Gebruiksaanwijzing Saey NEEMA Versie 11/2007 Saey Neema 92.110227.
Verbrandingslucht aansluiting Uitlaatgassen aansluiting Fig.1 Saey Neema Fig.
Fig. 3 Fig.
Fig.
Fig.
Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 5.1 6 6.1 7 7.1 7.2 8 8.1 8.2 8.3 8.4 9 VERKLARING VAN SYMBOLEN ............................................................................... 7 TECHNISCHE GEGEVENS............................................................................... 8 ONDERDELENLIJST ...................................................................................... 8 VERPAKKING ...............................................................................................
1 Verklaring van symbolen Belangrijke informatie Praktische tips Schema raadplegen Saey Neema ! ) 1 7
2 TECHNISCHE GEGEVENS TECHNISCHE GEGEVENS Brandstofverbruik Afmetingen (mm) en gewicht (kg) Hoogte 1031 Breedte 520 Diepte 626 Gewicht zonder mantel 127 Gewicht met stenen mantel 250 Diameter rookgasafvoerkanaal 80 - 100 Bereik verwarmingscapaciteit 2,4-8 kW Verwarmingscapaciteit van ruimte (m3) afhankelijk van huisisolatie 40-220 tot 1.
4 VERPAKKING ! Uw eerste indruk is voor ons van belang! De verpakking van uw nieuwe schoorsteenkachel biedt een uitzonderlijke bescherming tegen beschadiging. Toch kunnen de kachel en het toebehoren tijdens het vervoer worden beschadigd. - De verpakking van uw nieuwe schoorsteenkachel is onschadelijk voor het milieu.
6 WAT ZIJN PELLETS? Pellets of korrels worden vervaardigd uit houtafval van houtzagerijen en houtschaverijen en uit afvalhout van bosontginning. Dit “basismateriaal” wordt fijngemalen, gedroogd en zonder bindmiddel tot “brandstofpellets” samengeperst. KWALITEITSVEREISTEN HOUTPELLETS DIN+ of Ö-NORM GEKEURD Verbrandingswaarde: ≥ 5kWh/kg Bulkgewicht: min 650kg/m3 Vochtgehalte: ≤ 10% van het gewicht Asgehalte: ≤ 0.50% van het gewicht Diameter: 6mm Lengte: max. 30mm Soortelijk gewicht: ≥ 1.
8 AUTOMATISCHE BEVEILIGINGSFUNCTIES Het uitschakelprogramma (reiniging, naloopfase) wordt uitgevoerd als de kachel niet tijdens de herstelde brandstoftoevoer wordt ingeschakeld. Hierna moet de kachel afhankelijk van de vooringestelde stand opnieuw worden ingeschakeld. 8.1 STROOMONDERBREKING Na een korte stroomonderbreking wordt de verbranding in overeenstemming met de voor de stroomonderbreking ingestelde bedrijfsfuncties voortgezet.
9.2 SCHOORSTEENAANSLUITI NG Figuur. 1 pagina 2 METHODE 1. De schoorsteenaansluiting opmeten en aftekenen (rekening houden met de eventuele dikte van de vloerplaat (Fig. 1). 2. Hak of boor een gat in de muur. 3. Metsel de wandplaat in de muur. 4. Sluit de kachel met het rookkanaal op de schoorsteen aan. 9.3 VLOERBESCHERMING Installatieplaats: De kachel moet afhankelijk van de afmetingen op een geschikt, vuurvast oppervlak worden geïnstalleerd. Bij brandbare vloeren (parket, tapijt, e.d.
Afvoer 90° Afvoer Windscherm 70 Minimum doorsnede 5cm/ 2” Muur 50 15 Muur 10 MONTAGE VAN MANTEL, OPTIES 10.1 ALGEMEEN LET OP: Werkzaamheden aan de kachel mogen uitsluitend worden uitgevoerd wanneer de stekker van de kachel uit het stopcontact is verwijderd. ! Zorg ervoor dat u tijdens de montage geen voorwerpen (schroeven e.d.) in de brandstoftank laat vallen. Deze kunnen de transportschroef blokkeren en de kachel beschadigen. ! 10.
Figuur 2 – convectie ventilator stekker Verplaats de stroomkabel in de houders naar de behuizing van de stuurplaat en steek de 2polige stekker in contact III. Monteer de achterste zijwanden nu opnieuw op de linker en rechter kant. LET OP! De inbouw van de convectieventilator moet door een erkende installateur worden uitgevoerd.
11 BEDIENING 11.1 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN ! ! ! De kachel mag pas na de installatie worden ingeschakeld. Uw pelletkachel is uitsluitend goedgekeurd voor de verbranding van houtpellets van een gecontroleerde kwaliteit(DIN+ of Ö-norm). Het verbranden van niet in korrelvorm vervaardigde vaste brandstof (stro, maïs, enz.) is niet toegestaan. Het niet naleven van dit voorschrift maakt de garantie en alle garantieclaims ongeldig en kan afbreuk doen aan de veiligheid van de kachel.
12 INBEDRIJFSTELLING/PROGRAMMERING/AANSTURING SOPTIES Druk nu op de “ENTER” toets en hierna verschijnt het volgende op het display: 12.1 ALGEMEEN Controleer of het pelletreservoir gevuld is en of de verbrandingskamer schoon en vuilvrij is. ! LET OP: De haardeur moet gesloten zijn tijdens de ontstekingsfase. Anders kan de ontstekingsfase problemen geven en kan de Neema niet opstarten. De onderdruk in de kamer wordt dan niet bereikt en er kunnen rookgassen in de kamer komen.
“TU” staat voor dinsdag (Tuesday). de weekdag Door het drukken op de “ENTER” toets gaat u terug naar het begin van eerste verwarmingsperiode voor dinsdag. Herhaal dezelfde procedure voor alle overige verwarmingsinstellingen voor de weekdagen (woensdag “WE”, donderdag “TH”, vrijdag “FR”, zaterdag “SA”, zondag “SU”.
“D” staat voor dag (Day). Het getal geeft de weekdag aan; b.v.: zie venster 3 = woensdag. Programmeer de huidige weekddag door op de “+” of “-“ toets te drukken (1 = maandag; 2 = dinsdag; 3 = woensdag, 4 = donderdag; 5 = vrijdag; 6 = zaterdag; 7 = zondag) en bevestig de nieuwe waarde door op “ENTER” te drukken. De nieuwe waarde wordt opgeslagen en door de selectie van het “MENU” verschijnt het volgende op het scherm: Dit is niet voorhanden “RI” betekent beltoon (Rings) 12.
Start handbediening (ON-stand) Na afloop van de startprocedure verschijnt het volgende blijvend op het scherm: Op het scherm verschijnen nu afwisselend de volgende knipperende berichten: “ST” staat voor start. Het getal hieronder geeft de nog resterende tijd voor de startprocedure in minuten weer. Na afloop van de startprocedure geeft het scherm het volgende permanent weer: “ON” staat voor handbediening.
UITSCHAKELEN IN HANDBEDIENINGSSTAND (ON) Het uitschakelprogramma wordt in werking gesteld als de gebruiker tijdens het verwarmen op de “ON/OFF” toets drukt. Op het scherm verschijnen afwisselend de volgende knipperende berichten: “Ex” uitschakelprocedure 1 (Exit) Het getal hieronder geeft de nog resterende tijd in seconden in deze fase weer.
UITSCHAKELEN DOOR WISSELEN BEDRIJFSSTAND IN STAND-BY VAN Schakel op een andere bedrijfsstand over door op de “ENTER” toets te drukken vanuit de “handbedieningsstand” en ook vanuit de automatische bedieningsstand in stand-by. Hierna wordt de kachel overeenkomstig de hierboven beschreven procedure uitgeschakeld.
13 ELEKTRISCHE ONTSTEKING De pelletkachel is ontsteking uitgerust. met een elektrische De ontsteking wordt met behulp van het startprogramma van de kachel in werking gesteld. Inschakelduur van de ontsteking: ca. 12 min. 13.1 AANSTEKEN ZONDER ELEKTRISCHE ONTSTEKING ! LET OP! UITSLUITEND VAN TOEPASSING OP KACHEL ZONDER ELEKTRISCHE ONTSTEKING. Neem contact op met de afdeling klantenservice of het reparatiecentrum als de elektrische ontsteking van uw kachel defect is.
14 ONDERHOUD EN REINIGING ! 14.1 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 14.4 VERBRANDINGSKORFJE REINIGEN Uw kachel moet voor het uitvoeren van werkzaamheden zijn uitgeschakeld en afgekoeld. (Afbeelding 3) Het verbrandingskorfje moet gecontroleerd worden om na te gaan of de luchttoevoeropeningen niet door as of sintels zijn verstopt. Het verbrandingskorfje kan gemakkelijk in de kachel zelf worden gereinigd. Na het verwijderen van het verbrandingskorfje kan de ruimte eronder ook met een stofzuiger worden schoongemaakt.
14.6 ROOKGASKANALEN REINIGEN De rookgaskanalen bevinden zich aan beide kanten van de verbrandingskamer (Afbeelding 4 en 6). • • • • • Verwijder het keramische deksel van de kachel. Open de haarddeur. Verwijder de vleugelmoer en licht het deksel van het rookgaskanaal op. Deze bevinden zich zowel aan de linker als de rechter kant van de kachel. Reinig de rookgaskanalen op de zijwanden van de verbrandingskamer met een roetborstel (Afbeelding 6).
Let op: Alle motoren zijn voorzien van verzegelde kogellagers. Deze kogellagers hoeven niet gesmeerd te worden. Afbeelding 8 Afbeelding 11 14.8 PELLETRESERVOIR REINIGEN Afbeelding 9 Vul het volledig geleegde reservoir niet meteen maar verwijder eerste de resten (stof, spanen enz.) met behulp van een stofzuiger uit het lege reservoir (de stekker van de kachel moet uit het stopcontact zijn verwijderd). 14.
14.11 LUCHTSENSOR REINIGEN 1 luchtsensor (Afbeelding 12) De luchtsensor moet door een erkende onderhoudsmonteur worden onderhouden en gereinigd. De sensor moet met een zachte kwast worden gereinigd. Controleer of de sensor juist geïnstalleerd is (het moederbord moet zich beneden bevinden). Afbeelding 12 15 STORINGEN – OORZAKEN - OPLOSSINGEN PROBLEEM Het vuur brandt met een zwakke, oranjekleurige vlam. De pellets hopen zich op in het verbrandingskorfje, de ruit is verroest.
PROBLEEM Geen toevoer van pellets. PROBLEEM Roet of vliegas buiten de kachel. OORZAAK (OORZAKEN): Het pelletreservoir is leeg. Aandrijving van schroeftransporteur of stuurkaart defect. Transportschroef verstopt (voorwerpen, hout, etc.). MOGELIJKE OPLOSSINGEN: Inhoud van pelletreservoir controleren. Indien nodig pellets bijvullen. De storing door uw leverancier laten vaststellen en de onderdelen eventueel laten vervangen. Pelletreservoir en transportschroef reinigen.
16 BIJLAGE 16.1 MENUNAVIGATIE VOOR HET PROGRAMMEREN VAN DE INTERNE AANSTURING Werkbereik: keuze van de bedrijfsstand Programmering verwarmingsperiode: Voor elke weekdag kunnen twee verwarmingsperioden voorgeprogrammeerd worden. Een verwarmingsperiode wordt gedefinieerd door een begintijd (S1,S2) en een eindtijd (E1, E2).
16.
ENTER Enter-toets Navigatie in het hoofdmenu (SB, ON, TM) en validatie van gebruikersinvoer. +/- +/- toets Verlagen of verhogen van de gebruikerswaarden ON/OFF Aan/uittoets Aan/uit 17 GARANTIE Wij verlenen een garantie van 5 jaar voor een probleemloze werking van alle stalen onderdelen en 2 jaar voor alle elektronische onderdelen. De garantie dekt alle gebreken aan materiaal en vakmanschap.