CLX-6200 Series CLX-6240 Series Multifunctionele printer Gebruikershandleiding mogelijkheden die tot de verbeelding spreken Bedankt voor uw aankoop van dit Samsungproduct. Voor een nog completere service, kunt u zich registreren bij www.samsung.
de functies van uw nieuwe laserproduct Uw nieuwe apparaat is uitgerust met een aantal speciale functies die de kwaliteit van de documenten die u afdrukt verbeteren. Met dit apparaat kunt u: SPECIALE FUNCTIES Afdrukken met een hoge snelheid en uitstekende kwaliteit • U kunt alle kleuren afdrukken met behulp van de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart. • U kunt afdrukken tot een resolutie van 2.400 x 600 dpi. Zie Software.
FUNCTIES PER MODEL Het apparaat voorziet in alles wat u nodig hebt voor de verwerking van documenten: van afdrukken en kopiëren tot meer geavanceerde netwerkoplossingen voor uw bedrijf. De belangrijkste functies van dit apparaat zijn: FUNCTIES CLX-6200ND CLX-6200FX CLX-6210FX CLX-6240FX USB 2.0 USB-geheugeninterface DADI (dubbelzijdige automatische documentinvoer) ADI (automatische documentinvoer) Vaste schijf O O Netwerkinterface 802.
MEER INFORMATIE Meer informatie over de instelling en het gebruik van uw apparaat vindt u in de volgende bronnen. Dit kunnen papieren of online documenten zijn. Beknopte installatiehandleiding Biedt informatie over het instellen van het apparaat. U moet de instructies in de handleiding volgen om het apparaat gebruiksklaar te maken.
veiligheidsinformatie BELANGRIJKE VEILIGHEIDSSYMBOLEN EN VOORZORGSMAATREGELEN Betekenis van de pictogrammen en symbolen in deze gebruikershandleiding: Risico’s of onveilige werkwijzen die kunnen leiden tot ernstig persoonlijk letsel of overlijden. WAARSCHUWING Risico’s of onveilige werkwijzen die kunnen leiden tot licht persoonlijk letsel of schade aan eigendommen.
12. Om de kans op elektrische schokken zo klein mogelijk te houden, moet u het apparaat niet uit elkaar halen. Breng het apparaat naar een gekwalificeerde onderhoudsmonteur wanneer dit gerepareerd moet worden. Als u de behuizing opent of verwijdert, kunt u worden blootgesteld aan een gevaarlijk hoge spanning en andere gevaren. Wanneer het apparaat niet op de juiste manier in elkaar wordt gezet, bestaat ook tijdens gebruik kans op elektrische schokken. 13.
MILIEU- EN VEILIGHEIDSOVERWEGINGEN De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 825. Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd.
RECYCLING Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product of voer ze op een milieuvriendelijke wijze af. CORRECTE VERWIJDERING VAN DIT PRODUCT (ELEKTRISCHE & ELEKTRONISCHE AFVALAPPARATUUR) Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun gebruiksduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid.
VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA Federal Communications Commission (FCC) 'Intentional emitter' overeenkomstig FCC Deel 15 Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor. Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Dit deel is alleen van toepassing als dergelijke apparaten aanwezig zijn. Zie het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
AANSLUITFACTOR (REN, RINGER EQUIVALENCE NUMBER) Afhankelijk van het land van aanschaf kan achter of onder op het apparaat een sticker zitten met de aansluitfactor (VS: Ringer Equivalence Number) en het toelatingsnummer of registratienummer (VS: FCC Registration Number) van het apparaat. In sommige landen (zoals de VS) moet deze informatie aan het telefoonbedrijf worden verstrekt. De aansluitfactor is een getal dat aangeeft hoe zwaar een apparaat de telefoonlijn belast.
STEKKER VAN HET NETSNOER VERVANGEN (ALLEEN VOOR UK) Belangrijk Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Wanneer u de zekering vervangt, moet u een geschikt type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering kwijt bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap op hebt gezet.
VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING (EUROPESE LANDEN) Goedkeuringen en certificeringen De CE-markering op dit product verwijst naar de verklaring van overeenstemming van Samsung Electronics Co., Ltd.
WETTELIJK VERPLICHTE VERKLARINGEN INZAKE OVEREENSTEMMING Draadloze besturing Mogelijk bevat uw printersysteem radio LAN type-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz band. Het volgende deel is een algemeen overzicht van overwegingen die betrekking hebben op het gebruik van een draadloos apparaat.
_Veiligheidsinformatie
inhoud 2 5 INLEIDING 20 AAN DE SLAG 26 ORIGINELEN EN AFDRUKMATERIAAL PLAATSEN 33 De functies van uw nieuwe laserproduct Veiligheidsinformatie 20 20 20 21 21 22 23 23 24 25 25 25 25 Overzicht van de printer Voorkant Achterkant Overzicht van het bedieningspaneel Alleen CLX-6200FX, CLX-6210FX, CLX-6240FX Alleen CLX-6200ND Informatie over de Status-LED De status van de tonercassette bevestigen Menu-overzicht Meegeleverde software Functies van de printerstuurprogramma’s Printerstuurprogramma PostScript-
inhoud KOPIËREN 41 SCANNEN 46 EENVOUDIGE AFDRUKTAKEN 52 16_inhoud 39 40 Voor papier van A4- of Legal-formaat Papierformaat en -type instellen 41 41 41 41 41 41 42 42 42 42 42 43 43 43 43 43 44 44 44 44 45 De papierlade selecteren Kopiëren De instellingen per kopie wijzigen Tonerdichtheid Type origineel Verkleinde of vergrote kopie De instellingen voor het scanformaat wijzigen De standaardkopieerinstellingen wijzigen ID-kaart kopiëren Speciale kopieerfuncties gebruiken Sorteren 2 of 4 pagina’s per v
inhoud FAXEN 53 GEBRUIK VAN EEN USB-FLASHGEHEUGEN 62 ONDERHOUD 65 53 53 53 54 54 54 54 54 54 54 54 54 55 55 55 55 55 56 56 56 56 56 56 57 57 58 58 59 59 60 Een fax verzenden Faxhoofd instellen De documentinstellingen aanpassen Een fax automatisch verzenden Een fax handmatig verzenden Een verzending bevestigen Automatisch opnieuw kiezen Het laatste nummer opnieuw kiezen Faxen dubbelzijdig verzenden Een fax ontvangen De papierlade selecteren Ontvangstmodus wijzigen Automatisch ontvangen in modus Fax Ha
inhoud PROBLEMEN OPLOSSEN 75 VERBRUIKSARTIKELEN EN TOEBEHOREN BESTELLEN 96 ACCESSOIRES INSTALLEREN 98 68 68 69 71 71 72 72 73 73 73 74 Verwachte levensduur van de cassette Toner herverdelen De tonercassette vervangen Het bericht Toner op wissen De transportriem vervangen Te onderhouden onderdelen Verbruiksartikelen controleren Het rubberen matje van de DADI (of ADI) vervangen Het apparaat beheren via de website Zo krijgt u toegang tot SyncThru™ Web Service Het serienummer van het apparaat controleren
inhoud 102 103 104 SPECIFICATIES 105 105 106 107 107 107 Afdrukken met een optionele vaste schijf Best.
inleiding Hieronder ziet u waar de belangrijkste onderdelen van het apparaat zich bevinden: In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • • Overzicht van de printer Overzicht van het bedieningspaneel Informatie over de Status-LED De status van de tonercassette bevestigen • • • Menu-overzicht Meegeleverde software Functies van de printerstuurprogramma’s OVERZICHT VAN DE PRINTER Voorkant 9 Lade 1 20 Glasplaat 10 Documentinvoerlade 21 Scanner 11 Documentuitvoerlade a.
OVERZICHT VAN HET BEDIENINGSPANEEL Alleen CLX-6200FX, CLX-6210FX, CLX-6240FX 1 Snelknoppen Hiermee kunt u vaak gekozen faxnummers opslaan en ze met enkele toetsaanslagen oproepen. 2 Shift Hiermee kunt u de snelknoppen verplaatsen om toegang te krijgen tot de nummers 16 tot en met 30. 16 Darkness Hiermee kunt u de helderheid van het document voor de huidige kopieertaak aanpassen. Zie "Tonerdichtheid" op pagina 41.
Alleen CLX-6200ND 1 Copy Activeert de kopieermodus. 2 Scan/Email Activeert de scanmodus. 3 Display Toont de huidige status en houdt u op de hoogte tijdens het gebruik. 4 Tonerkleuren De tonerkleuren onder het LCD-scherm corresponderen met de berichten op het display. Zie Status-LED met berichten over de tonercassettes op pagina 23. Menu Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu’s.
INFORMATIE OVER DE STATUS-LED De kleur van de Status-LED geeft de huidige status van het apparaat weer. STATUS Uit BESCHRIJVING • • Groen Knippert • • Rood Het apparaat is uitgeschakeld. Het apparaat staat in de energiebesparende modus. Wanneer er gegevens binnenkomen of een knop wordt ingedrukt, gaat het apparaat automatisch online. Wanneer het lampje langzaam knippert, ontvangt het apparaat gegevens van de computer. Wanneer het lampje snel knippert, is het apparaat bezig met afdrukken.
