Operation Manual

Basisfuncties
37
Foto's maken
Bewegingsonscherpte voorkomen
U kunt bewegingsonscherpte beperken en onscherpe foto's
voorkomen met de functies OIS (Optical Image Stabilization) en
DIS (Digital Image Stabilization), respectievelijk optische en digitale
beeldstabilisatie.
S
Vóór correctie
S
Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer
a
of
V
Beeldstabilisator.
3
Selecteer een optie.
Symbool
Beschrijving
Uit: de functie Optische beeldstabilisatie is
uitgeschakeld.
OIS: de functie Optische beeldstabilisatie is
ingeschakeld.
DUAL IS: de functies Optische beeldstabilisatie en
Digitale beeldstabilisatie zijn ingeschakeld.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare
opties verschillen.
pAhMgv
De functie Beeldstabilisatie werkt mogelijk niet correct wanneer:
- Wanneer u de camera beweegt om een bewegend onderwerp te
volgen.
- Wanneer u de digitale zoomfunctie gebruikt.
- Wanneer de camera te veel trilt.
- Wanneer u een langzame sluitertijd gebruikt (bijvoorbeeld voor
nachtopnamen).
- Wanneer de batterij bijna leeg is.
- Wanneer u een close-upfoto maakt.
Als u de beeldstabilisatiefunctie met een statief gebruikt, kunnen de
foto's onscherp worden door de trilling van de beeldstabilisatiesensor.
Schakel de beeldstabilisatiefunctie bij gebruik van een statief uit.
Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als dit
gebeurt, moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen.