SyncMaster P42H,P50H,P42HN,P50HN PDP-monitor Gebruikershandleiding
Veiligheidsinstructies Symbolen Opmerking U moet deze veiligheidsvoorschriften volgen om te voorkomen dat u risico loopt en het apparaat beschadigd raakt. Lees de instructies zorgvuldig en gebruik het product op de juiste manier. Waarschuwing / Voorzichtig Het niet opvolgen van de aanwijzingen die dit symbool aanduidt kan resulteren in persoonlijk letsel of schade aan de apparatuur.
Veiligheidsinstructies Controleer of de stekker goed en stevig in het stopcontact zit. • Dit kan brand veroorzaken. Buig de voedingskabel niet, trek er niet aan en plaats er geen zware spullen op. • Dit kan brand veroorzaken. Sluit niet meerdere apparaten aan op hetzelfde stopcontact. • Hierdoor kan, door oververhitting, brand ontstaan. Verwijder het netsnoer niet tijdens het gebruik van het product. • Dit kan een elektrische schok veroorzaken waardoor het product beschadigd kan raken.
Veiligheidsinstructies Houd verwarmingsapparatuur zo veel mogelijk uit de buurt van de voedingskabel en het product. • Dit zou een elektrische schok of brand kunnen veroorzaken. Plaats het apparaat niet op een slecht geventileerde plaats, zoals in een boekenkast. • Dit zou kunnen resulteren in brand door oververhitting. Wees voorzichtig bij het neerzetten van het product. • Dit kan schade aan het beeldscherm veroorzaken. Plaats de voorzijde van het product niet op de vloer.
Veiligheidsinstructies Gebruik voor het reinigen van de stekkers en het stopcontact een droge doek. • Anders kunt u brand veroorzaken. Haal voor het reinigen van het product de stekker uit het stopcontact. • Anders kunt u een elektrische schok of brand veroorzaken. Haal voor het reinigen van het product eerst de stekker uit het stopcontact en reinig deze met een zachte, droge doek.
Veiligheidsinstructies Raak bij onweer het netsnoer en de antennekabel niet aan. • Dit zou een elektrische schok of brand kunnen veroorzaken. Probeer het beeldscherm niet te verplaatsen door enkel aan het snoer of de signaalkabel te trekken. • Anders kan het product vallen, wat schade aan de kabel kan veroorzaken waardoor een elektrische schok, schade aan het product of brand kan ontstaan. U kunt het product niet optillen of verplaatsen door alleen het netsnoer of de signaalkabels vast te houden.
Veiligheidsinstructies Zet bij het gebruik van een koptelefoon het volume niet te hard. • Dit kan uw gehoor beschadigen. Als u steeds dichter bij het scherm gaat zitten, kan het zijn dat uw ogen achteruit gaan. Neem minimaal vijf (5) minuten pauze nadat u de monitor één (1) uur hebt gebruikt. Hiermee voorkomt u dat uw ogen vermoeid raken. Installeer het product niet op een instabiele plaats als een instabiel rek of een onregelmatig oppervlak of op een plaats die blootstaat aan trillingen.
Veiligheidsinstructies Gebruik alleen de aangegeven standaard batterijen en gebruik nooit tegelijkertijd een nieuwe en een gebruikte batterij. • Anders kunnen de batterijen beschadigd raken of brand, persoonlijk letsel of schade veroorzaken als gevolg van lekkage van batterijvloeistof. Batterijen (oplaadbaar en niet oplaadbaar) zijn geen standaard afval en dienen ter recycling te worden aangeboden.
Veiligheidsinstructies Plaats geen zware voorwerpen op het product. • Dit kan persoonlijk letsel en/of schade aan het product veroorzaken.
Inleiding Inhoud van de verpakking Opmerking Controleer of de volgende onderdelen bij uw plasmascherm zijn geleverd. Neem contact op met uw verkoper als er onderdelen ontbreken. Neem contact op met een plaatselijke dealer voor de aanschaf van accessoires.
Inleiding Overig Afstandsbediening Batterijen (AAA X 2) Ferrietkern voor netsnoer (Niet op alle locaties verkrijgbaar) (3301-001110) DVI-kabel Muurbevestigsset LAN-kabel (Alleen van toepassing op model P42HN / P50HN) TV-tunermodule NetWork-module Tijdelijke voetkit Apart verkrijgbaar (Alleen van toepassing op model P42H / P50H) Opmerking • U kunt een aparte netwerkmodule of een TV-tunermodule aanschaffen en aansluiten.
Inleiding Uw plasmascherm Voorkant SOURCE knop [SOURCE/] Hiermee schakelt u over van de pc-modus op de videomodus. U mag de bron alleen veranderen voor externe apparaten die op dat moment op het plasmascherm zijn aangesloten. [PC] → [DVI] → [AV] → [HDMI] → [MagicInfo] Opmerking • Het menu TV is beschikbaar wanneer een TV-tunermodule is aangesloten. • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. Enter-toets [ ] Activeert een gemarkeerd menu-item.
Inleiding Gebruik deze knop om het plasmascherm aan en uit te zetten. Controlelampje stroom Gaat branden als u de stroom inschakelt. Opmerking Zie het gedeelte PowerSaver in de handleiding voor meer informatie over energiebesparingsfuncties. Om energie te besparen, kunt u het beste het plasmascherm uitschakelen als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt. Afstandsbedieningssensor Richt de afstandsbediening op deze plek op het plasmascherm.
Inleiding LAN(LAN aansluiting) (Alleen van toepassing op model P42HN / P50HN) USB(USB aansluiting) Compatibel met toetsenbord/muis, opslagapparatuur met grote capaciteit. (Alleen van toepassing op model P42HN / P50HN) Opmerking Het aantal Plasmascherm dat kan worden verbonden met de loopout (het stroomcircuit) kan afhankelijk zijn van de kabel, de bron van het signaal, etc. Bij gebruik van een kabel zonder degradatie van het signaal, kunnen tien Plasmascherm worden aangesloten.
Inleiding DC OUT [5V/1.5A] Sluit dit aan op de aansluiting POWER van een TV-tunermodule of netwerkmodule. AV IN [VIDEO] Verbind de aansluiting [ VIDEO ] van uw monitor door middel van een VIDEO-kabel met de videouitgang van het externe apparaat. AV AUDIO IN [L- AUDIO - R] Sluit de poort van de dvd-speler, videorecorder (dvd / DTV Set-Top Box) aan op de poort L- AUDIO - R van het plasmascherm. AUDIO OUT [L- AUDIO - R] Aansluitpunt hoofdtelefoon.
Inleiding Opmerking Zie Kabels aansluiten voor meer informatie over kabelverbindingen. Afstandsbediening Opmerking De prestaties van de afstandsbediening kunnen worden beïnvloed door een tv of een ander elektronisch apparaat dat actief is in de buurt van het plasmascherm. Hierdoor kan de frequentie van de afstandsbediening worden gestoord. POWER OFF Cijfertoets DEL -toets + VOL MUTE TV/DTV MENU INFO KLEURTOETSEN TTX/MIX STILL AUTO S.MODE MDC LOCK SOURCE ENTER/PRE-CH CH/P D.
Inleiding DUAL/MTS PIP SWAP 1. POWER Hiermee zet u het product aan. 2. Off Hiermee zet u het product uit. 3. Cijfertoets 4. DEL Druk hierop om het kanaal te wijzigen. -toets De knop "-" werkt alleen bij DTV. U selecteert hiermee MMS (meerdere kanalen) voor een DTV. 5. + VOL - Past het geluidsniveau aan. 6. Hiermee pauzeert (dempt) u de geluidsuitvoer tijdelijk. Dit wordt weergegeven linksonder in het scherm. De audio wordt hervat wanneer u in de modus Mute (Dempen) op MUTE of - VOL + drukt.
Inleiding 17. LOCK Hiermee activeert of deactiveert u alle functietoetsen op de afstandsbediening en het plasmascherm met uitzondering van Aan/ Uit en LOCK. 18. Druk op de knop om de bron van het ingangssignaal SOURCE te veranderen. SOURCE U mag SOURCE alleen veranderen voor externe apparaten die op dat moment aan de monitor zijn aangesloten. 19. 20. ENTER/PRE-CH CH/P Met deze knop keert u terug naar het laatst gebruikte kanaal. In de TV -modus selecteert u hiermee TV -kanalen. 21. D.
Inleiding FM Stereo 30. PIP Type geluid MTS/S_Mode Standaard Mono Mono Stereo Mono ↔ Stereo Handmatig wijzigen SAP Mono ↔ SAP Mono Telkens als u een knop indrukt, verandert de signaalbron van het PIP-venster. - Deze functie werkt niet voor dit plasmascherm. 31. SWAP De inhoud van de PIP en de hoofdafbeelding verwisselen. De afbeelding in het PIP-venster verschijnt op het hoofdscherm, terwijl de afbeelding van het hoofdscherm in het PIP-venster verschijnt.
Inleiding Bovenzijde plasmascherm FORMAAT NETWERKMODEL Aanwijzingen voor het installeren van de VESA-beugel • Let er bij het installeren van VESA op, dat u voldoet aan de internationale VESA-normen. • Informatie over en aankoop en installatie van de VESA-beugel: Neem contact op met uw dichtsbijzijnde SAMSUNG distributeur om een bestelling te plaatsen. Nadat de bestelling is geplaatst, zal een professioneel team de beugel bij u komen installeren.
Inleiding Opmerking Gebruik voor het bevestigen van de beugel aan de muur alleen kolomschroeven met een diameter van 6 mm en een lengte van 8 tot 12 millimeter. Installatie van de wandsteun • Neem contact op met een technicus alvorens de wandsteun te bevestigen. • SAMSUNG Electronics aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade aan het product of letsel bij de klant als de installatie uitgevoerd wordt door de klant zelf. • Dit product is geschikt voor installatie aan cementen muren.
Inleiding 2. A- Bevestigingsschroef B- Wandsteun C- Scharnier (Links) D- Scharnier (Rechts) Controleer voordat u in de wand gaat boren of de lengte tussen de twee schroefgaten aan de achterkant van het product juist is. Als de afstand te klein of te groot is, maakt u alle of enkele van de vier schroeven van de muurbevestigingsbeugel los om de afstand aan te passen. A3. Afstand tussen de twee schroefgaten Controleer het installatiediagram en markeer de boorpunten op de wand.
Inleiding 1. Verwijder de 4 schroeven aan de achterkant van het product. 2. Plaats de schroef B in de kunststof drager. Opmerking • Monteer het product op de wandsteun en controleer dat het goed is bevestigd aan de linker en rechter kunststof dragers. • Wees voorzichtig bij het installeren van het product op de steun. Vingers kunnen vast komen te zitten in de gaten. • Controleer dat de wandsteun stevig is bevestigd aan de wand, anders blijft het product misschien niet goed zitten na installatie.
Inleiding A- Plasmascherm B- Wandsteun C- Muur Aanpassing van de stand van de wandsteun Bepaal de stand van de beugel op -2˚ voordat u deze aan de muur installeert. 1. Bevestig het product aan de wandsteun. 2. Houd het product bovenop in het midden vast en trek het naar voren (in de richting van de pijl) om de stand aan te passen. (Zie de afbeelding rechts) 3. U kunt de stand van de beugel aanpassen tussen -2˚ en 15˚.
