Gebruikershandleiding Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland JUNO-G. Voordat u dit apparaat in gebruik neemt, raden wij u aan de volgende secties zorgvuldig door te lezen: ‘HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN’ en BELANGRIJKE OPMERKINGEN (p. 2, p. 4). In deze secties vindt u belangrijke informatie over het juiste gebruik van het apparaat.
USING THE UNITOP SAFELY HET APPARAAT EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL TE VOORKOMEN Over WAARSCHUWING en WAARSCHUWING VOORZICHTIG VOORZICHTIG opmerkingen Over de symbolen Het symbool wijst de gebruiker op belangrijke instructies of waarschuwingen. De specifieke betekenis van het symbool wordt bepaald door het teken, dat zich binnen de driehoek bevindt.
WAARSCHUWING 011 • VOORZICHTIG 101b Zorg dat er geen objecten (bijvoorbeeld brandbaar materiaal, munten of spelden) of vloeistoffen (water, frisdrank, enz.) in het apparaat terechtkomen. Wanneer u een Wave uitbreidingskaart (SRX serie) of geheugen (DIMM) installeert, dient u bijzonder voorzichtig te zijn. • .......................................................................................................... 101c • ..................................................................................
BELANGRIJKE OPMERKINGEN 291a Naast de dingen, die u onder ‘HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN’ op pagina 2-3 vindt, dient u ook het volgende te lezen en in acht te houden: Stroomvoorziening • Verbind dit apparaat niet met hetzelfde stopcontact dat gebruikt wordt door een elektrisch apparaat met een omzetter (zoals een koelkast, wasmachine, magnetron of airconditioner) of dat een motor bevat.
BELANGRIJKE OPMERKINGEN • De gevoeligheid van de D Beam controller is afhankelijk van de hoeveelheid licht in de directe omgeving van het product. Als de D Beam controller controller niet naar verwachting functioneert, dient u de gevoeligheid in te stellen, zodat deze beter bij de omgeving past. 220 Voordat u kaarten gebruikt • CompactFlash en ( ) zijn handelsmerken van SanDisk Corporation en onder licentie van de CompactFlash associatie. Geheugenkaarten gebruiken (p.
Inhoud HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN ..................2 BELANGRIJKE OPMERKINGEN ............................................................4 Belangrijkste kenmerken .....................................................................10 Paneelbeschrijvingen ...........................................................................11 Voorpaneel ................................................................................................................................................
Spelen in peformance Mode ................................................................58 Het PERFORM PLAY scherm weergeven ............................................................................................ 58 Het PART MIXER scherm weergeven................................................................................................... 58 Functies in het PERFORMANCE PLAY/MIXER scherm .................................................................. 58 Een Performance selecteren ............
Een song opnemen (MIDI track) ..........................................................87 Voordat u een nieuwe MIDI track opneemt......................................................................................... 87 Uw Performance opnemen, zoals u hem speelt (Realtime Recording) ............................................ 88 Data stapsgewijs invoeren (Step Recording)........................................................................................ 92 Een song bewerken (MIDI track)............
Bestandsgerelateerde functies (File Utility) .....................................165 Basis procedure....................................................................................................................................... 165 Kopiëren van een bestand (Copy)........................................................................................................ 166 Wissen van een bestand (Delete)....................................................................................................
Belangrijkste kenmerken De JUNO-G is een hogekwaliteits synthesizer met professionele geluiden en bespeelbaarheid. Hij bevat de nieuwste geluidsgenerator, een variëteit aan effecten en een song recorder met audio tracks, dit alles gecombineerd in een gebruiksvriendelijk instrument. De functies, die hieronder staan, maken de JUNO-G een goede keus voor elke muziekstijl, voor gebruik van podiumoptredens tot compositie en arrangementen.
Paneelbeschrijvingen Voorpaneel fig.Front 1 3 4 2 8 5 6 9 7 10 1 D BEAM Schakelt de D Beam functie aan/uit. U kunt een allerlei effecten toepassen door simpelweg uw hand te bewegen (p. 69). [SOLO SYNTH] kunt u het bereik van het keyboard in stappen van een halve toon (p. 29) verhogen of verlagen. OCTAVE [UP] [DOWN] Verandert de toonhoogte van het keyboard in stappen van 1 octaaf (p. 28). Bespeel de JUNO-G als een mono synthesizer (p. 70).
Paneelbeschrijvingen [PART SELECT/TONE SW/SEL] Wanneer u op deze knop drukt (licht op), zullen de categorie groep knoppen functioneren als Part Select, Tone Switch of Tone Select knoppen. [RHYTHM]-[BASS] Dit zijn categorie groep knoppen (alleen in Patch Mode). Functieknoppen ([F1 (KBD/ORG)]-[F6 (VOCAL/PAD)]) Deze rij van zes knoppen onder het display worden gebruikt om verschillende functies uit te voeren, tijdens het bewerken en andere taken.
Paneelbeschrijvingen Achterpaneel fig.Rear 1 2 3 LCD CONTRAST knop Deze knop stelt het contrast van het display op het bovenpaneel in. USB aansluiting Accepteert input of audiosignalen in stereo (L/R) van externe apparaten. Als u mono input wilt gebruiken, verbindt u deze met de L jack. Wanneer u vanaf een microfoon opneemt, dient u deze ook met de L jack te verbinden. * Via deze aansluiting kunt u de computer met een USB-kabel op de JUNO-G aansluiten (p. 167, p. 170).
Voorbereiding Verbindingen Omdat de JUNO-G geen versterker of speakers bevat, zult u hem met audioapparatuur, zoals een keyboard versterker, monitor speakersysteem of stereoset moeten verbinden of zult u een koptelefoon moeten gebruiken om geluid te horen. Om de ervaring van het geluid van de JUNO-G compleet te maken, raden we u aan om een stereo versterker/speaker systeem te gebruiken. Als u echter een mono systeem gebruikt, dient u het met de OUTPUT A (MIX) jack L (MONO) van de JUNO-G te verbinden.
Voorbereiding Aan/uitzetten 941 * Wanneer de aansluitingen gemaakt zijn (p. 14), dient u de apparaten in de opgegeven volgorde in te schakelen. Het inschakelen van apparaten in de verkeerde volgorde kan leiden tot storingen en/of schade aan speakers en andere apparaten. 1. Voordat u de JUNO-G inschakelt, dient u de volgende twee vragen te overwegen: • Zijn alle apparaten goed aangesloten? • Staat het volume van de JUNO-G en alle verbonden apparaten op zijn laagste stand? 2.
Verschillende functies Velocity (aanslaggevoeligheid) Hold pedaal De Velocity – de sterkte waarmee u het keyboard bespeelt – kan het volume of het timbre van een geluid beïnvloeden. Als er een optionele pedaalschakelaar (DP serie) met de PEDAL HOLD jack op het achterpaneel verbonden is, kunt u het pedaal indrukken om ervoor te zorgen dat noten vastgehouden worden, zelfs nadat de toetsen zijn losgelaten. Pitch Bend/Modulation hendel fig.
Overzicht van de JUNO-G Hoe de JUNO-G ingedeeld is Basisstructuur Grofweg bestaat de JUNO-G uit een controller sectie, een geluidsgenerator sectie, en een song recorder sectie. fig.BasicStruct.e Audio Input Sample event Afspelen Sample Geluidsgenerator sectie MIDI track Classificatie van de JUNO-G geluidstypes Wanneer u de JUNO-G gebruikt, zal het u opvallen dat er verschillende categorieën geluiden voorkomen. Hier volgt een korte uitleg van elke geluidscategorie.
Overzicht van de JUNO-G gebruiken om een effect op de WG (toonhoogte), de TVF (filter) of de TVA (volume) toe te passen. Wanneer u een LFO op de WG toonhoogte toepast, wordt er een vibrato effect geproduceerd. Wanneer u een LFO op de TVF cutoff frequentie toepast, produceert dit een wah effect. Wanneer u een LFO op het TVA volume toepast, produceert dit een tremolo effect. De Ritmes (percussie geluiden) bevatten geen LFO.
Overzicht van de JUNO-G Over gelijktijdige polyfonie De JUNO-G kan maximaal 128 geluiden tegelijk afspelen. De volgende paragrafen behandelen wat dit betekent, en wat er gebeurt, wanneer er meer dan 128 stemmen tegelijkertijd van de JUNO-G gevraagd worden. Over geheugen Patch en Performance isntellingen worden opgeslagen in het geheugen. Er zijn drie types geheugen: tijdelijk, overschrijfbaar en niet-overschrijfbaar. fig.04-006.
Overzicht van de JUNO-G Reverb Overschrijfbare geheugen Systeemgeheugen Systeemgeheugen bevat de systeemparameter instellingen, die bepalen hoe de JUNO-G functioneert. Gebruikersgeheugen Gebruikersgeheugen is het interne geheugengedeelte, waarin de Patches, Performances, Samples en performancedata zich bevindt. Reverb voegt galmende karakteristieken van hallen of auditoria aan het geluid toe. Er zijn vijf verschillende types, dus kunt u het type dat past bij uw doel selecteren en gebruiken.
Overzicht van de JUNO-G fig.FXinPfm.e Performance/Multitimbre Part 1 Patch Part16 Multi-Effecten TONE Chorus Reverb kunnen nemen, functioneren ze ook als een bandrecorder. Eigenlijk neemt een MIDI track niet het geluid zelf op, maar alleen de stappen, die ervoor zorgen dat de geluidsgenerator geluid produceert. Het biedt dus meerdere voordelen.
Overzicht van de JUNO-G Locaties om een song op te slaan Tijdelijk gedeelte De song recorder heeft een tijdelijk geheugen, waar u de song tijdelijk op kunt slaan. We noemen dit dus een tijdelijke song. De song in het tijdelijk gedeelte is vluchtig en gaat verloren, wanneer het apparaat uitgeschakeld wordt. Om een song te bewaren, moet u het opslaan in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart.
Basisgebruik van de JUNO-G fig.PatchPlay Wisselen van modus van de geluidsgenerator De JUNO-G heeft twee geluidsgenererende modes: Patch Mode, Performance Mode. U kunt de geluidsgenererende Mode (State) kiezen, die het beste bij het bespelen van de JUNO-G past. Gebruik de volgende procedure om tussen de modes te wisselen. Het PERFORM PLAY scherm en het PART MIXER scherm verschaffen u verschillende beelden van eenzelfde Performance.
Basisgebruik van de JUNO-G terwijl u op [DEC] drukt. Voor snellere waardeverminderingen houdt u [DEC] ingedrukt, terwijl u op [INC] drukt. De cursor verplaatsen Een enkel scherm of venster geeft meerdere parameters of items weer. Om de instelling of een parameter te wijzigen, beweegt u de cursor naar de waarde van, die parameter. Om een item te selecteren, beweegt u de cursor naar dat item. Wanneer een parameterwaarde of andere selectie geselecteerd is, zal het oplichten. fig.
Spelen in Patch Mode In Patch Mode kunt u een enkel geluid (Patch/Ritme set) met het keyboard bespelen. Over het Patch PLAY scherm Druk op [MODE [Patch]. U gaat nu naar Patch Mode, en het Patch PLAY scherm verschijnt. fig.PatchPlay bevatten al 128 voorbereide Patches, wat het totaal op 768 Patches brengt.
Spelen in Patch Mode 4. Gebruik [ Patches in het hoofdscherm selecteren ][ ][ ][ ] om de cursor naar de Patch groep.nummer te bewegen, en gebruik dan de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om een Patch te selecteren. * Als u de categorie niet in stap 3 vast heeft gelegd, gaat u op volgorde door de Patches. 1. Druk op MODE [Patch] om naar het Patch PLAY scherm te gaan. 2.
Spelen in Patch Mode fig.PatchPlay Patches uit de lijst selecteren U kunt een lijst Patches weergeven en een Patch uit, die lijst selecteren. 1. Druk op MODE [Patch] om naar het Patch PLAY scherm te 3. Druk op [ ][ ] om de categorie te selecteren. 4. Gebruik de VALUE draaiknop, [INC][DEC] of [ een patch/Ritme set te selecteren. 5. Druk op [ENTER] om uw keuze te bevestigen.
Spelen in Patch Mode 6. Druk op [F6 (SELECT)] of [ENTER] om uw keuze te Favoriete Patches/Ritme sets selecteren (Favorite Patch) In de Patch Mode kunt u uw favoriete en meestgebruikte Patches (of Ritme sets) op één plaats bij elkaar brengen door ze als favoriet te registreren. Met deze functie kunt u snel favoriete Patches uit het Preset/User/Card gedeelte of een Wave Uitbreidingskaart selecteren. U kunt een totaal van 64 geluiden (8 geluiden x 8 banks) als favoriete Patches registreren.
Spelen in Patch Mode Het keyboard transponeren in stappen van een halve toon (Transpose) Transpose verandert de toonhoogte van het keyboard in stappen van een halve toon. Deze functie is handig, wanneer u getransponeerd instrumenten aan de hand van bladmuziek bespeelt, zoals een trompet of een klarinet. De volumebalans tussen de keyboardperformance en het Ritme patroon aanpassen 1. Houd in het Patch PLAY scherm [SHIFT] ingedrukt, en druk op [F4 (LEVEL)]. Het PART LEVEL venster verschijnt. 1.
Een Patch creëren Met de JUNO-G heeft u totale controle over een grote verscheidenheid aan instellingen. Elk item dat ingesteld kan worden wordt een parameter genoemd. Wanneer u de waarde van parameters verandert, bent u aan het Bewerken. Dit hoofdstuk gaat over de procedures, die bij het creëren van Patches, en de functies van de Patch parameters gebruikt worden. Vier tips voor het bewerken van Patches Kies een Patch, die lijkt op het geluid dat u wenst, te creëren (p.
Een Patch creëren 8. Druk op de SOUND MODIFY select knop, zodat FILTER ENV 1. Druk op MODE [Patch] om naar het Patch PLAY scherm te oplicht. gaan. 9. Draai aan de ATTACK, DECAY, SUSTAIN en RELEASE * 2. Selecteer de Patch, waarvan u de instellingen wilt bewerken knoppen. Een knop naar rechts draaien, verhoogt de waarde. (p. 26). Als u op de SOUND MODIFY select knop drukt, zodat alle indicators uit staan, produceren deze knoppen geen verandering. U kunt de Patches in de GM2 groep niet bewerken. 3.
Een Patch creëren een parameter groep te selecteren, en druk op [ENTER]. 6. Druk op [ * 1. Terwijl EDIT [Patch] oplicht, drukt u op [F5 (INIT)], terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. ][ ] om een parameter te selecteren. Een vinkje (✔) verschijnt bij het toonnummer in de rechter bovenhoek van het scherm. U wordt om bevestiging gevraagd. 2. Druk op [F6 (EXEC)]. Het initialiseren wordt uitgevoerd. * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. Patch (Toon) instellingen kopiëren 7.
Een Patch creëren Wanneer u de Patch instellingen bewerkt, verschijnt er een ‘*’ in het Patch PLAY scherm. Wanneer u iets opslaat, gaat de data, die eerst op de savebestemming stond verloren. waveform neem het aanvankelijke opkomen en wegsterven van het geluid op. De JUNO-G bevat ook veel andere one-shot waveforms, die elementen van andere geluiden zijn. Deze bevatten attack componenten, zoals piano-toets en gitaar-fret geluiden. * 1. Bewerk de Patch. 2. Druk op EDIT [WRITE].
Een Patch creëren Functies van Patch parameters Veranderen hoe een toon klinkt (Structure) Parameter Struct 1 & 2, 3 & 4 (Structure Type) Waarde TYPE 01–TYPE 10 TYPE 1 Uitleg Bepaalt hoe tonen 1 en 2 of tonen 3 en 4 verbonden zijn. De volgende 10 verschillende combinaties zijn beschikbaar. TYPE 2 TONE 1 (3) WG TVF TVA TONE 1 (3) WG TONE 2 (4) WG TVF TVA TONE 2 (4) WG Met dit type zijn tonen 1 en 2 (of 3 en 4) onafhankelijk.
Een Patch creëren Parameter Booster 1&2, 3&4 (Booster Gain) Waarde 0, +6, +12, +18 Uitleg Wanneer een structuur TYPE 3 of TYPE 4 geselecteerd is, kunt u de diepte van de booster instellen. De booster versterkt het signaal om het geluid te vervormen. Dit creëert oversturing, die vaak bij elektrische gitaren gebruikt wordt. Hogere instellingen zorgen voor meer vervorming. Booster fig.Boost1.e De Booster wordt gebruikt om het inkomende signaal te vervormen. Booster niveau fig.Boost2.
Een Patch creëren Instellingen voor de hele Patch GENERAL Een parameter, die met een ‘★’ gemarkeerd is, kan bestuurd worden met specifieke MIDI opdrachten (Matrix control, p. 44) Parameter Patch Category Patch Level Patch Pan Patch Priority Waarde Refer to p. 26.
Een Patch creëren Parameter Portamento Start Waarde PITCH, NOTE Portamento Time 0–127 Uitleg PITCH: Start een nieuwe portamento, wanneer een andere toets wordt ingedrukt, terwijl de toonhoogte aan het veranderen is. NOTE: Portamento begint opnieuw vanaf de toonhoogte waar de huidige verandering zou stoppen. Bepaalt hoe lang de toonhoogte verandering duurt. fig.PortaStart.
Een Patch creëren VELOCITY RANGE U kunt de kracht, waarmee toetsen bespeeld worden, gebruiken om de manier waarop elke toon gespeeld wordt te bepalen. fig.TMT-V.
Een Patch creëren Phrase Loop Realtime Time Stretch Phrase loop refereert aan het herhaald afspelen van een phrase, die uit een song is gehaald (bijvoorbeeld met een sampler). Een techniek, die het gebruik van Phrase loops stimuleert is het extraheren van een Phrase van een al bestaande song van een bepaald genre, bijvoorbeeld dansmuziek, en vervolgens een nieuwe song creëren met, die Phrase als het basismotief. Dit wordt ‘Break Beats’ genoemd.
Een Patch creëren WAVE PITCH ENV Een parameter, die met een ‘★’ gemarkeerd is, kan met specifieke MIDI opdrachten (Matrix control, p. 44) bestuurd worden Parameter P-Env Depth Waarde -12– +12 P-Env Time 1–4 ★ 0–127 P-Env Level 0–4 -63– +63 Uitleg Diepte van de Pitch Envelope Hogere instellingen zorgen ervoor dat toonhoogte Envelope grotere veranderingen produceert. Negatieve (-) instellingen keren de vorm van de Envelope om.
Een Patch creëren Resonantie LPF BPF HPF Cutoff frequentie (octaaf) PKG Cutoff Keyfollow Niveau Hoog +200 Frequentie +100 +2 +50 Cutoff frequentie Parameterwaarde +1 0 o -1 -50 -2 C1 C2 C3 C4 C5 -200 C6 -100 C7 Toets Laag Parameter Cutoff V-Curve Waarde FIX, 1–7 Uitleg Curve, die bepaalt hoe de aanslaggevoeligheid (Velocity) van invloed is op de cutoff frequentie. Zet dit op ‘FIX’ als u niet wilt dat de Cutoff frequentie beïnvloed wordt door de keyboard Velocity.
Een Patch creëren TVF Envelope T1 Time Keyfollow Tijd T2 T3 -100 T4 -50 Cutoff frequentie 0 L0 L2 L1 Noot aan L3 L4 Tijd +50 Noot uit C1 C2 C3 C4 C5 C6 +100 C7 Toets Adjusting the Volume (TVA/TVA Envelope) TVA PARAMETER Een parameter, die met een ‘★’ gemarkeerd is, kan met specifieke MIDI opdrachten (Matrix control, p. 44) bestuurd worden Parameter Tone Level ★ Waarde 0–127 Level V-Curve FIX, 1–7 Uitleg Volume van de toon.
Een Patch creëren Pan Keyfollow Pan +100 R +50 o 0 -50 -100 L C1 C2 C3 C4 Parameter Random Pan Depth Waarde 0–63 Alter Pan Depth L63–0–63R C5 C6 C7 Key Uitleg Gebruik deze parameter als u wilt dat de stereo locatie elke keer dat u op een toets drukt willekeurig verandert. Hogere instellingen produceren grotere veranderingen. Deze instelling zorgt ervoor dat de pan elke keer dat u een toets indrukt, tussen links en rechts wisselt. Hogere instellingen produceren grotere veranderingen.
Een Patch creëren Matrix control instellingen/Overige instellingen MATRIX CTRL1–4 Deze functie stelt u in de gelegenheid om met MIDI opdrachten realtime veranderingen aan de toonparameters te maken. Dit wordt Matrix control genoemd. Maximaal vier Matrix controls kunnen er in een Patch gebruikt worden.
Een Patch creëren Parameter CTRL 1–4 Switch 1–4 Waarde OFF, ON, REVS Uitleg Toon waarop het effect toegepast wordt, wanneer u de Matrix Control gebruikt OFF: Het effect wordt niet toegepast. ON: Het effect wordt toegepast. REVS: Het effect wordt achterstevoren toegepast. MISC Tone Delay Dit produceert een vertraging tussen het moment, waarop een toets ingedrukt (of losgelaten) wordt, en het moment dat de toon hoorbaar wordt.
Een Patch creëren Geluiden/output moduleren Een LFO (Low Frequency Oscillator) zorgt voor cyclische veranderingen in een geluid. Elke toon heeft twee LFO’s (LFO1/LFO2), en deze kunnen gebruikt worden om de toonhoogte, cutoff frequentie en het volume cyclisch te veranderen en modulatie effecten te creëren, zoals vibrato, wah en tremolo. Beide LFO’s hebben dezelfde parameters dus is er maar één uitleg nodig.
Een Patch creëren Parameter Waarde Uitleg Positieve (+) en negatieve (-) instellingen voor de Depth parameter zorgen voor verschillende veranderingen van toonhoogte en volume. Zo kunt u bijvoorbeeld de Depth parameter voor een bepaalde toon op een positieve (+) waarde instellen, en voor een andere toon een waarde kiezen, die numeriek hetzelfde maar negatief is. Dit zal tot gevolg hebben, dat de modulatie voor deze tonen precies tegenovergesteld is.
Een Patch creëren OUTPUT Parameter Patch Out Assign Waarde MFX, A, B, 1–4, TONE Tone Out Assign MFX, A, B, 1–4 Tone Out Level 0–127 Send Level (Output = MFX) Tone Chorus Send 0–127 Tone Reverb Send 0–127 Send Level (Output = non MFX) Tone Chorus Send 0–127 Tone Reverb Send 0–127 Uitleg Bepaalt hoe het directe geluid van elke Patch uitgevoerd wordt. MFX: Output in stereo door multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb op het geluid dat door de multi-effecten gaat toepassen.
Een Ritme set maken Met de JUNO-G regelt u totale controle een grote verscheidenheid aan instellingen. Elk item, dat ingesteld kan worden, wordt een parameter genoemd. Wanneer u de waarde van parameters verandert, bent u aan het Bewerken. Dit hoofdstuk gaat over de procedures voor het creëren van Ritme sets, en de functies van de Ritme set parameters. * Excessief hoge instellingen kan oscillatie veroorzaken, wat storing van het geluid tot gevolg heeft.
Een Ritme set maken 4. Druk op toetsen om te bepalen welke toets (A0-C8) bewerkt moet worden. 9. Herhaal stappen 5-7 om elke parameter in te stellen. 10. Druk op [WRITE] om de veranderingen, die u gemaakt heeft 5. Gebruik [F1]-[F4] om het parameter scherm te selecteren. 6. Gebruik [ * ][ op te slaan (p. 51). Als u de veranderingen niet op wilt slaan, drukt u op [EXIT] om naar het Patch PLAY scherm terug te keren. ][ ][ ] om een parameter te selecteren.
Een Ritme set maken 2. Druk op [ ][ ][ ][ ] om de cursor te bewegen, en gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de ‘Source (kopieerbron)’ groep met nummer, en toon te selecteren. * Door op [F4 (COMPR)] te drukken om een vinkje ( ✔) toe te voegen, kunt u de kopieerbron Patch controleren (de Compare functie). 4. Kies een naam voor de Ritme set. Zie voor meer informatie over het toewijzen van namen p. 24. 5. Wanneer u de naam heeft ingevoerd, drukt u op [F6 (WRITE)]. 3.
Een Ritme set maken Tips voor het gebruiken van een waveform van een akoestisch instrument Bij veel akoestische instrumenten, zoals een piano of een sax, treden er aan het begin van elke noot extreme timbrale veranderingen op. Deze verandering bepaalt het karakter van het instrument. Voor zulke waveforms is het goed om de complexe toonveranderingen van het veranderbare gedeelte te laten zoals ze zijn, en de Envelope alleen te gebruiken om het decay deel te veranderen. fig.waveform2.
Een Ritme set maken Parameter Tone Receive Pan Mode Waarde CONTINUOUS, KEY-ON Uitleg Bepaalt voor elke Ritme toon hoe pan-opdrachten ontvangen worden. CONTINUOUS: Wanneer Pan-opdrachten ontvangen worden, wordt de stereopositie van de toon veranderd. KEY-ON: De pan van de toon verandert alleen, wanneer de volgende toon afgespeeld wordt. Als een pan-opdracht ontvangen wordt, terwijl een toon klinkt, verandert de pan niet, totdat de volgende toets ingedrukt wordt.
Een Ritme set maken Parameter Tone Random Pitch Depth Waarde 0–1200 Uitleg Breedte van willekeurige veranderingen in toonhoogte, die elke keer dat u een toets indrukt, optreden (in 1-cent eenheden) Als u niet wilt dat de toonhoogte willekeurig verandert, zet u dit op ‘0’.
Een Ritme set maken Parameter Velocity Control Waarde OFF, ON, RAN Velo Fade Lower 0–127 Velo Range Lower Velo Range Upper Velo Fade Upper 1–UPPER LOWER–127 0–127 Uitleg Bepaalt of een andere noot wel (ON) of niet (OFF) gespeeld wordt, wanneer u de toets met verschillende sterktes bespeelt (Velocity). RAN: De tonen waar de Patch uit bestaat zullen willekeurig klinken, onafhankelijk van Velocity-opdrachten.
Een Ritme set maken TVF ENVELOPE Parameter F-Env Depth Waarde -63– +63 F-Env V-Curve FIX, 1–7 Uitleg Diepte van de TVF Envelope Hogere instellingen zorgen ervoor, dat de TVF Envelope grotere veranderingen produceert. Negatieve (-) instellingen keren de vorm van de TVF Envelope om. Curve, die bepaalt hoe de aanslaggevoeligheid (Velocity) van invloed is op de TVF Envelope. Zet dit op ‘FIX’ als u niet wilt dat de TVF Envelope door de keyboard Velocity beïnvloed wordt.
Een Ritme set maken Parameter A-Env Time 1–4 Waarde 0–127 A-Env Level 1–3 0–127 Uitleg TVA Envelope times (T1-T4) Hogere instellingen zorgen ervoor, dat het langer duurt tot het volgende volumeniveau bereikt wordt. TVA Envelope niveaus (L0-L3) Bepaalt hoe het volume op elk punt verandert, relatief aan de Cutoff Frequentie waarde.
Spelen in peformance Mode Een Performance bevat instellingen, die op elke individuele Part van toepassing zijn, zoals de Patch (Ritme set), die aan elke Part is toegewezen, en zijn volume en pan. Grofweg bestaat de Performance Mode uit twee schermen: een PLAY scherm en een MIXER scherm. Gebruik het PLAY scherm, wanneer u meerdere geluiden (Patches of Ritme sets) wilt combineren om complexe geluiden te creëren.
Spelen in peformance Mode Een Performance selecteren De JUNO-G bevat drie performancegroepen, de User, Preset en Memory Card groepen. USER Dit is de groep in de JUNO-G, die overschreven kan worden. Patches, die u zelf maakt worden in deze groep opgeslagen. De JUNO-G bevat 256 preset Patches en 32 Ritme sets. PRST (Preset) Dit is de groep in de JUNO-G, die niet overschreven kan worden. U kunt ook de instellingen van de geselecteerde Patch bewerken, en de bewerkte Patch dan opslaan in het User geheugen.
Spelen in peformance Mode fig.Layer.e Part 1 (Rx ch.1) Door op [F2 (REMOVE) te drukken kunt u de registratie van de Performance, die in het FAVORITE PERFORM scherm is geselecteerd, annuleren. Part 2 (Rx ch.2) Part 15 (Rx ch.15) Part 16 (Rx ch.16) Het PLAY scherm gebruiken Keyboard Switch: On Een Part selecteren De geselecteerde Part wordt ‘current Part’ (huidige Part) genoemd. 1. Gebruik in het PERFORM PLAY scherm [ ][ 1 (Tx ch.1) 2 (Tx ch.2) ] om de Part te selecteren. 15 (Tx ch.15) 16(Tx ch.
Spelen in peformance Mode Verschillende geluiden in verschillende delen van het keyboard bespelen (Split) Het MIXER scherm gebruiken Een Part selecteren De geselecteerde Part wordt ‘current Part’ (huidige Part) genoemd. In de Performance Mode kunt u het keyboard opdelen en een verschillende Patch in elk deel spelen (dit wordt ‘split’ genoemd). Het nootbereik voor elke Part kan individueel ingesteld worden. U kunt het keyboard in maximaal 16 delen verdelen. 1.
Spelen in peformance Mode De Part instellingen bewerken In het PART MIXER scherm kunt u de volgende parameters voor elke Part instellen. 1. Druk op MODE [PART MIXER] om naar het PART MIXER scherm te gaan. 2. Druk op [F1 (LVL&PAN)]-[F4 (KEY/OUT)] om de functie te selecteren. 3. Gebruik [ ][ ][ ][ ] om de parameter en de Part te selecteren, die u wilt bewerken. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de instelling te veranderen.
Een Performance creëren Met de JUNO-G heeft u totale controle over een grote verscheidenheid aan instellingen. Elk item dat ingesteld kan worden, wordt een parameter genoemd. Wanneer u de waarde van parameters verandert, bent u aan het Bewerken. Dit hoofdstuk gaat over de procedures, die bij het creëren van Performances gebruikt worden, en over de functies van de Performance parameters. De parameters van elke Part instellen In de Performance Mode kunt u de Part instellingen in een lijst bekijken.
Een Performance creëren Wanneer u iets opslaat, gaat de data, die eerst op de savebestemming stond, verloren. 1. Bewerk de Performance. Functies van parameters van elke Part (Performance parameters) 2. Druk op EDIT [WRITE]. Het WRITE MENU scherm verschijnt. [F5 (PART VIEW)] [F1 (Patch)] Parameter Type Group 3. Druk op [F1 (PERF)]. * U kunt ook [ ][ ] gebruiken om ‘Performance’ te selecteren, en op [ENTER] drukken.
Een Performance creëren [F3 (PITCH)] Parameter Octave Waarde -3– +3 Uitleg Toonhoogte van het geluid van de Part (in 1-octaaf eenheden) * Wanneer een Ritme set aan een Part is toegewezen, kunt u deze parameter niet wijzigen.
Een Performance creëren Parameter Phase Waarde OFF, ON Uitleg Zet dit op ‘ON’, wanneer u onregelmatigheden in timing van Parts, die op hetzelfde MIDI kanaal gespeeld worden wilt onderdrukken. * Wanneer deze parameter op ‘ON’ staat, worden Parts op hetzelfde MIDI kanaal op een manier neergezet, waarin hun timing gelijkloopt, waardoor ze tegelijkertijd afgespeeld kunnen worden. Hierdoor kan er een bepaalde tijd verstrijken tussen het ontvangen van de Noteopdracht en het afspelen van het geluid.
Een Performance creëren [PAGE ↓] - [F5 (S.TUNE)] Parameter Part Scale Tune for C–B Waarde -64– +63 Uitleg Maak scale tune instellingen voor elke Part. Scale Tune wordt met de Scale Tune Switch parameter aan/uitgezet (p. 159). Standaard temperatuur Het afstellen hiervan verdeelt de octaaf in 12 gelijkwaardige Parts en is de meest gebruikte temperatuur methode, die in westerse muziek gebruikt wordt. De V-Synth gebruikt dit standaard temperatuur, wanneer de Scale tune schakelaar op ‘OFF’ staat.
Een Performance creëren Instellingen voor de D Beam en de controller Met de JUNO-G kunt u parameters aanwijzen, die met de D Beam bestuurd worden. 1. Ga naar het PERFORM PLAY scherm, en selecteer de Performance, waarvan u de instellingen wilt veranderen (p. 59). U kunt controller switch on/off instellingen voor elke Part in de Performance veranderen. 1. Druk in het CONTROL SETTING(PERF) scherm op [F1 (CTRl SW)]. 2. Gebruik [ ][ ][ ][ ] om de parameter te selecteren. 3.
Het geluid in realtime veranderen U kunt de D Beam controller of een control pedaal gebruiken om het geluid te veranderen, terwijl u aan het spelen bent. Hier leggen we de procedures en instellingen uit voor het gebruik van deze functies in de Patch Mode. De bewerkingen zijn hetzelfde in de Performance Mode. D Beam Controller Het bereik van de D Beam controller De volgende diagram laat het bereik van de D Beam controller zien. Het bewegen van uw hand buiten dit bereik heeft geen effect. fig.
Het geluid in realtime veranderen SOLO SYNTH Op de JUNO-G kunt u de mono synthesizer gebruiken, waarvan de toonhoogte met de D Beam bestuurd wordt. 3. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de instelling 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op D BEAM [SOLO SYNTH]. 4. Als u de instellingen wilt opslaan, drukt u op [F6 (WRITE)]. te maken. Een scherm zoals het volgende verschijnt.
Het geluid in realtime veranderen ACTIVE EXPRESSION U kunt de D Beam gebruiken om de ideale expressie voor elk geluid toe te passen. * De manier, waarop expressie toegepast wordt, verschilt voor elk geluid. Voor sommige geluiden kan het effect moeilijk hoorbaar zijn. 1. Houd [SHIFT] ingedrukt, en druk op D BEAM [ACTIVE EXPRESS]. Een scherm zoals het volgende verschijnt. 2. Druk op [ ] ] om de parameter te selecteren. 3. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de instelling te maken.
Het geluid in realtime veranderen Control pedaal U kunt het geluid veranderen door op een pedaal te drukken, dat verbonden is met de HOLD PEDAL of CONTROL PEDAL jacks op het achterpaneel. Pedalen, zoals expressiepedalen (EV-5, apart verkrijgbaar), pedaalschakelaars (DP serie, apart verkrijgbaar) of voet schakelaars (BOSS FS-5U, apart verkrijgbaar) kunnen met de JUNO-G verbonden worden. 1. Ga naar het Patch Play scherm (p. 25). 2. Gebruik een pedaal, terwijl u het keyboard bespeelt om geluid te produceren.
Arpeggio’s afspelen Over arpeggio’s Met de Arpeggio functie van de JUNO-G kunt u arpeggio’s automatisch produceren. Houd simpelweg een paar toetsen ingedrukt en een corresponderende arpeggio wordt automatisch afgespeeld. U kunt niet alleen de fabrieksingestelde Arpeggio stijlen gebruiken, die bepalen op welke manier de arpeggio afgespeeld wordt, maar u kunt ook zelf stijlen overschrijven en genieten van eigen originele arpeggio’s.
Arpeggio’s afspelen Arpeggio instellingen 1. Druk op [ARPEGGIO], zodat het oplicht. U kunt ook op [ARPEGGIO] drukken, terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. Het ARPEGGIO STYLE scherm verschijnt. * Wanneer u op [ARPEGGIO] drukt, terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt, verschijnt het ARPEGGIO STYLE scherm ongeacht welke arpeggio aan of uit staat. 2. Druk op [ ][ ] om de parameter te selecteren. 3. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de instelling te maken.
Arpeggio’s afspelen C-D-E-D -> D-E-F-E -> E-F-G-F (-> herhaald) Stijgende/dalende variaties selecteren (Motif) Dit selecteert de methode, die gebruikt wordt om geluiden te spelen (motief), wanneer u een grote aantal noten hebt dan het aantal dat voor de Arpeggio stijl is ingeprogrammeerd. * Wanneer het aantal gespeeld toetsen lager is dan het aantal noten in de stijl, wordt de noot met de hoogste toonhoogte standaard afgespeeld.
Arpeggio’s afspelen • Om de noot te wisselen, drukt u op [F6 (CLR NOTE)], terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. Een maximum van zestien noten (verhogingen) kan in een stijl gebruikt worden. • Om alle noten op de huidige stap te verwijderen, drukt u op [F5 (CLR STEP)], terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. • Door op [F4 (REVU)] te drukken om een vinkje (✔) toe te voegen, kunt u naar de syle luisteren, die u aan het invoeren bent. Een maximum van zestien noten (verhogingen) kan in een stijl gebruikt worden.
De Chord Memory functie gebruiken Over de Chord Memory functie Chord Memory (akkoordgeheugen) is een functie waarmee u akkoorden kunt spelen, die gebaseerd zijn op vooraf geprogrammeerde Chord Forms, door simpelweg op een toets van het keyboard te drukken. De JUNO-G kan 64 vooraf ingestelde Chord Forms en 64 gebruiker akkoordpatronen opslaan. Als u wilt kunt de 64 gebruikers (fabrieksingestelde) Chord Forms overschrijven. De Chord Memory functie functioneert op de arpeggio in Performance Mode.
De Chord Memory functie gebruiken DOWN: Noten klinken in de volgorde van boven naar beneden. ALTERNATE: De volgorde, waarin de noten klinken, verandert elke keer dat u het keyboard bespeelt. Uw eigen Chord Forms creëren U kunt niet alleen de interne Chord Forms gebruiken, van noten waaruit de akkoorden bestaan, die met de Chord memory functie afgespeeld worden, maar u kunt ze zelf ook creëren en overschrijven. 1. Druk op [CHORD MEMORY], zodat het oplicht.
Ritmes afspelen U kunt ook op [EXIT] drukken om het RHYTHM GROUP scherm te sluiten, terwijl een Ritme patroon aan het afspelen is. In dit geval kunt u nogmaals op [RHYTHM PATTERN] drukken om het RHYTHM GROUP scherm te openen en op de knipperende knop te drukken om het afspelen te laten stoppen. Over Ritme patronen De JUNO-G bevat 256 vooraf ingestelde Ritme patronen. U kunt verschillende Ritme patronen afspelen door simpelweg op de functieknoppen [F1]-[F6] te drukken.
Ritmes afspelen Ritme patroon instellingen 1. Druk op [RHYTHM PATTERN]. 2. Druk op [F2 (RHY PTN)], terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. Het RHYTHM PATTERN scherm verschijnt. 3. Druk op [ ][ ] om de parameter te selecteren. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de instelling te maken. * U kunt het Ritme patroon beluisteren door op [F4 (REVU)] te drukken om een vinkje ( ✔) toe te voegen.
Ritmes afspelen Een Ritme patroon creëren (Ritme patroon Edit) Naast het gebruik van de ingebouwde Ritme patronen, kunt u uw eigen patterns creëren. Nadat u een originele Ritme patroon hebt gemaakt, kunt u hem in het interne gebruikersgeheugen opslaan. Er zijn grofweg twee manier om een Ritme patroon te creëren.
Ritmes afspelen 1. Maak een Ritme patroon. Parameter Rhy 2. Druk op [F6 (WRITE)]. Het RHYTHM PATTERN NAME scherm verschijnt 3. Wijs een naam aan het Ritme patroon toe. Zie voor meer informatie over het toewijzen van namen p. 24. 4. Wanneer u de naam heeft ingevoerd, drukt u op [F6 (WRITE)]. Een scherm verschijnt, waarin u de schrijfbestemming-pattern kunt selecteren. 5. Gebruik de VALUE draaiknop, [INC][DEC] of [ ][ ] om de schrijfbestemming te selecteren. 6. Druk op [F6 (WRITE)].
Een lijst van vaak gebruikte Patches, Performances of songs maken (Live Setting) U kunt een lijst van geluiden maken, die u vaak gebruikt, en ze direct oproepen. Omdat u Patches, Ritme sets, Performances of songs of welk type geluid dan ook kunt registreren, kunt u ze, ongeacht in welke Mode u bent, direct oproepen. Elke lijst (bank) kan twaalf Patches, Ritme sets, Performances en songs opslaan. U kunt twintig van deze banks creëren.
Een song afspelen Dit hoofdstuk licht toe, hoe u met de song recorder van de JUNO-G een song afspeelt. • [F2 (CARD)]: Songs op een geheugenkaart 3. Druk op [F6 (LOAD)]. U wordt om bevestiging gevraagd. Wanneer u een song afspeelt, raden we aan dat u de geluidsgenerator in Performance Mode gebruikt.
Een song afspelen Verschillende afspeelmethoden Fast-forward en rewind tijdens afspelen Fast-forward, rewind en jump kunnen tijdens het afspelen uitgevoerd worden, maar ook als de song niet speelt. Gebruik de volgende procedures voor elke bewerking. Fast-forward: Druk op [FWD]. Doorlopende fast-forward: Houd [FWD] ingedrukt. Snelle fast-forward: Houd [FWD] ingedrukt en druk op [BWD].
Een song afspelen Het afspeeltempo van een song veranderen Het tempo, waarop een song afspeelt, wordt opgenomen op zijn tempo track, maar het tempo van de gehele song kan tijdens het afspelen bijgesteld worden. Het tempo, waarop de song afspeelt, wordt het playback tempo genoemd. * Het playback tempo is een tijdelijke instelling. Hij gaat verloren als u naar een andere song gaat of het apparaat uitzet. Als u wilt dat song altijd op dit tempo afspeelt, moet u de song opnieuw opslaan (p. 113).
Een song opnemen (MIDI track) Dit hoofdstuk legt de procedure uit voor het gebruiken van de song recorder van de JUNO-G om een song op te nemen. Voordat u begint met deze procedure, dient u de geluidsgenerator in de Performance Mode te zetten. Normaliter, wanneer u een song opneemt of afspeelt, zet u de geluidsgenerator in de Performance Mode.
Een song opnemen (MIDI track) De maatsoort instellen Voordat u een nieuwe song opneemt moet u de maatsoort instellen. Een maatsoort van 4/4 wordt echter automatisch ingesteld, wanneer u de Song Initialize bewerking uitvoert of, wanneer het apparaat aangezet wordt, dus dient u deze instelling alleen te maken, wanneer u een nieuwe song met een andere maatsoort wilt opnemen. 1.
Een song opnemen (MIDI track) Parameter Count In Uitleg Selecteert, hoe het opnemen begint. OFF: Opnemen begint onmiddelijk, wanneer u op [PLAY] drukt. 1 MEAS: Wanneer u op [PLAY] drukt, begint een tel (playback) een maat voor de recording-start locatie, en recording begint, wanneer u de recording-start locatie bereikt. 2 MEAS: Wanneer u op [PLAY] drukt, begint een tel (playback) twee maten voor de recording-start locatie, en recording begint, wanneer u de recording-start locatie bereikt.
Een song opnemen (MIDI track) Auto punch-in recording gebruiken U moet vooraf het gedeelte (punch points) instellen, waar opnemen plaatsvindt. Dit is gemakkelijk, wanneer u opnieuw over een fout heen wilt opnemen. De song speelt af waar u begon met opnemen. Wanneer u het punch-in point bereikt, schakelt het afspelen naar de record Mode. 1. Stel het MIDI Rec Standby (Real Time) venster de Loop/ Punch parameter in op ‘AUTO PUNCH’. 2. Stel de Start Point/End Point parameters in op de gewenste punch points.
Een song opnemen (MIDI track) Rate: Ongewenste data wissen, terwijl u opneemt (Realtime Erase) Oorspronkelijke performancedata Rate= 25% Realtime Erase is een functie, die ongewenste data tijdens het realtime opnemen, wist. Dit is handig tijdens loop opnemen, omdat u data kunt wissen, zonder te stoppen met opnemen. Rate= 50% Rate= 75% * Rate=100% Up beat Up beat Up beat Up beat Realtime Erase kan alleen gebruikt worden, als de Recording Mode op ‘MIX’ staat. 1. Begin realtime recording (p. 88).
Een song opnemen (MIDI track) Geluiden of phrases beluisteren, terwijl u opneemt (Rehearsal functie) Met de Rehearsal functie kunt u het opnemen tijdens realtime recording tijdelijk stoppen. Dit is handig, wanneer u het geluid wilt beluisteren, dat u wilt gaan gebruiken of om de phrase te oefenen, die u wilt opnemen. 1. Begin realtime recording (p. 88). Het Realtime Rec Control venster verschijnt. 2. Druk op [F5 (REHEARSAL)] of [REC].
Een song opnemen (MIDI track) 5. Voer de gewenste noot in. Gebruik [ ][ ] om de gewenste parameter te selecteren. Parameter Note Type Gate Time Input Velo Waar de Note (p. 93) 1– 100% REAL, 1–127 Uitleg Bepaalt de lengte van de noten, die u wilt invoeren, in termen van nootwaarde. De lengte van de nootwaarde geeft aan hoe lang het duurt tussen een note-on en de volgende note-on. Bepaalt de proportie van de gate time, relatief aan het Note Type. De gate time is de lengte tussen note-on en note-off.
Een song bewerken (MIDI track) Dit hoofdstuk beschrijft de procedure voor het bewerken van een song (MIDI track). De song laden, die u wilt bewerken Wanneer u een song gaat bewerken, dient u deze eerst in het Temporary Area te laden. De Temporary Song gaat verloren, als u het apparaat uitzet of een andere song in het Temporary Area laadt. Als het Temporary Area een song bevat, die u wilt houden, dient u, die song in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart op te slaan. 3.
Een song bewerken (MIDI track) Het gedeelte van een song bepalen, dat herhaald wordt (Loop Points) Wanneer u Loop Play of Loop Recording gebruikt, kunt u de loop punten gebruiken, die u hier instelt, om het herhalende gedeelte in te stellen, als een alternatief om een specifiek aantal maten te herhalen. 1. Druk op EDIT [SONG] om naar het MIDI TRACK scherm te gaan. 2. Druk op SONG RECORDER [LOOP], terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. Het Loop Play venster opent, met de Loop functie uit.
Een song bewerken (MIDI track) 4. Gebruik [F3 ([ ])[F4 ([ ]) of [ ][ ] om een parameter te selecteren, en gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de waarde in te stellen. Parameter Ch/Part Measure For Waarde ALL, Ch 1–16 0001– 1–ALL Quantize Type Uitleg MIDI kana(a)l(en) van de noten, waarop u quantize wilt toepassen ALL: Quantize toepassen op alle noten CH 1-16: Past Quantize alleen toe op de noten van een specifiek MIDI kanaal.
Een song bewerken (MIDI track) No.
Een song bewerken (MIDI track) . Phrases kopieren (Copy) Deze functie kopieert een specifiek deel van de sequencerdata. Het is gemakkelijk om dezelfde phrase een aantal keer te laten herhalen. Zie voor meer informatie over deze instelling Basisgebruik voor track ediiting (p.
Een song bewerken (MIDI track) Een lege maat invoegen (Insert) Met deze functie kunt u lege maten in een locatie van de song invoegen. Omdat u de maatsoort van lege maten kunt instellen, is dit handig, wanneer u een phrase met een andere maatsoort in een song invoegt. Zie voor meer informatie over deze instellingen Basisgebruik voor track editing (p. 97).
Een song bewerken (MIDI track) 2. Druk op [ ]. Het System Exclusive Edit scherm verschijnt. 3. Druk op [F5 (CH/PART)]. Het Ch/Part Select venster verschijnt. 3. Druk op [ ][ ][ ][ ] om de cursor naar de data te bewegen, die u wilt bewerken. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de waarde 4. Selecteer de track, waarvan u de performancedata wilt • bekijken of bewerken. [F3 (MIDI)]: MIDI track Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om uw selectie te maken. te bewerken.
Een song bewerken (MIDI track) Control Change Deze MIDI boodschap past verschillende effecten, zoals modulatie of expressie toe. Het controllernummer (CC#) selecteert de functie, en Value bepaalt de diepte van het effect. Pitch Bend scherm weergegeven worden. Dit is gemakkelijk, wanneer u een bepaald gedeelte van de sequencerdata wilt bekijken of bewerken. 1. Ga naar het MICROSCOPE scherm. 2. Druk op [F5 (VIEW SEL), terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt. Het View Select venster verschijnt.
Een song bewerken (MIDI track) Sequencerdata wissen (Erase) Als u dit wilt, kunt u een individueel event van de sequencerdata wissen. U kunt ook dezelfde bewerking uitvoeren om individuele items data van de tempo track of beat track te wissen. * Het is niet mogelijk om de tempoverandering te wissen aan het begin van de tempo track of de beat verandering aan het begin van de beat track. 1.
Een song bewerken (MIDI track) 7. Druk op [F6 (EXEC)] om de tempo verandering data in te voeren. 8. Een standaard waarde wordt ingesteld voor de tempo verandering, die ingevoegd is, dus druk op [ ] en gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de waarde als gewenst te veranderen.
Een song opnemen (Audio Track) Waarde Voordat u audio via de AUDIO INPUT jacks opneemt Met de JUNO-G kunt u audiobronnen, zoals een audioapparaat, mic of CD, opnemen. • Audio Input Level 0-127 U kunt ook de AUDIO IN schuif van de SONG RECORDER gebruiken om dit bij te stellen. • Audio Input Cho Send Stelt de diepte van de chorus bij, die toegepast wordt op de externe inputbron. Zet dit op ‘0’, als u geen chorus wilt toepassen.
Een song opnemen (Audio Track) * U kunt ook de SOUND MODIFY 1-4 knoppen gebruiken om de waarde van de corresponderende parameters te bewerken. • 01: EQUALIZER Bepaalt de toon van het lage en hoge frequentiebereik. Parameter Low Freq Bereik 200, 400 Hz Low Gain -15–+15 dB High Freq 2000, 4000, 8000 Hz High Gain -15–+15 dB Uitleg Middelste frequentie van het lage frequentiebereik. Hoeveelheid lage frequentie versterking/vermindering Middelste frequentie van het hoge frequentiebereik.
Een song opnemen (Audio Track) • 2 MEAS Wanneer u op [PLAY] drukt, is er een count-in (playback), die twee maten voor het recording start point begint. Het opnemen begint, wanneer u het recording start point bereikt. 5. Gebruik het Audio Rec Channel (audio opname kanaal) veld Als de sample event, die u wilt toewijzen, de lengte van de song overschrijdt, wordt u gevraagd of u de lengte van de song wilt verlengen.
Een song opnemen (Audio Track) 7. Wanneer u klaar bent met het maken van instellingen in het Audio Rec Standby venster, drukt u op [PLAY] of [F6 (START)]. Het Audio Rec Standby venster sluit, de [REC] indicator gaat van knipperend naar opgelicht, en het opnemen begint. Wanneer het opnemen begint, verschijnt het Audio Recording venster. Om het Audio Recording venster te sluiten, drukt u op [F6 (CLOSE)] of [PLAY]. Om het weer te opnenen, drukt u op [PLAY]. 8.
Een song bewerken (Audio Track) U gebruikt de volgende twee schermen om audio tracks te bewerken. • AUDIO TRACK scherm • AUDIO MIXER scherm (p. 111) Hier bewerkt u elke audio track. In dit scherm kunt u het mixen van de audio tracks instellen, zoals het niveau en de pan. Items in het AUDIO TRACK scherm 1. Druk op SONG RECORDER [AUDIO TRACK]. Het AUDIO TRACK scherm verschijnt. 1 Een sample event verplaatsen (Move) Hier leest u, hoe u de geselecteerde sample event naar een track of locatie verplaatst.
Een song bewerken (Audio Track) Verplaatst de huidige locatie naar het begin van de song. • [INC][DEC] Verplaatst de huidige locatie in stappen van een tick. • [BWD][FWD] Verplaatst de huidige locatie in stappen van een maat. • VALUE draaiknop Verplaatst de huidige locatie in stappen van 1 beat. 3. Druk op [F1 (INSERT)]. Het SAMPLE SEL scherm verschijnt. 4. Selecteer de sample event, die u wilt invoegen, en druk op [F6 (SELECT)]. De sample wordt ingevoegd op de door u bepaalde locatie.
Een song bewerken (Audio Track) De geselecteerde audio track wordt gewist. (De track naam en setup data keert ook naar de standaard instellingen terug.) 3. 4. Druk op [F6 (SELECT)]. U wordt om bevestiging gevraagd. Druk op [F6 (EXEC)]. * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. * Deze bewerking verandert de lengte van de song niet. • Start Point Bepaalt de maat, waarop de mixdown moet beginnen. • End Point Een audio track een naam geven (Track Name) Bepaalt de maat, waarop de mixdown moet eindigen.
Een song bewerken (Audio Track) • PAN: Track Pan Items in het AUDIO MIXER scherm 1. * Druk, terwijl het AUDIO TRACK scherm weergegeven wordt, op [F6 (MIXER)]. Het AUDIO MIXER scherm verschijnt. Druk op [F6 (EDIT)] om naar het AUDIO TRACK scherm te gaan. Bepaalt de pan van elke audio track. ‘L64’ is uiterst links, ‘0’ is midden, en ‘63R’ is uiterst rechts. Waarde: L64-0-6R 4. Draai aan de VALUE draaiknop of gebruik [INC][DEC] om de waarde bij te stellen. Chorus en reverb bijstellen 1.
Een song bewerken (Audio Track) Audio tracks stilzetten (Mute) Zie Afspelen met een audio track stilgezet (Audio Track Mute) (p. 85) Een lijst met markers weergegeven (Marker List) Zie p. 109. De schuifknoppen gebruiken om de mixer te besturen U kunt de SONG RECORDER TRACK A1-A4 schuifknoppen gebruiken om het volume (track level) van elke audio track in te stellen.
Een song laden/opslaan (Save/Load) Songs, die u opneemt wordt aanvankelijk bewaard in het Temporary Area. Een song in het tijdelijke gedeelte gaat verloren, wanneer u het apparaat uitzet of een andere song laadt. Als u de song wilt bewaren moet u het opslaan in het gebruikersgeheugen of op een geheugenkaart. Andersom, om een song te bewerken (p. 94, p. 108) moet u het eerst in het Temporary Area laden. Een song opslaan (Save) gebruikersgedeelte op te slaan.
Een song laden/opslaan (Save/Load) bestandsnaam in de ‘ROLAND/SMPL’ map van het gebruikersgeheugen of een geheugenkaart. Het nummer van de bestandsnaam correspondeert met het nummer in de sample lijst. Bestandsnaam en song naam Song bestanden en Standard MIDI bestanden hebben, naast hun bestandsnaam, een song naam. De bestandsnaam wordt gebruikt om bestanden te onderscheiden, en dient toegewezen te worden, wanneer u een bestand opslaat.
Een song laden/opslaan (Save/Load) 5. Druk op [F1 (USER)] (Gebruikersgeheugen) of [F2 (CARD)] (Geheugenkaart) om de locatie te selecteren, waar u de song wilt opslaan. 6. Druk op [F3 (FMT 0)] of [F4 (FMT 1)] om het formaat te selecteren. FMT1 0 (Format 0): • Converteer de song naar een Format 0 Standard MIDI bestand (alle performancedata wordt in een phrase track opgeslagen) en sla het op. Een ‘.MID’ extensie wordt automatisch toegewezen. • Een song laden (Load) Basisprocedure 1.
Een song laden/opslaan (Save/Load) 3. Druk op [F6 (LOAD)]. U wordt om bevestiging gevraagd. 4. Druk op [F6 (EXEC)] om uit te voeren. * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. Laden van een song (Load song) Hier wordt uitgelegd, hoe u een song kunt laden naar Temporary area. 1. Vanuit het SAVE/LOAD MENU scherm, druk op [F5 (5)]. Het SONG LIST scherm verschijnt.
Bewerken van een audio phrase (Sample) Audio phrases, die u opneemt of importeert worden opgeslagen en behandeld als te bewerken Samples. Bewerken gebeurt in het samplegeheugen – een geheugen gereserveerd voor Samples (p. 22). Laden van een sample Hier wordt uitgelegd, hoe u een sample vanuit het gebruikers gedeelte of een geheugenkaart kunt laden, of een preset sample in het samplegeheugen. Sample List 1. Druk op EDIT [AUDIO]. Selecteer een sample uit de lijst. Het SAMPLE EDIT scherm verschijnt. 2.
Bewerken van een audio phrase (Sample) Uitladen van een sample Hier wordt uitgelegd, hoe u een sample uit het samplegeheugen kunt laden. De opgeslagen sample zelf wordt niet gewist. 1. Met het SAMPLE LIST scherm geopend, drukt u op [ ][ ] om de groep te kiezen, die de sample bevat, dat u wilt uitladen. 2. Gebruik de VALUE draaiknop, [INC][DEC] of [ ][ Importeren van een audio bestand (Import audio) Hier wordt uitgelegd, hoe een audio bestand (.WAF/AIFF) als sample in het geheugen kan worden geladen.
Bewerken van een audio phrase (Sample) Sample bewerken Punt End * 1. Druk op EDIT [AUDIO]. Het SAMPLE EDIT scherm verschijnt. Uitleg Punt, waarop afspelen eindigt. Stel deze in, zodat de sample op het gewenste moment eindigt. Door op [F5 (PREVIEW)] te drukken, kunt u het gedeelte tussen start en einde vooraf beluisteren. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om het punt te fig.SampleEdit verplaatsen.
Bewerken van een audio phrase (Sample) Parameter Loop Mode Uitleg Stelt in hoe een sample wordt afgespeeld. * Als u een sample in een audio track gebruikt, speelt het af als ONE SHOT, ongeacht deze instelling. FWD: Nadat de sample is afgespeeld van Start tot End, wordt het herhaaldelijk voorwaarts afgespeeld, van de Loop Start tot End. Start P. Loop Start P. Automatisch berekenen van het sample tempo 1. Beweeg de cursor naar 'Tempo' en druk op [F1 (CALC). Het BPM calculatie venster verschijnt.
Bewerken van een audio phrase (Sample) 5. Druk op [F6 (EXEC)]. fig.NORMALIZE U wordt om bevestiging gevraagd. 6. Druk op [F6 (EXEC)] om deze bewerking uit te voeren. * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. Het hoge frequentiebereik van de sample versterken of verzwakken (EMPHASIS) In sommige gevallen verbetert de audio kwaliteit als u het hoge frequentie bereik van een geimporteerde sample versterkt.
Bewerken van een audio phrase (Sample) 7. Druk op [F6 (EXEC)] om deze bewerking uit te voeren. * fig.CHOP Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. Stretchen of inkrimpen van een sample (TIME STRETCH) Deze bewerking strekt of krimpt de sample om de lengte of het tempo aan te passen. U kunt een sample stretchen of krimpen met een factor van anderhalf tot dubbel de lengte. * U kunt deze functie niet uitvoeren, als er meer dan een sample is geselecteerd. 3.
Bewerken van een audio phrase (Sample) 4. Herhaal stappen 2 en 3 om andere verdeelpunten in te stellen. U kunt maximaal 15 verdeelpunten selecteren, dwz. de sample wordt maximaal in 16 delen verdeeld. Automatisch verdelen van een sample (Auto Chop) Hier wordt uitgelegd, hoe u automatisch de punten kunt instellen waar de sample wordt verdeeld, en dan de sample verdelen. 1. Vanaf stap 3 van p. 122, druk op [F4 (AUTO)]. Het Auto Chop venster verschijnt. 2.
Bewerken van een audio phrase (Sample) Opslaan van een sample (Write) Een bewerkte sample, en veranderingen, die u in de instellingen voor een sample heeft gemaakt, gaan verloren als u het apparaat uitzet. Als u deze data wilt bewaren, slaat u het als volgt op. De bestemming kan zijn of het interne gebruikersgeheugen van de JUNOO-G (User) of een geheugenkaart (Card). 8. Druk op [F6 (WRITE)] U wordt om bevestiging gevraagd. 9. Om de opslaanbewerking uit te voeren, druk op [F6 (EXEC)].
Effecten toevoegen In dit hoofdstuk worden de procedures en instellingen voor het toevoegen van effecten in elke Mode uitgelegd. Zie Over onboard effecten (p. 20) voor meer informatie over de effecten van de JUNO-G. Aan en uitzetten van effecten De Onboard effecten van de JUNO-G kunnen als geheel worden aanen uitgezet. Zet deze instelling op OFF als u wilt luisteren naar het onbewerkte geluid als u een geluid creëert of als u externe effect apparaten wilt gebruiken in plaats van de ingebouwde effecten.
Effecten toevoegen Toepassen van effecten in Patch Mode In Patch Mode kunt u alleen een multi-effect (MFX), een chorus en een reverb gebruiken. Het uitgangssignaal instellen (Routing) Hier kunt u algemene instellingen maken voor effecten, en de voor output bestemming en hetniveau van elk signaal. fig.Routing 1 2 5 8 3 4 7 6 9 15 12 10 13 11 14 Zie Maken van effect instellingen (p. 125) voor meer informatie over deze instellingen.
Effecten toevoegen 12 Parameter MFX Output Assign Waarde A, B 13 Chorus Output Select MAIN, REV, M+R Chorus Level Chorus Output Assign 0–127 A, B Reverb Level Reverb Output Assign 0–127 A, B Mastering Effect Type 0–5 14 15 Uitleg Output bestemming van het geluid, dat door de multi-effecten is gestuurd. A: OUTPUT A (MIX) jacks in stereo. B: OUTPUT B jacks in stereo. * Als de Mix/Parallel parameter op ‘MIX ’is ingesteld, gaat de output van al het geluid naar OUTPUT A (MIX) jacks in stereo (p.
Effecten toevoegen Parameter Part Reverb Send 6 Level MFX Source PRF, P1–P16 MFX Type 0–78 MFX Structure 1–16 Uitleg Part, waarvoor u instellingen wilt maken. MFX: Output in stereo door multi-effecten. U kunt ook chorus of reverb toepassen op het geluid, dat door multi-effecten gaat. A, B: Output naar de OUTPUT A (MIX) jack of OUTPUT B jack in stereo zonder door multi-effecten te gaan. 1-4: Output naar de INDIVIDUAL 1-4 jacks in mono zonder door de multi-effecten te gaan.
Effecten toevoegen Maken van multi-effecten instellingen (MFX1-3) fig.MFXSetting Zie Maken van effect instellingen (p. 125) voor meer informatie over deze instellingen. Parameter (Multi-Effects Type) * Waarde 00–78 Uitleg Selecteer uit de 78 beschikbare multi-effecten. In het instellingen scherm kunt u de parameters van de multi-effecten, die zijn geselecteerd door de Multi-effecten instelling, bewerken. Zie Multieffecten parameters (p.
Effecten toevoegen Multi-effect besturing effecten parameters (p. 131), zijn deze aangegeven met een ‘#’. Als u het volume van het multi-effecten geluid, de delay tijd van Delay, enzovoorts wilt wijzigen, terwijl u een extern MIDI apparaat gebruikt, dan dient u Systeem exclusieve boodschappen te sturen – MIDI boodschappen, die exclusief voor de JUNO-G zijn ontwikkeld. Maar, Systeem exclusieve boodschappen zijn ingewikkeld, en de hoeveelheid data, die moet worden verstuurd kan vrij groot zijn.
Effecten toevoegen Multi-effecten parameters De multi-effecten bieden 78 verschillende effecten. Sommige programma’s bevatten twee of meer verschillende effecten, verbonden in serie. Parameters gemarkeerd met een ‘#’ kunnen door een specifieke knop worden bediend (twee instellingen veranderen tegelijkertijd voor ‘’#1’ en ‘#2’). 52 53 54 55 3D DELAY TIME CTRL DELAY LONG TIME CTRL DELAY TAPE ECHO P.146 P.146 P.146 P.
Effecten toevoegen 01: EQUALIZER Dit is een 4-band stereo equalizer (laag, mid x2, hoog). fig.MFX-01 L in 4-Band EQ L out R in 4-Band EQ R out Parameter Low Freq Low Gain # Mid1 Freq Mid1 Gain Mid1 Q Waarde 200, 400 Hz -15– +15 dB 200–8000 Hz -15– +15 dB 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0 Mid2 Freq Mid2 Gain Mid2 Q 200–8000 Hz -15– +15 dB 0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.
Effecten toevoegen Parameter Filter Type Filter Slope Filter Cutoff # Value LPF, BPF, HPF, NOTCH -12, -24, -36 dB 0–127 Filter Resonance # 0–127 Filter Gain 0– +12 dB Modulation Sw Modulation Wave OFF,ON TRI, SQR, SIN, SAW1, SAW2 SAW1 Explanation Filter type. Frequentie bereik, die door elk filter passeert. LPF: frequenties onder de cutoff BPF: frequenties nabij de cutoff HPF: frequenties boven de cutoff NOTCH: frequenties niet in het cutoff gebied Nadruk per octaaf.
Effecten toevoegen 09: HUMANIZER Voegt een klankkarakter aan het geluid toe,dat lijkt op een menselijke stem. fig.MFX-09 L in L out Overdrive Pan L 2-Band EQ Formant Pan R R in R out Parameter Drive Sw Drive # Waarde OFF, ON 0–127 Vowel1 Vowel2 Rate # a, e, i, o, u a, e, i, o, u 0.05–10.00 Hz, note 0–127 OFF, ON Depth # Input Sync Sw Input Sync Threshold Manual # Low Gain High Gain Pan # Level 0–127 0–100 -15– +15 dB -15– +15 dB L64–63R 0–127 Uitleg Zet Drive aan/uit Mate van vervorming.
Effecten toevoegen Parameter Polarity Waarde INVERSE, SYNCHRO Resonance # Cross Feedback 0–127 -98– +98 % Step Rate # 0.10–20.00 Hz, note Mix # 0–127 Low Gain High Gain Level -15– +15 dB -15– +15 dB 0–127 Uitleg Selecteert of rechter en linker fase van de modulatie hetzelfde zullen zijn of het tegenovergestelde. INVERSE: De linker en rechter fase zijn tegenovergesteld. Als u een mono signaal gebruikt, dan verspreidt dit het geluid. SYNCHRO: De linker en rechter fase zijn gelijk.
Effecten toevoegen 17: TREMOLO 19: STEP PAN Cyclisch moduleren van het volume om tremolo effect aan het geluid toe te voegen. Dit gebruikt een 16-stappen sequence om de panning van het geluid te variëren. fig.MFX-17a fig.MFX-19 L in Tremolo 2-Band EQ L out R in Tremolo 2-Band EQ R out Parameter Mod Wave Waarde TRI, SQR, SIN, SAW1, SAW2 Uitleg Modulatie Wave TRI: driehoeksgolf SQR: vierkante golf SIN: sinus golf SAW1/2: zaagtandgolf SAW1 SAW2 Rate # Depth # 0.05–10.
Effecten toevoegen 21: ROTARY Het Rotary effect simuleert het geluid van ronddraaiende speakers, die vroeger veel gebruikt werden bij elektronische orgels. De beweging van het hoge en het lage bereik rotoren kan afzonderlijk worden ingesteld. Het unieke effect van dit type modulatie kan vrij nauwkeurig worden gesimuleerd. Dit effect is meest geschikt voor elektronische orgel Patches. fig.
Effecten toevoegen 24: FLANGER Dit is een stereo flanger (de LFO heeft dezelfde fase voor links als rechts). Het produceert een metaalachtige resonantie, die stijgt en daalt als een vliegtuig voor start en landing. Een filter geeft u de mogelijkheid om het timbre van het flanged geluid aan te passen. Parameter Pre Delay Waarde 0.0–100.0 ms Rate # Depth Phase 0.05–10.00 Hz, note 0–127 0–180 deg Feedback # -98– +98 % Step Rate # 0.10–20.
Effecten toevoegen Parameter Chorus Depth Waarde 0–127 Tremolo Rate # 0.05–10.00 Hz, note Tremolo Separation Tremolo Phase 0–127 Balance # D100:0W–D0:100W Level 0–127 0–180 deg Uitleg Diepte van modulatie van het chorus effect. Frequentie van modulatie van het tremolo effect. Verspreiding van het tremolo effect. Verspreiding van het tremolo effect.
Effecten toevoegen 31: 3D STEP FLANGER Dit past een 3D effect toe aan het step flanger geluid. Het flanger geluid wordt 90 graden links en 90 graden rechts gepositioneerd. Parameter Low Phase Waarde 0–180 deg High Pre Delay 0.0–100.0 ms High Rate # High Depth 0.05–10.00 Hz, note 0–127 High Phase 0–180 deg Balance # D100:0W– D0:100W 0–127 fig.
Effecten toevoegen 34: 2BAND STEP FLANGER fig.MFX-35 L in Een stappen flanger, waarmee u een effect kan toepassen, onafhankelijk van lage en hoge frequenties. L out Over drive Amp Simulator 2-Band EQ fig.
Effecten toevoegen 39: GUITAR AMP SIMULATOR Dit is een effect, dat het geluid van een gitaarversterker nabootst. Type 2-STACK 3-STACK Kast Grote dubbele stack Grote driedubbele stack Speaker 12 x 4 12 x 4 Mic. condensator condensator fig.
Effecten toevoegen Parameter Attack Waarde 0–127 Hold 0–127 Release 0–127 Balance # D100:0W– D0:100W 0–127 Level Uitleg Past de tijd aan die verloopt voor het openen van de gate na te zijn geactiveerd. Past de tijd aan voor de gate om te starten met sluiten, nadat het brongeluid beneden de drempel valt. Past de tijd aan, die verloopt voor de gate om volledig te sluiten na de hold tijd. Volume balans tussen het directe geluid (D) en het effect geluid (W). Output niveau fig.
Effecten toevoegen Parameter Delay2 HF Damp Waarde 200–8000 Hz, BYPASS Pan # Low Gain L64–63R -15– +15 dB High Gain Uitleg Frequentie waarop de hoge frequentie van het delay geluid van delay 2 wordt gedempt (BYPASS: geen demping) Panning van het delay geluid Hoeveelheid versterking/ demping voor het lage frequentie bereik Hoeveelheid versterking/ demping voor het hoge frequentie bereik Volume balans van het originele geluid (D) en delay geluid (W) Output volume -15– +15 dB Balance # D100:0W–D0:100W
Effecten toevoegen 49: MULTI TAP DELAY Dit effect biedt vier delays. Elk van de Delay tijd parameters kan op een nootlengte worden ingesteld, gebaseerd op het geselecteerde tempo. U kunt ook de panning en niveau van elk delay geluid instellen. fig.
Effecten toevoegen 52: 3D DELAY Dit past een 3D effect toe aan het delay geluid. Het delay geluid zal 90 graden links en 90 graden rechts worden gepositioneerd . fig.
Effecten toevoegen Parameter Repeat Rate # Waarde 0–127 Intensity # Bass 0–127 -15– +15 dB -15– +15 dB L64– 63R Treble Head S Pan Head M Pan Head L Pan Tape Distortion 0–5 Wow/Flutter Rate 0–127 Wow/Flutter Depth Echo Level # Direct Level # Level 0–127 0–127 0–127 0–127 Uitleg Tape snelheid. Toename van deze waarde verkort de ruimte in het delay geluid.
Effecten toevoegen Parameter Radio Noise Level # Low Gain High Gain Balance # Level Waarde 0–127 Uitleg Volume van de radio ruis. 61: PITCH SHIFTER (Feedback Pitch Shifter) -15– +15 dB -15– +15 dB D100:0W– D0:100W 0–127 Gain van het lage frequentie bereik Gain van het hoge frequentie bereik Volume balans tussen het directe geluid (D) en het effect geluid (W) Output niveau Een stereo pitch shifter. fig.MFX-61 L in 2-Band EQ L out 2-Band EQ R out Pitch Shifter 59: TELEPHONE Pitch Shifter fig.
Effecten toevoegen Parameter Low Gain High Gain Level Balance Balance Level Waarde -15– +15 dB -15– +15 dB A100:0BA0:100B D100:0WD0:100W 0-127 Uitleg Gain van het lage bereik Gain van het hoge bereik Volume balans tussen de Pitch shift 1 en Pitch shift 2 geluiden Volume balans van het directe geluid (D) en het pitch shifted geluid (W) Output niveau Parameter Type Waarde ROOM1, ROOM2, STAGE1, STAGE2, HALL1, HALL2 Pre Delay 0.0–100.
Effecten toevoegen 66: OVERDRIVE → CHORUS fig.MFX-66 L out L in Balance D Balance W Overdrive Chorus Balance W Parameter Overdrive Drive # Overdrive Pan # Delay Time Waarde 0–127 Delay Feedback # -98– +98 % Delay HF Damp 200–8000 Hz, BYPASS Delay Balance # D100:0W–D0:100W Level 0–127 L64–63R 0–2600 ms, note R out R in Balance D Parameter Overdrive Drive # Overdrive Pan # Chorus Pre Delay Waarde 0–127 Chorus Rate # Chorus Depth Chorus Balance # 0.05–10.
Effecten toevoegen 72: ENHANCER → CHORUS 74: ENHANCER → DELAY fig.MFX-72 L in fig.MFX-74 L out Enhancer Mix L in L out Enhancer Balance D Balance D Mix Balance W Balance W Chorus Delay Balance W Balance W Feedback R in R out Enhancer Mix Parameter Enhancer Sens # Enhancer Mix # Waarde 0–127 0–127 Chorus Pre Delay 0.0–100.0 ms Chorus Rate # Chorus Depth Chorus Balance # 0.05–10.
Effecten toevoegen 76: FLANGER → DELAY fig.MFX-76 Balance D L in L out Balance D Feedback Flanger Balance W Balance W Balance W Parameter Flanger Feedback # Flanger Balance # Waarde Uitleg -98– +98 % Level 0–127 Past het deel van het flanger geluid aan dat naar het effect wordt teruggevoerd. Negatieve waarden (-) draaien de fase om. Past de volume balans aan tussen het geluid dat door de flanger wordt gestuurd (W) en het geluid dat niet door de flanger wordt gestuurd (D).
Effecten toevoegen noot: fig.MFX-note2.
Effecten toevoegen Het maken van Chorus instellingen * De Chorus effect unit van de JUNO-G kan ook als een stereo delay unit gebruikt worden. fig.Chorus Zie Maken van effect instellingen (p. 125) voor meer informatie. Parameter (Chorus Type) Chorus Level Waarde 00 (OFF)–03 0–127 Uitleg Selecteert chorus of delay. Volume van het geluid, dat door de chorus gaat. Type 01: Chorus Filter Type OFF, LPF, HPF Type filter. OFF: er wordt geen filter gebruikt.
Effecten toevoegen Maken van reverb instellingen fig.Reverb Zie Maken van effect instellingen (p. 125) voor meer informatie. Parameter Waarde (Reverb Type) 00 (OFF)–05 Reverb Level 0–127 Type 01: Reverb (Normal Reverb) Uitleg Type reverb Type ROOM1, ROOM2, STAGE1, STAGE2, HALL1, HALL2, DELAY, PAN-DELAY Time 0–127 Type reverb/delay ROOM1: korte reverb met hoge intensiteit. ROOM2: korte reverb met lage intensiteit. STAGE2: reverb met sterke snelle reflecties. HALL1: zeer helder klinkende reverb.
Effecten toevoegen Mastering Effect Dit is een stereo compressor, die wordt toegepast op het uiteindelijke signaal van de JUNO-G. Het heeft onafhankelijk hoog, midden en laag bereik. Onafhankelijk voor hoge frequentie, midden frequentie en lage frequentie regio’s, worden alle geluiden, die het aangegeven niveau overschrijden, gecomprimeerd, zodat het volume consistent is. Als u mixed naar MD of DAT of als u uw eigen originele CD produceert, kunt u hiermee op een optimaal niveau masteren.
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) Instellingen, die het gehele besturingssysteem van de JUNO-G beïnvloeden, inclusief stemming en MIDI boodschappen ontvangst, worden systeem functies genoemd. Dit deellicht toe, hoe instellingen voor de Systeem functies gewijzigd kunnen worden, en beschrijft de functies van de verschillende systeem parameters. Opslaan van de Systeem instellingen (System Write) Veranderingen, die u in de System functie instellingen aanbrengt, zijn slechts tijdelijk.
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) Functies van systeem parameters Dit deel licht toe wat verschillende systeem parameters doen, en hoe deze parameters zijn georganiseerd. Systeem Menu [F1 (GENERAL)] [F1 (COMMON)] Parameter System Common Power Up Mode Waarde Uitleg Patch, PERFORMANCE Patch Remain OFF, ON Wijze waarin de JUNO-G opstart. Patch: Patch Mode.
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) Parameter Waarde Uitleg Schaal stemming voor Patch Mode De JUNO-G laat u het keyboard gebruiken in stemmingschalen anders dan gelijkzwevende temperatuur. De toonhoogte wordt aangegeven in een-cent eenheden relatief aan de equal temperament schaal. * Een-cent is 1/100ste van een semi-toon. Een set van Scale Tune instellingen kan worden gemaakt in Patch Mode. In Performance Mode, kan deze worden ingesteld voor elk deel van de performance (p. 66).
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) Parameter Continuous Hold Pedal Waarde OFF, ON Uitleg Bepaalt of het HOLD PEDAL jack ondersteuning zal bieden voor het half indrukken van het pedaal (ON) of niet (OFF). Als deze is ingesteld op het ondersteunen van technieken, waarbij het pedaal half wordt ingedrukt, kunt u optioneel een expressie pedaal (DP-10, etc) aansluiten, en dit pedaal gebruiken om een betere controle te hebben als piano tonen worden gebruikt.
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) [F2 (TX)] Parameter Transmit Program Change Transmit Bank Select Transmit Active Sensing Transmit Edit Data Waarde OFF, ON OFF, ON OFF, ON OFF, ON Soft Through OFF, ON Uitleg Bepaalt of programma wijzigingsboodschappen worden verstuurd (ON) of niet (OFF). Bepaalt of Bank Select boodschappen worden verstuurd (ON) of niet (OFF). Bepaalt of Active Sensing boodschappen worden verstuurd (ON) of niet (OFF).
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) MTC typen De MTC typen, die kunnen worden geselecteerd door de JUNO-G, staan hieronder. Selecteer dezelfde frame snelheid als het externe apparaat. Als u geen video apparaat gebruikt, dan kan elk frame snelheid worden gekozen zolang de snelheden op beide apparaten worden gesynchroniseerd. 30: Dit zijn 30 frames per seconde, non-drop formaat, en wordt gebruikt door audio apparaten, zoals analoge tape recorders. 29N: Dit zijn 29.
Instellingen gelijk voor alle modes (System Function) Waarde 0–127 Parameter D Beam Sens Uitleg Dit stelt de gevoeligheid van de D Beam besturing in. Des te hoger de waarde, des sneller de D Beam besturing klaar is voor actie. [F2 (ASSIGN)] Parameter Type Range Min Range Max Waarde CC01–31, 33–95, BEND UP, BEND DOWN, START/STOP, TAP TEMPO, ARP GRID, ARP DURATION, ARP MOTIF, ARP OCTAVE UP, ARP OCTAVE DOWN 0–127 0–127 Uitleg Functie, die wordt bestuurd door de D Beam besturing.
Data Management functies/Reset naar Fabrieksinstellingen (Factory Reset) UTILITY MENU scherm 5. Druk op [F6 (EXEC)] om het herstel uit te voeren. fig.UtilityMenu * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. 6. Zet het apparaat uit en weer aan als het display ‘Completed. Turn the power off and on again’ toont. Als u een bestand toevoegt aan het interne geheugen van de JUNO-G (dwz.
Bestandsgerelateerde functies (File Utility) Hier kunt u verschillende bewerkingen, gerelateerd aan de bestanden, opgeslagen in het gebruikersgeheugen van de JUNO-G, en op geheugenkaarten uitvoeren. U kunt kopiëren, wissen of bestanden verplaatsen en geheugenkaarten formatteren. De map structuur van het gebruikersgeheugen en de geheugenkaart is als volgt. Basis procedure 1. Druk op EDIT [MENU] om het Top Menu venster te openen. 2. Druk op [ ][ ] om ‘4. File Utility,’ te selecteren en druk dan op [ENTER].
Bestandsgerelateerde functies (File Utility) Kopiëren van een bestand (Copy) Hier wordt uitgelegd, hoe u een bestand naar een andere map kunt kopiëren. Verplaatsen van een bestand (Move) Hier wordt uitgelegd, hoe u een bestand kunt verplaatsen 1. Selecteer het bestand ,dat u wilt verplaatsen, zoals 1. Selecteer het bestand dat u wilt kopiëren, zoals beschreven in de basis procedure. [F1 (USER)][F2 (CARD)]: [ ][ ]: [ ][ ]: beschreven in de basis procedure.
Verbinden met de computer via USB * Over USB functies De JUNO-G heeft twee typen USB functionaliteit: Storage Mode voor het versturen van bestanden, en MIDI Mode voor het versturen en ontvangen van MIDI boodschappen. U moet tussen deze twee modes op de JUNO-G wisselen; ze kunnen niet tegelijkertijd gebruikt worden. De USB Mode (bestanden versturen/MIDI communicatie) moet worden aangezet, voordat u de JUNO-G met de computer verbindt. Elke Mode kan met de volgende besturingssystemen worden gebruikt.
Verbinden met de computer via USB Een drive genaamd ‘Verwijderbare schijf’ wordt in Mijn Computer getoond. Onder deze drive staan mappen genaamd ‘ROLAND’ en ‘TMP’. • Macintosh gebruikers Een drive icoon genaamd ‘JUNO-G USER’ verschijnt op de desktop. Als er een geheugenkaart is verbonden, wordt de type naam van de geheugenkaart getoond. Eronder staan mappen genaamd ‘ROLAND’ en ‘TMP’.
Verbinden met de computer via USB 7. Druk op [F6 (EXEC)]. Het bestand wordt geïmporteerd en het SAMPLE LIST scherm verschijnt. * Druk op [F5 (CANCEL)] om te annuleren. Het geïmporteerde bestand wordt aan de sample list als een sample toegevoegd. Deze sample is tijdelijk, en wordt gewist als u het apparaat uitschakelt. Druk op [WRITE] als u het wel wilt bewaren.
Gebruik van de JUNO-G Editor/Librarian Om u te helpen meer functionaliteit uit de JUNO-G te halen, is deze uitgerust met JUNO-G Editor/Librarian software. JUNO-G Editor wijst parameters toe aan waarden en knoppen in het computerscherm, zodat u efficiënt in een grafische omgeving kunt werken. JUNO-G Editor/Librarian is software, die u het mogelijk maakt de bibliotheken van de JUNO-G parameter data op uw computer te managen.
Gebruik van de JUNO-G Editor/Librarian Systeemeisen (Mac OS) • Besturingssysteem Mac OS X 10.2 of hoger • Processor PowerPC G4 867 MHz of hoger • Geheugen (RAM) 384 MB of meer • Harde Schijf 110 MB of meer • Display/kleuren 800 x 600 of hoger/32.000 kleuren of hoger 207207 * Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Computer Inc. 207 * MacOS is een handelsmerk van Apple Computer Inc.
Over V-LINK Wat is V-LINK? V-LINK is een functie, die ervoor zorgt, dat muziek en video tegelijk kunnen worden bespeeld. Door het gebruik van MIDI kunt u twee of meer V-LINK compatibele apparaten verbinden, en kunt u eenvoudig van een groot bereik aan visuele effecten genieten, die met de expressieve elementen van een muzikale uitvoering verbonden zijn. Aan/uitzetten van de V-LINK Mode 1. Druk op [V-LINK], zodat de indicator oplicht. Het V-LINK scherm verschijnt, en de V-LINK instelling staat aan.
Over V-LINK V-LINK instellingen (V-LINK SETUP) 1. Druk op [V-LINK] om naar het V-LINK scherm te gaan. 2. Druk op [F6 (SETUP)]. Het V-LINK setup scherm verschijnt. fig.V-LINK-SETUP 3. Gebruik [ ][ ] om de cursor te verplaatsen naar de parameter, die u wilt wijzigen. 4. Gebruik de VALUE draaiknop of [INC][DEC] om de waarde in te stellen. Parameter Note Tx Channel A Note Tx Channel B Note Tx Channel C D BEAM Waarde 1–16 Uitleg Regelt het V-LINK apparaat. Stelt het MIDI kanaal in.
Installeren van de Wave uitbreidingskaart Een optionele Wave Uitbreidingskaart (SRX serie) kan in de JUNO-G worden geïnstalleerd. Wave Uitbreidingskaarten slaan Wave data, Patches en Ritme sets op, en door de JUNO-G uit te rusten met deze kaarten, kunt u het geluidspalet flink uitbreiden. Waarschuwingen bij het installeren van een Wave uitbreidingskaart Hoe een Wave uitbreidings– kaart te installeren Om een Wave uitbreidingskaart te installeren, dient u het bovenste paneel te verwijderen. 1.
Installeren van de Wave uitbreidingskaart 4. Gebruik het installatie gereedschap, dat met de Wave uitbreidingskaart is meegeleverd, om de houders in de LOCK richting te draaien, zodat de kaart vast op zijn plaats zit. fig.Exp4.e VAST Gereedschap 5. Gebruik de schroeven, die u in stap 2 heeft verwijderd, om het dekpaneel weer vast op zijn plaats te zetten.
Uitbreiden van het geheugen De JUNO-G wordt geleverd met 4 MB geheugen, waarin audio samples kunnen worden geladen. In sommige gevallen zal 4 MB geheugen onvoldoende zijn om grote hoeveelheden data te laden. In dit geval zult u extra geheugen (DIMM) moet installeren. Heteheugen kan tot 64/128/256/512 MB worden uitgebreid. Raadpleeg, alvorens u het geheugen uitbreidt, uw muziekwinkel, het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum, of een erkende Roland dealer.
Uitbreiden van het geheugen 4. Terwijl u let op de inkeping op de geheugenmodule en de richting, plaatst u het verticaal in de randen aan elke kant van de voet. fig.DIMM2 Controleren of het geheugen correct is geïnstalleerd 1. Zet het apparaat aan, zoals beschreven op p. 15. 2. Druk op EDIT [MENU] om het Top Menu venster te openen. 3. Druk op [ ][ ] om ‘2. System’ te selecteren en druk op [ENTER}. 4. Druk op [F6 (INFORMATION)]. Het SYSTEM INFO scherm verschijnt. 5. Druk op [F1 (MEMORY].
Gebruiken van een geheugenkaart De JUNO-G heeft een PC kaart slot, waarmee u CompactFlash en SmartMedia kaarten via de juiste PC kaart adapter kunt gebruiken. Voordat u een geheugenkaart gebruikt Verzeker u ervan, dat de juiste zijde van de kaart naar boven wijst, en stop hem in de PC kaart slot van de JUNO-G. Als u de kaart wilt verwijderen, druk dan op de eject knop naast de kaart. fig.MemCard1.
Problemen oplossen Als de JUNO-G niet goed functioneert, controlleer dan eerst de volgende punten. Als dat het probleem niet oplost, neem dan contact op met uw dealer of een Roland Service Centrum. * Als er tijdens een bewerking een boodschap op het scherm verschijnt, raadpleeg dan ‘Foutmeldingen’ (p. 186).
Problemen oplossen wisseling van de gebruikte multi-effecten. In zo’n geval kunnen verschillen tussen het geproduceerde geluid en de multi-effecten ontstaan. Geluid zal dan anders gaan klinken dan bedoeld, dus het kan zijn dat u geluiden geproduceerd met gewisselde Patches niet kunt horen, als de fabrieksinstellingen nog aanstaan. In deze gevallen, laat de Patch Remain parameter op ‘ON’ staan (p. 158), dan kunt u van Patches wisselen zonder dat geluiden mute worden.
Problemen oplossen voldoende wordt toegepast. die in de Patch. Hoewel u de Send waarde instellingen voor de Chorus en De JUNO-G slaat de arpeggio instellingen op voor elke nieuwe Reverb voor elk individueel deel van de Performance kunt wijzigen, bepalen deze waarden alleen de bovengrens van de Chorus en Reverb waarden voor de gebruikte Patch. Overeenkomstig, zelfs als de waarde is ingesteld op het maximum van 127, dan is er geen effect als de Send waarde wordt verlaagd in de gebruikte Patch.
Problemen oplossen Het is niet mogelijk om een audio bron, zoals gitaar of vocalen, tegelijkertijd op te nemen met een MIDI Performance vanaf het JUNO-G keyboard. Neem de Performance als MIDI op op het JUNO-G keyboard, en overdub de audio Performance op een audio track. Sound Device tonen wisselen willekeurig Gebruik de Microscope (p. 99) om de volgende punten te controleren.
Problemen oplossen op de plaats waar de song Performance vertraagd is? Verplaats de data. Als de data niet meer nodig is, verwijder hem. In sommige gevallen, bij het gebruiken van een keyboard dat de functionaliteit bezit om met aftertouch data in te voeren, kunt u per ongeluk grote hoeveelheden data invoeren. Deze grote hoeveelheden plaatsen een zware last op de sequencer en geluidsmodule.
Problemen oplossen Problemen met MIDI en externe apparaten Geen geluid uit het verbonden externe MIDI apparaat. Controleer de volgende punten: • Is het instrument ingesteld om MIDI data te kunnen versturen? • In Patch Mode: Kbd Patch Mode Rx Channel parameter (p. 160) • In Performance Mode: KBD schakelaar Exclusieve boodschappen worden niet ontvangen. Controleer de volgende punten: • Is het instrument ingesteld op het ontvangen van exclusieve boodschappen? Stel de Receive Exclusive parameter in op ‘ON’ (p.
Problemen oplossen er een boodschap ‘Sample Memory Full!’, terwijl u probeert te samplen (p. 118) Wis onbenodigde Samples om de hoeveelheid vrije ruimte te vergroten. Als dit niet afdoende is, voeg extra geheugen toe (DIMM modules). (p. 176) Opgenomen geluid bevat ruis of vervorming. Controleer de volgende punten: • Is het input niveau correct? Als het input niveau te hoog is, kan het opgenomen geluid vervormen. Als het te laag is, kan er ruis optreden.
Foutmeldingen Als een onjuiste bewerking is uitgevoerd of als verwerking niet kan plaatsvinden, zoals u heb aangegeven, verschijnt er een foutmelding. Kijk hier voor de toelichting bij, die foutmeldingen, en onderneem de juiste actie. Melding Betekenis Action Cannot Edit Preset Sample! — File Name Duplicate Dit is een vooraf ingesteld sample, en kan daarom niet worden gewijzigd. Er is geen geheugenkaart in het slot gestoken. De data voor plaatsing is niet ingesteld. Het sample bevat geen data.
Performance lijst USER (Gebruikersgroep) Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 Naam Grand Orch Clone Zone Burning Lead 1:00AM SweetTheramx Brass Sect Jupiter8 Str Japan Arp CompuTekno Infinite Phr Groove 007 Auto Trance Pno/Bs Split Digi & Ana JUNO Split Bari Arp Tempest Highland Sound Alarm JUNO Pop 1 HipHop Set 1 Rnd Rhythm Reflector FiltrHus/Mod BrekBts Set Fusion Set 1 Note Pop Piano+Pad 1 R&B E.
Patch lijst USER (Gebruikersgroep) Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 037 038 039 040 041 042 043 044 045 046 047 048 049 050 051 052 053 054 055 056 057 058 059 060 061 062 063 064 065 066 067 068 069 070 071 072 073 074 075 076 077 Naam Voices Categorie Juno-G Grand 2 AC.
Patch lijst PR-A (Preset A groep) Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 Naam Voices Categorie Juno-G Grand 2 AC.PIANO Bright Grand 2 AC.PIANO Soft Grand 2 AC.PIANO A’live Piano 2 AC.PIANO SoundCheck 2 AC.PIANO JD-800 Piano 1 AC.PIANO E-Grand 4 AC.PIANO Blend Piano 5 AC.PIANO LA Piano 3 AC.PIANO Warm Pad Pno 4 AC.PIANO Warm Str Pno 6 AC.PIANO Imagination 4 AC.PIANO Tine EP 1 EL.
Patch lijst PR-C (Preset C groep) Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 Naam Wind & Str 2 Farewell Orch & Horns Soft Orch 1 Soft Orch 2 Ending Scene Sub Hit In da Cave Orange Skin Venus Mojo Man Good Old Hit Mix Hit 1 Mix Hit 2 Lo-Fi Hit Cheezy Movie Philly Hit BlastfrmPast Smear Hit 1 Smear Hit 2 2ble Action Funk Chank Disto Stab! Good Old Day Wind ‘n Wood Clarence.
Patch lijst PR-E (Preset E groep) Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 Naam Regenerator Ionizer Newcomers Tumblerz FX World Mr.
Patch lijst GM (GM2 groep) Voice: number of voice Nr. 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029 030 031 032 033 034 035 036 037 038 039 040 041 042 043 044 045 046 047 048 049 050 051 052 053 054 055 056 057 058 059 060 061 062 063 064 065 066 067 068 069 070 071 072 073 074 075 076 Naam Piano 1 Piano 1w European Pf Piano 2 Piano 2w Piano 3 Piano 3w Honky-tonk Honky-tonk 2 E.Piano 1 St.Soft EP FM+SA EP 60’s EP E.
Ritme set lijst PRST (Preset groep) Nr.
Ritme set lijst Prst: User: Note No. 001 001 StandardKit1 002 002 StandardKit2 003 003 StandardKit3 004 004 Rock Kit 1 005 005 Rock Kit 2 006 006 Brush Jz Kit 28 MaxLow Kick3 Rk CmpKick Gospel Clap Boys Kick Snr Roll HipHop Kick2 Reg.PHH mf Reg.Kick Reg.Kick Reg.Stick Reg.Snr 2 Reg.SnrGst Reg.Snr 1 Reg.F.Tom Reg.CHH 1 Reg.L.Tom Reg.CHH 2 Reg.M.Tom Reg.OHH Reg.M.Tom Reg.H.Tom Crash Cym 1 Reg.H.
Ritme set lijst Prst: User: Note No. 007 007 Orch Kit 008 008 909 808 Kit 009 009 Limiter Kit 010 010 HipHop Kit 1 011 011 HipHop Kit 2 012 012 HipHop&Latin 28 Timpani Roll ConcertBD Shaker 2 Jngl pkt Snr Reverse Cym Snr Roll Lp Jazz Ride Timpani Roll ConcertBD Hard Stick Amb.
Ritme set lijst Prst: User: Note No.
Ritme set lijst Prst: User: Note No.
Ritme set lijst Prst: User: Note No. 025 025 Snare Menu 1 026 026 Snare Menu 2 027 --HiHat Menu 028 --Rim&Tom Menu 029 --Clp&Cym&Hit 030 --FX/SFX Menu 28 Reg.Snr1 p Reg.Snr1 mf Reg.Snr1 f Reg.Snr1 ff Reg.Snr1 Reg.Snr2 p Reg.Snr2 f Reg.Snr2 ff Reg.Snr2 Reg.Snr Flm Amb.Snr1 p Amb.Snr1 f Amb.Snr1 Amb.Snr2 p Amb.
Ritme set lijst Prst: User: Note No.
Ritme set lijst GM (GM2 groep) Note No. 27 28 29 30 31 32 33 34 35 C2 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 C3 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 C4 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 C5 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 C6 84 85 86 87 88 001 (PC: 1) GM2 STANDARD 002 (PC: 9) GM2 ROOM 003 (PC: 17) GM2 POWER 004 (PC: 25) GM2 ELECTRIC 005 (PC: 26) GM2 ANALOG 006 (PC: 33) GM2 JAZZ High-Q Slap ScratchPush ScratchPull Sticks SquareClick Mtrnm.Click Mtrnm.
Ritme set lijst GM (GM2 groep) Note No. 27 28 29 30 31 32 33 34 35 C2 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 C3 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 C4 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 C5 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 C6 84 85 86 87 88 007 (PC: 41) GM2 BRUSH 008 (PC: 49) GM2 ORCHSTRA 009 (PC: 57) GM2 SFX High-Q Slap ScratchPush ScratchPull Sticks SquareClick Mtrnm.Click Mtrnm.
Waveform lijst Nr.
Waveform lijst Nr.
Waveform lijst Nr.
Arpeggio Style lijst PRST (Preset groep) USER (Gebruikersgroep) * Arpeggio Stijlen komen zowel in de Preset groep als de Gebruikersgroep voor. Nr.
Rhythm groep lijst PRST (Preset groep) USER (Gebruikersgroep) * Arpeggio Stijlen komen zowel in de Preset groep als de Gebruikersgroep voor. Nr.
Rhythm Pattern lijst PRST (Preset groep) USER (Gebruikersgroep) * Arpeggio Stijlen komen zowel in de Preset groep als de Gebruikersgroep voor. * Aanbevolen tempo staat tussen haakjes ( ) Nr.
Rhythm Pattern lijst Nr.
Over MIDI MIDI (Musical Instruments Digital Interface) is een standaard specificatie, die u in staat stelt om muzikale data uit te wisselen tussen elektronische muziekinstrumenten en computers.
Model: Date: Version: MIDI Implementatie 1. Data Reception (Sound Generator Section) ■Channel Voice Messages Status 2nd byte BnH 01H n = MIDI channel number: vv = Modulation depth: * * Not received in Performance Mode when the Receive Switch parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. ●Note off Status 2nd byte 8nH kkH 9nH kkH n = MIDI channel number: kk = note number: vv = note off Velocity: * ●Note on 3rd byte vvH 0H - FH (ch.
MIDI Implementatie Status 2nd byte BnH 40H n = MIDI channel number: vv = Control value: * * * 3rd byte vvH 0H - FH (ch.1 - 16) 00H - 7FH (0 - 127) 0-63 = OFF, 64-127 = ON Not received when Tone Receive Hold-1 parameter (Patch/CONTROL or RHYTHM/ COMMON) is OFF. Not received in Performance Mode when Receive Hold-1 parameter (PERFORM/MIDI) is OFF. When the Tone Redamper Switch parameter (Patch/CONTROL) is turned ON, 128 discrete steps are recognized for the value.
MIDI Implementatie ❍Portamento control (Controller number 84) ●Program Change Status 2nd byte BnH 54H n = MIDI channel number: kk = source note number: Status 2nd byte CnH ppH n = MIDI channel number: pp = Program number: * * * 3rd byte kkH 0H - FH (ch.1 - 16) 00H - 7FH (0 - 127) A Note-on received immediately after a Portamento Control message will change continuously in toonhoogte, starting from the toonhoogte of the Source Note Number.
MIDI Implementatie ■Channel Mode Messages * Not received in Performance Mode when the Receive Switch parameter (PERFORM/ MIDI) is OFF. ■System Realtime Message ●Active Sensing ●All Sounds Off (Controller number 120) Status FEH Status 2nd byte 3rd byte BnH 78H 00H n = MIDI channel number: 0H - FH (ch.1 - 16) * * When this message is received, all notes currently sounding on the corresponding channel will be turned off.
MIDI Implementatie ●Global Parameter Control ❍GM System Off Status F0H Data byte 7EH, 7F, 09H, 02H Byte F0H 7EH 7FH 09H 02H F7H Explanation Exclusive status ID number (Universal Non-realtime Message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (General MIDI Message) Sub ID#2 (General MIDI Off) EOX (End Of Exclusive) * Status F7H * When this messages is received, this instrument will return to the Performance Mode.
MIDI Implementatie ❍Channel Pressure ❍Scale/Octave Tuning Adjust Status F0H Data byte 7FH, 7FH, 09H, 01H, 0nH, ppH, rrH Byte F0H 7FH 7FH 09H 01H 0nH ppH rrH Explanation Exclusive status ID number (universal realtime message) Device ID (Broadcast) Sub ID#1 (Controller Destination Setting) Sub ID#2 (Channel Pressure) MIDI Channel (00 - 0F) Controlled parameter Controlled range pp=0 Pitch Control rr = 28H - 58H -24 - +24 [semitones] pp=1 Filter Cutoff Control rr = 00H - 7FH -9600 - +9450 [cents] pp=2 Amp
MIDI Implementatie ●Data Transmission This instrument can use exclusive messages to exchange many varieties of internal settings with other devices. The model ID of the exclusive messages used by this instrument is 00H 00H 15H. ❍Data Request 1 (RQ1) This message requests the other device to transmit data. The address and size indicate the type and amount of data that is requested.
MIDI Implementatie 2. Data Transmission (Sound Generator Section) ■Channel Voice Messages 3rd byte vvH 0H - FH (ch.1 - 16) 00H - 7FH (0 - 127) 00H - 7FH (0 - 127) ●Note on Status 2nd byte 9nH kkH n = MIDI channel number: kk = note number: vv = note on Velocity: 3rd byte vvH 0H - FH (ch.
MIDI Implementatie ❍General Purpose Controller 7 (Controller number 82) Status 2nd byte BnH 52H n = MIDI channel number: vv = Control value: 3rd byte vvH 0H - FH (ch.1 - 16) 00H - 7FH (0 - 127) ❍General Purpose Controller 8 (Controller number 83) Status 2nd byte BnH 53H n = MIDI channel number: vv = Control value: 3rd byte vvH 0H - FH (ch.
MIDI Implementatie 3. Data Reception (Sequencer Section) ■Channel Mode messages 3.1 Messages recorded during recording ●All Sound Off (Controller number 120) ■Channel Voice Messages Status 2nd byte BnH 78H n=MIDI channel number: ●Note Off ●Reset All Controller (Controller number 121) Status 2nd byte 8nH kkH 9nH kkH n=MIDI channel number: kk=note number: vv=note off Velocity: * 3rd byte vvH 00H 0H - FH (ch.1 - ch.
MIDI Implementatie 3.2 Messages not recorded during recording ■System Realtime Messages ■Channel Mode messages ●Timing Clock ●Local On/Off (Controller number 122) Status 2nd byte BnH 7AH n=MIDI channel number: vv=Value: 3rd byte vvH 0H - FH (ch.1 - ch.16) 00H, 7FH (Local Off, Local On) ●All notes off (Controller number 123) Status 2nd byte BnH 7BH n=MIDI channel number: * 3rd byte 00H 0H - FH (ch.1 - ch.
MIDI Implementatie ■System Exclusive Message 4. Data Transmission (Sequencer Section) ●MIDI Machine Control (MMC) 4.1 Messages transmitted during playing * Received when the MMC Mode parameter (SYSTEM/MIDI/MMC MTC) is SLAVE. Recorded messages are transmitted during playback. 4.
MIDI Implementatie ■System Exclusive Message 5. Parameter Address Map ●MIDI Time code * ❍Full Message Transmission of ‘#’ marked address is divided to some packets. For example, ABH in hexadecimal notation will be divided to 0AH and 0BH, and is sent/received in this order. ‘<*>’ marked address or parameters are ignored when the JUNO-G received them. Full Messages are used, which encode the complete time into a single message. This message transmitted when the song position moves.
MIDI Implementatie ❍Chord ❍System Common +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ | Offset | | | Address | Description | |—————————————+————————————————————————————————————————————————————————————————| | 00 00 00 | Chord Pattern | +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ | Offset | | | Address | Description | |—————————————+—————————————————————
MIDI Implementatie | | | 23, 24 [dB] | | 00 10 | 0000 0aaa | Split Freq Low (0 - 6) | | | | 200, 250, 315, 400, 500, | | | | 630, 800 [Hz] | | 00 11 | 0000 0aaa | Split Freq High (0 - 6) | | | | 2000, 2500, 3150, 4000, 5000, | | | | 6300, 8000 [Hz] | |-------------+----------------------------------------------------------------| | 00 00 00 12 | Total Size | +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ ❍System External Input +————————————————————————————————————————————
MIDI Implementatie | | | PERFORM, 1 - 16 | | 00 34 | 00aa aaaa | Reverb Source (0 - 16) | | | | PERFORM, 1 - 16 | |-------------+-----------+----------------------------------------------------| | 00 35 | 00aa aaaa | MFX2 Control Channel (0 - 16) | | | | 1 - 16, OFF | | 00 36 | 00aa aaaa | MFX3 Control Channel (0 - 16) | | | | 1 - 16, OFF | | 00 37 | 0000 aaaa | MFX Structure (0 - 15) | | | | 1 - 16 | |-------------+----------------------------------------------------------------| | 00 00 00 38 | Total Siz
MIDI Implementatie |# 00 24 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Chorus Parameter 9 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 28 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Chorus Parameter 10 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 2C | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Chorus Parameter 11 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 30 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd |
MIDI Implementatie | 00 1F | 0000 aaaa | Part Output Assign (0 - 13) | | | | MFX, A, B, ---, ---, | | | | 1, 2, 3, 4, ---, ---, ---, ---, | | | | Patch | | 00 20 | 0000 00aa | Part Output MFX Select (0 - 2) | | | | MFX1, MFX2, MFX3 | |-------------+-----------+----------------------------------------------------| | 00 21 | 0aaa aaaa | Part Decay Time Offset (CC# 75) (0 - 127) | | | | -64 - +63 | |-------------+-----------+----------------------------------------------------| | 00 22 | 0aaa aaaa | Part Vibr
MIDI Implementatie | | 0000 bbbb | Step18 Data (0 - 128) | |# 00 26 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step19 Data (0 - 128) | |# 00 28 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step20 Data (0 - 128) | |# 00 2A | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step21 Data (0 - 128) | |# 00 2C | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step22 Data (0 - 128) | |# 00 2E | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step23 Data (0 - 128) | |# 00 30 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step24 Data (0 - 128) | |# 00 32 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | Step25 Data (0 - 128)
MIDI Implementatie | | | OFF, ON | | 00 76 | 0000 000a | Chord Note119 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 77 | 0000 000a | Chord Note120 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 78 | 0000 000a | Chord Note121 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 79 | 0000 000a | Chord Note122 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 7A | 0000 000a | Chord Note123 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 7B | 0000 000a | Chord Note124 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 7C | 0000 000a | Chord Note125 (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 7D | 0000 000a | Chord Note126 (0 - 1
MIDI Implementatie | | | -63 - +63 | | 00 30 | 00aa aaaa | Matrix Control 1 Destination 3 (0 - 34) | | | | OFF, PCH, CUT, RES, LEV, PAN, | | | | DRY, CHO, REV, PIT-LFO1, | | | | PIT-LFO2, TVF-LFO1, TVF-LFO2, | | | | TVA-LFO1, TVA-LFO2, PAN-LFO1, | | | | PAN-LFO2, LFO1-RATE, LFO2-RATE, | | | | PIT-ATK, PIT-DCY, PIT-REL, | | | | TVF-ATK, TVF-DCY, TVF-REL, | | | | TVA-ATK, TVA-DCY, TVA-REL, | | | | TMT, FXM, MFX1, MFX2, MFX3, MFX4, | | | | TIME | | 00 31 | 0aaa aaaa | Matrix Control 1 Sens 3 (1 - 127) | | | |
MIDI Implementatie | | 0000 dddd | MFX Parameter 6 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 29 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | MFX Parameter 7 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 2D | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | MFX Parameter 8 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 31 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | MFX Parameter 9 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 35 | 00
MIDI Implementatie | | | -20000 - +20000 | |# 00 0B | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Reverb Parameter 3 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 0F | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Reverb Parameter 4 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 13 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Reverb Parameter 5 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |# 00 17 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cc
MIDI Implementatie |# 00 30 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Wave Number R (0 - 16384) | | | | OFF, 1 - 16384 | | 00 34 | 0000 00aa | Wave Gain (0 - 3) | | | | -6, 0, +6, +12 [dB] | | 00 35 | 0000 000a | Wave FXM Switch (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 36 | 0000 00aa | Wave FXM Color (0 - 3) | | | | 1 - 4 | | 00 37 | 000a aaaa | Wave FXM Depth (0 - 16) | | 00 38 | 0000 000a | Wave Tempo Sync (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 39 | 00aa aaaa | Wave Pitch Keyfollow (44 - 84) | |
MIDI Implementatie | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | |# | | | | | 00 10 | | 00 11 | | | | | 00 15 | | | | | 00 19 | | | | | 00 1D | | | | | 00 21 | | | | | 00 25 | | | | | 00 29 | | | | | 00 2D | | | | | 00 31 | | | | | 00 35 | | | | | 00 39 | | | | |
MIDI Implementatie |# 00 50 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Chorus Parameter 20 (12768 - 52768) | | | | -20000 - +20000 | |-------------+----------------------------------------------------------------| | 00 00 00 54 | Total Size | +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ ❍Ritme Common Reverb +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ | Offset | | | Address | Description | |—————————————+—————
MIDI Implementatie | | | -50 - +50 | | 00 53 | 0aaa aaaa | WMT2 Wave Pan (0 - 127) | | | | L64 - 63R | | 00 54 | 0000 000a | WMT2 Wave Random Pan Switch (0 - 1) | | | | OFF, ON | | 00 55 | 0000 00aa | WMT2 Wave Alternate Pan Switch (0 - 2) | | | | OFF, ON, REVERSE | | 00 56 | 0aaa aaaa | WMT2 Wave Level (0 - 127) | | 00 57 | 0aaa aaaa | WMT2 Velocity Range Lower (1 - 127) | | | | 1 - UPPER | | 00 58 | 0aaa aaaa | WMT2 Velocity Range Upper (1 - 127) | | | | LOWER - 127 | | 00 59 | 0aaa aaaa | WMT2 Velocity
MIDI Implementatie 5.2 GS (Model ID = 42H) ❍System Parameter +——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————+ | Start | | | Address | Description | |—————————————+————————————————————————————————————————————————————————————————| |# 40 00 00 | 0000 aaaa | | | | 0000 bbbb | | | | 0000 cccc | | | | 0000 dddd | Master Tune (24 — 2024) | | | | —100.0 — 100.
MIDI Implementatie |—————————————+———————————+————————————————————————————————————————————————————| | 40 2x 40 | 0aaa aaaa | CC1 Pitch Control (40 — 88) | | | | —24 — +24 [semitone] | | 40 2x 41 | 0aaa aaaa | CC1 TVF Cutoff Control (0 — 127) | | | | —9600 — +9600 [cent] | | 40 2x 42 | 0aaa aaaa | CC1 Amplitude Control (0 — 127) | | | | —100.0 — +100.0 [%] | | 40 2x 43 | 0aaa aaaa | CC1 LFO1 Rate Control (0 — 127) | | | | —10.0 — +10.
MIDI Implementatie ■Examples of Actual MIDI Messages ■Example of an Exclusive Message and Calculating a Checksum 92 3E 5F 9n is the Note-on status, and n is the MIDI channel number. Since 2H = 2, 3EH = 62, and 5FH = 95, this is a Note-on message with MIDI CH = 3, note number 62 (note name is D4), and Velocity 95. Roland Exclusive messages (RQ1, DT1) are transmitted with a checksum at the end (before F7) to make sure that the message was correctly received.
MIDI Implementatie ■The Scale Tune Feature (address: 40 1x 40) The scale tune feature allows you to finely adjust the individual toonhoogte of the notes from C through B. Though the settings are made while working with one octave, the fine adjustments will affect all octaves. By making the appropriate Scale Tune settings, you can obtain a complete variety of tuning methods other than equal temperament. As examples, three possible types of scale setting are explained below.
MIDI Implementation Chart (Sound Generator Section) Model JUNO-G MIDI Implementation Chart MIDI Implementatiekaart Verzonden Functie... Versie : 1.
MIDI Implementation Chart (Song Recorder (MIDI TRACK) Section) MIDI Implementatiekaart Model JUNO-G Verzonden Functie... Herkend Basic Channel Default Changed All channel X All channel 1–16 Mode Default Messages Altered X X X X Versie : 1.00 Opmerkingen There is no specific basic channel.
Specificaties JUNO-G: Synthesizer Keyboard (Voldoet aan General MIDI 2 Systeem) Ritmepatroon Vooraf ingesteld: Gebruiker: Keyboard: 61 toetsen (aanslaggevoelig) Geluidsgenerator Sectie Maximale polyfonie 128 stemmen (gedeeld met audio track sectie) Onderdelen: 16 768 + 256 (GM2) Ritme sets: 36 + 9 (GM2) Performances: 64 Gebruikersgeheugen Patches: 256 Ritme sets: 32 Performances: 64 Effecten Multi-effecten: 3 systemen, 78 typen 256 (32 groups) Akkoorden geheugen Vooraf ingesteld: 64 Gebruike
Index Symbolen .MID ..........................................................................................................22 .SVA...........................................................................................22, 165, 168 .SVQ...........................................................................................22, 165, 168 .WAV.......................................................................................118, 165, 168 Numeriek 2BAND CHORUS .......................................
Chord Form............................................................................................. 77 Chord Memory ....................................................................................... 77 CHORD NAME ...................................................................................... 78 CHORUS ........................................................................137–140, 150–152 Chorus.......................................................................................
GUITAR AMP SIMULATOR ..............................................................142 H Handmatige Punch-In ............................................................................90 HEXA-CHORUS....................................................................................138 Herhalingen .............................................................................................95 Hi Attack ................................................................................................
FLANGER .......................................................................138, 150–152 GATE................................................................................................142 GATED REVERB............................................................................149 GUITAR AMP SIMULATOR .......................................................142 HEXA-CHORUS ............................................................................138 HUMANIZER...........................................
P PAN.........................................................................................................136 Pan ...........................................................................................................111 Pan diepte.................................................................................................47 Pan diepte wijzingen ............................................................................. 43 Pan diepte wisselen....................................................
Ritme patroon ....................................................................................79–80 Ritme patroon bewerken........................................................................81 Ritme set .............................................................................................18, 49 Ritme set NAME .....................................................................................51 Ritme set parameter ..............................................................................
Ritme set ............................................................................................53 Toon Delay ...............................................................................................45 Toon Delay Mode....................................................................................45 Toon Delay Time .....................................................................................45 Toon Env Mode Patch.........................................................................
Dit product dient te worden weggegooid via de lokale vuilverwerking. Niet weggooien in een normale vuilnisbak. Voor EU-Landen Dit product voldoet aan de voorwaarden van Europese Richtlijnen EMC 89/336/EEC. For the USA FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules.