Quick Start Guide
22
De volumebalans en effecten van elke track aanpassen
De Track volumes aanpassen
1. Druk op de [ ] (PLAY) knop om de song af te spelen.
2. Gebruik de TRACK MIXER [1/5] – [4/8] en [RHYTHM PATTERN] schuifregelaars om het volume aan te passen.
Als de [TRACK 1-4 5-8] knop verlicht is, drukt u op de knop zodat de verlichting uitdooft.
MEMO
• Als u een schuifregelaar helemaal naar beneden verplaatst, zal het geluid van de track niet te horen zijn.
• Door de [SHIFT] knop ingedrukt te houden en een schuifregelaar te bewegen, kunt u de huidige waarde controleren zonder de instelling te
wijzigen.
De Pan, Reverb en EQ aanpassen
In het TRACK SETTING scherm kunt u de Pan en Reverb-instellingen van tracks 1-8 en het ritmepatroon aanpassen.
1. Druk op de [RECORDER VIEW] knop, zodat deze gaat branden.
2. In het RECORDER scherm drukt u op de [4] (TRK SET) knop.
Het TRACK SETTING scherm verschijnt.
Tracknummer Uitleg
R Rhythm pattern
1–8 Tracks 1–8
Functieknop Uitleg
[1] (EQ SET) Opent het Equalizer instellingenscherm (EQ SETTING)
[2] (ST LINK) Speciceert stereo link.
3. Gebruik de cursorknoppen om de parameter die u wilt bewerken te selecteren.
4. Gebruik de VALUE draaiknop om de waarde te speciceren.
Parameter Waarde Uitleg
Level 0–127 Volume van elke track.
Pan L64–0–63R Pan (links/rechts positie) van elke track.
Reverb 0–127 Niveau van het signaal dat van elke track naar Reverb wordt gestuurd.
EQ OFF, ON
Equalizer (EQ) schakelaar voor elke track
Druk op de [1] (EQ SET) knop om het Equalizer instellingenscherm van elke track te openen.
V-Track 1–8
V-Track nummer
De V-Track status wordt in het scherm getoond (n geeft aan dat de track data bevat)
* De ritmetrack heeft geen V-Tracks.
5. Druk op de [EXIT] knop om naar het RECORDER scherm terug te keren.
09










