Handleiding bij uw SAM4S kasregister model ER-650
Inhoudsopgave Pag.2 Pag.3 1 1.1 1.2 1.3 Pag.4 2 Pag.5 3 Pag.7 3.1 Pag.8 3.2 Pag.9 3.3 Pag.13 4 Pag.14 Pag.15 Pag.16 5 Pag.17 Pag.18 6 Pag.19 Pag.20 Pag.21 Pag.22 Pag.24 7 Pag.25 Pag.26 Pag.27 Pag.28 Pag.29 Pag.32 Pag.34 Pag.43 Pag.44 Pag.46 Pag.47 Pag.48 Pag.49 Pag.50 Pag.51 Pag.54 Pag.55 Pag.56 Pag.
1. Voordat u begint In dit hoofdstuk worden de diverse onderdelen van de kassa beschreven en worden de specificaties weergegeven. 1.1 Specificaties Onderdeel Printer Print snelheid Papierrol Toetsenbord Verkoperdisplay Klantendisplay RAM Geheugen ROM Geheugen Interfaces Geldlade Afmetingen Gewicht Omschrijving Enkel station thermisch (drop-in mechanisme) 8 regels per seconde 57.5mm 98 toetsen (plat toetsenbord) LCD display (8 regels met 20 karakters tekst per regel) 10 karakters numeriek 256Kb; max.
2 Installeren van de kassarol Verwijder de printerkap Druk op de blauwe hefboom Leg de papierrol zoals hierboven is afgebeeld in de printer Zorg ervoor dat een stukje papier Steek het restant van het papier door over de printer heensteekt en klap de de de gleuf in de printerkap en plaats printer weer dicht de printerkap 4 Klap de printer open
3 Display De ER-650 heeft een LCD verkoperdisplay. Dit display heeft 8 regels en op elke regel kunnen maximaal 20 karakters verschijnen. Het klantendisplay is een numeriek display waarin maximaal 10 cijfers kunnen verschijnen. UIT STAND Als de sleutel in de stand OFF staat verschijnt UIT STAND in het display. De kassa staat stand-by en reageert niet op het toetsenbord REG STAND Als de sleutel in de stand REG staat verschijnt REG STAND in het display.
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: Door [7] in te drukken kunt u logo’s en omschrijvingen programmeren. Door [8] in te drukken kunt u de preset toetsen programmeren. Door [9] in te drukken kunt u programmeren sturen naar andere kassa’s. Door [00] in te drukken kunt u nog meer programmeringen selecteren; deze staan hieronder vemeld. Na het indrukken van [00] verschijnt het volgende: Door [0] in te drukken kunt u werktijden van verkopers programmeren.
3.1 Programmeerlayout De programmeerlayout heeft u nodig om instellingen van de kassa te wijzigen. Ook zijn op het standaard toetsenbord al codes aangebracht om makkelijk te kunnen programmeren.
3.
3.3 Registreren op de kassa Met de toets [PAGE UP] kunt u terug naar eerder geregistreerde artikelen. Met de toets [PAGE DOWN] kunt u vooruit naar later geregistreerde artikelen. De laatste zes geregistreerde artikelen worden in het display weergegeven. Verkoper: Afhankelijk van de programmering van de kassa moet na elke transactie een verkoper zich aanmelden of een verkoper hoeft zich pas aan te melden nadat een andere zich heeft afgemeld.
Representatie: Met deze toets kunt u een gratis artikel aan de klant geven. Bijvoorbeeld “drie halen en twee betalen”. Representatie registreren: [PLU 1] [REPRESENTATIE] [PLU 1] Bvenstaande resulteert in het registreren van PLU 1 en het gratis weggeven van PLU 1. PLU Shift (modifier): U kunt een andere PLU registreren d.m.v. deze toets. Welke PLU dat is, is afhankelijk van de programmering.
Foutieve handelingen: [RETOUR] wordt gebruikt om artikelen terug te boeken die terugkomen in het assortiment. Meestal betreft het hier een ruiling van de klant. Terugboeken met [RETOUR]: [RETOUR], voer bedrag in, druk op de toets van het artikel / voer de code in en druk op [PLU] / scan het artikel [FOUT] wordt gebruikt om de laatste aanslag direct terug te boeken.
Wisselkoersen: Het is mogelijk om het totaal bedrag om te rekenen naar een andere valuta (bijv. Amerikaanse Dollars). Het wisselgeld wordt wel weer omgerekend naar Euro’s. Gebruiken van [KOERS]: Registreer alle artikelen, [KOERS], voer bedrag in en reken af Bon achteraf: Als de klantenbon op UIT staat kunt u toch een klantenbon achteraf printen. Na het eindigen van de transactie drukt u op [CONTANT] om een complete bon te printen.
4 Sleutelstand X Als de sleutel in stand X staat verschijnt MANAGER STAND in het display. Door [0] in te drukken zet u de kassa in de managerstand. Door [1] in te drukken kunt u X-Rapporten uitprinten. Door [2] in te drukken kunt u kasdeclaratie uitvoeren. Door [3] in te drukken kunt u selecteren tussen klantenbon of journaal. Door [4] in te drukken kunt u de klantenbon uitschakelen. Door [5] in te drukken kunt u de kassa in training zetten.
U heeft nu de volgende keuzes: Druk op [0] in voor een X1-Rapport (DAG) of op [1] voor een X2-Rapport (PERIOD.). Druk op [ENTER]. Druk op [0] om het rapport te printen of op [1] om het rapport in het display te bekijken. Druk op [ENTER]. Druk op [0] als de kassa niet in een netwerk staat. Druk op [1] als u een rapport wilt printen van alle kassa’s in een IRC netwerk. Druk op [2] als u bepaalde kassa’s in het netwerk wilt selecteren (zie hieronder). X RAPPORT OPTIES RPT# : FINANCIEEL 1. TYPE : 0 0:DAG.
Stop printen (bon aan/uit selecteren): Door [4] in te drukken kunt u de klanten in- of uitschakelen. BON/JOURNAAL Als de klantenbon uit staat verschijnt het scherm zoals hiernaast staat weergegeven. Druk op de toets [JA /NEE] te drukken kunt u selecteren tussen het in- of uitschakelen van de klantenbon. Druk op [ENTER] om te bevestigen en terug te gaan naar het hoofdmenu.
5 Sleutelstand Z Als sleutel in stand Z staat verschijnt RESET RAPPORT STAND in display Druk op [0] om Z-Rapporten te kunnen uitprinten. Druk op [1] om het electronisch journaal te wissen Druk op [2] om te kunnen communiceren met de PC RESET RAPPORT STAND 0. Z RAPPORTEN 1. RESET ELEC. JOUR. 2. PC COMMUNICATIE Z-Rapporten: Door [0] in te drukken kunt u Z-Rapporten uitprinten. Als u het rapportnummer weet kunt u direct dit nummer invoeren en op * [ENTER] drukken.
Wat is een Z1-Rapport en wat is een Z2-Rapport? Z1 Rapport U krijgt een overzicht van de verkopen en deze verkopen worden wel gereset. Wanneer u verder gaat met registreren worden de ‘nieuwe’ verkopen niet bij de ‘oude’ verkopen opgeteld. Z1 Rapport wordt meestal aan het eind van de dag geprint voor een totaal overzicht van de dag. Z2 Rapport Telt alle Z1 Rapporten op en reset de verkoopgegevens. Wanneer u verder gaat met registreren worden de ‘nieuwe’ verkopen niet bij de ‘oude’ verkopen opgeteld.
6 Sleutelstand S Als de sleutel in de stand SM staat verschijnt SM STAND in het display: Druk op [0] om de hardware van de kassa te testen. Druk op [1] om de verkoopgegevens te verwijderen. Druk op [2] om alleen het NRGT-TTL bedrag te verwijderen. Druk op [3] om alle PLU’s te verwijderen. Druk op [4] om de EPROM versie in het display te laten zien. Druk op [5] om de maxima te kunnen wijzigen. Druk op [6] om het toetsenbord te kunnen wijzigen. SM STAND 0. H/W TEST 1. VERWIJDER TOTALEN 2.
Verwijderen van verkoopgegevens: Door [1] in te drukken kunt u verkoopgegevens verwijderen. Door op [JA/NEE] te drukken kunt u selecteren of u de verkoopgegevens wilt verwijderen of niet. Druk op [ENTER] om te bevestigen. VERWIJDER TOTALEN WEET U HET ZEKER? N Verwijderen van NRGT-TTL bedrag: Door [2] in te drukken kunt u het NRGT-TTL bedrag verwijderen. VERWIJDER NRGT-TTL Door op [JA/NEE] te drukken kunt u selecteren of u het NRGT-TTL bedrag WEET U HET ZEKER? wilt verwijderen of niet.
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: Het totaal aan geheugen wat gebruikt kan worden. Het totaal aan geheugen wat gebruikt is. Het aantal regels aan electronisch journaal wat opgeslagen wordt. Het aantal tafels. Bepaald of de tafelnota op een slipprinter of intern wordt geprint. Het maximaal aantal regels wat op een nota geprint kan worden. Druk na het maken van een wijziging op [ENTER] GEHEUGENINDELING TOTAAL : 188416 GEBRUIKT : 188100 # JOUR.
Na het indrukken van [ENTER] verschijnt het volgende: Druk op [ENTER] om de nieuwe toetsposities te bewaren. Als u de nieuwe toetsposities niet wilt bewaren, drukt u op [ESC] om weer terug te gaan naar het hoofdmenu. TOETSEN DRUK OP [ENTER] OM TE BEWAREN OF DRUK OP [ESC] OM TERUG TE GAAN ZONDER TE BEWAREN U kunt toetscodes opzoeken door herhaaldelijk op [PAGE DOWN] te drukken, net zo lang totdat de toetscode in het display verschijnt.
COM Poorten instellen: De ER-650 heeft twee COM poorten waarop u allerlei apparaten kunt aansluiten. De programmering van beide poorten is identiek, alleen selecteert u COM#1 door op [8] te drukken en selecteert u COM#2 door op [9] te drukken. Door [8] of [9] in te drukken kunt u COM#1 of COM#2 instellen. Hier voert u de baudrate in waarmee het apparaat communiceert. Hier voert u de pariteit in. 0=Geen, 1=Oneven, 2=Even. Hier voert u het aantal data bits in. 0=8 data bits, 1=7 data bits. POORT1 PROG.
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: Hieronder staan nog meer printers die kunnen worden aangesloten. 2=SAM SRP-250 is aangesloten. 3=SAM SRP-300 is aangesloten. 4=SAM SRP-350 is aangesloten. 5=CITIZEN 3550 of 3551 is aangesloten. 6=CITIZEN 810 is aangesloten. 7=CITIZEN 230 is aangesloten. POORT1 PROG.
7 Sleutelstand PGM Als de sleutel in de stand PGM staat verschijnt PGM STAND in het display Druk op [0] om PLU’s te programmeren. Druk op [1] om Hoofdgroepen te programmeren. Druk op [2] om BTW tarieven te programmeren. Druk op [3] om Systeem Opties te programmeren. Druk op [4] om Print Opties te programmeren. Druk op [5] om Toetsinstellingen te programmeren. Druk op [6] om Verkopers te programmmeren. PGM STAND 0. PLU 1. HOOFDGROEP 2. BTW 3. SYSTEEM OPTIE 4. PRINTER OPTIE 5. TOETSEN 6.
PLU’s programmeren: Door [0] in te drukken kunt u PLU’s programmeren. Druk op [0] om een instelling van een PLU te wijzigen. Druk op [1] om een PLU te verwijderen. PLU PROG. 0.WIJZIG PLU 1. VERWIJDER PLU PLU’s wijzigen: Na het indrukken van [0] verschijnt het volgende: Voer het nummer van de PLU in en druk op de toets [PLU] Of: Druk op de preset toets van de PLU op het toetsenbord PGM NUMMER * VOER NR.
Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt het volgende: Hier kunt u selecteren of de PLU op de nota moet worden geprint. Hier kunt u selecteren of de PLU prijs op de bon moet worden geprint. Hier kunt u selecteren of de PLU prijs op de nota moet worden geprint. Hier kunt u selecteren of representatie niet mogelijk is voor deze PLU. Hier kunt u selecteren of aantal moet worden gereset na een Z-Rapport. Hier kunt u selecteren of alleen een manager de preset prijs mag wijzigen.
Aantal PLU’s verwijderen: Na het indrukken van [0] verschijnt het volgende: Voer het eerste nummer in van de PLU van het bereik en druk daarna op de [PLU] toets. U kunt ook op de preset toets op het toetsenbord drukken. PLU NUMMER * VOER DE EERSTE PLU IN VAN HET BEREIK EN DRUK OP [PLU] 0 Na het selecteren van de eerste PLU verschijnt het volgende: Voer het laatste nummer in van de PLU van het bereik en druk daarna op de [PLU] toets. U kunt ook op de preset toets op het toetsenbord drukken.
Hoofdgroepen programmeren: Door [1] in te drukken kunt u hoofdgroepen programmeren. Voer het nummer in van de hoofdgroep die u wilt programmeren. Druk daarna op [ENTER]. HOOFDGROEP PROG. HOOFDGROEP (1-20) 0 Afhankelijk van de instellingen van de maxima (zie sleutelstand S) kunt u maximaal 99 hoofdgroepen programmeren. De standaardwaarde is 20. Na het selecteren van een hoofdgroep verschijnt het volgende: Hier kunt u de omschrijving invoeren.
Systeemopties programmeren: Door [3] in te drukken kunt u systeemopties programmeren. J=Toets maakt geluid na indrukken van de toets J=Verkoper moet zich met een sleutel aanmelden 1=Verkoper moet zich aanmelden met een geprogrammeerde code 0=Verkoper moet zich aanmelden met een volgnummer (1 tot max. 99) Welke verkoper wordt aangemeld na het direct indrukken van [VERK.NR] Dit geldt alleen als verkoper zich met een volgnummer kan aanmelden. U kunt de waarde 1-10 invoeren.
7 0 0 Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 7: Voer hier in of % en BTW berekeningen moeten worden afgerond. Voer hier in of het gescheiden betalen moet worden afgerond. SYSTEEM OPTIE % EN BTW BEREKEN GESCHEIDEN BETALEN Wijze van afronden: 0=Afronding op stuivers. 1=Altijd naar boven afronden. 2=Altijd naar beneden afronden.
Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 13: Selecteren van PLU Prijs Level: 0=Ga terug naar standaard niveau na registreren van een artikel. 1=Ga terug naar standaard niveau na het afrekenen. 2=Blijf op hetzelfde PLU Prijs Level (handmatig wijzigen). SYSTEEM OPTIE PRIJS LEVEL 0=TERUG NA ARTIKEL 1=TERUG NA VERKOOP 2=BLIJF OP NIVEAU 13 0 J=Maak gebruik van het electronisch journaal. ELEC.
Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 2: J=Print geen 0 totalen in het Financieel Rapport. J=Print geen 0 totalen in het Verkoper Rapport. J=Print het Verkoper Rapport automatisch na het Financieel Rapport. J=Print het aantal artikelen op de klantenbon. Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 3: J=Print 0 totalen in het PLU Rapport. J=Print SUB TOTAAL op de klantenbon na indrukken van [SUB TTL].
Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 8: Voer het symbool van de wisselkoers(en) in. Symbool voor koers#1 Symbool voor koers#2 Symbool voor koers#3 Symbool voor koers#4 PRINT OPTIE KOERS SYMBOOL KOERS#1 KOERS#2 KOERS#3 KOERS#4 8 • • • • Selecteer een koers en druk op [00]. Scroll met [PAGE DOWN] totdat het symbool in het display verschijnt. Toets het nummer in van het symbool en druk op [ENTER]. Het symbool verschijnt nu achter de wisselkoers.
Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt systeemoptie 14: J=Print de normale transacties (zonder tafel) op de slipprinter. J=Print een barcode met daarin het contante bedrag verwerkt. (***) J=Print onderaan op de klantenbon de barcode met het contante bedrag. J=Voer in uit hoeveel cijfers de vaste barcode bestaat (1-8 cijfers). Voer hier de vaste barcode in (begint met een ‘2’).
%1-%5 Na het indrukken van [%1] (of [%2] t/m [%5] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [%1] drukt. Voer hier in of een bedrag moet worden berekend of een percentage. Voer hier het vaste tarief (%) of het vaste bedrag in. J=Deze toets is uitgeschakeld. J=Alleen een manager mag deze toets gebruiken. J=Bedrag/tarief moet door de verkoper worden ingevoerd. J=Bereken %/bedrag over het totaal; N=bereken %/bedrag over artikel. %1 PROG. OMSCHR:%1 N BEDRAG=J %=N TRF 0.
CONTANT: Na het indrukken van [CONTANT] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [CONTANT] drukt. Voer hier het maximale bedrag in wat contant afgerekend mag worden. (0.00 betekent dat er geen limiet is). J=Verplicht wisselgeld berekenen J=Wisselgeld of gescheiden betalen alleen door de manager. J=Gescheiden betalen (meerdere manieren afrekenen) niet mogelijk. CONTANT PROG. OMSCHR:CONTANT BB (0 : GEEN LIMIET) VERPL.WISSELGELD WISSEL/GESCH. BET DOOR MANAGER GEEN GESCH.
TOELICHTING OP CHEQUE: Na het indrukken van [TOELICHTING] verschijnt het volgende: Voer hier omschrijving in voor bon/rapport als u op [TOELICHTING] drukt. J=Deze toets is uitgeschakeld. J=Print bedrag en omschrijving op de cheque. N=Print omschrijving op de cheque. TOELICHTING PROG. OMSCHR:TOELICHTING TOETS UITSCHAKELEN BEDRAG OP CHEQUE PIN: PIN PROG. Na het indrukken van [PIN] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [PIN] drukt.
OPEN: Na het indrukken van [OPEN] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [OPEN] drukt. J=Deze toets is uitgeschakeld. J=Deze toets verplicht gebruiken om te kunnen registreren. J=Verkoper die een tafel opent mag alleen die tafel opnieuw openen. N=Alle verkopers mogen de tafel opnieuw openen. J=Print tafelnummer en bedrag op de klantenbon Na het programmeren van het vorige scherm verschijnt het volgende: J=Print tafelnummer en bedrag op de extern aangesloten printer.
FUNCTIE#1 en FUNCTIE#2: Er zijn twee functietoetsen. Onder elke toets kunt u acht toetsen programmeren. Deze toetsen zijn niet direct op het toetsenbord geprogrammeerd, maar wel op te roepen met één van de twee functietoetsen. Na het indrukken van [FUNCTIE#1 / 2] verschijnt het volgende: 0=Programmeer toetsen onder deze functietoets. 1=Wijzig de status van de toetsen die geprogrammeerd zijn onder de functietoets. TOETSEN#1 PROG. 0. MENU 1. STATUS PROG.
SHIFT1-5: Na het indrukken van [SHIFT1 / 5] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [SHIFT1 / 5] drukt. J=Alleen een manager mag deze toets gebruiken. J=Als omschrijving en prijs moeten worden veranderd, N=Alleen prijs. J=Print de andere omschrijving op de nota van de slipprinter. J=Print de andere omschrijving op de klantenbon. Geef aan welke positie van de PLU wordt veranderd (1-14). 1 is meest rechter positie, 14 is meest linker positie.
REPRESENTATIE: Na het indrukken van [REPRES.] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [REPRES.] drukt. J=Deze toets is uitgeschakeld. J=Alleen een manager mag deze toets gebruiken. J=Bereken BTW1 na het indrukken van deze toets. J=Bereken BTW2 na het indrukken van deze toets. J=Bereken BTW3 na het indrukken van deze toets. J=Bereken BTW4 na het indrukken van deze toets. REPRES. PROG. OMSCHR:REPRESENTAT.
TAFEL: Na het indrukken van [TAFEL] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [TAFEL] drukt. J=Verplicht invoeren voor [OPEN]. J=Verplicht invoeren om te kunnen registreren. J=Print het tafelnummer op de externe printer. TAFEL PROG. OMSCHR:TAFEL VERPLICHT VOOR NOTA VERPL. VOOR REGISTR PR. OP EXT. PRINTER N N N TARE: Na het indrukken van [TARE] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [TARE] drukt. J=Deze toets is uitgeschakeld.
VALIDATIE: Na het indrukken van [VALIDATIE] verschijnt het volgende: Voer hier de omschrijving in voor bon/rapport als u op [VALIDATIE] drukt. Selecteer de poort (1-2) waarop de slipprinter is aangesloten. Voer een ‘0’ in als u geen gebruik wilt maken van validatie. J=Deze toets is uitgeschakeld. VALIDATIE PROG.
Logo programmeren: U kunt een tekstlogo bovenaan en/of een tekstlogo onderaan de klantenbon printen. Ook kan een tekstlogo bovenaan op de nota van de slipprinter worden geprint. Wanneer u een tekstlogo bovenaan en/of onderaan de klantenbon wilt printen mag deze tekst uit maximaal 6 regels bestaan. Het tekstlogo van de nota mag uit maximaal 10 regels bestaan. Naast de logo’s kunt u ook vertalingen programmeren voor het Financieel Rapport en het Verkoper Rapport.
VERTALINGEN FINANCIEEL RAPPORT: Nr Tekst Nr 1 +PLU TTL 29 2 -PLU TTL 30 3 TOTAAL 31 4 GEEN BTW 32 5 INCL.BTW1 33 6 INCL.BTW2 34 7 INCL.BTW3 35 8 INCL.BTW4 36 9 BTW1 37 10 BTW2 38 11 BTW3 39 12 BTW4 40 13 GEEN BTW1 41 14 GEEN BTW2 42 15 GEEN BTW3 43 16 GEEN BTW4 44 17 EATIN TTL 45 18 TAKEOUT TTL 46 19 DRTHRU TTL 47 20 %1 48 21 %2 49 22 %3 50 23 %4 51 24 %5 52 25 NETTO 53 26 CREDIT BTW1 54 27 CREDIT BTW2 55 28 CREDIT BTW3 56 Tekst CREDIT BTW4 COUP.
Preset toetsen programmeren: Preset toetsen zijn toetsen die geprogrammeerd zijn op het toetsenbord. Door de toets in te drukken kunt u direct een artikel (PLU) registreren. Standaard zijn PLU1 t/m 63 geprogrammeerd als preset toetsen op het toetsenbord, maar u kunt elke willekeurige PLU als preset toets op het toetsenbord programmeren. Door [8] in te drukken kunt u preset toetsen programmeren. Druk op één van de preset toetsen op het toetsenbord. PRESETCODE PROG.
Verkoper In/Uit programmeren: Druk in het hoofdmenu op [00] om meer programmeeropties te selecteren. Er verschijnt nu een nieuw scherm met allerlei opties. VERKOPER NUMMER Door [0] in te drukken kunt u Verkoper In/Uit programmeren. Voer hier het nummer in van de verkoper waarvan u de werktijden wilt invoeren. Aantal verkopers is afhankelijk van de maxima. Na het selecteren van een verkoper verschijnt het volgende: Voer hier de eerste datum in en tijdstip dat de verkoper begint te werken.
Extra pin limiet programmeren: Druk in het hoofdmenu op [00] om meer programmeeropties te selecteren. Door [3] in te drukken kunt u de Extra pin limiet programmeren. Voer het bedrag in wat maximaal extra gepind mag worden. WISSEL LIMIET PROG. EXTRA PIN LIMIET 0.00 De limiet is bijvoorbeeld € 50,00. Stel dat de klant een bedrag moet betalen van € 14,78, dan is het maximale bedrag € 64,78. Datum en tijd programmeren: Druk in het hoofdmenu op [00] om meer programmeeropties te selecteren.
Na het selecteren van een Macro verschijnt het volgende: Druk op de toetsen die u in de Macro wilt koppelen tot één toets. U kunt maximaal 50 toetsen combineren. Als u op [PAGE DOWN] drukt verschijnt een lijst met toetsen. Door weer op [PAGE DOWN] te drukken kunt u scrollen door deze lijst.Voer het nummer in en druk op [ENTER] om de toets te selecteren. Bijv. Druk op [1][0][0][0] [CONTANT] om een afrekentoets te programmeren die direct € 10,00 contant afrekent. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Printen van programmeergegevens: Druk in het hoofdmenu op [00] om meer programmeeropties te selecteren. Door [00] in te drukken kunt u programmeerinstellingen selecteren. Druk op [0] om bepaalde programmeringen uit te kunnen printen. Druk op [1] om alle programmeringen uit te kunnen printen. PROGRAMMA INST. 0. PROGRAMMA INST. 1. ALLE PGM INSTEL.
8 Keukenprinter aansluiten Wanneer een keukenprinter wordt aangesloten op de kassa zijn de volgende instellingen belangrijk: • Programmeer in de hoofdgroepen dat de hoofdgroep op de keukenprinter moeten worden geprint (zie hoofdstuk 7). • Koppel aan de PLU de hoofdgroep die op de keukenprinter moet worden geprint (zie hoofdstuk 7). • Programmeer de juiste COM poort van de kassa (zie hoofdstuk 6; COM1 of COM2). • Soldeer de kabel tussen kassa en keukenprinter.
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: Hieronder staan nog meer printers die kunnen worden aangesloten. 2=SAM SRP-250 is aangesloten. 3=SAM SRP-300 is aangesloten. 4=SAM SRP-350 is aangesloten. 5=CITIZEN 3550 of 3551 is aangesloten. 6=CITIZEN 810 is aangesloten. 7=CITIZEN 230 is aangesloten. POORT1 PROG.
De overige instellingen van de hoofdgroep zijn niet van belang voor het aansluiten van een keukenprinter. Druk op [ESC] om terug te gaan naar het hoofdmenu. • U dient nu de PLU’s te koppelen aan de hoofdgroep die weer gekoppelt is aan de keukenprinter. Na het indrukken van [0] verschijnt het volgende: Voer het nummer van de PLU in en druk op de toets [PLU] Of: Druk op de preset toets van de PLU op het toetsenbord PGM NUMMER * VOER NR.
9 PC aansluiten Wanneer een PC wordt aangesloten op de kassa dient u rekening te houden met het volgende: • Programmeer de juiste COM poort (1 of 2) met de juiste instellingen. • Open de COM poort om te kunnen communiceren (sleutelstand Z) of programmeer een vast tijdstip. In het onderstaande voorbeeld gaan we uit van het aansluiten van de PC op COM#1 van de kassa. Programmeer de communicatieinstellingen als volgt: • Zet de sleutel in de stand S Door [8] in te drukken kunt u COM#1 instellen. POORT1 PROG.
Kabellayout ER-380 9Polig DSUB Male 2 3 4 5 6 7 8 <-> <-> <-> <-> <-> <-> <-> <-> 3 2 6 5 4 8 7 PC 9 polig DSUB female Sluit de kabel aan tussen PC en kassa (COM1 of COM2); u kunt nu gegevens versturen of zenden naar de kassa. UPPROGRAM = Lees gegevens uit de kassa DOWNPROGRAM = Zend gegevens naar de kassa POLLREPORT = Lees rapporten uit de kassa Elke keer als er gegevens worden verstuurd van de kassa naar de PC of andersom print de kassa de communicatiegegevens op de printer.
11 Slipprinter aansluiten Wanneer een slipprinter wordt aangesloten op de kassa zijn de volgende instellingen belangrijk: • Programmeer de juiste COM poort van de kassa (zie hoofdstuk 6; COM1 of COM2). • Zorg ervoor dat de communicatieinstellingen van COM poort en slipprinter overeenkomen. • Soldeer de kabel tussen kassa en slipprinter. • Programmeer dat op de slipprinter moet worden geprint (tafels).
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: POORT1 PROG. Hier voert u in hoeveel regels in totaal op de nota van de slipprinter geprint AANTAL REGELS OP kunnen worden (0-50 regels). NOTA (0-50) Hier geen waarde invoeren; weegschaal kan niet worden aangesloten. SCHAAL TYPE 0:NCI 1:CAS Hier voert u in welke printer op de kassa is aangesloten. PRINTER TYPE Druk op [PAGE DOWN] zodat het volgende scherm verschijnt.
• Laat de sleutel van de kassa in sleutelstand S staan Door [5] in te drukken kunt u de maxima van de kassa wijzigen. Het totaal aan geheugen wat gebruikt kan worden. Het totaal aan geheugen wat gebruikt is. Het maximaal aantal PLU’s. Het aantal prijs shiften. Het aantal verkopers. Het aantal hoofdgroepen.
Na het indrukken van [PAGE DOWN] verschijnt het volgende: J=Bereken BTW3 na het indrukken van deze toets. J=Bereken BTW4 na het indrukken van deze toets. J=Valideren is verplicht na het indrukken van deze toets. (externe printer) Selecteer de poort (1-2) waarop de slipprinter is aangesloten, 0 betekent dat op de interne printer wordt geprint. SLUITEN PROG. BEREKEN BTW 3 BEREKEN BTW 4 VALID.
12 Kassa’s in een netwerk aansluiten Maximaal 8 kassa’s kunnen in een netwerk worden aangesloten. Elke kassa krijgt een eigen uniek nummer in het netwerk. • Zet de sleutel in de stand S Door [7] in te drukken kunt u de IRC opties wijzigen. Hier voert u het nummer in van deze kassa in het IRC netwerk. U kunt eventueel een winkelnummer invoeren. Voer het eerste nummer van de kassa in van het IRC-netwerk. Voer het laatste nummer van de kassa in van het IRC-netwerk.
Programmeringen versturen: Wanneer er meerdere kassa’s in een IRC-netwerk zijn gekoppeld, kunt u programmeringen van de ene naar de andere kassa(‘s) sturen. Door [9] in te drukken kunt u gegevens downloaden. PC -> KASSA Druk op [0] als u gegevens wilt sturen naar alle aangesloten kassa’s. 0. ALLES IRC Druk op [1] als u gegevens wilt sturen naar bepaalde aangesloten kassa’s. 1.
RAM CLEAR De kassa een RAM CLEAR geven betekent dat alle programmeringen en verkoopgegevens worden gewist. Een RAM CLEAR is alleen bedoeld als de kassa voor de eerste keer wordt geprogrammeerd (door de kassadealer) en wanneer er problemen zijn met de kassa die op geen enkele wijze kunnen worden opgelost. Een RAM CLEAR helpt alleen bij problemen met de software en niet bij problemen met de hardware van de kassa. Neem altijd eerst contact op met uw kassadealer.