Operation Manual

MC-307 — 75
Effecten en parameters
Referentiehandboek
Editen van de M-FX-parameters
Ziehier hoe u te werk moet gaan om het gekozen M-FX-type
helemaal af te stemmen op de beoogde “Sound”. De volgen-
de stappen gelden voor alle M-FX-types. Op blz. 75~85 vindt
u een overzicht van de beschikbare parameters voor elk type.
1. Druk op de [PTN]-knop om naar de Pattern-weergave-
pagina te gaan.
2. Druk op de [F2 (STUP]-knop om het Setup-menu op te
roepen.
3. Druk op de [F4 (M-FX)]-knop.
4. Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] het beno-
digde M-FX-type.
5. Druk op de [F4 (PRM)]-knop om toegang te hebben tot
de parameters van het gekozen type.
6. Breng de cursor met [CURSOR (op/neer)] naar de para-
meter die u wilt instellen.
7. Stel de gewenste waarde in met de [VALUE]-regelaar of
[DEC] [INC].
De vermelding [CTRL1] (2, 3…) slaat op de instelling die u
aan een toewijsbare regelaar moet toekennen om de betref-
fende parameter in Realtime te kunnen beïnvloeden (blz. 60).
Voorbeeld: als u het type 4-band EQ kiest en de bassen (LOW
GAIN) in Realtime wilt ophalen en afzwakken, moet u voor
de gewenste regelaar (onder het display) “CTRL 2” kiezen.
1. 4-Band EQ
Ziehier een 4-bands Equalizer waarmee u dus vier frequen-
tiebanden (hoog, midden x2 en laag) apart kunt ophalen of
afzwakken.
• LOW FREQ (lage tonen) [CTRL 1]
Hiermee kiest u de lage tonen die moeten worden
bewerkt. (200, 400 (Hz))
• LOW GAIN [CTRL 2]
Hiermee stelt u het volume van de lage tonen in (har-
der/zachter). (–15~+15)
• HIGH FREQ (hoge tonen) [CTRL 3]
Hiermee kiest u de hoge tonen die moeten worden
bewerkt. (4000, 8000 (Hz))
• HIGH GAIN [CTRL 4]
Hiermee stelt u het volume van de hoge tonen in (har-
der/zachter). (–15~+15)
• PEAK1 FREQ (midden 1) [CTRL 5]
Hiermee kiest u de frequentieband die moet worden
bewerkt. Dit is een “Peaking”-filter, wat dus betekent dat
enkel de kantelfrequentie en een aantal frequenties links
en rechts daarvan worden beïnvloed. (200~8000 (Hz))
• PEAK1 Q (bandbreedte) [CTRL 6]
Hiermee bepaalt u de bandbreedte van de PEAK 1-band.
Hoe groter de waarde, hoe smaller de bewerkte frequen-
tieband. (0.5~8.0)
• PEAK1 GAIN [CTRL 7]
Hiermee bepaalt u het volume van de Peak 1-band.
(–15~+15)
• PEAK2 FREQ [CTRL 8], PEAK2 Q [CTRL 9],
PEAK2 GAIN [CTRL 10]
Zie de overeenkomstige Peak 1-parameters. Deze para-
meters slaan op de tweede “middenband”.
• OUTPUT LEVEL [CTRL 11]
Hiermee kunt u het uitgangsvolume van de 4-bands EQ
corrigeren als uw instellingen leiden tot een veel luider/
stiller signaal. (0~127).
13 TREMOLO Modulatie van het volume.
14 PHASER Een soort “golvend” effect.
15 CHORUS Maakt het geluid breder en warmer.
16 SPACE-D Een lichte, warme Chorus
17 TETRA
CHORUS
Verschillende Chorus-signalen die voor
een “ruimtelijk” geluid zorgen.
18 FLANGER “Metalen” resonantie voor het geluid.
19 STEP FLANGER Flanger met duidelijk hoorbare trappen.
20 SHORT DELAY Kort echo-effect.
21 AUTO PAN Automatische links/rechts-bewegingen.
22 FB PITCH
SHIFTER
Laat het transponeren/ontstemmen van
het bewerkte geluid toe.
23 REVERB Zorgt voor galm.
24 GATE REVERB Reverb, die plots stopt.
25 ISOLATOR Onderdrukt bepaalde frequenties.
Nr. M-FX TYPE Omschrijving










