Operation Manual
32
Een loop creëren en afspelen
Het proces van het creëren van een loop
Deze pagina schetst het proces van het creëren van een loop.
fig.3-0
Wanneer op elk part wordt
vastgelegd, moet u zich
verzekeren van het feit dat
het patroon en het externe
apparaat hetzelfde tempo
gebruiken. Als elke
uitvoering die u vastlegt
een ander tempo heeft, kan
de timing mogelijk niet
overeenkomen op het
moment dat u de loop
afspeelt.
De uitvoering van een patroon vastleggen
(1) Selecteer het patroon (p.16)
(2) Stel het tempo in (p.17)
(3) Pas het geluid aan (p.20)
De uitvoering van een extern apparaat vastleggen
(1) Druk op de [LINE IN] knop
(2) Stel het volume van het apparaat dat op de INPUT jacks is aangesloten bij
(3) Stel het tempo in (p.57)
De uitvoeringen van een patroon en een extern apparaat vastleggen
(1) Selecteer een patroon (p.16)
(2) Houd de [SHIFT] knop ingedrukt, en druk op de [LINE IN] knop (p.19)
(3) Stel het tempo in (p.17)
(4) Pas het geluid aan (p.20)
Vastleggen terwijl u een effect op de uitvoering van een extern
apparaat toepast
(1) Druk op [EFFECTS] om effecten aan te zetten (p.42)
(2) Specificeer welk effect toegepast zal gaan worden (p.41)
(3) Selecteer een effectpatroon (p.42)
(4) Maak effectinstellingen (p.43)
(5) Stel het tempo in (p.57)
(6) Wanneer een effect op een loop wordt toegepast, gebruikt u de niveau
(level) knop om het volume bij te stellen (p.35)
Een loop control uitvoering vastleggen
(1) Selecteer een effect patroon (p.42)
(2) Druk op de [LOOP CTRL] knop om Loop Control aan te zetten (p.54)
(3) Maak loop control instellingen (p.54)
(4) Stel het tempo in (p.57)
* Als alle onderdelen met Loop Control worden gebruikt, zult u niet kunnen vastleggen.
1. Maak voorbereidingen voor het vastleggen
Houd de [SHIFT] knop ingedrukt, en druk op de [PROCESS] knop.
* Voer deze stappen uit wanneer nodig.
2. Begin met de opname van de Process Patch (p.39)
* Sla de Process Patch op als u stap 2 heeft uitgevoerd.
8. Sla de Process Patch op (p.40)
3. Vastleggen (p.33)
4. Pas de volumebalans van de onderdelen aan (p.35)
5. Pas effecten toe (p.41)
7. Combineer loops (p.38)
6. Bewerk de instellingen van part 1 (p.37)
9. Sla de loop op een geheugenkaart op (p.59)
Als u een effect aanzet,
kunt u de uitvoering van
de onderdelen waarbij het
effect niet aanstaat niet
vastleggen.
Als u de Loop Control
uitvoering op één enkel
part opneemt, kunt u met
Loop Merge hetzelfde
resultaat bereiken.
U kunt ook een effect op
een loop control uitvoering
toepassen, en dit in een
ander onderdeel
vastleggen.










