Operation Manual
7
Algemene problemen oplossen
Hier vindt u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost.
Het onderwerp
is te donker door
tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en
donkere gebieden, kan het onderwerp donker worden.
t Maak geen foto's met de zon achter uw onderwerp.
t Selecteer
Tegenl. in de modus . (pag. 30)
t Stel de flitsoptie in op
Invulflits. (pag. 40)
t Stel de optie voor de automatische contrastbalans (ACB) in. (pag. 46)
t Pas de belichting aan. (pag. 46)
t Stel de lichtmeting in op
Spot als er een helder onderwerp in het midden van het kader staat.
(pag. 47)
De ogen van de
gefotografeerde zijn
rood.
Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera.
t Stel de flitsoptie in op
Rode ogen of Anti-rode ogen. (pag. 40)
t Als de foto al is gemaakt, selecteert u
Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (pag. 62)
Foto's bevatten
stofvlekken.
Stofdeeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt.
t Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen.
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
Foto's zijn onscherp.
Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed
vasthoudt.
t Druk de [Sluiter] half in om te zorgen dat er wordt scherpgesteld op het onderwerp. (pag. 25)
t Gebruik de modus
. (pag. 31)
Bij nachtopnamen
zijn foto's onscherp.
Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd.
Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden.
t Selecteer
Nacht in de modus . (pag. 30)
t Schakel de flitser in. (pag. 39)
t Pas de ISO-waarde aan. (pag. 40)
t Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.