MENU-OVERZICHT Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu’s voor instelling en gebruik van het apparaat. Druk op Menu om toegang te krijgen tot deze menu’s. Raadpleeg onderstaand diagram. Afhankelijk van de opties en het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze menu’s niet van toepassing op uw apparaat. . Faxfunctie Tonersterkte Meerdere verz. Uitgest. verz. Prior. verz. Doorsturen Veilige ontv. Pag.
MEEGELEVERDE SOFTWARE U moet de printer- en scannersoftware installeren vanaf de meegeleverde cd nadat u het apparaat hebt geïnstalleerd en op uw computer hebt aangesloten. De cd bevat de volgende software. Cd Cd met printersoftware INHOUD Windows • • • • • • • Linux • • • Cd met printersoftware Macintosh • • • • Printerstuurprogramma: gebruik dit stuurprogramma om de functies van uw printer ten volle te benutten.
aan de slag In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u het apparaat instelt. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • De hardware installeren Een testpagina afdrukken Het netwerk installeren DE HARDWARE INSTALLEREN In deze sectie worden de stappen getoond die noodzakelijk zijn voor het installeren van de hardware. Dit wordt uitgelegd in de beknopte installatiehandleiding. Lees de beknopte installatiehandleiding door en voer de volgende stappen uit. 1. Kies een stabiele locatie.
Netwerkprotocol configureren via het apparaat 6. Volg de aanwijzingen in het venster om de installatie te voltooien. U kunt de TCP/IP-netwerkparameters instellen. Volg hiervoor onderstaande stappen. 1. Zorg dat het apparaat is aangesloten op het netwerk met een RJ-45 Ethernet-kabel. 2. Controleer of het apparaat is ingeschakeld. 3. Druk op Menu op het bedieningspaneel tot u op de onderste regel van het display Netwerk ziet verschijnen. 4. Druk op OK om toegang te krijgen tot het menu. 5.
DE SOFTWARE INSTALLEREN Macintosh VEREISTEN (AANBEVOLEN) BESTURINGS -SYSTEEM Mac OS X 10.4 of lager PROCESSOR • • RAM PowerPC G4/G5 • Intel-processor 128 MB voor een MAC op basis van PowerPC (512 MB) 512 MB voor een MAC op basis van Intel (1 GB) • Mac OS X 10.5 • • 867 MHz of sneller PowerPC G4/G5 Intel-processor 512 MB (1 GB) VRIJE HDDRUIMTE 1 GB VEREISTEN Besturings-systeem RedHat 8.0, 9.0 (32 bit) RedHat Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bit) Fedora Core 1~7 (32/64 bit) Mandrake 9.
5. Selecteer Typische installatie voor een netwerkprinter en klik vervolgens op Volgende. 7. Nadat de installatie is voltooid, verschijnt er een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken en of u zich wilt registreren als gebruiker van een Samsung-apparaat, zodat Samsung u hierover informatie kan toesturen. Als u dit wilt, schakel dan het desbetreffende selectievakje in en klik op Voltooien. 6. De lijst met in het netwerk beschikbare apparaten verschijnt.
BASISINSTELLINGEN VAN HET APPARAAT Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven. Raadpleeg de volgende sectie om waarden in te stellen of te wijzigen. Hoogte-instelling De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte waarop het apparaat zich boven zeeniveau bevindt. Aan de hand van de volgende informatie kunt u uw apparaat instellen op een optimale afdrukkwaliteit.
Geluiden instellen U kunt de volgende geluidsinstellingen aanpassen: • Toetsgeluid: Schakelt het geluid van de toetsen aan of uit. Wanneer deze optie op Aan staat, klinkt er een toon telkens wanneer er een toets wordt ingedrukt. • Waarsch.geluid: Schakelt het alarmsignaal aan of uit. Wanneer deze optie op Aan staat, klinkt er een alarmsignaal wanneer er een fout optreedt of na verzending of ontvangst van een fax.
Energiebesparende modus voor scannen In de energiebesparende modus voor scannen bespaart u energie door uitschakeling van de lamp van de scanner. De lamp onder de glasplaat gaat automatisch uit wanneer de scanner niet in gebruik is. Zo verbruikt u minder stroom en gaat de lamp langer mee. Als u een scantaak start, gaat de lamp automatisch aan na een korte opwarmtijd. U kunt instellen hoe lang het apparaat na afloop van een scantaak moet wachten voordat de energiebesparende modus wordt geactiveerd. 1.
originelen en afdrukmateriaal plaatsen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u originelen en afdrukmateriaal in het apparaat plaatst. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • Originelen plaatsen Afdrukmateriaal selecteren Het formaat van het papier in de papierlade wijzigen ORIGINELEN PLAATSEN Als u een document wilt kopiëren, scannen of faxen, plaatst u het op de glasplaat van de scanner of in de DADI (dubbelzijdige automatische documentinvoer) of ADI (automatische documentinvoer).
2. Plaats het origineel met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of de ADI). Zorg ervoor dat de onderkant van de stapel originelen samenvalt met de markering voor het papierformaat op de invoerlade. 3. Stel de breedtegeleiders in overeenkomstig het papierformaat. AFDRUKMATERIAAL SELECTEREN U kunt afdrukken op verschillende afdrukmaterialen, waaronder normaal papier, enveloppen, etiketten en transparanten.
Specificaties van afdrukmateriaal TYPE Normaal papier FORMAAT Letter 216 x 279 mm • Legal 216 x 356 mm • US Folio 216 x 330 mm A4 210 x 297 mm Oficio 216 x 343 mm JIS B5 182 x 257 mm ISO B5 176 x 250 mm Executive 184 x 267 mm A5 148 x 210 mm • Statement 140 x 216 mm • A6 105 x 148 mm Monarch-enveloppen 98 x 191 mm Envelop 6 3/4 92 x 165 mm Envelop nr. 10 105 x 241 mm Envelop nr.
Formaten van afdrukmaterialen die in elke modus worden ondersteund MODUS FORMAAT INVOER Kopieermodus Letter, A4, Legal, Oficio, Folio, Executive, JIS B5, A5, A6 • • • lade 1 optionele lade 2 multifunctionele lade Afdrukmodus Het apparaat ondersteunt alle formaten • • • lade 1 optionele lade 2 multifunctionele lade Faxmodusa Letter, A4, Legal • • lade 1 optionele lade 2 Dubbelzijdig afdrukkenb Letter, A4, Legal, Folio, Oficio • • • lade 1 optionele lade 2 multifunctionele lade a.
SOORT MATERIAAL Etiketten RICHTLIJNEN • • • • Kaarten of materiaal van afwijkende grootte • Voorbedrukt papier • • • • • Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u bij voorkeur alleen etiketten voor gebruik in laserprinters. Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren: - Kleefstoffen: het kleefmiddel moet stabiel zijn bij de fixeertemperatuur van het apparaat. Raadpleeg de specificaties van uw apparaat voor de fixeertemperatuur (zie pagina 105).
Papier plaatsen in de multifunctionele lade 4. Plaats het papier in de lade. 5. Plaats de lade in het apparaat. 6. Stel het papierformaat in op uw computer. • • Duw de papierbreedtegeleiders niet zo ver naar binnen dat het afdrukmateriaal gaat buigen. Als u de papierbreedtegeleiders niet aanpast, kunnen er papierstoringen optreden. PAPIER PLAATSEN Papier plaatsen in lade 1 of in de optionele lade Plaats het afdrukmateriaal dat u het meest gebruikt in lade 1.
3. Druk de papierbreedtegeleiders van de multifunctionele lade in en pas ze aan aan de breedte van het papier. Oefen niet te veel druk uit. Het papier kan dan gaan buigen, waardoor een papierstoring ontstaat of het papier scheef trekt. DE UITVOERSTEUN INSTELLEN De afgedrukte pagina’s worden in de uitvoerlade gestapeld en de uitvoersteun zal ervoor zorgen dat de afgedrukte pagina’s uitgelijnd worden.
PAPIERFORMAAT EN -TYPE INSTELLEN Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst, moet u het papierformaat en -type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel. Deze instellingen zijn van toepassing op de kopieer- en faxmodi. Als u afdrukt vanaf een computer, selecteert u het papierformaat en de papiersoort in het desbetreffende programma. 1. Druk op Menu tot Systeeminst. verschijnt op de onderste regel van het display en druk vervolgens op OK. 2. Druk op de pijltoetsen tot Papierinstel.
kopiëren In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u documenten kopieert. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • • • De papierlade selecteren Kopiëren De instellingen per kopie wijzigen De instellingen voor het scanformaat wijzigen De standaardkopieerinstellingen wijzigen DE PAPIERLADE SELECTEREN Nadat u de afdrukmaterialen hebt geplaatst, selecteert u de papierlade die u voor het kopiëren wilt gebruiken. 1. Druk op Menu tot Systeeminst.
DE INSTELLINGEN VOOR HET SCANFORMAAT WIJZIGEN U kunt het scanformaat aanpassen aan het origineel. Als u bijvoorbeeld een A4-origineel scant en het scanformaat instelt op A5, scant het apparaat alleen het gebied dat binnen de afmetingen van het A5-formaat valt (148 x 210 mm). Wij raden aan het juiste scanformaat voor het origineel in te stellen. Deze functie is alleen beschikbaar bij de CLX-6200ND, CLX6210FX en CLX-6240FX.
