af. Deze optie is alleen beschikbaar voor plasmatelevisies.
Contrast
Hiermee wordt het schermcontrast aangepast.
Probeer nu
Helderheid
Hiermee wordt de algehele helderheid aangepast.
Probeer nu
Scherpte
Hiermee worden de randen van voorwerpen scherper of vager gemaakt.
Probeer nu
Kleur
Hiermee wordt de algehele kleurverzadiging aangepast.
Probeer nu
Tint (G/R)
Hiermee wordt de verhouding van groen en rood aangepast. Verhoog de groenwaarde om de groene tinten
te verzadigen en de roodwaarde om de rode tinten te verzadigen.
Probeer nu
De huidige instelling voor beeldkwaliteit toepassen op een andere ingang
Schermmenu
>
Beeld
>
Beeldmodus toepassen
Probeer nu
U kunt de instelling voor de beeldkwaliteit die u hebt geconfigureerd voor de televisie toepassen op alle externe
apparaten die zijn verbonden met de televisie.
U kunt de instelling toepassen op alle externe apparaten die zijn verbonden met de televisie door Alle bronnen te
selecteren. Als u de instelling alleen wilt toepassen op de huidige ingang, selecteert u Huidige bron.