SAMSUNG LASER PRINTER Handleiding ML-1520
Deze handleiding is uitsluitend ter informatie bedoeld. Alle in deze handleiding opgenomen informatie kan zonder aankondiging worden gewijzigd. Samsung Electronics is niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade als gevolg van het gebruik van deze handleiding. © 2004 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden. • ML-1520 en het Samsung logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd. • Centronics is een handelsmerk van Centronics Data Computer Corporation.
INHOUD Hoofdstuk 1: INLEIDING Bijzondere eigenschappen ..................................... 1.2 Onderdelen van de printer .................................... Voorkant ....................................................... Binnenkant .................................................... Achterkant ..................................................... 1.4 1.4 1.5 1.5 Uitleg van het bedieningspaneel ............................ 1.6 Lampjes voor Online, Foutmeldingen en Tonerspaarstand ..................
Hoofdstuk 3: AFDRUKMATERIAAL KIEZEN Papier en andere afdrukmaterialen kiezen ............... 3.2 Papierformaten en capaciteit ............................ 3.3 Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal .............................................. 3.4 Uitvoer kiezen ..................................................... 3.5 Afdrukken via de bovenuitvoer (Voorkant omlaag) .......................................... 3.5 Afdrukken via de achteruitvoer (Voorkant omhoog) ..............................
Overlays afdrukken ............................................. Wat is een overlay? ........................................ Een nieuwe pagina-overlay maken ................... Een pagina-overlay gebruiken ......................... Een pagina-overlay verwijderen ....................... 4.22 4.22 4.22 4.24 4.25 Het programma Printerstatus monitor gebruiken ..... 4.26 Printerstatus monitor openen .......................... 4.26 Printer in een netwerk opnemen ........................... 4.28 Windows 98/Me .
Hoofdstuk 7: APPENDIX De printer onder Linux gebruiken ........................... 7.2 Stuurprogramma van de printer installeren ........ 7.2 Aansluitmethode van de printer wijzigen ............ 7.6 Configuration Tool gebruiken ............................ 7.8 LLPR eigenschappen wijzigen .......................... 7.10 Printerspecificaties .............................................. 7.12 Papierspecificaties .............................................. 7.13 Overzicht ..................................
Belangrijke voorzorgsmaatregelen en veiligheidsinformatie Tijdens het gebruik van deze machine dient u altijd de volgende voorzorgsmaatregelen te treffen om de kans op brand, elektrische schokken en persoonlijke verwondingen te voorkomen: 1 Lees alle instructies door en zorg ervoor dat u deze begrijpt. 2 Gebruik tijdens de bediening van elektrische apparatuur uw gezond verstand. 3 Houd u aan alle waarschuwingen en instructies op de machine en de documentatie die bij de machine geleverd wordt.
12 Om de kans op elektrische schokken te verminderen, mag u de machine niet uit elkaar halen. Breng de machine naar een erkende onderhoudstechnicus indien deze moet worden gerepareerd. Door het openen of verwijderen van panelen kunt u bloot worden gesteld aan gevaarlijke spanning of andere gevaren. Indien de machine op onjuiste wijze weer in elkaar wordt gezet, kunt u tijdens het gebruik een elektrische schok krijgen.
Veiligheid en milieu Verklaring inzake veiligheid laser De printer is in de VS gecertificeerd volgens de eisen van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1 subhoofdstuk J voor Klasse I(1) laser producten en buiten de VS als Klasse I laser product volgens de eisen van IEC 825. Klasse I laser producten worden als ongevaarlijk beschouwd.
Veiligheid ozonproductie Tijdens normaal gebruik produceert de ML-1520 printerserie ozon. De hoeveelheid ozon is overigens zo gering dat het geen gevaar voor de gebruiker oplevert. Wel raden we u aan om de printer in een goed geventileerde ruimte te installeren. Als u meer wilt weten over ozon, neem dan gerust contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde Samsung dealer.
Radiogolven FCC normen Dit product is getest en voldoet aan de limieten voor Klasse B digitale producten zoals vastgelegd in Part 15 van de FCC normen. Deze limieten zijn vastgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie in de woonomgeving. Dit apparaat genereert en maakt gebruik van radiogolven en kan deze ook uitzenden. Als dit apparaat niet overeenkomstig de aanwijzingen wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan dit de radiocommunicatie beïnvloeden.
Conformiteitsverklaring (Europa) Goedkeuringen en certificeringen De CE markering die op dit product is toegepast, symboliseert de conformiteitsverklaring van Samsung Electronics Co., Ltd. ten aanzien van de richtlijnen 93/68/EEC van de Europese Unie op de hierna genoemde data: 1 januari 1995: Richtlijn 73/23/EEC, benadering van de wetten van de lidstaten met betrekking tot laag voltage apparatuur.
xii
1 INLEIDING Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe printer! In dit hoofdstuk vindt u informatie over: • Bijzondere eigenschappen • Onderdelen van de printer • Uitleg van het bedieningspaneel
Bijzondere eigenschappen Uw nieuwe printer beschikt over een aantal bijzondere eigenschappen, waardoor u mooiere afdrukken kunt maken, wat u een voorsprong geeft op uw concurrenten. U kunt: Afdrukken met een uitstekende kwaliteit en hoge snelheid • U kunt afdrukken maken met 600 dots per inch (dpi). Zie pagina 4.16. • Tot 14 ppm in A4 (15 ppm in Letter).
Bespaar tijd en geld • Door de Tonerspaarstand te selecteren, gebruikt de printer minder toner. Zie pagina 4.8. • Desgewenst kunt u op papier besparen door meer pagina’s op één vel af te drukken. Zie pagina 4.10. • Deze printer voldoet aan de Energy Star richtlijnen voor efficiënt energiegebruik. Geschikt voor verschillende omgevingen • U kunt afdrukken onder Windows 98/Me en 2000/XP. • Uw printer is compatibel met Linux. • Uw printer beschikt standaard over een USB interface. INLEIDING 1.
Onderdelen van de printer Voorkant Uitvoersteun Bovenuitvoer (Voorkant Bedieningspaneel omlaag) Voorklep Geleider handinvoer Handinvoer 1.
Binnenkant 1 Toner cassette Voorklep Achterkant Achteruitvoer (Voorkant omhoog) Aansluiting netsnoer USB poort INLEIDING 1.
Uitleg van het bedieningspaneel Lampjes voor Online, Foutmeldingen en Tonerspaarstand Lampje Beschrijving Als het On Line/Error lampje groen oplicht, is de printer gereed voor gebruik. Als het On Line/Error lampje rood oplicht, is sprake van een storing. Er kan bijvoorbeeld papier zijn vastgelopen, de klep kan openstaan of de tonercassette is leeg. Zie “Foutmeldingen oplossen” op pagina 6.18.
Lampje Beschrijving 1 Als de lampjes On Line/Error en Toner save knipperen, is sprake van een probleem. Zie “Foutmeldingen oplossen” op pagina 6.18. Cancel toets Functie Beschrijving Demopagina afdrukken Houd terwijl de printer gereed is voor gebruik, de Cancel toets gedurende 2 seconden ingedrukt tot alle lampjes langzaam knipperen. Laat vervolgens de toets los.
NOTITIES 1.
2 PRINTER INSTALLEREN In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u uw printer kunt installeren.
Uitpakken 1 Haal de printer en alle accessoires uit de doos. Controleer of de volgende onderdelen aanwezig zijn: Tonercassette Netsnoer Cd-rom Snelinstallatiegids Opmerkingen: • De tonercassettes voor 1000 pagina's en 3000 pagina's hebben een andere vorm. • Mist u een onderdeel, neem hierover dan direct contact op met uw leverancier. • De onderdelen kunnen van land tot land verschillen.
Een geschikte plaats voor de printer kiezen Kies voor de printer een vlakke, stabiele plaats met voldoende ruimte voor de luchtcirculatie. Zorg ervoor dat u de kleppen en laden gemakkelijk kunt openen. De printer moet in een ruimte staan die voldoende geventileerd is. Plaats de printer niet in direct zonlicht of vlakbij een warmte- of koudebron zoals een kachel, CV-radiator, airco of luchtverfrisser. Onderstaande illustratie geeft aan hoeveel ruimte aan alle zijden vrij moet blijven.
Tonercassette plaatsen 1 Pak de voorklep vast en open hem door de klep naar u toe te trekken. NB: Omdat de printer erg licht is, kan deze gemakkelijk verschuiven bij bijvoorbeeld het openen/sluiten van de lade of het plaatsen/verwijderen van de tonercartridge. Ga hierbij dan ook zo voorzichtig mogelijk te werk. 2 Haal de tonercassette uit de verpakking en verwijder het papier van de cassette. 3 Schud de cassette voorzichtig van links naar rechts, zodat de toner evenredig over de cassette wordt verdeeld.
4 Kijk waar zich in de printer de twee bevestigingspunten voor de cassette bevinden. 2 5 Pak de cassette vast en schuif hem in de printer tot hij op zijn plaats klikt. 6 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht zit. Als deze niet goed gesloten is, kunnen tijdens het afdrukken fouten optreden. NB: Bij het afdrukken van een tekstdocument met 5 % dekking, kunt u met een standaard tonercassette ongeveer 3 000 pagina’s afdrukken (1 000 pagina’s met de meegeleverde tonercassette).
Papier laden In de papierlade kunt u ongeveer 250 vel papier laden. 1 Trek de lade uit de printer. NB: Omdat de printer erg licht is, kan deze gemakkelijk verschuiven bij bijvoorbeeld het openen/sluiten van de lade of het plaatsen/verwijderen van de tonercartridge. Ga hierbij dan ook zo voorzichtig mogelijk te werk. 2 Bereid een stapel papier voor door dit wat te buigen of van achteren naar voren uit te waaieren. Maak er op een vlakke ondergrond een rechte stapel van. 2.
3 Leg het papier met de te bedrukken kant naar omlaag gericht in de lade. 2 Controleer of het papier in alle hoeken vlak ligt. 4 Controleer of het papier niet boven de maximummarkering in de lade uitkomt. Teveel papier in de lade kan ertoe leiden dat het papier vastloopt. NB: Wilt u een ander papierformaat in de lade gebruiken, kijk dan bij “Formaat van het papier in de lade wijzigen” op pagina 2.8”. 5 Schuif de lade weer in de printer. PRINTER INSTALLEREN 2.
Formaat van het papier in de lade wijzigen 1 Stel de achterste papiergeleider in op de juiste papierlengte (zie illustratie). 2 Plaats de zijgeleider links tegen het papier aan (zie illustratie). Opmerkingen: • Zorg ervoor dat de breedtegeleider niet zo dicht tegen het afdrukmateriaal aanligt dat dit bol komt te staan. • Als u de breedtegeleider niet instelt, kan het papier vastlopen. 2.
Printerkabel aansluiten Om vanaf uw computer af te kunnen drukken, moet u uw printer via een USB (Universal Serial Bus) kabel op uw computer aansluiten. Aansluiten via een USB kabel NB: Om uw printer via de USB poort op uw computer aan te sluiten, heeft u een goedgekeurde USB kabel nodig. Schaf eventueel een USB 1.1 kabel van max. 3 meter lengte aan. 1 Zorg ervoor dat zowel de computer als de printer uit staan. 2 Steek de USB kabel in de aansluiting aan de achterkant van de printer.
De printer aanzetten 1 Sluit het netsnoer aan op de aansluiting aan de achterkant van de printer. 2 Steek het andere uiteinde in een geaard stopcontact en zet met de aan-/uitschakelaar de printer aan. Naar stopcontact LET OP: • Het fixeergedeelte achterin de binnenzijde van de printer wordt heet zodra u de printer aanzet. Zorg dat u zich hier niet aan brandt wanneer u in dit gedeelte van de printer komt. • Haal de printer niet uit elkaar wanneer deze aanstaat.
Demopagina afdrukken U kunt een testpagina afdrukken om te controleren of de printer goed werkt. 1 Om een demopagina af te drukken, houdt u de toets Cancel ongeveer 2 seconden ingedrukt. 2 De Demo-pagina geeft aan wat de huidige configuratie van de printer is. PRINTER INSTALLEREN 2.
Printersoftware installeren De meegeleverde cd-rom bevat de stuurprogramma’s voor gebruik in een Windows-, Linux-omgeving, de online handleiding en het programma Acrobat Reader waarmee u de handleiding op uw scherm kunt bekijken. Afdrukken vanuit een Windows-omgeving Vanaf de cd-rom kunt u de volgende printersoftware installeren: • SPL printerstuurprogramma voor Windows. Om gebruik te kunnen maken van alle mogelijkheden die uw printer biedt, adviseren wij u dit stuurprogramma te installeren. Zie pagina 2.
Printersoftware onder Windows installeren Systeemeisen Controleer het volgende: • Uw PC dient over tenminste 32 MB (Windows 98/Me), 64 MB (Windows 2000), 128 MB (Windows XP) RAM-geheugen te beschikken. • Er moet tenminste 300 MB schijfruimte vrij zijn op uw PC. • Voordat u met installeren begint, zorgt u ervoor dat alle toepassingen op uw PC zijn afgesloten. • Op uw PC draait Windows 98, Windows Me, Windows 2000 of Windows XP. • Minimaal Internet Explorer 5.0.
2 Kies het type installatie. •Standaard: Installeert de standaardsoftware voor uw printer, zoals het printerstuurprogramma en de gebruikershandleiding. Dit wordt voor de meeste gebruikers aanbevolen. •Aangepast: Hier kunt u de taal van de software en de te installeren onderdelen kiezen. Nadat u de taal en de onderdelen geselecteerd heeft, klikt u op Volgende. •Gebruikershandleiding weergeven: Opent de gebruikershandleiding van de Samsung ML-1520-serie.
4 Indien de testpagina juist wordt afgedrukt, klikt u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om de pagina opnieuw af te drukken. 5 Om uzelf als gebruiker van Samsung-printers te registreren, selecteert u het vakje en klikt u op Voltooien. U krijgt nu toegang tot de website van Samsung. NB: Indien uw printer niet goed werkt, installeert u het printerstuurprogramma opnieuw. Taal display wijzigen Nadat u de software geïnstalleerd heeft, kunt u de displaytaal wijzigen.
Printersoftware opnieuw installeren Indien de installatie mislukt, moet de printer worden gerepareerd. 1 Selecteer vanuit het Start menu Programma’s. 2 Selecteer Samsung ML-1520 Series en vervolgens Onderhoud. 3 Selecteer Herstellen. NB: Indien de machine niet op de computer is aangesloten, verschijnt het volgende venster. • Nadat u de machine heeft aangesloten, klikt u op Volgende. • Indien u de verbindingsstatus wilt overslaan, klikt u op Volgende en Nee om naar het volgende scherm te gaan.
Indien u ervoor kiest om de printersoftware te herstellen, verschijnt er een venster waarin wordt gevraagd om een testpagina af te drukken. Ga als volgt te werk: a. Om een testpagina af te drukken, selecteert u het vakje en klikt u op Volgende. b. Indien de testpagina juist wordt afgedrukt, klikt u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om de pagina opnieuw af te drukken. 5 Wanneer de herinstallatie voltooid is, klikt u op Voltooien. Printersoftware verwijderen 1 Selecteer vanuit het Start menu Programma’s.
De gebruikershandleiding weergeven Nadat u de printersoftware heeft geïnstalleerd, kunt u vanaf het Windows-bureaublad te allen tijde de gebruikershandleiding in PDF-formaat weergeven. 1 Selecteer vanuit het Start menu Programma’s. 2 Selecteer Samsung ML-1520 Series en Gebruikershandleiding weergeven. Tijdens het openen van de gebruikershandleiding wordt Adobe Acrobat automatisch opgestart.
3 Afdrukmateriaal kiezen In dit hoofdstuk vindt u informatie over de verschillende papiersoorten die u voor deze printer kunt gebruiken en hoe u de papierlade op de juiste manier vult.
Papier en andere afdrukmaterialen kiezen U kunt op een grote verscheidenheid aan papiersoorten afdrukken: normaal papier, enveloppen, etiketten, transparanten enz. (zie “Papierspecificaties” op pagina 7.13). U verkrijgt de beste afdrukresultaten wanneer u kopieerpapier van goede kwaliteit gebruikt. Bij het kiezen van afdrukmateriaal moet u met het volgende rekening houden: • Gewenste resultaat: Het papier dat u kiest moet geschikt zijn voor het doel waarvoor u het wilt gebruiken.
Papierformaten en capaciteit Afmetingen Invoer/Capaciteita Lade Handinvoer Letter (215 x 279 mm) 250 1 Legal (216 x 355 mm) 250 1 Executive (184 x 267 mm) 250 1 Folio (216 x 330 mm) 250 1 A4 (210 x 297 mm) 250 1 B5 (182 x 257 mm) 250 1 A5 (148 x 210 mm) 250 1 A6 (105 x 148 mm) 250 1 - 1 1 1 1 1 1 - 1 1 Letter (215 x 279 mm) A4 (210 x 297 mm) - 1 1 Kaartenb - 1 Normaal papier 3 Enveloppenb No.
Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal Houd bij het kiezen en laden van papier, enveloppen of afwijkende materialen de volgende richtlijnen in gedachten: • Afdrukken op vochtig, gekruld, gekreukt of gescheurd papier kan resulteren in vastlopen van het papier en een lage afdrukkwaliteit. • Gebruik alleen losse vellen. U kunt niet afdrukken op materiaal met meer dan een laag. • Gebruik alleen kopieerpapier van hoge kwaliteit.
Uitvoer kiezen De printer heeft twee uitvoermogelijkheden: de achteruitvoer en de bovenuitvoer. Bovenuitvoer Achteruitvoer 3 Wanneer u de bovenuitvoer wilt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat de achteruitvoer gesloten is. Om de achteruitvoer te gebruiken, moet u deze eerst openen. Opmerkingen: • Als er bij gebruik van de bovenuitvoer problemen zijn met het papier, bijvoorbeeld omkrullen, helpt het misschien wanneer u de achteruitvoer gebruikt.
Afdrukken via de achteruitvoer (Voorkant omhoog) Wanneer de achteruitvoer is geopend, voert de printer de afgedrukte vellen altijd via deze uitvoer uit. Het papier verlaat de printer met de voorkant omhoog en de laatste pagina bovenop. Bij afdrukken op materiaal uit de handinvoer en uitvoer via de achteruitvoer beschikt u over een vlakke papierbaan. Openen van de achteruitvoer kan de uitvoerkwaliteit van de volgende materialen verbeteren: • enveloppen • etiketten • transparanten.
2 Als u de afgedrukte pagina’s niet aan de achterzijde wilt uitvoeren, sluit u de achterklep. De pagina’s worden dan via de bovenuitvoer uitgevoerd. 3 Papier laden Op de juiste manier laden van papier helpt vastlopen voorkomen en is de basis voor probleemloos printen. Verwijder de papierlade nooit terwijl de printer bezig is met afdrukken. Als u dit toch doet, kan het papier vastlopen. Het hoofdstuk “Papierformaten en capaciteit” op pagina 3.
Afdrukken via de handinvoer Als u als Invoer kiest voor Handinvoer, kunt u het afdrukmateriaal vel voor vel via de handinvoer invoeren. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer u na iedere pagina de afdrukkwaliteit wilt controleren. Als bij het afdrukken via de papierlade het papier steeds vastloopt, voer het papier dan een voor een via de handinvoer in. 1 Leg het afdrukmateriaal met de te bedrukken kant naar boven in de handinvoer.
Wanneer u via de handinvoer afdrukt, kunt u een afdruktaak niet met de toets Cancel annuleren. Om een afdruktaak die u via de Handinvoer afdrukt te annuleren, doet u het volgende: 1 Zet de printer uit. 2 Dubbelklik op het pictogram rechts onderin het scherm. 3 Dubbelklik op dit pictogram voor de wachtrij met afdruktaken. 3 Selecteer de afdruktaak die u wilt annuleren. 4 Onder Windows 98/Me selecteert u Afdrukken annuleren in het menu Document.
Op enveloppen afdrukken Richtlijnen • Gebruik alleen enveloppen die voor laserprinters zijn bedoeld. Controleer voordat u enveloppen in de handinvoer doet of ze niet beschadigd zijn en zorg ervoor dat ze niet aan elkaar vastzitten. • Gebruik geen enveloppen waar al een postzegel op zit. • Gebruik nooit enveloppen met speciale sluitingen zoals splitpennen of drukknoopjes, vensterenveloppen, gevoerde enveloppen of zelfklevende enveloppen, omdat deze de printer kunnen beschadigen. 1 Open de achteruitvoer.
3 Wanneer u op enveloppen wilt afdrukken, moet u in uw programma bij Invoer voor Handinvoer kiezen, en vervolgens het juiste papierformaat en papiertype selecteren. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. 4 Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets Cancel. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 5 Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achteruitvoer. AFDRUKMATERIAAL KIEZEN 3.
Etiketten afdrukken Richtlijnen • Gebruik alleen etiketten die voor laserprinters zijn bedoeld. • Controleer of de lijm van de etiketten 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van de printer 200 °C. • Controleer of er tussen de etiketten misschien gedeelten met lijm zichtbaar zijn. Als dat zo is, kunnen de etiketten tijdens het printen loskomen van het vel en loopt de printer vast. Ook kan de printer hierdoor beschadigd raken • Doe hetzelfde vel etiketten niet voor de tweede keer in de printer.
3 Voordat u de etiketten afdrukt, moet u in uw programma de juiste Invoer (Handinvoer), materiaaltype/ papiersoort en formaat instellen. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 4 Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer.
2 Stel de geleider in op de breedte van de transparanten. 3 Voordat u de transparanten afdrukt, moet u in uw programma de juiste Invoer (Handinvoer) papiersoort/materiaaltype en formaat instellen. Zie voor details pagina 4.6. NB: Wees voorzichtig bij het openen van de achteruitvoer. De binnenkant van de printer kan nog warm zijn. 4 Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer.
Op kaarten of ander afdrukmateriaal met een afwijkend formaat afdrukken U kunt met deze printer ook op briefkaarten, indexkaarten en ander afdrukmateriaal met een afwijkend formaat afdrukken. De minimumafmetingen zijn 76 x 127 mm en het maximumformaat 216 x 356 mm. Richtlijnen • Doe altijd de korte kant als eerste in de invoer. Als u het document “liggend” wilt afdrukken, moet u dit via uw programma selecteren. Hierbij gaat het papier met de lange kant in de printer.
3 Selecteer de Invoer (Handinvoer), Type en Formaat in uw programma (zie pagina 4.6). NB: Als het formaat van uw afdrukmateriaal niet voorkomt op het tabblad Papier in het keuzevenster Formaat onder Eigenschappen in het printerstuurprogramma, selecteer dan Aangepast formaat en stel het papierformaat handmatig in. Zie pagina 4.6. 4 Om de invoer van de etiketten te starten, drukt u op de toets Cancel. Het afdrukken wordt gestart. Sluit de achterinvoer.
1 Leg het voorbedrukte papier in de gewenste invoer, zoals aangegeven in onderstaande illustraties. Stel de geleiders in op de breedte van de stapel papier. 3 Laden met de bedrukte kant omlaag en de onderkant naar de printer. Laden met de bedrukte kant omhoog en de bovenkant naar de printer. 2 Voordat u gaat afdrukken, moet u in uw programma de juiste invoer, papiersoort/materiaaltype en formaat instellen. Voor meer informatie, zie pagina 4.6. AFDRUKMATERIAAL KIEZEN 3.
NOTITIES 3.
4 Afdruktaken In dit hoofdstuk worden de afdrukopties en algemene afdruktaken behandeld.
Een document afdrukken De volgende procedure beschrijft de algemene stappen die u moet volgende om vanuit een Windows programma af te drukken. Deze exacte procedure kan per programma verschillen. Deze vindt u in de handleiding van het betreffende programma. 1 Open het document dat u wilt afdrukken. 2 Ga naar het menu Bestand en selecteer Afdrukken. Het venster Afdrukken wordt getoond. (Dit kan, afhankelijk van het gebruikte programma, enigszins afwijken van onderstaande illustratie).
4 Vervolgens wordt het venster Eigenschappen van de Samsung ML-1520 getoond. Dit venster geeft toegang tot alle informatie die u voor uw printer nodig heeft. Het eerst tabblad dat wordt getoond is het tabblad Layout. De afbeelding toont de voorbeeld pagina van de huidige instellingen. 4 Selecteer desgewenst de optie Oriëntatie. Met de optie Oriëntatie kunt u aangeven in welke richting de informatie op de pagina moet worden afgedrukt.
7 Als u tevreden bent met uw instellingen, klikt u op OK totdat het venster Afdrukken weer wordt getoond. 8 Klik op OK om het afdrukken te starten. Opmerkingen: • De meeste Windows toepassingen geven voorrang aan de instellingen van de toepassing zelf. Daarom raden wij u aan eerste de afdrukinstellingen in de toepassing zelf te wijzigen en de overige instellingen via het stuurprogramma van de printer aan te passen. • De gewijzigde instellingen gelden zolang u het huidige programma gebruikt.
Cancel drukt, wordt alleen de huidige afdruktaak verwijderd. Als er meer afdruktaken in het geheugen van de printer zitten en u wilt deze ook verwijderen, moet u voor iedere afdruktaak op Cancel drukken. Een afdruktaak afbreken via de map Printers 1 Selecteer vanuit het Windows Start menu Instellingen. 2 Open het venster Printers door Printers te selecteren en dubbelklik op het pictogram van de Samsung ML-1520 serie.
Tabblad Papier Via de volgende opties kunt u in het venster Eigenschappen van de printer de papierinstellingen aanpassen. Op pagina 4.2 leest u hoe u toegang krijgt tot het venster Eigenschappen van de printer. Klik op tabblad Papier. U ziet nu de diverse papiereigenschappen van de printer. ➀ ➁ ➂ ➃ Eigenschap Beschrijving ➀ Aantal exemplaren. Hier kunt u aangeven hoeveel exemplaren u wilt afdrukken. Het maximum is 999. ➁ Bij Formaat kunt u aangegeven welk papierformaat er in de lade zit.
Eigenschap ➂ Beschrijving Controleer of bij Invoer de juiste invoer is gekozen. Selecteer Handinvoer wanneer u op speciaal afdrukmateriaal wilt afdrukken. Daarbij kunt u slechts één vel tegelijk invoeren. Zie pagina 3.8. Als bij Invoer Automatisch is geselecteerd, kiest de printer eerst voor de Handinvoer en daarna voor de papierlade. ➃ Controleer of Type is ingesteld op Automatisch. Als u een ander type afdrukmateriaal wilt gebruiken, selecteert u het betreffende type in de lijst.
Tonerspaarstand In de tonerspaarstand gebruikt de printer minder toner op iedere pagina. Hierdoor wordt de gebruiksduur van uw tonercassette verlengd en de kosten per pagina verlaagd. Dit gaat echter wel enigszins ten koste van de afdrukkwaliteit. U kunt op twee manieren de Tonerspaarstand inschakelen: Vanaf het bedieningspaneel Druk op het bedieningspaneel op de toets Cancel. Daarbij moet de printer klaar staan voor gebruik (het lampje On Line/Error is groen).
Vanuit uw toepassingsprogramma 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 Klik op tabblad Grafisch en selecteer Tonerspaarstand. U kunt kiezen uit: • Printerinstelling: Als u deze optie selecteert, geldt de instelling die u via het bedieningspaneel van de printer heeft gekozen. • Aan: Selecteer deze optie als u per pagina minder toner wilt gebruiken.
Meer pagina’s per vel afdrukken Desgewenst kunt u een aantal pagina’s op één vel afdrukken. Daarbij worden de pagina’s verkleind over het blad verdeeld. Het maximum is 16 pagina’s per vel. 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 Ga naar tabblad Layout en selecteer in de keuzelijst bij Type: Meer pagina’s per vel.
4 Selecteer desgewenst de Afdrukvolgorde waarin de pagina’s moeten worden afgedrukt. 1 2 1 3 2 1 3 1 3 4 2 4 4 3 4 2 Links, daarna omlaag Omlaag, daarna links Rechts, daarna omlaag Omlaag, daarna rechts 5 Klik op tabblad Papier en selecteer de gewenste invoer, het formaat en het type papier. 6 Klik op OK en druk het document af. 4 AFDRUKTAKEN 4.
Document vergroten of verkleinen U kunt uw tekst of afbeelding groter of kleiner afdrukken. 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 In tabblad Layout selecteert u Verkleinen/Vergroten in de keuzelijst Type. 3 Geef in het invoervenster Percentage het gewenste vergrotings- of verkleiningspercentage in. U kunt ook op of drukken.
Document aan een geselecteerd papierformaat aanpassen A Me deze functie past de printer de afdruktaak zodanig aan het gekozen papierformaat aan dat het hierop past. Daarbij maakt het niet uit wat de digitale afmetingen van het document zijn. Dit kan nuttig zijn wanneer u de details van een kleine tekst of afbeelding wilt bekijken. 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2.
Posters afdrukken U kunt een document dat uit 1 pagina bestaat desgewenst verdeeld over 4, 9 of 16 vellen papier afdrukken. Vervolgens kunt u deze vellen aan elkaar plakken, zodat een document op posterformaat ontstaat. 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 Klik op tabblad Layout en selecteer Poster afdrukken in de keuzelijst Type.
Om de poster eenvoudiger aan elkaar te kunnen plakken, kunt u een overlap (in mm of inch) ingeven. 4 Klik op tabblad Papier en selecteer de gewenste invoer, het formaat en het type papier. 5 Klik op OK en druk het document af. Daarna plakt u de vellen aan elkaar zodat een poster ontstaat. AFDRUKTAKEN 4.
Tabblad Grafisch Via het tabblad Grafisch kunt u de instellingen van de printer wijzigen die te maken hebben met de afdrukkwaliteit. Op pagina 4.2 kunt u lezen hoe u toegang krijgt tot het scherm Eigenschappen van de printer. Klik op tabblad Grafisch, waarna de onderstaande eigenschappen worden getoond. ➀ ➁ ➂ Eigenschap ➀ Resolutie ➁ Tonerspaarstand 4.16 AFDRUKTAKEN Beschrijving U kunt een afdrukresolutie kiezen van 600 dpi (normaal) of 300 dpi (concept).
Eigenschap ➂ Beschrijving Door op Geavanceerde keuzes te drukken, krijgt u toegang tot het scherm waarin u een aantal extra instellingen kunt wijzigen. Geavanceerde keuzes 4 Tonerdichtheid Gebruik deze optie om de afbeelding op de afdruk donkerder of lichter te maken. • Normaal: Dit is de instelling voor normale documenten. • Lichter: Bij deze instelling worden dikke lijnen of donkere afbeeldingen lichter afgedrukt.
Eigenschap Beschrijving TrueType opties ➂ Geavanceerde keuzes (vervolg) Deze optie bepaalt wat het stuurprogramma aan de printer doorgeeft over de weergave van tekst in uw document. Pas deze instelling eventueel aan uw document aan. • Als bitmap in printer laden: Als deze optie gekozen is, laadt het stuurprogramma de lettertypes als bitmap afbeeldingen.
Watermerken afdrukken Met de optie Watermerk kunt u over een bestaande tekst heen een diagonale tekst afdrukken, bijvoorbeeld in grote grijze letters “CONCEPT” of “VERTROUWELIJK”. U kunt de tekst alleen op de eerste pagina of op alle pagina’s afdrukken. Bij uw printer worden een aantal watermerken standaard meegeleverd. Deze kunt u desgewenst wijzigen en u kunt ook nieuwe watermerken toevoegen.
Een nieuw watermerk maken 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 Klik op tabblad Extra en vervolgens in het Watermerk- gedeelte op de knop Bewerken. Het venster Watermerken wordt geopend. 3 In het invoervenster Tekst in watermerk geeft u de tekst in die u als watermerk wilt afdrukken. De tekst wordt in het voorbeeldvenster getoond. Zo krijgt u een indruk hoe het watermerk er op de afdruk uit zal zien.
Een watermerk bewerken 1 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 2 Klik op tabblad Extra en vervolgens in het Watermerk- gedeelte op de knop Bewerken. Het venster Watermerken wordt geopend. 3 Selecteer in de lijst met Huidige watermerken het watermerk dat u wilt wijzigen. Wijzig desgewenst de watermerktekst en de opties. Zie “Een nieuw watermerk maken” op pagina 4.20.
Overlays afdrukken Wat is een overlay? Dear ABC Regards WORLD BEST Een overlay is een tekst of afbeelding die met een speciaal bestandsformaat op de harde schijf van uw computer is opgeslagen en die u met ieder gewenst document kunt afdrukken. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukt briefpapier of formulieren. In plaats van een voorbedrukt vel briefpapier of een formulier te gebruiken, kunt u een overlay samenstellen die dezelfde informatie bevat.
4 In het venster Overlays klikt u op Nieuwe overlay maken. 5 In het venster Nieuwe overlay maken geeft u in het invoerveld Bestandsnaam een naam van maximaal 8 posities in. Selecteer eventueel het pad naar de bestemming (standaard is dit C:\Formover). 6 Klik op Opslaan. U zult zien dat de naam is toegevoegd aan het Overzicht overlays. 7 Klik zo vaak als nodig op OK of Ja. Het bestand wordt niet afgedrukt, maar op de harde schijf van uw computer opgeslagen.
Een pagina-overlay gebruiken Nadat u een overlay hebt samengesteld, kunt u deze met uw document afdrukken. Dit doet u als volgt: 1 Maak of open het document dat u wilt afdrukken. 2 Wanneer u de afdrukinstellingen vanuit uw programma wijzigt, gaat u naar het scherm Eigenschappen van de printer. Zie pagina 4.2. 3 Klik op tabblad Extra. 4 Selecteer in de keuzelijst Overlay de overlay die u wilt gebruiken. 5 Als de overlay die u zoekt niet in de lijst Overlay voorkomt, klikt u op Bewerken en Overlay laden.
6 Klik eventueel op Overlay bevestigen voor afdrukken. Als dit vakje is aangekruist, wordt iedere keer dat u een document afdrukt een bevestiging gevraagd of u bij het document de overlay wilt afdrukken. Als u in dat geval Ja antwoordt, wordt de geselecteerde overlay bij uw document afgedrukt. Als u Nee antwoordt, wordt geen overlay afgedrukt. Als dit vakje leeg is en er wel een overlay is geselecteerd, wordt automatisch bij elk document de overlay afgedrukt.
Het programma Printerstatus monitor gebruiken Als u de Printerstatus monitor software heeft geïnstalleerd, kunt u op elk gewenst moment de huidige status van de printer nagaan. Als er een fout in de printer optreedt, wordt de Printerstatus monitor geopend en wordt aangegeven welke fout is opgetreden. Printerstatus monitor openen 1 Dubbelklik in de Windows taakbalk op het pictogram van de Printerstatus monitor.
Instellingen Printerstatus monitor wijzigen Als u in het venster Printerstatus monitor op het pictogram Configuratie klikt, verschijnt het volgende venster: • Altijd zichtbaar: Het venster Printerstatus monitor wordt nooit bedekt door vensters van andere programma’s. • Open het venster Printerstatus monitor wanneer er een afdrukprobleem is opgetreden: Het venster van de Printerstatus monitor verschijnt automatisch wanneer er een probleem met de printer is.
Printer in een netwerk opnemen U kunt de printer rechtstreeks op een daarvoor binnen het netwerk geselecteerde computer (de “hostcomputer”) aansluiten. Via een Windows 98, Me, 2000, XP netwerkprinteraansluiting kunnen alle gebruikers binnen het netwerk van de printer gebruik maken. Windows 98/Me Hostcomputer configureren 1 Start Windows. 2 Selecteer vanuit het Start menu Instellingen, Configuratiescherm en dubbelklik op het Netwerk pictogram.
Windows 2000/XP Hostcomputer configureren 1 Start Windows. 2 Selecteer vanuit het Start menu Instellingen en vervolgens Printers. (Windows 2000) Selecteer vanuit het Start menu Printers en faxapparaten. (Windows XP) 3 Dubbelklik op het pictogram van uw printer. 4 Selecteer in het Printer menu Delen. 5 Kruis het vakje Gedeeld als aan. (Windows 2000) Kruis het vakje Deze printer delen aan. (Windows XP) Geef de Sharenaam in waaronder de printer wordt gedeeld en klik op OK.
9 Vul het invoerveld Geef een poortnaam op in en geef de naam in waaronder de printer wordt gedeeld. 10 Klik op OK en vervolgens op Sluiten. 11 Klik op Toepassen en daarna op OK. 4.
5 Printer onderhouden In dit hoofdstuk kunt u lezen wat de beste manier is om de tonercassette en uw printer te onderhouden.
Onderhoud tonercassette Bewaren tonercassette Houd u voor de beste resultaten aan de volgende richtlijnen: • Haal de tonercassette pas uit de verpakking op het moment dat u deze gaat gebruiken. • Vul tonercassettes niet bij. Schade aan de printer die het gevolg is van een bijgevulde cassette, valt niet onder de garantie. • Bewaar tonercassettes in dezelfde ruimte als de printer.
Toner opnieuw verdelen Wanneer de toner op begint te raken, worden gedeelten van uw document vaag of lichter afgedrukt. U kunt proberen de afdrukkwaliteit tijdelijk te verbeteren door de resterende toner over de cassette te herverdelen, bijvoorbeeld om een afdruktaak af te maken voordat u de tonercassette vervangt. Dit doet u als volgt: 1 Open de voorklep door deze naar u toe te trekken. 5 2 Duw de tonercassette omlaag en haal hem uit de printer. Let op: • Steek uw hand niet te ver in de printer.
3 Verdeel de nog aanwezige toner over de cassette door de cassette voorzichtig een keer of vijf, zes heen en weer te schudden. NB: Als er toner op uw kleding komt, veegt u deze af met een droge doek en reinigt u de kleding met koud water. Heet water hecht de toner aan de stof! 4 Zet de tonercassette terug in de printer. Controleer of de cassette op zijn plaats klikt. 5 Sluit de voorklep. Controleer of de klep goed dicht zit. Als deze niet goed gesloten is, kunnen tijdens het afdrukken fouten optreden.
Printer reinigen Voor een goede afdrukkwaliteit is het van belang de printer goed schoon te houden door onderstaande instructies op te volgen. Doe dit iedere keer als u de tonercassette vervangt of als de afdrukkwaliteit achteruit gaat. NB: Vermijd tijdens het reinigen van de binnenkant van de printer dat u de transferrol aanraakt (deze bevindt zich onder de tonercassette). Vet of olie op uw vingers kan tot problemen met de afdrukkwaliteit leiden.
3 Verwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel stof en gemorste toner in het gedeelte van de tonercassette en de tonercassette-opening. NB: Om schade aan de tonercassette te voorkomen, mag u de cassette niet langer dan een paar minuten aan daglicht blootstellen. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier. Let er ook op dat u de zwarte transferrol in de printer niet aanraakt.
Schoonmaakblad afdrukken Door een schoonmaakblad af te drukken, wordt de drum in de tonercassette gereinigd. Doe dit als er vlekken of vegen op uw afdrukken verschijnen. Hierbij wordt een vel met tonerresten geproduceerd, dat u kunt weggooien. 1 Controleer of de printer aan staat en klaar is voor gebruik, en of er papier in de lade zit. 2 Houd de Cancel toets op het bedieningspaneel ongeveer 10 seconden ingedrukt.
Verbruiksartikelen en te vervangen onderdelen Om de kwaliteit van de printer zo goed mogelijk te houden en papierstoringen te voorkomen, zal het van tijd tot tijd nodig zijn bepaalde onderdelen als de transferrol en de fixeereenheid (fuser) te vervangen. De volgende onderdelen dienen na het afdrukken van een bepaald aantal pagina’s vervangen te worden: Onderdeel Aantal afdrukken (gemiddeld) Papierdoorvoerrol Ongeveer 60.000 pagina’s Transferrol Ongeveer 60.000 pagina’s Papieropnamerol Ongeveer 60.
6 Problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er tijdens het afdrukken een probleem optreedt.
Checklist voor het oplossen van problemen Als de printer niet goed werkt, kunt u de volgende checklist raadplegen en de daarbij vermelde oplossing(en) proberen. Controle Oplossing Controleer de stekker, het netsnoer en de aan-/ uitschakelaar. Probeer eventueel of de printer het wel doet als u de stekker in een ander stopcontact doet. Controleer of het On Line/Error lampje brandt. Als de printer klaar is voor gebruik, licht het On Line/ Error lampje groen op.
Algemene afdrukproblemen oplossen Ingeval van problemen met de werking van de printer, kunt u onderstaande oplossing(en) proberen. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De printer drukt niets af De printer krijgt geen stroom. Controleer de stekker en het netsnoer, de aan-/uitschakelaar en de stroombron/het stopcontact. De printer is niet als standaardprinter geselecteerd. Selecteer in Windows in de map Printers de Samsung ML-1520 Series als standaard-printer.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Misschien is het printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw (zie pagina 2.16). Druk ter controle een demopagina af. De printer werkt niet goed. Controleer de lampjes op het bedieningspaneel om na te gaan of de printer een systeemfout aangeeft. De printer haalt het papier uit de verkeerde invoer. Misschien is in de eigenschappen van de printer niet de juiste invoer geselecteerd.
Probleem Het papier loopt steeds vast. De printer drukt wel af, maar niet de juiste tekst, de tekst is vervormd of niet compleet. Er worden alleen lege pagina’s afgedrukt. Mogelijke oorzaak Oplossing Er zit teveel papier in de invoer. Verwijder het teveel aan papier uit de lade. Gebruik voor het afdrukken van speciaal afdrukmateriaal de handinvoer. De gebruikte papiersoort wordt niet ondersteund. Gebruik alleen papier dat aan de in deze handleiding vermelde specificaties voldoet.
Probleem Bij Adobe Illustrator worden de afbeeldingen niet goed afgedrukt. Mogelijke oorzaak De instelling in het programma is niet juist. Oplossing Selecteer via tabblad Grafisch bij Geavanceerde opties: Als bitmap in printer laden en druk het document opnieuw af. LET OP: Als na het afdrukken van ongeveer 60.000 pagina’s problemen optreden, moet de transferrol worden vervangen. Neem daarover contact op met het service center. 6.
Vastgelopen papier verwijderen Het kan voorkomen dat het papier tijdens een afdruktaak vastloopt. Dit kan de volgende oorzaken hebben: • De lade is te vol of het papier is niet goed geladen. • De lade is er tijdens het afdrukken uitgetrokken. • De voorklep is tijdens het afdrukken geopend. • Het papier voldoet niet aan de in deze handleiding vermelde specificaties. Zie “Papierspecificaties” op pagina 7.13. • Het papier is te groot of te klein. Zie “Papierspecificaties” op pagina 7.13.
2 Open de achteruitvoer. 3 Maak het papier los en trek het voorzichtig naar buiten. NB: Wees voorzichtig wanneer u de achterklep opent. De binnenzijde van de printer kan nog warm zijn. 4 Sluit de achteruitvoer. 5 Doe de voorklep open en weer dicht. Het afdrukken kan worden hervat. 6.
Het papier is vastgelopen in het invoergedeelte 1 Schuif de lade naar buiten zodat u het vastgelopen papier kunt verwijderen. 2 Trek het vastgelopen papier aan de zichtbare rand naar buiten. Controleer of het papier recht in de lade zit. 6 3 Schuif de lade terug in de printer. 4 Doe de voorklep open en weer dicht. Het afdrukken kan worden hervat. PROBLEMEN OPLOSSEN 6.
Het papier is vastgelopen bij de tonercassette 1 Doe de voorklep open. 2 Haal de tonercassette eruit. Duw de tonercassette omlaag en haal hem uit de printer. 3 Trek voorzichtig het papier naar u toe. 4 Controleer of er geen papier in de printer is achtergebleven. 5 Zet de tonercassette terug en doe de voorklep dicht. Het afdrukken kan worden hervat. 6.
Tips om te voorkomen dat papier vastloopt bij het afdrukken op A5-papier. Als A5-papier regelmatig vastloopt, kunt u het volgende doen: 1 Open de lade en laad het papier zoals aangegeven in onderstaande illustratie. 2 Open het venster Eigenschappen van de Samsung ML-1520 Series en stel in tabblad Papier het papierformaat in op A5 (148x210 mm). 3 Stel in tabblad Layout bij Oriëntatie de optie Draaien in op 90º. Selecteer 90 Klik hier. 4 Klik op OK om het afdrukken te starten. PROBLEMEN OPLOSSEN 6.
Tips om ervoor te zorgen dat het papier niet vastloopt De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste soort papier te kiezen. Als het papier toch vastloopt, volgt u de stappen zoals genoemd bij “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 6.7. • Volg de aanwijzingen bij “Papier laden” op pagina 2.6. Zorg ervoor dat de papiergeleiders goed zijn ingesteld. • Doe niet teveel papier in de lade. Zorg ervoor dat dit onder de maximummarkering rechts in de lade blijft.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen Probleem Oplossing Lichte of vage afdrukken Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet: • Misschien is de tonercassette bijna leeg. Door de resterende toner over de cassette te verdelen, kunt u er waarschijnlijk nog een aantal afdrukken mee maken (zie “Toner opnieuw verdelen” op pagina 5.3). Als dit niet helpt, zult u een nieuwe tonercassette moeten plaatsen.
Probleem Verticale strepen Oplossing Als de afdrukken een zwarte, verticale streep vertonen: • Er zit waarschijnlijk een kras op de lichtgevoelige drum in de tonercassette. Plaats een nieuwe tonercassette. Grijze achtergrond Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond) kunt u dit wellicht oplossen met de volgende procedure: • Gebruik papier met een lichter gewicht. Zie “Papierspecificaties” op pagina 7.13.
Probleem Oplossing Schaduwvlekken Schaduwvlekken door een teveel aan toner. • Misschien is het papier te vochtig. Druk opnieuw af op een vel uit een nieuw pak papier. Maak de verpakking van een nieuw pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken. Daarmee voorkomt u dat het papier teveel vocht opneemt.
Probleem Oplossing Gekreukt papier Controleer of het papier goed geladen is. • Controleer de papiersoort en -kwaliteit. Zie “Papierspecificaties” op pagina 7.13. • Open de achterklep en kijk of het probleem is opgelost wanneer u het papier met de afdrukzijde omhoog uitvoert. • Draai de stapel papier in de invoer om. U kunt ook proberen het probleem op te lossen door het papier in de invoer 180° te draaien. Vlekken op achterzijde papier • Misschien is de transferrol vuil.
Probleem Openingen in tekens Horizontale strepen Oplossing Openingen in tekens zijn witte gedeelten in tekens die zwart horen te zijn: • Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeer dan een ander type. (In verband met de eigenschappen van transparanten is een beperkte mate van zulke openingen normaal.) • Misschien drukt u op de verkeerde kant van het materiaal af. Haal het materiaal eruit en draai het om. • Misschien voldoet het papier niet aan de papierspecificaties van deze printer.
Foutmeldingen oplossen Als er in de printer een fout optreedt, geven de lampjes op het bedieningspaneel aan om wat voor fout het gaat. In onderstaand overzicht kunt u nagaan welke fout het patroon van de lampjes aangeeft en hoe u de fout kunt oplossen. Symbolen lampjes symbool voor “lampje uit” symbool voor “lampje aan” symbool voor “lampje knippert” Patroon Mogelijke oorzaak en oplossingen Probleem met de printer dat u niet zelf kunt oplossen. Neem contact op met een service center.
Algemene Windows problemen oplossen Probleem Mogelijke oorzaak en oplossingen Tijdens installatie verschijnt de melding “Bestand in gebruik”. Sluit alle programma’s af. Verwijder alle software uit de groep Opstarten en start Windows opnieuw op. Installeer de printersoftware opnieuw. De melding “Fout bij het schrijven naar LPTx” verschijnt. • Controleer of de kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en of de printer aan staat.
Algemene Linux problemen oplossen Probleem Mogelijke oorzaak en oplossingen Ik kan de instellingen in de Configuration Tool niet wijzigen U kunt deze instellingen alleen wijzigen wanneer u administrator rechten heeft. Ik gebruik de KDE desktop, maar de Configuration Tool en LLPR starten niet Misschien heeft u de GTK libraries niet geïnstalleerd. Deze worden in het algemeen met de Linux software meegeleverd, maar u moet ze wel handmatig installeren.
Probleem Mogelijke oorzaak en oplossingen Bij enkele documenten is het niet mogelijk meer pagina’s per vel af te drukken. Het afdrukken van meer pagina’s per vel wordt bereikt door de PostScriptgegevens die naar het afdruksysteem zijn verstuurd na te bewerken. Dit is echter alleen mogelijk wanneer de PostScriptgegevens voldoen aan de documentstructuur van Adobe. Bij documenten die hier niet aan voldoen, kan het afdrukken van meer pagina’s per vel problemen geven.
Probleem Mogelijke oorzaak en oplossingen Waar kan ik het IP-adres van mijn SMB server ingeven? Als u het CUPS afdruksysteem niet gebruikt, kunt u dit opgeven in het dialoogvenster “Add Printer” van de Configuration Tool. Het is op dit moment binnen CUPS niet mogelijk het IP-adres van SMB printers te specificeren. U zult dus met behulp van Samba naar de resource moeten bladeren om af te kunnen drukken.
7 Appendix In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: • De printer onder Linux gebruiken • Printerspecificaties • Papierspecificaties
De printer onder Linux gebruiken Stuurprogramma van de printer installeren Systeemeisen Ondersteunde besturingssystemen • Redhat 6.2/7.0/7.1 en hoger • Linux Mandrake 7.1/8.0 en hoger • SuSE 6.4/7.0/7.1 en hoger • Debian 2.2 en hoger • Caldera OpenLinux 2.3/2.4 en hoger • Turbo Linux 6.0 en hoger • Slackware 7.0/7.1 en hoger Aanbevolen wordt: • Pentium IV 1 GHz of hoger • RAM 256 MB of hoger • HDD 1 GB of hoger Software • Glibc 2.1 of hoger • GTK+ 1.
NB: Als de cd-rom niet automatisch start, klik dan op het pictogram onderin het venster. Als het Terminal scherm wordt getoond, typt u in: [root@local/root]# cd /mnt/cdrom (de cd-rom directory) [root@local cdrom]# ./setup.sh 4 Selecteer het type installatie (Recommended of Expert) en klik op Continue. Recommended wordt volledig automatisch, zonder tussenkomst van de gebruiker, geïnstalleerd. Bij Expert kunt u het installatiepad of afdruksysteem selecteren.
6 De installatie van het printerstuurprogramma wordt gestart. Wanneer de installatie voltooid is, klikt u op Start. 7 Het Linux Printer Configuration scherm wordt geopend. Klik in de taakbalk bovenin het venster op het pictogram Add Printer. NB: Afhankelijk van het gebruikte afdruksysteem, kan het venster Administrator Login worden geopend. Geef in het Login veld “root” in en geef het systeemwachtwoord in. 8 De huidige printers van het systeem worden getoond. Selecteer de printer die u wilt gebruiken.
9 Klik op tabblad Connection en controleer of de juiste printerpoort is ingesteld. Is dit niet het geval, wijzig dan de instelling. 10 Met de tabbladen Settings en Queue kunt u de huidige instellingen van de printer bekijken en zonodig aanpassen. NB: De beschikbare opties zijn afhankelijk van de gebruikte printer. Het is mogelijk dat de velden Description en Location in uw Queue scherm niet voorkomen. 11 Klik op OK om dit scherm te verlaten.
Aansluitmethode van de printer wijzigen Als u de wijze waarop de printer op de computer is aangesloten wilt wijzigen van USB in parallel of omgekeerd, moet u uw Samsung printer opnieuw configureren door de printer aan uw systeem toe te voegen. Dit doet u via de volgende stappen: 1 Zorg ervoor dat uw printer op uw computer is aangesloten. Zet zowel de computer als de printer aan. 2 Als het scherm Administrator Login wordt getoond, typt u in het Login veld “root” in en geeft u uw systeemwachtwoord in.
Printerstuurprogramma verwijderen 1 Vanuit het Startup Menu pictogram onderin uw bureaublad selecteert u Linux Printer en vervolgens Configuration Tool. U kunt het venster Linux Printer Configuration ook openen door in het Terminal scherm “Linux-config” in te typen. 2 In het venster Linux Printer Configuration selecteert u vanuit het menu File het commando Uninstall. 3 Het scherm Administrator Login wordt geopend. Geef in het Login veld “root” in en geef het systeemwachtwoord in. Klik op Proceed.
6 Klik op OK om het de-installatieproces te starten. 7 Als dit proces voltooid is, klikt u op Finished. Configuration Tool gebruiken Met de Configuration Tool kunt u beheertaken zoals het toevoegen en verwijderen van printers uitvoeren en de algemene printerinstellingen wijzigen. Als “regular user” kunt u via de Configuration Tool nagaan welke afdruktaken er in de wachtrij staan, de printereigenschappen bekijken en de voorkeursinstellingen wijzigen.
3 Tabblad Info bevat algemene informatie over de printer. Als u gebruiker van internet bent, kunt u door op Go to the Web page for this printer te klikken naar de Samsung website gaan. Klik op tabblad Jobs om de wachtrij voor de geselecteerde printer te bekijken en te beheren. Afdruktaken in de wachtrij kunt u uitstellen, hervatten of verwijderen. U kunt ook een afdruktaak naar de wachtrij van een andere printer slepen. Via tabblad Properties kunt u de standaardinstellingen van de printer wijzigen.
LLPR eigenschappen wijzigen Door het venster LLPR Properties te openen, kunt u de eigenschappen van de printer aan uw wensen aanpassen. Het venster LLPR Properties opent u als volgt: 1 Selecteer vanuit het programma dat u gebruikt het commando Print. 2 Wanneer het Linux LPR venster wordt getoond, klikt u op Properties. U kunt het LLPR venster ook op de volgende manier openen: • Klik op het pictogram Startup Menu onderin het scherm; selecteer Linux Printer en vervolgens Linux LPR.
3 Het venster LLPR Properties wordt geopend. Bovenin dit venster ziet u de volgende zes tabbladen: • General - Hier kunt u het papierformaat, de papiersoort, de papierinvoer en de afdrukrichting van de documenten instellen, dubbelzijdig afdrukken inschakelen, begin- en eindregels toevoegen en het aantal pagina’s per vel wijzigen. • Margins - Hier kunt u de paginamarges instellen. De grafische afbeelding rechts geeft de huidige instellingen weer.
Printerspecificaties Onderwerp Afdruksnelheid Specificaties en beschrijving Tot 14 ppm in A4 (15 ppm in Letter) a Resolutie 600 x 600 dpi Tijdsduur eerste afdruk 12 seconden Opwarmtijd 30 seconden Aansluitwaarden AC 110 - 127 V (VS, Canada) / 220 - 240 V (andere landen), 50 / 60 Hz Energiegebruik Gemiddeld 300 W tijdens gebruik / Minder dan 10 W in de slaapstand Geluidswaarden Standby: Minder dan 35 dBA; Afdrukken: Minder dan 49 dBA Modus Sleep (slapen): Achtergrondruis b Toner Enkele cass
Papierspecificaties Overzicht U kunt met uw printer op een groot aantal verschillende afdrukmaterialen afdrukken, bijvoorbeeld gerecycleerd papier, enveloppen, etiketten, transparanten en papier met een afwijkend formaat. De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel en vochtigheid, zijn van grote invloed op de prestaties en afdrukkwaliteit van de printer.
Ondersteunde papiersoorten Papier Afmetingen Letter 216 X 279 mm A4 210 X 297 mm Executive 191 X 267 mm Legal 216 X 356 mm B5 (JIS) 182 X 257 mm Folio 216 X 330 mm Minimum aangepast formaat 76 x 127 mm Maximum aangepast formaat 216 x 356 mm Transparanten Etiketten Enveloppen Zie bovengenoemde minimum en maximumformaten. Gewicht 60 tot 90 grams bankpost Capaciteita • 250 vel 75 grams bankpost papier in de lade • 1 vel papier in de handinvoer 60 tot 163 grams bankpost Dikte: 0,10 X 0.
Richtlijnen voor gebruik van het papier U krijgt de beste resultaten wanneer u normaal 75 grams papier gebruikt. Controleer of het papier van goede kwaliteit is en geen scheuren, vlekken, stof, kreukels, vouwen of omgekrulde randen bevat. Als u niet zeker bent over het papier dat u wilt gebruiken (bijvoorbeeld of het bankpost of gerecycleerd papier is), controleer dan het etiket op de verpakking.
Papierspecificaties Onderwerp Specificaties pH-waarde 5,5 t/m 8,0 pH Caliper 0,094 t/m 0,18 mm Kromming Vlak binnen 5 mm Snijranden Gesneden met scherpe bladen, zonder zichtbare rafels. Fixeervereisten Moet gedurende 0,1 seconde bestand zijn tegen een temperatuur van 200 °C. Vezel Lange vezel Vochtgehalte 4 % - 6 % per gewicht Gladheid 100 - 250 Sheffield Papieruitvoer capaciteit Uitvoer 7.
Richtlijnen voor de printeromgeving en het opslaan van papier De omgeving waarin het papier wordt bewaard is van directe invloed op de invoer van het papier door de printer. De beste temperatuur voor zowel de printer als het papier is kamertemperatuur en een omgeving die niet te droog of te vochtig is. Papier absorbeert en verliest namelijk snel vocht. Door een te hoge of te lage temperatuur en luchtvochtigheid gaat het papier in kwaliteit achteruit.
NOTITIES 7.
INDEX A Aangepast formaat 4.13 Aansluiten netsnoer 2.10 USB kabel 2.9 Aansluiten via een USB kabel 2.9 Afdrukken aangepast formaat 4.13 demopagina 2.11 meer pagina’s per vel 4.10 overlay 4.22 poster 4.14 posters 4.14 schoonmaakblad 5.7 Afdruktaak annuleren 4.4 Annuleren afdruktaak 4.4 B Bedieningspaneel, uitleg 1.6 D Demopagina, afdrukken 2.11 E aantal exemplaren 4.6 formaat 4.6 geavanceerde opties 4.17 invoer 4.7 papiertype 4.7 resolutie 4.16 tonerspaarstand 4.8, 4.16 TrueType opties 4.
Printer, reinigen 5.5 Printerkabel, aansluiten 2.9 Printerstatus monitor 4.26 Problemen afdrukkwaliteit 6.13 Linux 6.20 Windows 6.19 R Reinigen, printer 5.5 S Schoonmaakblad, afdrukken 5.7 Software Linux 7.2 overzicht 2.12 systeemeisen 2.13 Specificaties papier 7.13 printer 7.12 T Tabblad Grafisch 4.16 Papier 4.6 Toner gebruiksduur 5.2 opnieuw verdelen 5.3 recyclen 5.2 vervangen 5.4 Tonercassette plaatsen 2.4 Tonerspaarstand 4.8 Transparanten afdrukken 3.13 2 U Uitvoer, kiezen 3.5 USB kabel 2.
Home www.samsungprinter.com Rev.1.