2 of 4 pagina’s per vel kopiëren 1 2 Het apparaat kan 2 of 4 verkleinde originelen per vel afdrukken. 1. Druk op Copy. 2. Plaats originelen met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of ADI) of plaats een enkel origineel op de glasplaat met de bedrukte zijde naar beneden. Zie pagina 33 voor meer informatie over het plaatsen van originelen. 3. Druk op Menu tot Kopieerfunctie verschijnt op 1 de onderste regel van het display en druk vervolgens op OK. 3 4.
• Beide pagina’s: gebruik deze optie om beide pagina’s van het boek af te drukken. 6. Druk op de pijltoetsen om de gewenste kleurmodus te selecteren. U hebt de keuze tussen de volgende twee modi: • Ja-Kleur: kleurenkopieën • Ja-Zwart-wit: zwart-witkopieën 7. Druk op OK om het kopiëren te starten. Marge verschuiven Met de functie Marge versch. kunt u een bindmarge maken voor het document.
• 1->2Lan. zij.: kopieert de pagina’s zodanig dat ze gelezen kunnen worden als een boek. Als Oorspr. type is ingesteld op Foto kunt u deze functie op de DADI (of ADI) van de CLX-6200ND, CLX-6200FX en CLX-6210FX gebruiken. Op de CLX-6240FX kunt u deze functie zowel op de DADI (of ADI) als op de glasplaat gebruiken. • 2->1 zijde: kopieert beide zijden van het origineel en drukt op beide zijden van het papier af.
scannen Met de scanfunctie zet u tekst en afbeeldingen om in digitale bestanden die u op de computer kunt opslaan.
7. Druk op pijl-links/rechts tot de gewenste poort op het display verschijnt. 8. Voer de gebruikers-id en de pincode van de geregistreerde gebruiker in en klik op OK. • • De id is gelijk aan de id die is geregistreerd op naam van Samsung Scanbeheer. De pincode is het viercijferige nummer dat is geregistreerd op naam van Samsung Scanbeheer. 9. Druk vanuit Scanbestemming op pijl-links/rechts tot de gewenste toepassing verschijnt en druk vervolgens op OK. De standaardinstelling is Mijn documenten.
3. Selecteer IP Address of Host Name. 4. Voer het IP-adres in als decimale notatie met punten of als een hostnaam. 5. Voer het poortnummer van de server in, een getal tussen 1 en 65535. Het standaardpoortnummer is 389. 6. Voer Search Root Directory in. Het hoogste zoekniveau van de LDAP-boomstructuur. 7. Selecteer Authentication method. Methode voor aanmelden bij de LDAP-server.
Naar e-mail scannen Naar een SMB-server scannen U kunt een afbeelding scannen en als bijlage bij een e-mailbericht verzenden. U moet hiervoor eerst een e-mailaccount aanmaken in SyncThru™ Web Service. Zie pagina 48. Voor het scannen stelt u de scanopties voor de scantaak in. Zie pagina 49. 1. Zorg ervoor dat uw apparaat is aangesloten op een netwerk. 2. Plaats originelen met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of ADI) of plaats één enkel origineel op de glasplaat met de bedrukte zijde naar beneden.
DE STANDAARDSCANINSTELLINGEN WIJZIGEN Om te voorkomen dat u voor elke taak steeds opnieuw de scaninstellingen moet aanpassen, kunt u voor elk scantype standaardinstellingen instellen. 1. Druk op Scan/Email. 2. Druk op Menu tot Scaninstel. verschijnt op de onderste regel van het display en druk vervolgens op OK. 3. Druk op OK als St.inst. wijz. verschijnt. 4. Druk op de pijltoetsen tot de het gewenste scantype verschijnt en druk vervolgens op OK. 5.
Als u CLX-6200FX, CLX-6210FX, CLX-6240FX gebruikt, kunt u ook de snelkiestoetsen indrukken waaronder het gezochte adres is opgeslagen. U kunt een item ook in het geheugen opzoeken door te drukken op Address Book. Zie pagina 51. Groepskiesnummers voor e-mailgroepen Als u een groepskiesnummer voor een e-mailgroep wilt gebruiken, moet u het in het geheugen zoeken en selecteren. Wanneer u bij het verzenden van een e-mail gevraagd wordt om het adres van de geadresseerde in te voeren, drukt u op Address Book.
eenvoudige afdruktaken In dit hoofdstuk worden de meest gangbare afdruktaken toegelicht. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • Een document afdrukken EEN DOCUMENT AFDRUKKEN Afdrukken is mogelijk vanuit verschillende Windows-, Macintosh- of Linuxtoepassingen. De exacte procedure kan per toepassing verschillen. Voor informatie over afdrukken verwijzen we naar de Software.
faxen Deze faxoptie is alleen beschikbaar voor CLX-6200FX, CLX-6210FX, CLX-6240FX. Dit hoofdstuk bevat informatie over het gebruik van het apparaat als fax. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • Een fax verzenden Een fax ontvangen U kunt dit apparaat niet als een faxapparaat gebruiken via een internettelefoon. Wij raden het gebruik aan van traditionele analoge telefoondiensten (PSTN: openbaar telefoonnet) wanneer u telefoonlijnen aansluit om de fax te gebruiken.
3. Druk op OK als Tonersterkte verschijnt. 4. Druk op de pijltoetsen tot de gewenste optie verschijnt en druk op OK. 5. Druk op Stop/Clear om terug te keren naar de gereedmodus. De ingestelde tonerdichtheid geldt voor de huidige faxtaak. Zie pagina 59 om de standaardinstelling te wijzigen. Een fax automatisch verzenden 1. Druk op Fax. 2. Plaats originelen met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of ADI) of plaats één enkel origineel op de glasplaat met de bedrukte zijde naar beneden.
5. Druk op de pijltoetsen tot de gewenste faxontvangstmodus verschijnt. • In de modus Fax beantwoordt het apparaat een inkomende oproep en schakelt het onmiddellijk over naar de faxontvangstmodus. • In de modus Tel kunt u een fax ontvangen door op On Hook Dial en vervolgens op Color Start of Black Start te drukken. U kunt ook het telefoontoestel opnemen en de code voor ontvangst op afstand intoetsen. Zie pagina 55.
• • Als u uw faxnummer wijzigt of als u het apparaat aansluit op een andere telefoonlijn, moet u DRPD opnieuw instellen. Nadat u DRPD hebt ingesteld, belt u opnieuw naar uw faxnummer om te controleren of het apparaat antwoordt met een faxtoon. Bel vervolgens naar een ander nummer dat aan dezelfde lijn is toegekend om te controleren of de oproep wordt doorgeschakeld naar uw telefoontoestel of naar het antwoordapparaat dat is aangesloten op de EXT-aansluiting.
5. Druk op de pijltoetsen tot Uitgest. verz. verschijnt en druk op OK. 6. Voer met de cijfertoetsen het gewenste faxnummer in. U kunt snelknoppen en snelkiesnummers gebruiken. U kunt een groepskiesnummer invoeren met de knop Address Book. Zie pagina 60 voor meer informatie. 7. Druk op OK om het nummer te bevestigen. U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren. 8.
1. Druk op Fax. 2. Druk op Menu tot Faxfunctie verschijnt op de onderste regel van het display en druk vervolgens op OK. 3. Druk op de pijltoetsen tot Doorsturen verschijnt en druk op OK. 4. Druk op de pijltoetsen tot E-mail verschijnt en druk op OK. 5. Druk op de pijltoetsen tot Naar ander nr. verschijnt en druk op OK. 6. Druk op de pijltoetsen tot Aan verschijnt en druk op OK. 7. Voer uw e-mailadres in en druk op OK. 8. Voer het e-mailadres in waar de faxen naartoe gestuurd moeten worden en druk op OK. 9.
OPTIE Kiesmodus BESCHRIJVING Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. Als deze optie niet beschikbaar is, ondersteunt het apparaat deze functie niet. U kunt de kiesmodus voor het apparaat instellen op toon- of pulskiezen. Het kan zijn dat u Puls moet kiezen als u een openbaar telefoonsysteem of een bedrijfscentralesysteem hebt. Neem contact op met de lokale telefoonmaatschappij als u niet zeker weet welke kiesmodus moet worden gebruikt.
Een adresboek aanmaken U kunt in adresboek de meest gebruikte faxnummers instellen. De volgende functies zijn beschikbaar om adresboek in te stellen: • Snelknoppen • Snelkiesnummers/groepskiesnummers Zorg ervoor dat uw apparaat ingesteld is op faxmodus voordat u de faxnummers opslaat. Snelknoppen Via de 15 snelknoppen op het bedieningspaneel kunt u veelgebruikte faxnummers opslaan. Zo kunt u met één druk op de knop een faxnummer invoeren.
6. Druk op OK wanneer Ja verschijnt om meer nummers toe te voegen of te verwijderen en herhaal stap 4 en 5. 7. Als u klaar bent, drukt u op de pijltoetsen om Nee te selecteren bij de vraag Nog een nummer? en drukt u op OK. 8. Druk op Stop/Clear om terug te keren naar de gereedmodus. Groepskiesnummers gebruiken Om een groepskiesnummer te gebruiken, moet u het opzoeken in het geheugen en selecteren. Druk op Address Book als u tijdens het versturen van een fax wordt gevraagd om een faxnummer in te voeren.
gebruik van een USB-flashgeheugen In dit hoofdstuk wordt u uitgelegd hoe u een USB-geheugenapparaat samen met uw apparaat kunt gebruiken.
5. Druk op OK, Color Start of Black Start wanneer USB verschijnt. Ongeacht de knop waarop u drukt, wordt de kleurenmodus bepaald zoals ingesteld. Zie "Aangepast scannen naar USB" op pagina 63. Uw apparaat begint het origineel te scannen en vraagt of u een andere pagina wilt scannen. 6. Druk op OK wanneer Ja verschijnt om meer pagina’s te scannen. Plaats een origineel en druk op Color Start of Black Start. Ongeacht de knop waarop u drukt, wordt de kleurenmodus bepaald zoals ingesteld.
Gegevens terugzetten De USB-geheugenstatus weergeven 1. Steek de USB-geheugenstick met de gegevensback-up in de USBgeheugenpoort. 2. Druk op Menu tot Systeeminst. op de onderste regel van het display verschijnt en druk vervolgens op OK. 3. Druk op OK zodra Apparaatinst. verschijnt. 4. Druk op de pijltoetsen tot Inst. import. verschijnt en druk op OK. 5. Druk op de pijltoetsen tot de instellingsoptie verschijnt en druk vervolgens op OK. 6.
onderhoud In dit hoofdstuk vindt u informatie over het onderhoud van het apparaat en de tonercassette. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • • Rapporten afdrukken Het kleurcontrast aanpassen Geheugen wissen Uw apparaat reinigen De cassette onderhouden RAPPORTEN AFDRUKKEN U kunt verschillende rapporten met nuttige informatie laten maken.
4. Druk op de pijltoetsen tot het gewenste kleurenmenu op het display verschijnt en druk op OK. • Aangep. kleur: hiermee kunt u het contrast kleur per kleur aanpassen. Standaard optimaliseert de kleur automatisch. Handm. aanpas.: hiermee kunt u het kleurcontrast voor elke cassette handmatig aanpassen. Standaard: deze instelling wordt aanbevolen voor de beste kleurkwaliteit. • Aut. kleurreg.
3. Houd de tonercassette vast aan de grepen en trek de cassette uit de printer. Let dan op dat u niet de onderkant van het bedieningspaneel (het onderste gedeelte van de fixeereenheid) aanraakt. De fixeereenheid kan heet zijn, waardoor u brandwonden kunt oplopen. 5. Verwijder met een droge, niet-pluizende doek eventueel stof en gemorste toner in en rond de ruimte voor de tonercassette. Als u toner op uw kleding krijgt, veeg de toner dan af met een droge doek en was het kledingstuk in koud water.
DE CASSETTE ONDERHOUDEN De scannereenheid reinigen U krijgt de beste kopieën als u de scannereenheid schoon houdt. We raden u aan om de scannereenheid aan het begin van elke dag te reinigen. Herhaal dit indien nodig in de loop van de dag. 1. Bevochtig een niet-pluizende, zachte doek of papieren handdoekje met een beetje water. 2. Open het deksel van de scanner. 3. Veeg de glasplaat van de scanner en het glas van de DADI (of de ADI) schoon en droog.
Toner herverdelen Wanneer een tonercassette bijna leeg is, verschijnen er vage of lichtere gebieden in de afdruk. Het is ook mogelijk dat gekleurde afbeeldingen niet in de juiste kleuren worden afgedrukt omdat de tonerkleuren niet naar behoren worden gemengd als een van de kleurentonercassettes bijna leeg is. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de toner opnieuw te verdelen. • Er verschijnt mogelijk een bericht op het display dat aangeeft dat de toner bijna op is.
4. Schuif de tonercassette terug in het apparaat. DE TONERCASSETTE VERVANGEN Het apparaat gebruikt vier kleuren en heeft voor elke kleur een andere tonercassette: geel (G) magenta (M) cyaan (C) en zwart (Z). • De status-LED en het bericht in verband met de toner op het display geven aan wanneer een bepaalde tonercassette moet worden vervangen. • Bij de CLX-6200FX, CLX-6210FX, CLX-6240FX worden inkomende faxberichten opgeslagen in het geheugen. Dit betekent dat de tonercassette moet worden vervangen.
3. Houd de tonercassette vast aan de grepen en trek de cassette uit de printer. 6. Plaats de tonercassette op een vlak oppervlak, zoals hieronder afgebeeld, en verwijder het papier rond de tonercassette door de tape te verwijderen. Als u toner op uw kleding krijgt, veeg de toner dan af met een droge doek en was het kledingstuk in koud water. Als u warm water gebruikt, hecht de toner zich aan de stof. 7.
• • Als u eenmaal On hebt geselecteerd, wordt deze instelling permanent in het geheugen van de tonercassette opgeslagen en verdwijnt dit menu uit het menu Onderhoud. U kunt doorgaan met afdrukken maar de kwaliteit wordt dan niet gegarandeerd en er wordt geen productondersteuning meer verleend. DE TRANSPORTRIEM VERVANGEN De transportriem gaat ongeveer 50.000 zwartwitpagina’s en kleurenpagina’s mee. Als de levensduur van de transportriem voorbij is, moet u hem vervangen.
TE ONDERHOUDEN ONDERDELEN Om kwaliteits- en doorvoerproblemen als gevolg van versleten onderdelen te vermijden en ervoor te zorgen dat uw printer goed blijft presteren, moeten de volgende onderdelen vervangen worden wanneer het opgegeven aantal pagina’s is afgedrukt of wanneer de levensduur van het desbetreffende onderdeel is verstreken. 1. Open de klep van de automatische documentinvoer. 2. Draai de mof aan het rechteruiteinde van de ADI-rol in de richting van de ADI en verwijder de rol.
1. Open de klep van de DADI. 2. Verwijder het rubberen matje uit de DADI, zoals in de afbeelding. HET SERIENUMMER VAN HET APPARAAT CONTROLEREN Wanneer u een dienst vraagt of u zich registreert als gebruiker op de website van Samsung, vraagt men u mogelijk naar het serienummer. Volg onderstaande stappen om het serienummer te controleren: 1. Druk op Menu tot Systeeminst. op de onderste regel van het display verschijnt en druk vervolgens op OK. 2. Druk op de pijltoetsen tot Onderhoud verschijnt en druk op OK.
problemen oplossen In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • Tips om papierstoringen te vermijden Vastgelopen papier verwijderden Vastgelopen papier verwijderen • • TIPS OM PAPIERSTORINGEN TE VERMIJDEN U kunt de meeste papierstoringen vermijden door het juiste type afdrukmateriaal te gebruiken. Volg de stappen op pagina 75 wanneer er zich een papierstoring voordoet.
Voor de DADI Papierstoring aan uitgang (alleen voor CLX-6200ND, CLX-6210FX, CLX-6240FX) 1. Verwijder alle resterende pagina’s uit de DADI . 2. Open de klep van de DADI . 1. Verwijder alle resterende pagina’s uit de DADI (of ADI). 2. Pak het verkeerd ingevoerde papier vast en verwijder het uit de uitvoerlade door het voorzichtig naar rechts te trekken met beide handen. 1 Klep van de DADI 3. Haal het vastgelopen papier voorzichtig uit de DADI. 3. Plaats de verwijderde pagina’s terug in de DADI (of ADI).
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN In het papierinvoergedeelte Als er een papierstoring optreedt, verschijnt er een waarschuwingsbericht op het display. Raadpleeg de onderstaande tabel om te zien waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. BERICHT PLAATS VAN DE PAPIERSTORING Volg onderstaande stappen om vastgelopen papier uit het papierinvoergedeelte te verwijderen. 1. Open de voorklep volledig met behulp van de greep. ZIE Papierstoring 0 multifunct.
4. Trek de lade volledig open. 5. Verwijder het vastgelopen papier door het voorzichtig recht naar buiten te trekken zoals hieronder afgebeeld. 1. Controleer of het papier is vastgelopen in het invoergedeelte, en zo ja, trek het er voorzichtig uit. Als u het vastgelopen papier niet kunt vinden, of als u weerstand ondervindt bij het verwijderen van het papier, stopt u met trekken en gaat u naar stap 2. 2. Sluit de multifunctionele lade. 3. Trek de lade er uit. 4.
8. Verwijder het vastgelopen papier door er in de hieronder aangegeven richting aan te trekken. Trek het papier voorzichtig en langzaam uit de printer om te voorkomen dat het scheurt. • • • Raak het groene oppervlak, de OPC-drum en de voorkant van de tonercassettes niet aan met uw handen of met enig ander materiaal. Gebruik de greep op elke cassette om te voorkomen dat u dit gedeelte aanraakt. Probeer geen krassen te maken op het oppervlak van de transportriem.
4. Trek de papierstoringshendel omhoog om het fixeergedeelte van de fixeereenheid los te maken, en verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit het apparaat. 5. Duw de papierstoringshendel omlaag om het fixeergedeelte vast te zetten. 6. Sluit de binnenklep. 7. Duw de scannereenheid voorzichtig en langzaam omlaag totdat deze volledig is gesloten. Controleer of de klep goed dicht is.
Als u weerstand voelt bij het verwijderen van (vastgelopen) papier stopt u met trekken en draait u de ontgrendelknop in de aangegeven richting om het vastgelopen papier te verwijderen. 4. Sluit de klep van de eenheid voor dubbelzijdig afdrukken. 5. Duw de scannereenheid voorzichtig en langzaam omlaag totdat deze volledig is gesloten. Controleer of de klep goed dicht is. Zorg dat uw vingers niet klem raken! Wanneer de scannereenheid niet volledig gesloten is, werkt het apparaat niet.
5. Trek het vastgelopen papier in de aangegeven richting eruit. Trek het papier voorzichtig en langzaam uit de printer om te voorkomen dat het scheurt. 6. Sluit de voorklep goed. Het apparaat gaat door met afdrukken. BERICHT Het apparaat heeft een communicatieprobleem. Vraag de afzender om de fax opnieuw te verzenden. [Geen antwoord] Het andere faxapparaat neemt zelfs na verschillende pogingen niet op. Probeer het opnieuw. Ga na of het andere faxapparaat aanstaat.
BERICHT Annuleren? W Ja X BETEKENIS Het geheugen van het apparaat is volgeraakt, terwijl het document in het geheugen werd opgeslagen. VOORGESTELDE OPLOSSING Als u de faxopdracht wilt annuleren, drukt u op de knop OK om Ja te accepteren. Als u de pagina’s wilt verzenden die correct zijn opgeslagen, drukt u op de knop OK om Nee te selecteren. Verzend de resterende pagina’s later als er opnieuw geheugen vrij is. Bestandsnaam over limiet De bestandsnamen die u kunt gebruiken, lopen van doc001 t/m doc999.
BERICHT Groep niet beschikbaar BETEKENIS VOORGESTELDE OPLOSSING BETEKENIS VOORGESTELDE OPLOSSING Ongeldige toner T De kleurentonercassette die u hebt geïnstalleerd is niet bestemd voor uw apparaat. Installeer een originele Samsungkleurentonercassette die voor uw apparaat werd ontwikkeld. Ongeldige [xxx] Het kleuronderdeel van het apparaat is niet voor uw apparaat. Installeer een origineel Samsung-onderdeel dat voor uw apparaat werd ontwikkeld.
BERICHT BETEKENIS VOORGESTELDE OPLOSSING Toner bijna op T De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner. De tonercassette is bijna aan het eind van haar geschatte gebruiksduur. Houd een nieuwe cassette klaar ter vervanging van de oude cassette. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen. (Zie "Toner herverdelen" op pagina 69.) Toner niet Sams. T De kleurentonercassette die door de pijl wordt aangegeven, is geen originele cassette van Samsung.
BERICHT Geen toner meer T BETEKENIS VOORGESTELDE OPLOSSING Een van de tonercassettes is aan het eind van haar geschatte gebruiksduur. De printer stopt met afdrukken. De geschatte gebruiksduur van een tonercassette verwijst naar het gemiddelde aantal resterende afdrukken volgens de ISO/IEC 19798-norm. (Zie pagina 105.) Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de omgevingsvoorwaarden, de tijd tussen afdruktaken en het type en formaat van het afdrukmateriaal.
Afdrukproblemen MOGELIJKE OORZAAK VOORGESTELDE OPLOSSING Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. Mogelijk is in de printereigenschappen de verkeerde invoerlade geselecteerd. In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het tabblad Papier onder printereigenschappen. Selecteer de juiste lade. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma. Een afdruktaak wordt uiterst langzaam afgedrukt. Mogelijk is de afdruktaak zeer complex.
PROBLEEM Er worden blanco pagina’s "afgedrukt". MOGELIJKE OORZAAK De tonercassette is leeg of beschadigd. VOORGESTELDE OPLOSSING Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Zie pagina 68. Vervang indien nodig de tonercassette. Mogelijk bevat het bestand blanco pagina’s. Controleer of het bestand blanco pagina’s bevat. Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). Neem contact op met de serviceafdeling. De printer drukt het PDF-bestand niet goed af.
PROBLEEM Witte vlekken Verticale strepen Gekleurde of zwarte achtergrond Tonervlekken VOORGESTELDE OPLOSSING Er verschijnen witte vlekken op de pagina: • Het papier is te ruw en vuil van het papier komt binnenin het apparaat terecht, waardoor de transportriem vuil kan zijn geworden. Reinig de binnenkant van het apparaat. Neem contact op met de serviceafdeling. • Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met de serviceafdeling.
PROBLEEM Gekruld of gegolfd VOORGESTELDE OPLOSSING • • • Vouwen of kreuken • • • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. Zie pagina 34. Draai de papierstapel in de lade om. Probeer het papier ook eens 180° te draaien in de lade. Plaats het papier op de juiste manier in de lade. Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Zie pagina 34.
PROBLEEM Kopieën zijn blanco. Afdruk geeft gemakkelijk af. VOORGESTELDE OPLOSSING Zorg dat het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner is geplaatst of met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of ADI). • • Kopieerpapier loopt regelmatig vast. • • • De tonercassette gaat korter mee dan verwacht. • • • VOORGESTELDE OPLOSSING Het apparaat doet erg lang over een scan. • • Vervang het papier in de lade door papier uit een ander pak.
PROBLEEM Het origineel wordt niet in het apparaat ingevoerd. VOORGESTELDE OPLOSSING • • • Faxberichten worden niet automatisch ontvangen. Het apparaat verzendt geen faxberichten. • • • • • • Een ontvangen faxbericht is gedeeltelijk blanco of is van slechte kwaliteit. • • • • Controleer of het papier niet gekreukt is en zorg ervoor dat u het correct plaatst. Ga na of het origineel het juiste formaat heeft en niet te dik of te dun is. Controleer of de DADI (of ADI) goed is gesloten.
Veel voorkomende Windows -problemen PROBLEEM VOORGESTELDE OPLOSSING Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de groep Opstarten, en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. Het bericht "Algemene beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken.
PROBLEEM Bepaalde kleurafbeeldingen worden volledig zwart afgedrukt. VOORGESTELDE OPLOSSING Dit is een bekende bug in Ghostscript (tot GNU Ghostscript versie 7.05) als de basiskleurruimte van het document geïndexeerde kleurruimte is en via CIE-kleurruimte wordt geconverteerd. Aangezien PostScript CIE-kleurruimte gebruikt voor het kleuraanpassingssysteem, moet u Ghostscript op uw systeem upgraden naar GNU Ghostscript versie 7.06 of een hogere versie. Recente Ghostscript-versies vindt u op www.ghostscript.
PROBLEEM Het apparaat scant niet. VOORGESTELDE OPLOSSING • • • Controleer of er een document is geplaatst in het apparaat. Controleer of het apparaat is aangesloten op de computer. Controleer of het correct is aangesloten als er een I/O-fout wordt gemeld tijdens het scannen. Controleer of de poort niet bezet is.
verbruiksartikelen en toebehoren bestellen In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u cassettes en toebehoren voor het apparaat kunt aanschaffen. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • Verbruiksartikelen Toebehoren • De optionele delen of functies kunnen per land verschillen. Neem contact op met een van de vertegenwoordigers als u wilt weten of het onderdeel leverbaar is in uw land.
AANSCHAFMOGELIJKHEDEN Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen en toebehoren wilt bestellen, neem dan contact op met de lokale Samsung-dealer of de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht of ga naar www.samsungprinter.com en selecteer uw land/regio voor informatie over het aanvragen van technische ondersteuning.
accessoires installeren Uw apparaat is een model met talrijke functies dat optimaal is afgestemd op het merendeel van uw afdrukbehoeften. Samsung is zich er echter van bewust dat elke gebruiker andere wensen heeft en biedt daarom verscheidene accessoires waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat kunt uitbreiden.
5. Houd de geheugenmodule vast bij de rand en breng de geheugenmodule in één lijn met de sleuf in een hoek van ongeveer 30 graden. Zorg dat de inkepingen van de module en de openingen van de sleuf in elkaar passen. Hierboven getoonde inkepingen en openingen kunnen afwijken van de geplaatste geheugenmodule en de sleuf. 6. Duw de geheugenmodule voorzichtig in de gleuf totdat u een "klik" hoort.
3. Draai de schroef los, licht het toegangspaneel lichtjes op en trek het naar rechts. 1 Klep moederbord 4. Plaats de connector van de draadloze netwerkinterfacekaart tegenover de connector op het moederbord. Duw de kaart stevig in de connector op het moederbord tot de kaart volledig en stevig op zijn plaats zit. 1 Connector 2 Draadloze netwerkinterfacekaart 5. Plaats het toegangspaneel tot het moederbord terug en schroef het vast.
7. Druk op OK om uw keuze op te slaan. 8. Druk op Stop/Clear om terug te keren naar de gereedmodus. Codering instellen Als uw netwerk gebruik maakt van WEP-coderingssleutels, moet u het juiste type codering selecteren en de coderingssleutels configureren. U kunt maximaal vier sleutels configureren. De actieve sleutel moet overeenstemmen met de sleutelpositie en -waarde (bijvoorbeeld, Sleutel 1) die zijn ingesteld op andere draadloze apparaten op het netwerk. 1.
5. Draai de vier schroeven vast die bij uw nieuwe vaste schijf zijn geleverd. Afdrukken met een optionele vaste schijf Als de optionele vaste schijf is geïnstalleerd, kunt u gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een afdruktaak opslaan of in de wachtrij zetten op de vaste schijf, een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak specificeren in het venster met printereigenschappen.
5. In het geval van een vertrouwelijke afdruktaak voert u het eerder opgegeven 4-cijferige wachtwoord in. Druk op de pijltoetsen om het eerste cijfer in te voeren en druk op OK. De cursor gaat automatisch naar de positie voor het volgende cijfer. Voer het tweede, derde en vierde cijfer op dezelfde manier in. 6. Druk op de pijltoetsen tot Verwijderen verschijnt en druk op OK. Als het ingevoerde wachtwoord niet correct is, verschijnt Ongeldig wachtw. Voer het juiste wachtwoord in. 7.
5. Druk op OK. Achtergebleven afbeeldingsgegevens verwijderen Afb. overschr. is een veiligheidsmaatregel voor klanten die bezorgd zijn over het ongeautoriseerd openen en kopiëren van vertrouwelijke of persoonlijke documenten. 1. Druk op Menu tot Systeeminst. verschijnt op de onderste regel van het display en druk vervolgens op OK. 2. Druk op de linker-/rechterpijltoets tot Afb. overschr. verschijnt en druk op OK. 3.
specificaties In dit hoofdstuk leiden we u langs de specificaties van het apparaat, waaronder de verschillende functies. In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen: • • • Algemene specificaties Specificaties van de printer Specificaties van de scanner • • ALGEMENE SPECIFICATIES Het symbool * verwijst naar een optionele functie, afhankelijk van het apparaat.
ITEM BESCHRIJVING Gewicht (inclusief verbruiksartikelen) • • • Verpakkingsgewicht Papier: 5,8 kg Plastic: 1,8 kg Afdrukvolume • • Fixeertemperatuur 180 °C CLX-6200FX: 35 kg CLX-6200ND, CLX-6210FX: 36 kg CLX-6240FX: 37 kg SPECIFICATIES VAN DE PRINTER ITEM BESCHRIJVING Afdrukmethode a Afdruksnelheid • • CLX-6200 Series: tot 65.000 pagina’s CLX-6240 Series: tot 80.000 pagina’s a. DADI (CLX-6200ND, CLX-6210FX, CLX-6240FX), ADI (CLX-6200FX). b. Geluidsdrukniveau, ISO 7779. c.
SPECIFICATIES VAN DE SCANNER ITEM BESCHRIJVING Compatibiliteit TWAIN-norm/WIA-norm Scanmethode Kleuren-CCD a Resolutie TWAINnorm/WIAnorm • • Optisch: 600 x 1.200 dpi Verbeterd: 4.800 x 4.800 dpi Scannen naar USB 100, 200, 300 dpi Scannen naar e-mail 100, 200, 300 dpi Scannen naar PC 75, 150, 200, 300, 600 dpi Bestandsindeling netwerkscan PDF, TIFF, JPEGb, BMP Effectieve scanlengte • • Effectieve scanbreedte Max.
verklarende woordenlijst Met behulp van onderstaande woordenlijst leert u het product beter kennen. U raakt vertrouwd met de terminologie die bij het afdrukken en in deze gebruikershandleiding vaak wordt gebruikt. ADI De automatische documentinvoer (ADI) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een bepaald gedeelte van het papier ineens kan scannen.
worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd. Emulatie Emulatie is een techniek waarbij met het ene apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met het andere. Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt.
JBIG OPC JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die is ontworpen voor de compressie van binaire afbeeldingen, met name faxen, maar kan ook worden gebruikt voor andere afbeeldingen. OPC (Organic Photo Conductor) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
PSTN TWAIN PSTN (Public-Switched Telephone Network) is het netwerk van de openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken overal ter wereld dat, in een bedrijfsomgeving, doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd. Een standaard voor scanners en software. Wanneer een TWAINcompatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; een API voor het vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Macintosh.
index A Detection) 55 aanpassing hoogte 30 accessoires installeren draadloze netwerkinterfacekaart 99 vaste schijf 101 accessoires installeren netwerkinterfacekaart 99 vaste schijf 101 achtergrond wissen, speciale kopie 43 energiebesparende modus voor scannen 32 energiesparende modus 31 instellen in antwoord-/faxmodus 55 in DRPD-modus 55 in faxmodus 55 in geheugen 51 in telefoonmodus 55 in veilige ontvangstmodus 56 fax verzenden faxen doorsturen 57 apparaat-id, instellen 53 faxhoofd, instellen 5
N netwerk instellen 26 netwerkinterfacekaart, installeren 99 problemen met afdrukkwaliteit, oplossen 88 verbruiksartikelen R vervangen rand wissen, speciale kopie 44 O rapporten, afdrukken 65 onderdelen vervangen reinigen binnenzijde 66 buitenzijde 66 scanner 68 tonercassette 69 onderhoud onderdelen 72 tonercassette 68 ontvangstmodi 54 opnieuw kiezen automatisch 54 handmatig 54 rubberen matje ADI, vervangen 73 ADI 33 glasplaat 33 vervangen, tonercassette 71 volume, aanpassen belsignaal 31 lu
contact SAMSUNG worldwide If you have any comments or questions regarding Samsung products, contact the Samsung customer care center. COUNTRY/ REGION CUSTOMER CARE CENTER WEB SITE COUNTRY/ REGION CUSTOMER CARE CENTER WEB SITE HONDURAS 800-7919267 www.samsung.com/ latin HONG KONG 3698-4698 www.samsung.com/hk HUNGARY 06-80-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com/hu INDIA 3030 8282 1800 110011 1800 3000 8282 www.samsung.com/in INDONESIA 0800-112-8888 www.samsung.
COUNTRY/ REGION CUSTOMER CARE CENTER WEB SITE EIRE 0818 717 100 www.samsung.com/ie RUSSIA 8-800-555-55-55 www.samsung.ru SINGAPORE 1800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com/sg SLOVAKIA 0800-SAMSUNG (7267864) www.samsung.com/sk SOUTH AFRICA 0860 SAMSUNG (7267864) www.samsung.com/za SPAIN 902-1-SAMSUNG(902 172 678) www.samsung.com/es SWEDEN 075-SAMSUNG (726 78 64) www.samsung.com/se SWITZERLAND 0848-SAMSUNG (7267864, CHF 0.08/min) www.samsung.
© 2008 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden. Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder berichtgeving vooraf worden gewijzigd. Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade van welke aard dan ook als gevolg van of in verband met het gebruik van de informatie in deze gebruikershandleiding.
REV 3.
Samsung-printer Software
SOFTWARE INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS Printersoftware installeren ................................................................................................................................................. 5 Software installeren voor afdrukken via een lokale printer ......................................................................................... 5 Software installeren voor afdrukken via een netwerk .....................................................
Document aan een geselecteerd papierformaat aanpassen ........................................................................................... 21 Watermerk afdrukken ...................................................................................................................................................... 22 Bestaand watermerk gebruiken ................................................................................................................................ 22 Nieuw watermerk maken ......
Hoofdstuk 7: SCANNEN Scannen met Samsung SmarThru Office ........................................................................................................................ 27 Werken met Samsung SmarThru Office ................................................................................................................... 27 Deïnstalleren van Samsung SmarThru Office ..........................................................................................................
Hoofdstuk 10: UW PRINTER GEBRUIKEN IN COMBINATIE MET EEN MACINTOSH Software voor Macintosh installeren ................................................................................................................................ 42 De installatie van het printerstuurprogramma ongedaan maken ..................................................................................... 42 Werken met het SetIP-programma ...............................................................................................
1 Printersoftware installeren onder Windows 2 De cd-rom start automatisch en er wordt een installatievenster getoond. Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start en vervolgens op Uitvoeren... Typ X:\Setup.exe, waarbij u “X” vervangt door de letter van het cd-romstation, en klik op OK.
Aangepaste installatie OPMERKING: Als uw printer nog niet op de computer aangesloten is, verschijnt het volgende venster. U kunt zelf onderdelen uitkiezen die geïnstalleerd moeten worden. 1 Zorg ervoor dat de printer aangesloten is op uw computer en aan staat. 2 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation van uw computer. De cd-rom start automatisch en er wordt een installatievenster getoond. Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start en vervolgens op Uitvoeren... Typ X:\Setup.
5 6 Selecteer uw printer en klik op Volgende. OPMERKING: als uw printer nog niet op de computer aangesloten is, verschijnt het volgende venster. Selecteer de onderdelen die u wilt installeren en klik op Volgende. OPMERKING: U kunt de installatiemap wijzigen door op [ Bladeren ] te klikken. 7 Nadat de installatie voltooid is, verschijnt een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken, schakelt u het selectievakje in en klikt u op Volgende.
Software installeren voor afdrukken via een netwerk 4 Selecteer Typische installatie voor een netwerkprinter. Klik op Volgende. Als u uw printer op een netwerk aansluit, moet u eerst de TCP/IPinstellingen voor de printer configureren. Nadat u de TCP/IP-instellingen hebt toegewezen en gecontroleerd, kunt u de software op elke computer in het netwerk installeren. U kunt de printersoftware installeren volgens de standaardmethode of de aangepaste methode.
• U kunt de netwerkprinter ook instellen via SyncThru™ Web Service, een geïntegreerde webserver. Klik op SWS Starten in het venster IP-adres instellen. 5 Anders klikt u gewoon op Voltooien. De lijst van beschikbare printers in het netwerk verschijnt. Selecteer de printer die u wilt installeren in de lijst en druk op Volgende. OPMERKING: als uw printerstuurprogramma niet goed werkt nadat de setup voltooid is, moet u het printerstuurprogramma opnieuw installeren.
• Selecteer, indien noodzakelijk, een taal in de keuzelijst. 4 Selecteer Aangepaste installatie. Klik op Volgende. 5 De lijst van beschikbare printers in het netwerk verschijnt. Selecteer de printer die u wilt installeren in de lijst en druk op Volgende. TIP: klik op de knop IP-adres instellen als u een specifiek IP-adres op een specifieke netwerkprinter wilt instellen. Het venster IP-adres instellen verschijnt. Ga als volgt te werk: a.
Anders klikt u gewoon op Voltooien. Als u de printer aan het netwerk wilt toevoegen, moet u de poortnaam en het IP-adres voor de printer invoeren. • Selecteer Gedeelde printer (UNC) om een gedeelde netwerkprinter (UNC-pad) te vinden en voer de gedeelde naam handmatig in of zoek een gedeelde printer door te klikken op de knop Bladeren. Er verschijnt een lijst met componenten zodat u elk onderdeel afzonderlijk opnieuw kunt installeren.
Wanneer het bevestigingsvenster verschijnt, klikt u op Voltooien. Printersoftware verwijderen 1 Zet uw computer aan en wacht tot Windows is opgestart. 2 In het menu Start selecteert u Programma’s of Alle programma’s → de naam van het printerstuurprogramma → Onderhoud. 3 4 Klik op Start → Printers en faxapparaten. 5 Dubbelklik op Printer toevoegen. 6 Wanneer de wizard Printer toevoegen verschijnt, klikt u op Volgende.
2 U kunt de belangrijkste afdrukinstellingen selecteren in het venster Afdrukken. Deze instellingen omvatten het aantal exemplaren en het afdrukbereik. Standaard afdrukinstellingen In dit hoofdstuk worden de afdrukopties en algemene afdruktaken in Windows beschreven. In dit hoofdstuk treft u de volgende onderwerpen aan: • Documenten afdrukken • Afdrukken naar een bestand (PRN) • Printerinstellingen Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd.
Tabblad Lay-out Printerinstellingen Via het venster met printereigenschappen hebt u toegang tot alle informatie die u nodig hebt als u de printer gebruikt. Als de printereigenschappen worden weergegeven, kunt u de instellingen die u voor uw afdruktaak nodig hebt controleren en wijzigen. Het tabblad Lay-out bevat opties waarmee u de weergave van het document op de afgedrukte pagina kunt aanpassen. Onder Lay-outopties hebt u de keuze uit Meerdere pagina’s per kant en Poster afdrukken.
• Voor meer informatie, zie “Afdrukken op beide zijden van het papier” op pagina 21. De volgende opties voor papierinstellingen zijn beschikbaar in het eigenschappenvenster van de printer. Zie “Documenten afdrukken” op pagina 13 voor meer informatie over de voorkeursinstellingen voor afdrukken. Normaal papier: gewoon papier. Selecteer dit type indien u een zwartwitprinter heeft en afdrukt op katoenpapier van 60 g/m2. Kringlooppapier: gerecycleerd papier van 75~90 g/m2.
Tabblad Grafisch Geavanceerde opties Met behulp van de volgende grafische instellingen regelt u de afdrukkwaliteit. Zie “Documenten afdrukken” op pagina 13 voor meer informatie over de voorkeursinstellingen voor afdrukken. Om de geavanceerde opties in te stellen, klikt u op Geavanceerde opties. • Rastercompressie: Deze optie bepaalt het compressieniveau van afbeeldingen voor de overdracht van gegevens van een computer naar een printer.
Tabblad Extra Op dit tabblad selecteert u de uitvoeropties voor documenten. Zie “Documenten afdrukken” op pagina 13 voor meer informatie over de voorkeursinstellingen voor afdrukken. Klik op het tabblad Extra om toegang te krijgen tot de volgende functies: • Opslaan als formulier voor overlay: selecteer deze optie als u het document als formulierbestand wilt opslaan (C:\FORMOVER\*.FOM).
Favorieten Via de optie Favorieten, die u terugvindt op elk tabblad Eigenschappen, kunt u de huidige instellingen opslaan voor later gebruik. Zo voegt u een instelling toe aan Favorieten: 1 2 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in. 3 Klik op Opslaan. Geef in het invoervenster Favorieten een naam aan deze instellingen. Wanneer u instellingen opslaat onder Favorieten, worden alle huidige stuurprogramma-instellingen opgeslagen.
3 Geavanceerde afdrukinstellingen Meerdere pagina’s afdrukken op één vel papier (N op een vel) In dit hoofdstuk worden de afdrukopties en geavanceerde afdruktaken beschreven. OPMERKING: • Het venster Eigenschappen van het printerstuurprogramma in de gebruikershandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet, omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster bestaat echter uit vrijwel dezelfde onderdelen.
Posters afdrukken Boekjes afdrukken Met deze functie kunt u een document van één pagina afdrukken op 4, 9 of 16 vellen papier, waarna u deze vellen aan elkaar kunt plakken om er zo een poster van te maken. 1 2 3 Als u de afdrukinstellingen vanuit uw softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u het venster Eigenschappen van de printer. Zie “Documenten afdrukken” op pagina 13. Klik op het tabblad Lay-out en selecteer Poster afdrukken in de keuzelijst Type lay-out.
Afdrukken op beide zijden van het papier Documenten vergroot of verkleind afdrukken U kunt afdrukken op beide zijden van een vel papier. Voordat u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. U kunt de inhoud van een pagina groter of kleiner afdrukken. 1 U kunt kiezen uit de volgende opties: • Printerinstelling: als u deze optie selecteert, wordt de werking bepaald door de instelling in het configuratiescherm van de printer.
Watermerk bewerken Watermerk afdrukken 1 Met de optie Watermerk kunt u over een bestaand document heen een diagonale tekst afdrukken. U kunt bijvoorbeeld diagonaal over de eerste pagina of op alle pagina’s van een document in grote grijze letters “CONCEPT” of “VERTROUWELIJK” afdrukken. 2 Er worden verschillende vooraf gedefinieerde watermerken bij de printer geleverd. U kunt deze watermerken wijzigen, of u kunt nieuwe watermerken toevoegen aan de lijst.
Overlay gebruiken Overlay afdrukken Nadat u een overlay hebt samengesteld, kunt u deze met uw document afdrukken. Dit doet u als volgt: 1 Wat is een overlay? Dear ABC Regards WORLD BEST Een overlay is tekst en/of afbeeldingen die op de vaste schijf van de computer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die kunnen worden afgedrukt in een willekeurig document. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukt briefpapier of formulieren.
4 Geavanceerd Windows PostScriptstuurprogramma Als u de geavanceerde opties wilt gebruiken, klikt u op de knop Geavanceerd. Dit onderwerp is van belang als u het PostScript-stuurprogramma op de cd-rom van het systeem wilt gebruiken om een document af te drukken. PPD's bieden in combinatie met het PostScript-stuurprogramma toegang tot de printerfuncties en stellen de computer ertoe in staat om met de printer te communiceren.
5 Werken met Hulpprogramma Direct afdrukken In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u met Hulpprogramma Direct afdrukken PDF-bestanden kunt afdrukken zonder ze te openen. OPGELET: • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken. • U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die worden beschermd met een wachtwoord. Schakel de functie voor het wachtwoord uit en probeer opnieuw af te drukken.
6 Een lokale printer delen Instellen als hostcomputer U kunt de printer rechtstreeks aansluiten op een geselecteerde computer, die de hostcomputer op het netwerk wordt genoemd. De volgende procedure geldt voor Windows XP. Zie de Windowsgebruikershandleiding of on line Help voor andere Windowsbesturingssystemen. OPMERKINGEN: • Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met de printer. Zie Compatibiliteit met besturingssysteem onder Printerspecificaties in de printerhandleiding.
7 3 Scannen U kunt het apparaat als scanner gebruiken om uw foto’s en teksten om te zetten in digitale bestanden die u met uw computer kunt bewerken. U kunt deze bestanden faxen of e-mailen, op uw website zetten of opnemen in projecten die u kunt afdrukken met behulp van Samsung SmarThru-software of het WIA-stuurprogramma. Dubbelklik op dit pictogram.
•Naar Taakbalk: voer de bijbehorende toepassing direct uit. Sleep de geselecteerde bestanden naar de knop van de desbetreffende toepassing. - Lokale scan: na het scannen via de parallelle poort of de USB-poort kunt u de uitvoer van de scan opslaan in een afbeeldingsbestand of een document. - Netwerkscan: na het scannen via het netwerk kunt u de uitvoer van de scan opslaan als JPEG-, TIFF- of PDF-bestand.
Scannen met een TWAIN-compatibel programma Scannen via het WIA-stuurprogramma Als u documenten met andere programma's wilt scannen, moeten deze TWAIN-compatibel zijn, zoals Adobe Photoshop. Wanneer u voor het eerst gaat scannen met een ander programma, moet u het apparaat in dit programma als TWAIN-bron selecteren. Het apparaat ondersteunt ook het WIA-stuurprogramma voor het scannen van afbeeldingen.
Windows Vista 1 Plaats een of meer documenten met de bedrukte zijde naar boven in de DADI (of de ADI). OF Plaats één document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat. 2 Klik op Start → Configuratiescherm → Hardware en geluiden → Scanners en camera’s. 3 Klik op Een document of foto scannen. De toepassing Windows Faxen en scannen wordt automatisch geopend. OPMERKING: Klik op Scanners en camera’s weergeven om de scanners te bekijken.
8 Smart Panel gebruiken OPMERKINGEN: Smart Panel is een programma waarmee de status van de printer wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de printerinstellingen aanpassen. Smart Panel wordt automatisch geïnstalleerd op het moment dat u de printersoftware installeert. OPMERKINGEN: • Vereisten om dit programma te gebruiken: - Zie "Specificaties van de printer" in de printerhandleiding als u wilt weten welke besturingssystemen compatibel zijn met de printer. - Mac OS X 10.3 of hoger - Linux.
De probleemoplossingsgids openen In de Probleemoplossingsgids vindt u oplossingen voor problemen die een foutstatus veroorzaken. Klik met de rechtermuisknop (in Windows of Linux) of klik (in Mac OS X) op het pictogram voor Smart Panel en selecteer Probleemoplossingsgids. Hulpprogramma Printerinstellingen Via het hulpprogramma Printerinstellingen configureert en controleert u de afdrukinstellingen.
9 Uw printer gebruiken onder Linux U kunt uw apparaat gebruiken in een Linux-omgeving. In dit hoofdstuk treft u de volgende onderwerpen aan: • Aan de slag • Unified Linux-stuurprogramma installeren • Werken met het SetIP-programma Unified Linux-stuurprogramma installeren Unified Linux-stuurprogramma installeren 1 2 Zorg dat de printer is aangesloten op de computer. Schakel de computer en de printer in.
5 Na afloop van de installatie klikt u op Finish (Voltooien). Installatie van Unified Linuxstuurprogramma ongedaan maken 1 Als het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in. OPMERKING: U moet zich aanmelden als super user (root) om de installatie van de printersoftware ongedaan te maken. Als u geen super user bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder. 2 Plaats de cd-rom met printersoftware in het cd-rom-station van uw computer.
Werken met het SetIPprogramma Werken met Unified Driver Configurator Dit programma wordt gebruikt om IP-adressen van netwerkapparaten in te stellen met het MAC-adres, d.w.z. het hardwareserienummer van de netwerkprinterkaart of interface. Het wordt met name door netwerkbeheerders gebruikt om de IP-adressen van verschillende netwerkapparaten tegelijk in te stellen. Unified Linux Driver Configurator is een tool dat voornamelijk is bestemd voor de configuratie van printers of MFP-apparaten.
Printers configureren Het configuratiescherm bestaat uit twee tabbladen: Printers en Classes. Knop Printers Configuration (Printers configureren) Tabblad Printers Knop Ports Configuration (Poorten configureren) Klik op het pictogram van de printer links in het venster Unified Linux Configurator als u de huidige printerconfiguratie van het systeem wilt bekijken.
Tabblad Classes Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare printerklassen weergegeven. Ports Configuration (Poorten configureren) In dit scherm kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een afgebroken taak.
Printereigenschappen configureren Een document afdrukken In het eigenschappenvenster dat u kunt openen vanuit de printerconfiguratie, kunt u verschillende eigenschappen voor uw apparaat als printer wijzigen. 1 Open Unified Driver Configurator. 2 3 Ga eventueel naar het scherm Printers Configuration. Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties (Eigenschappen). Het venster Printer Properties (Printereigenschappen) wordt geopend.
5 6 7 Dit venster bestaat uit de volgende vier tabbladen: •General (algemeen): hier kunt u het papierformaat, de papiersoort en de afdrukstand van de documenten wijzigen. U kunt hier ook de dubbelzijdige afdrukfunctie inschakelen, scheidingspagina's toevoegen aan het begin en einde, en het aantal pagina's per vel wijzigen. •Text (Tekst): hier kunt u paginamarges opgeven en tekstopties instellen, zoals regelafstand en kolommen.
Het document wordt gescand en er verschijnt een voorbeeld van de afbeelding in het vak Preview. Op de werkbalk vindt u diverse functies voor het bewerken van de gescande afbeelding. Zie voor meer informatie over het bewerken van een gescande afbeelding pagina 40. 10 Als u klaar bent, klikt u op Save (Opslaan) in de werkbalk. 11 Selecteer de map waarin u de afbeelding wilt opslaan en voer de bestandsnaam in. 12 Klik op Save.
Met de volgende knoppen kunt u een afbeelding bewerken: Knop Functie Afbeelding opslaan. Laatste handeling ongedaan maken. Laatste ongedaan gemaakte handeling herstellen. Bladeren door afbeelding. Geselecteerd deel van afbeelding bijsnijden. Uitzoomen op afbeelding. Inzoomen op afbeelding. Formaat van afbeelding schalen. U kunt het formaat handmatig invoeren of instellen dat de verhouding proportioneel, verticaal of horizontaal wordt geschaald.
10 Uw printer gebruiken in combinatie met een Macintosh Uw apparaat ondersteunt Macintosh-systemen met een ingebouwde USB-interface of een 10/100 Base-TX-netwerkkaart. Als u een bestand afdrukt vanaf een Macintosh-computer, kunt u het PostScriptstuurprogramma gebruiken door het PPD-bestand te installeren. OPMERKING: sommige printers ondersteunen geen netwerkinterface. Controleer in de gebruikershandleiding van de printer onder Printerspecificaties of uw printer een netwerkinterface ondersteunt.
Werken met het SetIPprogramma Dit programma wordt gebruikt om IP-adressen van netwerkapparaten in te stellen met het MAC-adres, d.w.z. het hardwareserienummer van de netwerkprinterkaart of interface. Het wordt met name door netwerkbeheerders gebruikt om de IP-adressen van verschillende netwerkapparaten tegelijk in te stellen. U kunt het SetIP-programma alleen gebruiken als het apparaat is aangesloten op een netwerk.
Voor een Macintosh die via USB is aangesloten aangesloten 1 Volg de aanwijzingen in het onderwerp “Software voor Macintosh installeren” op pagina 42 om het PPD-bestand op uw computer te installeren. 2 Open de map Programma’s en kies Utilities (Hulpprogramma’s) en Print Setup Utility (Hulpprogramma printerinstellingen). • Voor MAC OS 10.5: open Systeemvoorkeuren in de map Programma’s en klik op Afdrukken en faxen. 3 Klik op Voeg toe in de Printerlijst. • Voor MAC OS 10.
Afdrukinstellingen wijzigen Afdrukken U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer. OPMERKING: Selecteer Print (Druk af) in het menu File (Bestand) van uw Macintoshtoepassing. De printernaam die in het printereigenschappenvenster verschijnt, is afhankelijk van de gebruikte printer. Behalve de naam, bestaat het printereigenschappenvenster uit vrijwel dezelfde onderdelen.
Graphics (Grafisch) Printer Features (Printerfuncties) Op het tabblad Graphics (Grafisch) vindt u de opties Resolution (Kwaliteit) en Color Mode (Kleurmodus). Selecteer Graphics (Grafisch) in de vervolgkeuzelijst Presets (Instellingen) om toegang te krijgen tot de grafische functies. Op dit tabblad vindt u opties waarmee u het type papier kunt selecteren en de afdrukkwaliteit kunt instellen.
Verschillende pagina's afdrukken op één vel papier Dubbelzijdig afdrukken U kunt op beide zijden van het papier afdrukken. Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina's wilt inbinden. De bindopties zijn: U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina's af te drukken. 1 2 Lange kant binden: dit is de klassieke lay-out die wordt gebruikt bij het boekbinden.
5 Scannen U kunt documenten inscannen met behulp van Fotolader. Macintosh biedt het programma Fotolader. Scannen met USB 1 2 3 Zorg ervoor dat uw apparaat en computer zijn ingeschakeld en op de juiste wijze met elkaar zijn verbonden. Plaats één document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat. OF plaats een of meer documenten met de bedrukte zijde naar boven in de ADI (of DADI). Start Programma’s en klik op Fotolader. 6 7 Stel de scanopties in dit programma in.
SOFTWARE INDEX A G afdrukken aan pagina aanpassen 21 boekjes 20 document 13 dubbelzijdig 21 meer pagina's per vel Macintosh 47 Windows 19 overlay 23 poster 22 schalen 21 vanuit Linux 38 vanuit Macintosh 45 vanuit Windows 13 watermerk 22 afdrukstand, afdrukken Windows 14 annuleren scannen 30 geavanceerd afdrukken, gebruik 19 gebruiken SetIP 35, 43 grafische eigenschappen, instellen 16 B boekjes afdrukken 20 D document, afdrukken Macintosh 45 Windows 13 dubbelzijdig afdrukken 21 E Extra, tabblad, eigen
installatie ongedaan maken Macintosh 42 Windows 12 installeren Macintosh 42 Windows 5 printerstuurprogramma, installeren Linux 33 S scannen Linux 39 SmarThru 27 TWAIN 29 WIA-stuurprogramma 29 software installatie ongedaan maken Macintosh 42 Windows 12 installeren Macintosh 42 Windows 5 opnieuw installeren Windows 11 systeemeisen Macintosh 42 statusmonitor, gebruik 31 T tonerspaarstand, instellen 16 TWAIN, scannen 29 W watermerk afdrukken 22 bewerken 22 maken 22 verwijderen 22 WIA, scannen 29 50