User manual
34
Basisfuncties gebruiken
8. Raak Bestanden toevoegen aan en voeg een
bestand toe (indien nodig).
9. Raak Verzenden aan om het bericht te
verzenden.
Tekst ingeven
Geef tekst in en schrijf berichten of notities met het
virtuele toetsenbord.
1. Raak het tekstinvoerveld aan.
2. Raak de virtuele toetsen aan om tekst in te
geven.
•Raak T9 aan om te wisselen tussen T9- en ABC-
stand. Afhankelijk van uw taal is het wellicht
mogelijk om een invoerstand voor uw eigen taal
te gebruiken.
•Raak Abc links in het midden van het scherm aan
om te wisselen tussen hoofdletters en kleine
letters of om naar de cijferstand te gaan.
• Raak aan om over te schakelen naar de
symboolstand.
U kunt de volgende tekstinvoerstanden gebruiken:
Stand Functie
ABC
Raak de toepasselijke virtuele toets aan
totdat het gewenste teken wordt
weergegeven.
T9
1. Raak de toepasselijke virtuele toetsen één
keer aan om een heel woord in te geven.
2. Als het woord juist wordt weergegeven,
raakt u aan om een spatie in te
voegen. Als het juiste woord niet wordt
weergegeven, selecteert u een
alternatief in de vervolgkeuzelijst die
verschijnt.
Cijfer
Raak de toepasselijke virtuele toets aan om
een cijfer in te geven.
Symbool
Raak de toepasselijke virtuele toets aan om
een symbool in te geven.