Inleiding Mechanische indeling (P50H(N)) Mechanische indeling FORMAAT NETWERKMODEL Bovenzijde plasmascherm FORMAAT NETWERKMODEL Aanwijzingen voor het installeren van de VESA-beugel • Let er bij het installeren van VESA op, dat u voldoet aan de internationale VESA-normen. • Informatie over en aankoop en installatie van de VESA-beugel: Neem contact op met uw dichtsbijzijnde SAMSUNG distributeur om een bestelling te plaatsen.
Inleiding • SAMSUNG draagt geen verantwoordelijkheid voor schade aan het product of verwondingen die tijdens het installeren door onvoorzichtigheid van de klant zijn veroorzaakt. Afmetingen Opmerking Gebruik voor het bevestigen van de beugel aan de muur alleen kolomschroeven met een diameter van 6 mm en een lengte van 8 tot 12 millimeter. Installatie van de wandsteun • Neem contact op met een technicus alvorens de wandsteun te bevestigen.
Inleiding Muurbevestigingsbeu- Scharnier (Links : 1, KunstSchroef Schroef gel (1) Rechts : 1) stof drag- (A) (11) (B) (4) er (4) Plug (11) Montage van de wandsteun Opmerking Er zijn twee scharnieren (links en rechts). Gebruik een correcte ondergrond. 1. Plaats de bevestigingsschroef en draai hem vast in de richting van de pijl. Bevestig de muurbeugel daarna aan de wand. Er zijn twee scharnieren (links en rechts). Gebruik een correcte ondergrond. 2.
Inleiding A- 3. Afstand tussen de twee schroefgaten Controleer het installatiediagram en markeer de boorpunten op de wand. Gebruik het boortje van 5,0 mm om gaten dieper dan 35 mm te boren.Plaats iedere plug in het bijbehorende gat. Plaats de gaten van de beugels en de scharnieren op de bijbehorende pluggaten, zet de 11 schroeven A erin en draai ze vast. Het product op de wandsteun bevestigen De vorm van het product kan afhankelijk van het model variëren.
Inleiding • Controleer dat de wandsteun stevig is bevestigd aan de wand, anders blijft het product misschien niet goed zitten na installatie. 3. Draai de 4 schroeven uit stap 2 vast (kunststof drager + schroef B)in de gaten aan de achterkant van het product. 4. Verwijder de veiligheidspin (3) en plaats de 4 producthouders in de bijbehorende beugelgaten (1). Plaats het product (2) zodat het stevig bevestigd wordt aan de beugel.
Inleiding 2. Houd het product bovenop in het midden vast en trek het naar voren (in de richting van de pijl) om de stand aan te passen. (Zie de afbeelding rechts) 3. U kunt de stand van de beugel aanpassen tussen -2˚ en 15˚. Zorg ervoor dat u het midden van het product gebruikt om de stand aan te passen, en niet de linker- of rechterkant.
Aansluitingen Op een computer aansluiten Bij een netsnoer met aarding • In geval van defecten, kan de aardaansluiting een elektrische schok veroorzaken. Zorg ervoor dat de aardaansluiting op de juiste manier is aangesloten voordat u het apparaat op de netstroom aansluit. Of als u de aardaansluiting wilt loskoppelen, zorg dan dat u het apparaat vooraf loskoppelt van de netstroom.
Aansluitingen Opmerking • Schakel de computer en het plasmascherm in. • De DVI-kabel is optioneel. • Neem contact op met een plaatselijk SAMSUNG Electronics Servicecentrum voor de aanschaf van accessoires. Aansluiten op andere apparatuur Bij een netsnoer met aarding • In geval van defecten, kan de aardaansluiting een elektrische schok veroorzaken. Zorg ervoor dat de aardaansluiting op de juiste manier is aangesloten voordat u het apparaat op de netstroom aansluit.
Aansluitingen Aansluiten op een camcorder 1. Zoek de A/V-uitgang op de camcorder. Deze treft u gewoonlijk aan op de zijkant of achterkant van de camcorder. Sluit audiokabels aan op de AUDIO-uitgang van de camcorder en de op de AV AUDIO IN [L-AUDIO-R] het plasmascherm. 2. Sluit een videokabel aan op de VIDEO-uitgang van de camcorder en op de AV IN [VIDEO] van het plasmascherm. 3.
Aansluitingen Aansluiten met gebruik van een DVI naar HDMI-kabel Opmerking • Sluit de DVI-uitgang van een digitaal uitvoerapparaat aan op de HDMI IN-ingang van het plasmascherm met een DVI-naar-HDMI-kabel. • Sluit de rode en zwarte aansluitpunten van een RCA-naar-stereo-kabel (voor pc) aan op de bijbehorende audio-uitgangspunten van het digitale uitvoerapparaat en sluit de andere aansluitpunten van de kabel aan op de HDMI / PC / DVI AUDIO IN-ingang van het plasmascherm.
Aansluitingen Opmerking Sluit de LAN-kabel aan. (Alleen van toepassing op model P42HN / P50HN) USB aansluiten Bij een netsnoer met aarding • In geval van defecten, kan de aardaansluiting een elektrische schok veroorzaken. Zorg ervoor dat de aardaansluiting op de juiste manier is aangesloten voordat u het apparaat op de netstroom aansluit. Of als u de aardaansluiting wilt loskoppelen, zorg dan dat u het apparaat vooraf loskoppelt van de netstroom.
Software gebruiken MagicInfo Pro installeren Installatie 1. Plaats de cd in het CD-ROM-station. 2. Klik op het installatiebestand van MagicInfo Pro. 3. Wanneer het venster InstallShield Wizard verschijnt, klikt u op "Next." 4. Selecteer 'I agree to the terms of the license agreement' (Ik accepteer de voorwaarden van de licentieovereenkomst) om de gebruiksvoorwaarden te accepteren.
Software gebruiken 5. U wordt gevraagd om in te loggen in het MagicInfo Pro serverprogramma. Voer uw pincode in. Het wachtwoord kan niet worden veranderd zolang u ingelogd bent. 6. Selecteer de map waar u het programma MagicInfo Pro wilt installeren. 7. Klik op 'Install' (Installeren).
Software gebruiken 8. Het venster 'Installation Status' (Status installatie) wordt weergegeven. 9. U wordt aangeraden om het systeem opnieuw te starten voor een normale werking van het MagicInfo Pro serverprogramma. Klik op 'Finish' (Voltooien).
Software gebruiken 10. Als de installatie voltooid is, wordt het pictogram MagicInfo Pro op uw bureaublad weergegeven. 11. Dubbelklik op het pictogram om het programma te starten. Systeemvereisten Minimum CPU RAM Ethernet Besturingssysteem P1.8 256M 100M/1G Windows XP WMP 9 or Windows later 2000 (Service Pack 4) Aanbevolen P3.
Inleiding Multiple Display Control (MDC) is een toepassing waarmee verschillende beeldschermen gemakkelijk en tegelijk op een pc kunnen worden gebruikt. RS-232C, een standaard voor seriële communicatie, wordt gebruikt voor de communicatie tussen een computer en een beeldscherm. Daarom moet er een seriële kabel verbonden worden met de seriële poort van uw computer en de seriële poort van het beeldscherm. Begin - Hoofdscherm Klik op Start > Program > Samsung > MDC System, om het programma te starten.
Hoofdpictogrammen Selectieknop Remocon Overzicht Safety Lock Selectie beeldscherm Poortselectie Bedieningsgereedschappen 1. Gebruik de hoofdpictogrammen om over te schakelen naar ieder beeldscherm. 2. Met deze optie kunt u de signaalontvangst van de afstandsbediening van de betreffende beeldschermeenheid in- en uitschakelen. 3. Stelt de slotfunctie in. Wanneer u de slotfunctie instelt, kunt u de knoppen power en lock alleen op de afstandsbediening en op de set gebruiken. 4.
1. De Meervoudige Display Control wordt oorspronkelijk ingesteld op COM1. 2. Als u een andere poort dan COM1 gebruikt, kunt u COM1 tot en met COM4 selecteren in het menu Port selection. 3. Als de exacte poortnaam die op de monitor met een seriële kabel is aangesloten, niet is geselecteerd, is communicatie niet mogelijk. 4. De geselecteerde poort is in het programma opgeslagen en wordt ook voor het volgende programma gebruikt. Power Control 1. Klik in de hoofdpictogrammen op de optie Power Control.
In het overzicht treft u basisinformatie aan die noodzakelijk is voor Power Control. 1) (Power Status (resterend vermogen)) 2) Input 3) Image Size 4) On Timer 5) Off Timer 2. Gebruik de knop Alles selecteren of het aankruisvakje, om een beeldscherm te selecteren dat u wilt bedienen. Met de optie Power Control kunt u sommige functies bedienen van het geselecteerde beeldscherm.
- Schakelt het geselecteerde beeldscherm Aan/Uit. 2) Volume - Controleert het volumeniveau van het geselecteerde scherm. Het ontvangt de volumewaarde van het geselecteerde beeldscherm en geeft dit weer in de schuifbalk. (Als u een selectie annuleert of de optie Alles selecteren selecteert, zal de waarde de standaardwaarde 10 aannemen) 3) Mute On/Off (Mute Aan/Uit) - Schakelt de Mute van het geselecteerde beeldscherm Aan/Uit.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor de Input Source Control. 1) PC - Verandert de ingangsbron van het geselecteerde display in PC. 2) BNC - Verandert de ingangsbron van het geselecteerde display in BNC. 3) DVI - Verandert de ingangsbron van het geselecteerde display in DVI. 4) TV - Verandert de ingangsbron van het geselecteerde display in TV. 5) DTV - Verandert de ingangsbron van het geselecteerde display in DTV.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor het instellen van het beeldformaat. 1) (Power Status (resterend vermogen)) - Geeft aan of het huidige beeldscherm in of uitgeschakeld is. 2) Image Size - Geeft aan of het huidige Image Size in of uitgeschakeld is. 3) Input - Geeft de huidige Ingangsbron aan van het beeldscherm dat u momenteel gebruikt. 4) Het overzicht geeft alleen de beeldschermen weer, waarvan de ingangsbron PC, BNC, DVI is.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor het instellen van het beeldformaat. 1) Klik op het tabblad Video Source (videobron) om de beeldgrootte aan te passen voor TV, AV, S-Video, Component, HDMI, DTV. Klik op de optie Alles selecteren of maak gebruik van het aankruisvakje, om een beeldscherm te selecteren dat u wilt bedienen. 2) Het overzicht geeft alleen het beeldscherm weer waarvan Video TV, AV, S-VIDEO, Component, HDMI en DTV de ingangsbron is.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor Tijdcontrole. 1) Current Time - Stel de huidige tijd in voor het geselecteerde beeldscherm (PC-tijd) - U moet eerst de PC-tijd veranderen, voordat u de huidige tijd kunt veranderen. 2) On Time Setup - Stelt de uren, minuten, AM/PM en het volume van het geselecteerde beeldscherm in op de gewenste starttijd. 3) Off Time Setup - Stelt de uren, minuten en AM/PM in op de gewenste eindtijd van het geselecteerde beeldscherm.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor het instellen van het PIP-formaat. 1) PIP Size - Geeft het huidige PIP-formaat aan van het beeldsherm dat u momenteel gebruikt. 2) OFF - Schakelt de PIP uit van het geselecteerde display. 3) Large - Schakelt de PIP in van het geselecteerde display en verandert het formaat in Large. 4) Small - Schakelt de PIP in van het geselecteerde display en verandert het formaat in Small.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor het instellen van het PIP-bron. 1) PIP Source - U kunt de PIP-bron instellen, zodra u de monitor heeft ingeschakeld. 2) PC - Verandert de PIP-bron van het geselecteerde display in PC. 3) BNC - Verandert de PIP-bron van het geselecteerde display in BNC. 4) DVI - Verandert de PIP-bron van het geselecteerde display in DVI. 5) AV - Verandert de PIP-bron van het geselecteerde display in AV.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor Settings Control. Als iedere functie geselecteerd is, wordt de ingestelde waarde van de geselecteerde functie weergeven op de schuifbalk. Als u de optie Alles selecteren geselecteerd heeft, verandert de waarde weer in de standaardwaarde 50. Wanneer u een waarde op dit scherm wijzigt, wordt de modus automatisch gewijzigd in "CUSTOM". 1) Picture - Alleen beschikbaar voor TV, AV, S-Video, Component, HDMI, DTV.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor Settings Control. Nadat elke functie is geselecteerd, wordt de ingestelde waarde voor de geselecteerde functie weergegeven in de schuifbalk. Wanneer de selectie is gemaakt, zal elke functie de waarde van de instelling ophalen en weergeven in de schuifbalk. Als u de optie Alles selecteren geselecteerd heeft, verandert de waarde weer in de standaardwaarde 50.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor Settings Control. Nadat elke functie is geselecteerd, wordt de ingestelde waarde voor de geselecteerde functie weergegeven in de schuifbalk. Wanneer de selectie is gemaakt, zal elke functie de waarde van de instelling ophalen en weergeven in de schuifbalk. Als u de optie Alles selecteren geselecteerd heeft, verandert de waarde weer in de standaardwaarde 50.
Het overzicht toont u basisinformatie die noodzakelijk is voor Settings Control. 1) Image Lock - Alleen beschikbaar voor PC, BNC. 2) Coarse - Met deze optie kunt u de Coarse instellen van het geselecteerde beeldscherm. 3) Fine - Met deze optie kunt u de Fine instellen van het geselecteerde beeldscherm. 4) Position - Met deze optie kunt u de positie instellen van het geselecteerde beeldscherm. 5) Auto Adjustment - Als u zelf het binnenkomende signaal wilt aanpassen.
Op het informatieraster ziet u een aantal basisgegevens verschijnen. 1) Maintenance - Hiermee is de functie Maintenance Control mogelijk voor alle ingangsbronnen. 2) Auto Lamp Control - Regelt automatisch de achtergrondverlichting van de geselecteerde display op een specifieke tijd. De Manual Lamp Control (handmatige lampbediening) wordt automatisch uitgeschakeld als u overschakelt naar de Auto Lamp Control (automatische lampbediening).
1) Safety Screen - Elimineert de nabeelden die zich kunnen voordoen wanneer de geselecteerde display langere tijd in de modus Pause staat. U kunt de timer voor de herhalingscyclus instellen door de "Interval" op uur en "Second" op seconde te selecteren. U kunt dit per Screen Type (Schermtype) instellen op Scroll (Verschuiven), Pixel, Bar (Balk) en Eraser (Wisser). Indgangskilden for MagicInfo fungerer kun på MagicInfo-modellen.
1) Video Wall - Een videomuur is een aantal videoschermen die met elkaar zijn verbonden, zodat op ieder scherm een gedeelte van het geheel wordt weergegeven of zodat op ieder scherm het beeld wordt herhaald. 2) Video Wall (Screen divider) - De videomuur kan op verschillende manieren worden ingedeeld. U kunt gebruikmaken van verschillende schermen en deze op verschillende manieren indelen. z Selecteer een modus in Screen divider (Schermindeling).
worden deze schermen niet goed waargenomen door het programma. De oorzaak hiervan is een gegevensconflict. - Controleer of de ID van het beeldscherm tussen een waarde van 0 en 25 ligt. (Instellen via het beeldschermmenu) Opmerking: Het ID van het beeldscherm moet een waarde hebben tussen de 0 en de 25. Als deze waarde buiten dit bereik ligt, kan het MDC-systeem het beeldscherm niet bedienen. 2. Het beeldscherm dat u wilt bedienen, verschijnt niet in de andere bedieningsoverzichten.
Wat is MagicInfo Pro? Extern beheer | | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Wat is MagicInfo Pro? MagicInfo Pro gebruikt een Ethernet-netwerk voor servers en monitoren en draagt mediabestanden (afbeeldingsbestanden, muziekbestanden en films) en kantoorbestanden (HTML, PDF) over van de server naar de monitors via het network.
4. Netwerk-/lokale schema's en publicatie → U kunt de bewerkte schermen overdragen naar de geselecteerde monitoren met behulp van de publicatiefunctie. Door gebruik te maken van lokale schema's, kunt u schermen ook overdragen naar monitoren die niet verbonden zijn met het netwerk. 5. Expresberichten → U kunt een bericht op geselecteerde monitoren weergeven, ongeacht de schema's. 6.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen MagicInfo Pro gebruiken MagicInfo Pro starten 1. Klik op Programma's -> MagicInfo Pro -> MagicInfo Pro. 2. Nadat MagicInfo Pro is opgestart, selecteert u Log In (Aanmelden) in het menu File (Bestand). 3. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in en klik op OK.
openen. 2. Configureer de instellingen voor Network Connection (Netwerkverbinding) op het tabblad General (Algemeen). Voer de identieke naam van de server in als de servernaam op de monitor. Om de servernaam te wijzigen, dubbelklikt u op het veld Value (Waarde) van het item Server Name (Servernaam). 3. Als de server meerdere netwerkkaarten heeft, selecteert u een netwerkkaart onder het item Network Device (Netwerkapparaat). 4.
1. Stel de bron van de monitor in op MagicInfo Pro en voer vervolgens het IP-adres en de servernaam in via het menu Setup (Instelling) of het item Network Connection (Netwerkverbinding). Deze gegevens moeten dezelfde zijn als het IP-adres en de naam van de server waarmee een verbinding moet worden gemaakt. (Raadpleeg de beschrijving voor het instellen van MagicInfo op de OSD-pagina's voor meer informatie.) 2.
4. De geregistreerde bibliotheekbestanden worden door de monitor gebruikt wanneer de Operating Mode (Gebruiksmodus) van de monitor is ingesteld op Player (Speler) of wordt gebruikt wanneer een scherm wordt geregistreerd. Een scherm registreren 1. Selecteer Screen (Scherm) in het menu File (Bestand) om de schermweergave te openen. 2. Klik met de rechtermuisknop op de achtergrondweergave.
geselecteerd. U kunt een bestand selecteren door een schermitem te selecteren en vervolgens een item onder het item Background (Achtergrond) te selecteren. 5. Herhaal stappen 2 tot 4 om andere gebieden op een scherm te registreren. 6. Nadat het registreren van de gebieden is voltooid, selecteert u Save (Opslaan) in het menu File (Bestand) om het scherm op te slaan. 7. Registreer een schema om het opgeslagen scherm op een of meerdere monitoren weer te geven. Een schema registreren 1.
waarop het schema moet worden uitgevoerd, te selecteren. Klik met de rechtermuisknop op de bewerkingsweergave en selecteer Add (Toevoegen) in het weergegeven menu. Op dit punt kunt u alleen de schema's gebruiken voor de schermen die u hebt opgeslagen via het menu Screen (Scherm). 4. Als u de datum of het tijdstip van het schema wilt wijzigen, sleept u de aanwijzer naar een andere datum of tijd. 5. Selecteer Publish (Publiceren) in het menu Tools (Extra).
4. Om het bericht weer te geven op de geselecteerde monitoren, klikt u op het pictogram Send Message (Bericht verzenden) in de werkbalk onder de menubalk. Om het bericht dat zal worden weergegeven op de geselecteerde monitoren te verbergen, klikt u op het pictogram Stop Message (Bericht stoppen) in de werkbalk.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Bibliotheek Menu Bestand Library / Screen / Schedule / Remote Management / Message z Maakt een weergave of selecteert een opgemaakte weergave voor elk menu-item zodat u een schermschema kunt uitvoeren en de basisbesturing voor de monitoren van de server kunt beheren. Close z Sluit de schermweergave waarmee u werkt.
Synchronize z Synchroniseert de bibliotheekbestanden van de hoofdserver met de bestanden van de inhoudsserver. Option z Wijzigt de serverinstellingen. Raadpleeg het gedeelte Opties voor meer informatie.
Structuurweergave Alle mappen van Deze computer op het bureaublad van Windows, library (bibliotheek), screen (scherm) en content server (inhoudsserver), worden in een structuurweergave weergegeven. Als u een map selecteert, worden de submappen en de lijst van bestanden weergegeven in de lijstweergave in het rechterdeelvenster.
toont de submappen en schermbestanden onder de geselecteerde map in het lijstvenster aan de rechterzijde door een map te selecteren. Sneltoets z F2-toets: wijzigt de naam van de geselecteerde map. z Delete-toets: verwijdert de geselecteerde map, de submap(pen) en alle bestanden in de geselecteerde map en submappen. Slepen & neerzetten z Schermbestand: als u schermbestanden in de lijstweergave sleept en neerzet, worden ze naar die map verplaatst.
z Dubbelklik op om naar de bovenliggende map te gaan. z Dubbelklik op om naar de onderliggende map te gaan. z Dubbelklik op een bestand om het te openen. Slepen & neerzetten z als u een bestand sleept van de lijstweergave en neerzet in een bibliotheek, wordt het bestand in die bibliotheek geregistreerd. De functie Slepen & neerzetten wordt echter niet ondersteund voor mappen. Contextmenu z Open (Openen): als u voor een map op Open (Openen) klikt, gaat u naar die map.
z als u bibliotheekbestanden sleept en neerzet in een bibliotheekmap in de structuur- of lijstweergave, worden de bestanden naar die map verplaatst als de inhoudstypen van de bibliotheekbestanden en de bibliotheekmap dezelfde zijn. De functie Slepen & neerzetten wordt echter niet ondersteund voor mappen. Contextmenu z Open (Openen): als u voor een map op Open (Openen) klikt, gaat u naar die map. Als u voor een bestand op Open (Openen) klikt, wordt het bestand geopend.
z New Folder (Nieuwe map): dit menu-item wordt alleen geactiveerd wanneer er geen map of bestand is geselecteerd. Als u dit menu-item selecteert, wordt een nieuwe map gemaakt. Dit menu-item wordt echter uitgeschakeld wanneer een bibliotheek- of Office-map is geselecteerd in de structuurweergave. Sneltoets z F2-toets: wijzigt de naam van de geselecteerde map. Het is echter niet mogelijk de naam van een bestand te wijzigen.
z Als u schermbestanden sleept en neerzet in een schermmap in de structuur- of lijstweergave, worden de bestanden naar die map verplaatst. De functie Slepen & neerzetten wordt echter niet ondersteund voor mappen. Contextmenu z Open (Openen): als u voor een map op Open (Openen) klikt, gaat u naar die map. Dit menu-item wordt echter uitgeschakeld wanneer een schermmap is geselecteerd. z Rename (Naam wijzigen): wijzigt de naam van de geselecteerde map.
- Name: de naam van het geselecteerde scherm. - Location : de locatie waar het geselecteerde scherm is geregistreerd. - Size : de grootte van het geselecteerde scherm. - Resolution : de resolutie van het geselecteerde scherm - Duration : de speelduur van het geselecteerde scherm. - Date Modified : de datum waarop het geselecteerde scherm voor het laatst is aangepast. - Target : de werkelijke locatie van het geselecteerde scherm.
Toont de submappen en inhoudsservers onder de geselecteerde map. Functie: Dubbelklikken z Dubbelklik op z Dubbelklik op om naar de bovenliggende map te gaan. om naar de onderliggende map te gaan. Slepen & neerzetten z Als u inhoudsservers sleept en neerzet in de map van een inhoudsserver in de structuur- of lijstweergave, worden de servers naar die map verplaatst. De functie Slepen & neerzetten wordt echter niet ondersteund voor mappen.
z Properties (Eigenschappen): hiermee kunt u het MAC-adres, de servernaam en opmerkingen bewerken voor de geselecteerde inhoudsserver. 1) Mac Address: het MAC-adres van de geselecteerde inhoudsserver. U kunt dit bewerken. 2) Server Name: de servernaam van de geselecteerde inhoudsserver. U kunt deze bewerken. 3) IP Address: het IP-adres van de geselecteerde inhoudsserver. U kunt deze niet bewerken. * Het IP-adres wordt weergegeven als er ten minste een keer verbinding is gemaakt met de inhoudsserver.
Toont de voortgang en de resultaten van het toevoegen en verwijderen van bibliotheken. Met deze weergave kunt u een opdracht voor het toevoegen of verwijderen annuleren. Contextmenu z Clear (Wissen): wist alle voortgangs- en resultaatberichten van de bibliotheek. z Cancel (Annuleren): u kunt een opdracht voor het toevoegen of verwijderen van een bibliotheek die nog niet is voltooid, selecteren en annuleren.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Screen (Scherm) Menu File (Bestand) Library (Bibliotheek) / Screen (Scherm) / Schedule (Schema) / Remote Management (Extern beheer) / Message (Bericht) z Maakt een weergave of selecteert een opgemaakte weergave voor elk menu-item zodat u een schermschema kunt uitvoeren en beheert de basisbesturing voor de monitoren van
User Account (Gebruikersaccount) z Maakt, verwijdert en wijzigt de gebruikersaccounts die in staat zijn zich aan te melden bij de server. Er kunnen twee typen accounts worden gemaakt: Beheerders- en gebruikersaccounts { Administrator (Beheerder): heeft privileges voor alle serverfuncties. { User (Gebruiker): heeft privileges voor alle serverfuncties, behalve voor het wijzigen van serveropties en gebruikersaccounteigenschappen. Exit (Afsluiten) z Sluit het programma.
Option (Optie) z Wijzigt de serverinstellingen. Raadpleeg het gedeelte Opties voor meer informatie. Scherm Structuurweergave Bewerkingsweergave Lijstweergave Structuurweergave Er wordt een boomstructuur gemaakt in overeenstemming met de volgorde van de gebieden die in de bewerkingsweergave zijn gemaakt. U kunt het momenteel geselecteerde gebied in de bewerkingsweergave controleren met behulp van de structuurweergave.
z New (Nieuw): initialiseert de schermweergave waarmee u momenteel werkt. Als er niet opgeslagen wijzigingen zijn, wordt een nieuw venster weergegeven zodat u de wijzigingen kunt opslaan. z Open (Openen): opent een schermbestand. Als er niet opgeslagen wijzigingen zijn, wordt een nieuw venster weergegeven zodat u de wijzigingen kunt opslaan. z Save / Save As (Opslaan / Opslaan als): slaat de wijzigingen aan het huidige schermbestand op of slaat het op als een nieuw schermbestand.
Deze optie is bedoeld voor het configureren van de achtergrond voor alle schermen. De achtergrond bestaat uit de functie Area (Gebied), Screen (Scherm), Music (Muziek) en Effect. Als een kleur of foto wordt gebruikt als achtergrond, kunt u andere gebieden, zoals een film of tekst, vrij op de achtergrond plaatsen om een gevarieerd scherm samen te stellen.
Screen (Scherm) Type: stelt het type achtergrond in (Color (Kleur), Photo File (Fotobestand), Office File (Office-bestand), Source List (Bronlijst)). Als Office File (Office-bestand) of Source List (Bronlijst) is geselecteerd, kunt u geen ander gebied maken. Color (Kleur): selecteert de kleur die moet worden gebruikt wanneer het achtergrondtype is ingesteld op Color (Kleur). Photo File (Fotobestand): selecteert het fotobestand wanneer het achtergrondtype is ingesteld op Photo File (Fotobestand).
Wijzigt de gedetailleerde eigenschappen en de overdrachtmodus voor het geselecteerde bestand van elk type. z Transfer Mode (Overdrachtmodus): wijzigt de modus waarin het geselecteerde bestand wordt overgedragen naar de monitor. z Download: downloadt het bestand naar de monitor en speelt het af. z Stream: zorgt voor de streaming van het bestand naar de monitor.
Effect: selecteert het type effect dat moet worden toegepast wanneer de achtergrond wordt gemaakt. z z z z None (Geen): er wordt geen effect gebruikt. Slide (Schuiven): de achtergrond wordt gemaakt terwijl deze beweegt. Block (Blok): de achtergrond wordt gemaakt met blokken. Fade In (Infaden): de achtergrond infaden terwijl deze wordt gemaakt. Effect Speed (Effectsnelheid): past de snelheid aan van een effect dat wordt gemaakt.
achtergrondafbeelding en -muziek instellen wanneer de foto wordt weergegeven. Met de functie Effect kunt u het effect instellen dat moet worden gebruikt wanneer de achtergrond verandert. Het volgende deel beschrijft de gedetailleerde opties die worden gebruikt met de functie Photo (Foto). Area (Gebied) Name (Naam): wijzigt de naam van het gebied. U kunt geen naam gebruiken die al voor een ander gebied werd gebruikt. Lock Position (Positie vergrendelen): vergrendelt de positie van het gebied.
z Full (Volledig): het fotobestand wordt vergroot of verkleind zodat het past op de volledige achtergrond. z Original (Origineel): het fotobestand wordt weergegeven op oorspronkelijke grootte. z Auto: het fotobestand wordt vergroot of verkleind zodat het past op de volledige achtergrond en de oorspronkelijke beeldverhouding behoudt. z Tile (Naast elkaar): het fotobestand wordt herhaaldelijk gespreid zodat de volledige achtergrond wordt bedekt.
Wijzigt de gedetailleerde eigenschappen en de overdrachtmodus voor het geselecteerde bestand van elk type. z Transfer Mode (Overdrachtmodus): wijzigt de modus waarin het geselecteerde bestand wordt overgedragen naar de monitor. z Download: downloadt het bestand naar de monitor en speelt het af. z Stream: zorgt voor de streaming van het bestand naar de monitor.
z Effect Size (Grootte effect): stelt de grootte van de blokken in wanneer het effect Block (Blok) is geselecteerd. Movie (Film) Deze functie wordt gebruikt om schermen te configureren met filmbestanden en bestaat uit de functies Area (Gebied), Screen (Scherm), Background (Achtergrond), Effect. Met de functie Area (Gebied) kunt u instellen op welke positie de film wordt afgespeeld en wanneer en hoe lang de film wordt weergegeven.
gebied. De gebiedsposities moeten zich binnen de achtergrond bevinden en de grootte van het gebied mag niet groter zijn dan de grootte van de achtergrond. Start Time, Stop Time, Duration (Starttijd, Stoptijd, Duur): stelt de weergaveduur in seconden in. Deze duur mag niet langer zijn dan de weergaveduur van de achtergrond. Screen (Scherm) Movie File (Filmbestand): selecteert het filmbestand dat moet worden afgespeeld in het filmgebied.
Type: stelt het achtergrondtype (Color (Kleur), Picture File (Afbeeldingsbestand)) in voor het filmgebied. Color (Kleur): selecteert de kleur wanneer het achtergrondtype voor het gebied Movie (Film) is ingesteld op Color (Kleur). Transparency (Transparantie): selecteert de graad van doorzichtigheid wanneer het achtergrondtype voor het gebied Movie (Film) is ingesteld op Color (Kleur).
Wijzigt de gedetailleerde eigenschappen en de overdrachtmodus voor het geselecteerde bestand van elk type. z Transfer Mode (Overdrachtmodus): wijzigt de modus waarin het geselecteerde bestand wordt overgedragen naar de monitor. z Download: downloadt het bestand naar de monitor en speelt het af. z Stream: zorgt voor de streaming van het bestand naar de monitor.
z Effect Size (Grootte effect): stelt de grootte van de blokken in wanneer het effect Block (Blok) is geselecteerd. Flash Deze functie wordt gebruikt om schermen te configureren met Macromedia flashbestanden en bestaat uit de functies Area (Gebied), Screen (Scherm), Background (Achtergrond), Effect. Met de functie Area (Gebied) kunt u instellen op welke positie de film wordt afgespeeld en wanneer en hoe lang de film wordt weergegeven.
Lock Position (Positie vergrendelen): vergrendelt de positie van het gebied. Left, Top, Width, Height (Links, Boven, Breedte, Hoogte): wijzigt de positie en de grootte van het gebied. De gebiedsposities moeten zich binnen de achtergrond bevinden en de grootte van het gebied mag niet groter zijn dan de grootte van de achtergrond. Start Time, Stop Time, Duration (Starttijd, Stoptijd, Duur): stelt de weergaveduur in seconden in. Deze duur mag niet langer zijn dan de weergaveduur van de achtergrond.
Type: stelt het achtergrondtype (Color (Kleur), Picture File (Afbeeldingsbestand)) in voor het flashgebied. Color (Kleur): selecteert de kleur wanneer het achtergrondtype voor het gebied Flash is ingesteld op Color (Kleur). Transparency (Transparantie): selecteert de graad van doorzichtigheid wanneer het achtergrondtype voor het gebied Flash is ingesteld op Color (Kleur).
Wijzigt de gedetailleerde eigenschappen en de overdrachtmodus voor het geselecteerde bestand van elk type. z Transfer Mode (Overdrachtmodus): wijzigt de modus waarin het geselecteerde bestand wordt overgedragen naar de monitor. z Download: downloadt het bestand naar de monitor en speelt het af. z Stream: zorgt voor de streaming naar de monitor. z Contextmenu: Add, Delete, Up, Down (Toevoegen, Verwijderen, Omhoog, Omlaag): hiermee kunt u een bestand toevoegen en verwijderen en de afspeelvolgorde wijzigen.
z Effect Size (Grootte effect): stelt de grootte van de blokken in wanneer het effect Block (Blok) is geselecteerd. Web Deze functie wordt gebruikt om schermen te configureren door het verbinden van websitebestanden en bestaat uit de functies Area (Gebied), Screen (Scherm), Background (Achtergrond), Effect. Met de functie Area (Gebied) kunt u de positie van de webpagina en wanneer en hoe lang de pagina wordt weergegeven, instellen.
niet groter zijn dan de grootte van de achtergrond. Start Time, Stop Time, Duration (Starttijd, Stoptijd, Duur): stelt de weergaveduur in seconden in. Deze duur mag niet langer zijn dan de weergaveduur van de achtergrond. Screen (Scherm) Website: stelt een webpagina in die in het webgebied moet worden weergegeven. U kunt slechts één URL selecteren in het webgebied. Refresh (Vernieuwen): stelt de vernieuwingstijd in voor de URL die in het webgebied wordt weergegeven.
webgebied. Color (Kleur): selecteert de kleur wanneer het achtergrondtype voor het gebied Web is ingesteld op Color (Kleur). Transparency (Transparantie): selecteert de graad van doorzichtigheid wanneer het achtergrondtype voor het gebied Web is ingesteld op Color (Kleur). Als Transparency (Transparantie) is ingesteld op een waarde die lager is dan 100, wordt het gebied dat onder het huidige gebied is geplaatst, doorzichtig weergegeven.
z Effect: selecteert het type effect dat moet worden toegepast wanneer het webgebied wordt gemaakt. { None (Geen): er wordt geen effect gebruikt. { Slide (Schuiven): het webgebied wordt gemaakt terwijl het beweegt. { Block (Blok): het webgebied wordt gemaakt met blokken. { Fade In (Infaden): het webgebied infaden terwijl het wordt gemaakt. z Effect Speed (Effectsnelheid): past de snelheid aan van een effect dat wordt gemaakt.
Area (Gebied) Name (Naam): wijzigt de naam van het gebied. U kunt geen naam gebruiken die al voor een ander gebied werd gebruikt. Lock Position (Positie vergrendelen): vergrendelt de positie van het gebied. Left, Top, Width, Height (Links, Boven, Breedte, Hoogte): wijzigt de positie en de grootte van het gebied. De gebiedsposities moeten zich binnen de achtergrond bevinden en de grootte van het gebied mag niet groter zijn dan de grootte van de achtergrond.
z Bottom to Top Text (Onder naar boven) Speed (Snelheid): stelt de snelheid van de tekststroom in het tekstgebied in. Step (Stap): stelt het interval van de tekststroom in het tekstgebied in. Font (Lettertype), Font Size (Tekengrootte), Italic (Cursief), Bold (Vet), Underline (Onderstrepen), Strikeout (Doorstrepen), Font Color (Tekstkleur): stelt de opmaak in voor de tekst in het tekstgebied. Het lettertype toont het lettertype van de computer waarop de server werkt.
Wijzigt de gedetailleerde eigenschappen en de overdrachtmodus voor het geselecteerde bestand van elk type. z Transfer Mode (Overdrachtmodus): wijzigt de modus waarin het geselecteerde bestand wordt overgedragen naar de monitor. z Download: downloadt het bestand naar de monitor en speelt het af. z Stream: zorgt voor de streaming van het bestand naar de monitor.
geselecteerd. Source (Bron) Er kan slechts één brongebied worden ingesteld in hetzelfde scherm. Area (Gebied) Name (Naam): wijzigt de naam van het gebied. U kunt geen naam gebruiken die al voor een ander gebied werd gebruikt. Lock Position (Positie vergrendelen): vergrendelt de positie van het gebied. Left, Top, Width, Height (Links, Boven, Breedte, Hoogte): wijzigt de positie en de grootte van het gebied.
Screen (Scherm) Source List (Bronlijst): selecteert de bron die moet worden afgespeeld in het brongebied. Sound (Geluid): schakelt het geluid voor de bron die u wilt afspelen in het brongebied in of uit. TV/DTV : Als u in de lijst TV/Externe ingang de optie TV selecteert, kunt u kiezen uit Analoge TV of Digitale TV. Wanneer u de optie Digitale TV selecteert, kunt u met de optie Kanalen (Channel) zowel de hoofd- als subkanalen selecteren.
z Area (Gebied): selecteert het type gebied dat u wilt maken. U kunt een gebied maken door het naar het venster Screen Edit (Schermbewerking) te slepen en neer te zetten. Er kunnen niet meerdere brongebieden tegelijkertijd worden afgespeeld. Als de afspeeltijden van brongebieden gedeeltelijk samenvallen, wordt het brongebied afgespeeld waarvan de afspeeltijd later eindigt.(U kunt gebieden toevoegen voor foto, film, flash, web, tekst en bron.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Schedule (Schema) Menu File (Bestand) Library (Bibliotheek) / Screen (Scherm) / Schedule (Schema) / Remote Management (Extern beheer) / Message (Bericht) z Maakt een weergave of selecteert een opgemaakte weergave voor elk menu-item zodat u een schermschema kunt uitvoeren en beheert de basisbesturing voor de monitoren va
weergegeven zodat u de wijzigingen kunt opslaan. Menu Tool (Extra) Undo / Redo (Ongedaan maken / Opnieuw) z annuleert de eerder uitgevoerde opdracht of voert de geannuleerde opdracht opnieuw uit. U kunt het maximum aantal opdrachten dat ongedaan kan worden gemaakt, wijzigen via het menu Options (Opties). Add (Toevoegen) z voegt het scherm toe dat u wilt plannen nadat u een monitor en een tijdstip hebt geselecteerd door in het EPG-venster te klikken.
z Wijzigt de serverinstellingen. Raadpleeg het tabblad Option (Optie) voor meer informatie. Schedule (Schema) Structuurweergave EPG-weergave Lijstweergave Publicatieweergave Structuurweergave Toont de verbindingsstatus van de monitoren die momenteel met de server zijn verbonden afhankelijk van het monitorpictogram. U kunt de monitoren ook efficiënt beheren door netwerkgroepen te maken. U kunt een netwerkmonitor verplaatsen door de monitor te slepen en neer te zetten in een groep.
Network (Netwerk): een monitor die met de server is verbonden via een netwerk. New Group (Nieuwe groep): maakt een nieuwe groep dit enkele netwerkmonitoren kan bevatten. U kunt een netwerkmonitor naar een groep slepen. Copy / Paste (Kopiëren / Plakken): kopieert alle schema's die op de geselecteerde monitor zijn geconfigureerd naar het klembord en plakt ze op een andere monitor. Rename (Naam wijzigen): wijzigt de naam van een monitor die verbonden is met de server.
Dit is een virtuele monitor die wordt gebruikt om schema's te maken voor een monitor die wordt gebruikt zonder te worden verbonden met het netwerk. Voor een lokale monitor kan een lokale publicatie worden uitgevoerd om schema's voor de monitor te maken. New Monitor (Nieuwe monitor): maakt een nieuwe virtuele lokale monitor. Copy / Paste (Kopiëren / Plakken): kopieert de schema's die op de geselecteerde monitor zijn ingesteld en kopieert ze naar een andere monitor.
Add (Toevoegen): voegt het scherm toe dat u wilt plannen nadat u een monitor en een tijdstip hebt geselecteerd door in het EPG-venster te klikken. Delete (Verwijderen): verwijdert het scherm dat momenteel is geselecteerd in het EPG-venster. Copy / Paste (Kopiëren / Plakken): kopieert het momenteel geselecteerde scherm en plakt het nadat u een monitor en tijd hebt geselecteerd door in het EPG-venster te klikken.
Name (Naam): wijzigt de naam van het geselecteerde scherm. Alleen de schermnaam wordt gewijzigd. De tijdgegevens blijven behouden. Start Time / Stop Time / Duration (Starttijd / Stoptijd / Duur): stelt de tijdinformatie voor het geselecteerde scherm in minuten in. Periodic (Periodiek): stelt in hoe vaak het geselecteerde scherm terugkeert. (None / Daily / Weekly / Monthly (Geen / Dagelijks / Wekelijks / Maandelijks)) End on (Einde op): stelt een einddatum in voor het terugkeren van het geselecteerde schema.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Extern beheer Menu Bestand Library / Screen / Schedule / Remote Management / Message z Maakt een weergave of selecteert een opgemaakte weergave voor elk menu-item zodat u een schermschema kunt uitvoeren en de basisbesturing voor de monitoren van de server kunt beheren. Close z Sluit de schermweergave waarmee u werkt.
Menu Extra Refresh z Refresh: vernieuwt de waarde van elke client voor het geselecteerde item van de afstandsbediening. Option z Wijzigt de serverinstellingen. Raadpleeg het gedeelte Opties voor meer informatie.
Toont de verschillende bedieningsitems voor de client in een structuurweergave. Als u een item selecteert, wordt de huidige status van het geselecteerde item weergegeven en kunt u het item beheren in de lijstweergave. MDC Toont de items van de OSD-menu's van elke client waarvoor extern beheer is vereist, in een structuurweergave. Als u een item selecteert, wordt de huidige status van het geselecteerde item weergegeven en kunt u het item beheren in de lijstweergave.
1) Hour: geef de uren op. 2) Minute: geef de minuten op. 3) AM/PM: geef AM of PM op. -On Timer 1) 2) 3) 4) 5) 6) Hour: geef de uren op. Minute: geef de minuten op. AM/PM: geef AM of PM op. Status: selecteer of u de timer voor het inschakelen wilt gebruiken. Source: selecteer de externe invoer. Volume: selecteer het volume. -Off Timer 1) 2) 3) 4) Hour: geef de uren op. Minute: geef de minuten op. AM/PM: geef AM of PM op. Status: selecteer of u de timer voor het inschakelen wilt gebruiken.
Diagnosis (Diagnose): toont of elke client al dan niet normaal is. Met de lijstweergave kunt u de maximale interne temperatuur van elke client beheren. System (Systeem) Toont de items die vereist zijn om de client in de structuurweergave afzonderlijk van MDC te beheren. Als u een item selecteert, wordt de huidige status van het geselecteerde item weergegeven en kunt u het item beheren in de lijstweergave.
beheren. (Alleen van toepassing voor monitoren die tv ondersteunen.) Picture Video (Beeld video): toont de huidige status voor Modus, Contrast, Helderheid, Scherpte, Kleur, Tint, Kleurtoon, Kleurtemperatuur, Grootte, Digitaal nr. en Filmmodus. U kunt elk item beheren door erop te klikken en de instelling in de lijstweergave te wijzigen. z Dit item is alleen beschikbaar in de videomodus (AV, S-Video, Component, DVI (HDCP), HDMI).
minimumwaarden) - AM/PM : selecteer AM of PM voor het aanpassen van de lamp. (Maximum- en minimumwaarden) - Value : selecteer de waarde voor het aanpassen van de lamp. (Maximum- en minimumwaarden) 2) Manual - Selecteer een waarde voor de lamp door de schuifbalk te slepen. z Safety Screen 1) Interval: geef het tijdsinterval op waarna de schermbeveiliging wordt geactiveerd. 2) Second: geef de tijdsuur op voor de weergave van de schermbeveiliging. 3) Type: geef het type schermbeveiliging op.
Power On/Off (Aan/uit): dit item wordt alleen ingeschakeld wanneer een monitornaam is geselecteerd. Het wordt gebruikt om de client (monitor) in of uit te schakelen. Copy (Kopiëren): kopieert de instellingen van het geselecteerde item. z Als u een monitornaam selecteert en op Copy (Kopiëren) klikt, worden alle items die in de lijst worden weergegeven, gekopieerd. z Als u een item selecteert en op Copy (Kopiëren) klikt, wordt alleen dat item gekopieerd.
- Network Adapter: toont de netwerkadapter voor de geselecteerde client. - Mac Address: toont het MAC-adres van de geselecteerde client. : Selecteer een IP-adrestype. - IP Address: geeft het IP address (IP-adres) op. - Subnet mask: geeft het subnet mask (subnetmasker) op. - Default gateway: geef het adres van de default gateway (standaard gateway) op. - Preferred DNS server: geef het adres van de preferred DNS server (voorkeurs-DNSserver) op.
de geselecteerde client. 6) De items Huidige status en Schermresolutie kunnen niet worden gewijzigd. z U kunt de instelling Screen resolution (Schermresolutie) niet wijzigen. MagicInfo Pro: toont informatie over Opstarten, Automatische update, Wachtwoordvergrendeling gebruiken en Inhoudsserver. U kunt de instellingen wijzigen door te dubbelklikken op de monitornaam of via het item Bewerken in het contextmenu. 1) Startup: selecteer het programma dat moet worden uitgevoerd wanneer de client wordt gestart.
Update (Bijwerken): dit item wordt alleen ingeschakeld als een monitornaam is geselecteerd. Dit item vergelijkt de clientversie met de updateversie op de server en werkt de client bij indien dat nodig is. Edit (Bewerken): toont een venster waarin u de monitorinstellingen kunt wijzigen. z Voor de items System (Systeem), General (Algemeen) en Performance (Prestaties) zijn de instellingen alleen-lezen. Ze zijn dan ook uitgeschakeld. Copy (Kopiëren): kopieert de instellingen van het geselecteerde item.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Bericht Menu File (Bestand) Library (Bibliotheek) / Screen (Scherm) / Schedule (Schema) / Remote Management (Extern beheer) / Message (Bericht) z Maakt een weergave of selecteert een opgemaakte weergave voor elk menu-item zodat u een schermschema kunt uitvoeren en beheert de basisbesturing voor de monitoren van de serve
z Maakt, verwijdert en wijzigt de gebruikersaccounts die in staat zijn zich aan te melden bij de server. Er kunnen twee typen accounts worden gemaakt: Beheerders- en gebruikersaccounts. { Administrator (Beheerder): heeft privileges voor alle serverfuncties. { User (Gebruiker): heeft privileges voor alle serverfuncties, behalve voor het wijzigen van serveropties en gebruikersaccounteigenschappen. Exit (Afsluiten) z Sluit het programma.
Structuurweergave Lijstweergave Structuurweergave U kunt de monitoren waarnaar het bericht moet worden verzonden, selecteren door het selectievakje naast elke monitor en groep in te schakelen. Lijstweergave Wijzigt de gedetailleerde functies voor het bericht dat naar de monitoren moet worden verzonden door erop te dubbelklikken of door op de gemaakte knop te klikken. Message (Bericht): stelt een bericht in dat op de monitor moet worden weergegeven.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Option (Optie) Option (Optie) Algemeen Netwerkverbinding: selecteert de verbindingsmethode tussen de server en de monitor. De server en monitor kunnen alleen met elkaar worden verbonden als dezelfde verbindingsmethode wordt gebruikt.
verbinding met een server op hetzelfde netwerk. z Direct connection (Directe verbinding): de monitor maakt een directe verbinding met de server met het opgegeven IP-adres. Als de server en monitor op een verschillende particulier netwerk zitten, kunnen ze geen verbinding maken met elkaar. Als de server echter een openbaar IP-adres heeft, kan een monitor met een persoonlijk IP-adres met de server worden verbonden via de directe verbindingsmethode. Server Name (Servernaam): wijzigt de servernaam.
gemaakt door middel van een virtuele lokale monitor. De standaardwaarde is de map waarin de server is geïnstalleerd. Set the manageable period of past schedules (De beheerbare periode van vroegere schema's instellen): stelt de periode in waarin u schermen kunt registreren, opslaan en importeren voor de schema's. Wanneer deze optie is ingesteld op 0, kunt u de schermen niet registreren, opslaan of importeren voor de huidige tijd.
z Display error messages during a fixed time (Foutberichten gedurende een vaste tijd weergeven): Wanneer er een fout optreedt, wordt een foutbericht weergegeven voor een opgegeven duur. Na die periode wordt alles automatisch verborgen.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Schedule (Schema) | Option (Optie) | Client | Problemen oplossen Client-functies Een programma dat wordt uitgevoerd op een aanvullende pc waarop de inhoudsserver werkt. Version: de versie van de inhoudsserver. MAC ID: het MAC address (MAC-adres) van het network device (netwerkapparaat) op de pc waarop de content server (inhoudsserver) is geïnstalleerd.
Setup (Instelling) Rotation (Rotatie) Draait het scherm volgens de geselecteerde optie. Program (Programma) Start of sluit het programma af. Exit (Afsluiten) Sluit mnMain af. Als u mnMain afsluit, worden ook de programma's MagicInfo Pro en Schedule (Schema) samen afgesloten. EWF: toont en wijzigt de stationsinstellingen EWF State (EWF-status) z Current state (Huidige status): toont de huidige EWF-status.
Old password (Oud wachtwoord) z Voer het bestaande wachtwoord in. New password (Nieuw wachtwoord) z Voer het nieuwe wachtwoord in. Change (Wijzigen) z Wijzig het wachtwoord. Use password lock (Wachtwoordvergrendeling gebruiken) z Controleert het wachtwoord voordat u het scherm Setup (Instelling) kunt openen. Setup (Instelling) Het tabblad Connection (Verbinding) Schedule server (Schemaserver) z Instellingen serververbinding { De client maakt automatisch een verbinding met de server.
z De naam instellen { De ID van de server waarmee een verbinding moet worden gemaakt { Client-ID 1 Schedule server (Schemaserver) z Automatic connection using server name (Automatische verbinding door middel van servernaam) : als de schemaserver en -client op hetzelfde subnetwerk zitten, maakt de client een verbinding met de servers door middel van hun naam.
Startup (Opstarten) z Selecteer het programma dat moet worden uitgevoerd wanneer de client wordt gestart. Automatic updates (Automatische updates) z Selecteer de manier waarop de automatische updates moeten worden uitgevoerd. 1 Startup (Opstarten) z Stelt het programma in dat moet worden uitgevoerd wanneer de client wordt gestart. z U kunt één of twee programma's of geen enkel van deze programma's selecteren.
Logo screen (Logoscherm): het hoofdscherm van het programma Signage Scheduler. z Background (Achtergrond): stelt de achtergrondkleur in. z File (Bestand): stelt het logoscherm in. (Er kan een flash-, foto- of filmbestand worden ingesteld.) Schedule folder (Map Schema): stelt de locatie van het schemabestand in. z Target (Doel): stelt de locatie in van het schermontwerpbestand en het inhoudsbestand. z Space (Ruimte): stelt de groottelimiet in voor de bestanden die moeten worden gedownload.
USB-apparaat verwijdert, wordt het schema afgesloten. Het tabblad Options (Opties) Overige opties z Show loading screen before program start (Het laadscherm weergeven voordat het programma wordt gestart): toont een laadscherm vanaf het ogenblik dat uw computer is opgestart tot het ogenblik voordat het hoofdprogramma wordt gestart. z Do not show system message (Systeembericht niet weergeven): de systeemberichten die door Windows zijn gegenereerd, niet weergeven.
Wat is MagicInfo Pro? | Extern beheer | MagicInfo Pro gebruiken Bericht | Bibliotheek | Screen (Scherm) | Option (Optie) | Client | Schedule (Schema) | Problemen oplossen Problemen oplossen Wanneer een monitor niet met de server is verbonden z Controleer of de netwerkomgeving voor de server en monitor normaal is. (Controleer de netwerkkabelaansluitingen, de IP-adresinstellingen, enz.
Het wachtwoord dat u hebt ingevoerd tijdens de installatie van MagicInfo Pro wordt het standaard wachtwoord van de beheerdersaccount. Als u het wachtwoord bent vergeten, moet u het programma verwijderen en opnieuw installeren. Wanneer de updatefunctie van de monitor niet werkt Controleer de monitorversie. Als het de laatste versie is, wordt er geen update uitgevoerd.
Het plasmascherm aanpassen Input Beschikbare modi • PC / DVI • AV • HDMI • MagicInfo • TV Opmerking • Het menu TV is beschikbaar wanneer een TV-tunermodule is aangesloten. • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. Quellen MENU → ENTER → [Input] → ENTER → [Source List] → , → ENTER Hiermee kunt u PC, DVI of een andere externe ingangsbron die op het plasmascherm is aangesloten, selecteren. Gebruiken voor het selecteren van het scherm van uw keuze. 1.
Het plasmascherm aanpassen Opmerking • De directe toets op de afstandsbediening is 'SOURCE'. • PC en DVI worden uitgeschakeld als de kabel wordt ontkoppeld. Edit Name MENU → ENTER → [Input] → → [Edit Name] → , → ENTER Geef een naam aan het invoerapparaat dat op de ingangen is aangesloten om de keus van de invoerbron te vergemakkelijken. 1. VCR 2. DVD 3. Kabel STB 4. HD STB 5. Satelliet STB 6. AV-ontvanger 7. DVD-speler 8. Game 9. Camcorder 10. DVD-combo 11. DVD HDD 12.
Het plasmascherm aanpassen Picture [PC / DVI / MagicInfo Mode] Beschikbare modi • PC / DVI • AV • HDMI • MagicInfo • TV Opmerking • Het menu TV is beschikbaar wanneer een TV-tunermodule is aangesloten. • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. MagicBright MENU → → ENTER → [Picture] → ENTER → [MagicBright] → , → ENTER MagicBright is een nieuwe functie voor een optimale kijkomgeving, afhankelijk van het materiaal dat u bekijkt.
Het plasmascherm aanpassen Pas in dat geval de helderheid en het contrast aan via het schermmenu. Custom Met de on-screen menu´s kunt u het contrast en de helderheid (brightness) geheel naar wens instellen. MENU → → ENTER → [Picture] → → ENTER → [Custom] Opmerking Als u het beeld regelt met de functie Custom, wordt MagicBright overgeschakeld naar de modus Custom. Contrast MENU → → ENTER → [Picture] → → ENTER → ENTER → [Custom] → ENTER→ [Contrast] → , Contrast instellen.
Het plasmascherm aanpassen 2. Cool 3. Normaal 4. Warm 5. Custom Opmerking Als u Color Tone instelt op Cool, Normal, Warm of Custom, wordt de functie Color Temp uitgeschakeld. Als u Color Tone instelt op Off, wordt de functie Color Control uitgeschakeld. Color Control Hiermee past u de kleurbalans van de afzonderlijke kleuren Rood, Groen en Blauw aan.
Het plasmascherm aanpassen Image Lock Image Lock om het beeld fijn af te stemmen en het beste beeld te verkrijgen door het verwijderen van ruis dat onstabiele beelden met trillingen en flikkeringen veroorzaakt. Als er geen bevredigende resultaten worden bereikt met de optie Fine (Fijn), kunt u eerst de optie Coarse (Grof) gebruiken en vervolgens opnieuw de optie Fine.
Het plasmascherm aanpassen De waarden Fine, Coarse , Position worden automatisch afgesteld. Wanneer de resolutie wordt gewijzigd via het configuratiescherm, wordt de automatische functie uitgevoerd. (Alleen beschikbaar in de modus PC) Opmerking De directe toets op de afstandsbediening is 'AUTO'. Signal Balance Hiermee kan een zwak RGB-signaal dat wordt overgebracht door een lange signaalkabel, gecompenseerd worden.
Het plasmascherm aanpassen 4. R-Offset MENU → → ENTER → [Picture] → → → → → → → ENTER → [Signal Balance] → → ENTER → [Signal Control] → ENTER→ → → → [R-Offset] → , → ENTER 5. G-Offset MENU → → ENTER → [Picture] → → → → → → → ENTER → [Signal Balance] → → ENTER → [Signal Control] → ENTER→ → → → → [G-Offset] → , → ENTER 6.
Het plasmascherm aanpassen • MagicInfo • TV Opmerking • Het menu TV is beschikbaar wanneer een TV-tunermodule is aangesloten. • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. Mode MENU → → ENTER → [Picture] → ENTER → [Mode] → , → ENTER Het plasmascherm kent vier automatische beeldinstellingen ("Dynamic", "Standard", "Movie" en "Custom") die in de fabriek worden ingesteld. Dynamic, Standard, Movie of Custom kunnen worden geactiveerd. 1. Dynamic 2.
Het plasmascherm aanpassen Helderheid instellen. Sharpness MENU → → ENTER → [Picture] → ness] → , → ENTER → ENTER → [Custom] → ENTER → → → [Sharp- De scherpte van het beeld aanpassen. Color MENU → → ENTER → [Picture] → [Color] → , → ENTER → ENTER → [Custom] → ENTER → → → → De kleur van het beeld aanpassen. Tint MENU → → ENTER → [Picture] → → [Tint] → , → ENTER → ENTER → [Custom] → ENTER → → → → Voegt een natuurlijke tint toe aan het PIP-scherm.
Het plasmascherm aanpassen 5. Warm1 6. Warm2 Opmerking Als u de Color Tone instelt op Cool2, Cool1, Normal, Warm1 of Warm2, wordt de functie Color Temp uitgeschakeld. Color Temp MENU → → ENTER → [Picture] → → → → ENTER → [Color Temp.] → , → ENTER De Color temp geeft de "warmte" van de kleuren van de afbeelding aan. Opmerking Deze functie wordt alleen ingeschakeld als Color Tone is ingesteld op Off.
Het plasmascherm aanpassen Schakelt de functie voor digitale ruisonderdrukking Off/On. Met de functie Digitale ruisonderdrukking kunt u van helderdere en scherpere beelden genieten. 1. Off 2. On Film Mode MENU → → ENTER → [Picture] → , → ENTER → → → → → → ENTER → [Film Mode ] → Schakelt de Film Mode Off/On. De functie Film Mode biedt u een kijkbeleving van theaterkwaliteit. Niet beschikbaar in modus (HDMI) 1. Off 2.
Het plasmascherm aanpassen • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. Mode MENU → → → ENTER → [Sound] → ENTER → [Mode] → , → ENTER Het plasmascherm is voorzien van een ingebouwde hifi stereo luidspreker. 1. Standard Kies Standard voor de standaardfabrieksinstellingen 2. Music Kies Music wanneer u muziekvideo's of concerten kijkt. 3. Movie Kies Movie wanneer u films kijkt. 4.
Het plasmascherm aanpassen Treble MENU → → → ENTER → [Sound] → → ENTER → [Custom ]→ →ENTER→ [Treble] → , → ENTER Benadrukt geluid met een hoge frequentie. Balance MENU → → → ENTER → [Sound] → → ENTER → [Custom ]→ → →ENTER→ [Balance] → , → ENTER Hiermee kunt u de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers instellen. Auto Volume MENU → → → ENTER → [Sound] → → → ENTER → [Auto Volume] → , → ENTER Vermindert het verschil in volumeniveau tussen de zendkanalen. 1. Off 2.
Het plasmascherm aanpassen 2. On Opmerking De directe toets op de afstandsbediening is 'SRS'. Setup Beschikbare modi • PC / DVI • AV • HDMI • MagicInfo • TV Opmerking • Het menu TV is beschikbaar wanneer een TV-tunermodule is aangesloten. • Het MagicInfo is beschikbaar als een netwerkmodule is aangesloten op model HN of H. Language MENU → → → → ENTER → [Setup] → ENTER → [Language ] → , → ENTER U kunt kiezen uit 11 talen.
Het plasmascherm aanpassen Huidige tijdsinstelling. Sleep Timer MENU → Timer] → → → → ENTER → [Setup] → , → ENTER → ENTER → [Time ] → → ENTER→ [Sleep Schakelt het plasmascherm op bepaalde tijden automatisch uit. 1. Off 2. 30 3. 60 4. 90 5. 120 6. 150 7. 180 On Timer MENU → → → → ENTER → [Setup] → → ENTER → [Time ] → → → ENTER→ [On Timer] → , / , → ENTER Schakelt het plasmascherm automatisch in op een vooraf ingestelde tijd.
Het plasmascherm aanpassen Off Timer MENU → → → → ENTER → [Setup] → → [Off Timer] → , / , → ENTER → ENTER → [Time ] → → → → ENTER Schakelt het plasmascherm automatisch uit op een vooraf ingestelde tijd. Menu Transparency MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → ENTER → ENTER → [Menu Transparency] → , Hiermee kunt u de doorzichtigheid van de achtergrond van het schermmenu wijzigen. 1. High 2. Medium 3. Low 4.
Het plasmascherm aanpassen Energy Saving MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → , → ENTER → ENTER → [Energy Saving] → Deze functie past het stroomverbruik van de eenheid aan om stroom te sparen. 1. Off 2. On Opmerking Als u het energieverbruik gedurende stand-by wilt verminderen, stelt u Energy Saving in op On. Als Energy Saving echter is ingesteld op On, kunt u de functie Power On van de MDC en de functie WOL (Wake On LAN) van MagicInfo op de afstandsbediening niet gebruiken.
Het plasmascherm aanpassen Opmerking Wanneer de functie Video Wall is geactiveerd, zijn de functies Auto Adjustment, Image Lock, en Size niet beschikbaar. Video Wall werkt niet in de modus MagicInfo. Video Wall MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → Wall ]→ ENTER → [Video Wall ] → , → ENTER → → → ENTER → [Video Hiermee schakelt u de functie Video Wall van het geselecteerde scherm aan/uit. 1. Off 2.
Het plasmascherm aanpassen Hiermee stelt u in hoeveel delen van het scherm horizontaal moeten worden verdeeld. De Video Wall biedt vijf aanpassingsniveaus: 1, 2, 3, 4, en 5. Vertical MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → Wall ]→ → → → ENTER → [Vertical] → , → ENTER → → ENTER → [Video Hiermee stelt u in hoeveel delen van het scherm verticaal moeten worden verdeeld. De Video Wall biedt vijf aanpassingsniveaus: 1, 2, 3, 4, en 5.
Het plasmascherm aanpassen • Met de functie Screen Scroll verschuift het beeld na de aangegeven tijdsperiode. • Deze functie is niet beschikbaar wanneer de stroom uitgeschakeld is. MENU → Screen] → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → → ENTER → [Safety Pixel Shift Pixel Shift MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → Screen] → ENTER → [Pixel Shift] → ENTER → [Pixel Shift] → , → → ENTER → [Safety → ENTER U kunt deze functie gebruiken om na-afdrukken op het scherm te voorkomen.
Het plasmascherm aanpassen Bepaalt hoeveel pixels het scherm verticaal wordt verplaatst. De Video Wall biedt vijf aanpassingsniveaus: 0, 1, 2, 3, en 4. Time MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → → ENTER → [Safety Screen] → ENTER → [Pixel Shift] → → → → ENTER → [Time] → , → ENTER Stel het tijdinterval in voor respectievelijk de horizontale of verticale verplaatsing.
Het plasmascherm aanpassen 1. Scroll 2. Bar 3. Eraser 4. All White 5. Pattern Period: MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → → ENTER → [Safety Screen] → → ENTER → [Timer] → → → ENTER → [Period] → , → ENTER Met deze functie kunt u de uitvoeringsperiode voor elke ingestelde modus op de timer instellen. Time MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → → ENTER → [Safety Screen] → → ENTER → [Timer] → → → → ENTER → [Time] → , → ENTER Geef een uitvoertijdstop op binnen de ingestelde tijdsperiode.
Het plasmascherm aanpassen Deze functie voorkomt na-afdrukken op het scherm door alle pixels op de PDP te verplaatsen volgens een ingesteld patroon. Gebruik deze functie als u na-afdrukken of symbolen op het scherm ziet, met name wanneer u voor langere tijd een stilstaand beeld op het scherm weergeeft.
Het plasmascherm aanpassen Pattern MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → Screen] → → → → → → →ENTER → [Pattern] → → → ENTER → [Safety Deze functie voorkomt na-afdrukken op het scherm door herhaaldelijk een in het scherm opgeslagen diagonaal patroon over het scherm te laten lopen.
Het plasmascherm aanpassen Past de Power On time voor het scherm aan. Waarschuwing: Verhoog de Power On time ter voorkoming van een te hoog voltage. Side Gray MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → → → → → ENTER → [Side Gray] → , → ENTER Selecteer de helderheid van het grijs van de schermachtergrond. 1. Off 2. Light 3. Dark Reset Hiermee worden de productinstellingen teruggezet naar de standaard fabrieksinstellingen. De resetfunctie is alleen beschikbaar wanneer PC / DVI wordt gebruikt.
Het plasmascherm aanpassen Opmerking De functie Reset is niet beschikbaar wanneer Video Wall is ingesteld op On. Color Reset MENU → → → → ENTER → [Setup] → → → → → → → ENTER → [Reset ]→ → ENTER → [Color Reset ] → , → ENTER → → → → → Multi Control Beschikbare modi • PC / DVI • AV • HDMI • MagicInfo • TV Multi Control Wijst een individuele ID toe aan het toestel. MENU → • → → → → ENTER → [Multi Control ] → ENTER → , → [0~9] ID Setup Onderscheidende ID's aan het toestel toewijzen.
Het plasmascherm aanpassen • HDMI • MagicInfo • TV Opmerking • Het besturingssysteem van dit toestel ondersteunt alleen Engels. Hierdoor kunnen andere talen op het scherm minder goed worden weergegeven. • Er is een afstandsbediening voor MagicInfo. Wij raden u echter aan een apart USB-toetsenbord te gebruiken. • Wanneer u met MagicInfo in de apparaatmodus werkt, en een extern apparaat verplaatst tijdens het opstarten, kunnen er fouten optreden.
Het plasmascherm aanpassen • Bij het selecteren van Disable, Enable of Commit, wordt het systeem opnieuw opgestart. Photo JPEG, BMP-bestandsformaat wordt ondersteund. Auto Stelt het beeld automatisch af op de grootte van het scherm. Original Geeft indien aanwezig de eigenschappen van het originele bestand weer.
Het plasmascherm aanpassen Geeft de beeldbestanden die in de bibliotheek zijn geregistreerd, een voor een weer. Interval Regelt de hoeveelheid tijd tussen de beeldbestanden in een diavoorstelling. (5 Sec, 10 Sec, 20 Sec, 30 Sec, 60 Sec) Rotation Geeft een beeldbestand weer door het 90˚ naar rechts te draaien.
Het plasmascherm aanpassen Zoom Laat een vergrote afbeelding zien. Close Sluit en verlaat het scherm Image File View.
Het plasmascherm aanpassen Music MP3-bestandsformaat wordt ondersteund. Movie MPEG1, WMV-bestandsformaat wordt ondersteund. Play Speelt een filmbestand af.
Het plasmascherm aanpassen Full Size Maakt bij het afspelen van films gebruik van het hele scherm. OFFICE / HTML PPT(Power Point), DOC(MS Word), XLS(MS Excel), PDF, HTML, HTM-bestandsformaat wordt ondersteund. Opmerking • Installer egnet program for visning (gratisprogram) av MS Office- (Word, Excel, Power Point) eller PDF-filer.
Het plasmascherm aanpassen Internet Maakt verbinding met het internet. Setup U kunt diverse functies instellen in de MagicInfo-modus. U moet een wachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot de modus Setup. Schedule View Laat een schema zien.
Het plasmascherm aanpassen TCP/IP U kunt de TCP/IP-instellingen wijzigen. Connection De netwerkinstellingen aanpassen.
Het plasmascherm aanpassen Password U kunt het paswoord veranderen. • Het wachtwoord moet uit 6 tot 12 numerieke tekens bestaan. (Voer een wachtwoord in dat uit 6 tot 12 numerieke tekens bestaat.) • Als u drie keer achter elkaar het verkeerde wachtwoord opgeeft, wordt de instellingenconfiguratie gereset en een waarschuwingsbericht van de server wordt weergegeven. • Als u het wachtwoord vergeten bent, druk dan op Info, 8, 2 en 4 op uw afstandbediening om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
Het plasmascherm aanpassen Play Option U kunt herhaald afspelen en de scherminstellingen instellen. Repeat : Bepaalt de herhaalfunctie voor het afspelen van film en muziek. • None - Selecteer Niet herhalen om een film of een nummer op de lijst slechts één keer te spelen. • File Repeat - Selecteer Bestand herhalen om een film of een nummer op de lijst herhalend te spelen. • List Repeat - Selecteer Lijst herhalen om film of nummers van de lijst in volgorde herhalend te spelen.
Problemen oplossen Controle van de zelftestfunctie Opmerking Controleer de volgende punten zelf voordat u het servicecenter belt. Neem contact op met het servicecenter als u het probleem zelf niet kunt oplossen. Controle van de zelftestfunctie 1. Schakel de computer en het plasmascherm uit. 2. Koppel de videokabel los van de achterkant van de computer. 3. Schakel het plasmascherm in.
Problemen oplossen • Gebruik geen wasbenzine, thinner of andere ontvlambare middelen, of een natte doek. • Wij raden u een reinigingsmiddel van SAMSUNG aan om schade aan het scherm te voorkomen. 2) Het Flat Panel Display-scherm onderhouden Reinig het beeldscherm voorzichtig met een zachte doek (katoenflanel). • Gebruik geen aceton, wasbenzine of thinner. (Deze kunnen het schermoppervlak beschadigen of vervormen.) • Als u schade veroorzaakt, moet u zelf de kosten voor de reparatie betalen.
Problemen oplossen Q: Het plasmascherm flikkert. A: Controleer of de signaalkabel tussen de computer en het plasmascherm goed is aangesloten. (Zie Op een computer aansluiten) Problemen met het scherm Opmerking Problemen met het plasmascherm en de oplossingen hiervoor worden in een lijst weergegeven. Q: Het scherm is leeg en het voedingslampje brandt niet A: Controleer of het netsnoer goed is aangesloten en of het plasmascherm is ingeschakeld.
Problemen oplossen (Zie Brightness, Contrast) Q: De schermkleur is inconsistent. A: Regel de kleur met Custom in het menu OSD-kleurregeling. Q: U ziet zwarte schaduwen op de kleurenafbeelding. A: Regel de kleur met Custom in het menu OSD-kleurregeling. Q: De witte kleur is van matige kwaliteit. A: Regel de kleur met Custom in het menu OSD-kleurregeling. Q: Het aan/uit-lampje knippert. A: Het plasmascherm is bezig met het opslaan van de aangebrachte wijzigingen in het OSD-geheugen.
Problemen oplossen Problemen met de afstandsbediening Opmerking In de onderstaande lijst worden problemen met de afstandsbediening en de oplossingen hiervoor behandeld. Q: De knoppen van de afstandsbediening reageren niet. A: Controleer de batterijpolen (+/-). A: Controleer of de batterijen leeg zijn. A: Controleer of de stroomtoevoer is ingeschakeld. A: Controleer of het netsnoer goed vast zit. A: Controleer of er een speciale fluorescerende lamp of neonlamp in de buurt is.
Problemen oplossen Stel de resolutie in via Control Panel (Configuratiescherm) → Appearance and Themes (Vormgeving en thema's) → Display (Beeldscherm) → Settings (Instellingen). A: Windows ME/2000: Stel de resolutie in via Control Panel (Configuratiescherm) → Display (Beeldscherm) → Settings (Instellingen). * Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant van de videokaart.
Specificaties Algemeen Algemeen Modelnaam SyncMaster P42H(N) SyncMaster P50H(N) PDP-paneel Formaat Weergavegebied Pixel Pitch SyncMaster P42H(N) 42 cm diagonaal (107 cm) SyncMaster P50H(N) 50 cm diagonaal (127 cm) SyncMaster P42H(N) 933,89 mm (H) x 532,22 mm (V) SyncMaster P50H(N) 1105,65 mm (H) x 622,08 mm (V) SyncMaster P42H(N) 0,912 mm (H) x 0,693 mm (V) SyncMaster P50H(N) 0,810 mm (H) x 0,810 mm (V) Synchronisatie Horizontaal 30 ~ 81 kHz Verticaal 56 ~ 85 Hz Kleurweergave 16,7 M Res
Specificaties Stroomtoevoer AC 100 - 240 V~ (+/- 10 %), 50/60Hz ± 3 Hz Signaalkabel 15 pins tot 15 pins D-Sub-kabel, afneembaar DVI-D naar DVI-D-connector, afneembaar(optioneel) Afmetingen (B x H x D) / gewicht SyncMaster P42H(N) 1027 X 630,4 X 96,8 mm (zonder standaard) 1027 X 682,8 X 361,7 mm (met standaard) / 28,6 kg SyncMaster P50H(N) 1204,6 X 724,1 X 97,1 mm (zonder standaard) 1204,6 X 773,2 X 362,4 mm (met standaard) / 34,7 kg VESA bevestigingsinterface 600 x 400 mm Omgevingsvereisten In bedrijf
Specificaties Opmerking Vormgeving en specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Apparaat van klasse B (Informatie-communicatieapparatuur voor thuisgebruik) Dit apparaat voldoet aan de vereisten voor elektromagnetische compatibiliteit voor thuisgebruik en kan overal worden gebruikt, inclusief woongebieden. (Een apparaat van klasse B straalt minder elektromagnetische golven uit dan een apparaat van Klasse A.
Specificaties PowerSaver Dit plasmascherm is voorzien van het ingebouwde energiebeheersysteem PowerSaver. Als het plasmascherm gedurende lange tijd niet wordt gebruikt, wordt de spaarstand geactiveerd om energie te besparen. Het plasmascherm gaat automatisch weer normaal werken zodra u op een toets op het toetsenbord drukt. Om energie te besparen, kunt u het beste het plasmascherm uitschakelen als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt.
Specificaties Weergavemodus Horizontale Verticale fre- Pixelfrequen- Sync Polarity frequentie quentie (Hz) tie (MHz) (H/V) (kHz) VESA, 800 x 600 37,879 60,317 40,000 +/+ VESA, 800 x 600 48,077 72,188 50,000 +/+ VESA, 800 x 600 46,875 75,000 49,500 +/+ VESA, 848 x 480 31,020 60,000 33,750 +/+ VESA, 1024 x 768 48,363 60,004 65,000 -/- VESA, 1024 x 768 56,476 70,069 75,000 -/- VESA, 1024 x 768 60,023 75,029 78,750 +/+ VESA, 1152 x 864 67,500 75,000 108,000 +/+ VESA, 1
Informatie Voor betere weergave Stel voor een optimale beeldkwaliteit de resolutie en de vernieuwingsfrequentie van de computer in volgens de onderstaande instructies. De beeldkwaliteit kan instabiel zijn als deze niet optimaal wordt ingesteld voor PDP.
Informatie Uitschakelen, Schermbeveiliging of Spaarstand • Schakel de monitor 4 uur uit nadat deze 20 uur achter elkaar in gebruik is geweest. • Schakel de monitor 2 uur uit nadat deze 12 uur achter elkaar in gebruik is geweest. • Stel de monitor in op uitschakelen met Power Scheme (Energiebeheerschema) in Display Properties (Eigenschappen beeldscherm) van de computer. • Gebruik indien mogelijk een schermbeveiliging. - Een schermbeveiliging in één kleur of een bewegend beeld wordt aanbevolen.
Informatie De kleur van de tekens regelmatig wijzigen • Gebruik heldere kleuren met weinig verschil in helderheid - Cyclus: Wijzig elke 30 minuten de kleur van de tekens en de achtergrond. • Wissel elke 30 minuten de tekens af met bewegende beelden. • Voor alle delen op het scherm geldt dat u regelmatig een bewegend beeld met logo moet weergeven. - Cyclus: geef na 4 uur gebruik 60 seconden een bewegend beeld met logo weer.
Informatie - Symptom: Stip met zwarte kleur omhoog en omlaag verplaatsen. - Methode selecteren • • Gebruiksaanwijzingen: OSD Menu -> Set Up -> Safety Screen -> Pixel (OSD-menu -> Instellen -> Veiligheidsscherm -> Pixel) • Tijdsinterval: 1 ~ 10 uur (aanbevolen: 1 ) • Tijdsduur: 10 ~ 50 seconden (aanbevolen: 50 ) De schermbalkfunctie toepassen - Symptom: Horizontale/verticale balk met zwarte kleur omhoog en omlaag verplaatsen.
Informatie - Methode selecteren • Gebruiksaanwijzingen: OSD Menu -> Set Up -> Safety Screen -> Eraser (OSDmenu -> Instellen -> Veiligheidsscherm -> Wisser) • Tijdsinterval: 1 ~ 10 uur (aanbevolen: 1 ) • Tijdsduur: 10 ~ 50 seconden (aanbevolen: 50 ) Opmerking (Controleer in de Gebruikershandleiding op de cd het onderwerp 'OSD-functies'. Voor sommige modellen is dit niet beschikbaar.
Bijlage Contact Samsung wereldwijd Opmerking Wanneer u suggesties of vragen heeft met betrekking tot Samsung producten, gelieve contact op te nemen met de consumenten dienst van Samsung North America U.S.A 1-800-SAMSUNG(726-7864) http://www.samsung.com/us CANADA 1-800-SAMSUNG(726-7864) http://www.samsung.com/ca MEXICO 01-800-SAMSUNG(726-7864) http://www.samsung.com/mx Latin America ARGENTINE 0800-333-3733 http://www.samsung.com/ar 0800-124-421 BRAZIL http://www.samsung.
3260 SAMSUNG (€ 0,15/Min) FRANCE http://www.samsung.com/fr 08 25 08 65 65 (€ 0,15/Min) GERMANY 01805 - SAMSUNG (726-7864) (€ 0,14/Min) http://www.samsung.de HUNGARY 06-80-SAMSUNG (726-7864) http://www.samsung.com/hu ITALIA 800-SAMSUNG (726-7864) http://www.samsung.com/it LUXEMBURG 02 261 03 710 http://www.samsung.com/lu NETHERLANDS 0900 SAMSUNG (726-7864 € 0,10/Min) http://www.samsung.com/nl NORWAY 815-56 480 http://www.samsung.com/no 0 801 801 881 POLAND http://www.samsung.
SOUTH AFRICA 0860-SAMSUNG(726-7864) http://www.samsung.com/za TURKEY 444 77 11 http://www.samsung.com/tr 800-SAMSUNG(726-7864) U.A.E http://www.samsung.
Bijlage Woordenlijst Dot Pitch Het beeld van een monitor bestaat uit rode, groene en blauwe punten. Hoe dichter deze punten bij elkaar staan, des te hoger de resolutie. De afstand tussen twee punten met dezelfde kleur wordt 'Dot Pitch' genoemd. Eenheid: mm Verticale frequentie Om een beeld voor de gebruiker te kunnen weergeven, moet het beeld meerdere malen per seconde opnieuw worden opgebouwd.
Bijlage SRS TS XT Deze functie biedt een diep en levendig 3D-geluid, vergelijkbaar met 5.1 luidsprekers, maar dan met slechts twee luidsprekers. Dit geeft een mooi effect bij een stereosignaal. Correcte verwijdering Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) - Alleen Europa Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur.