GT-5 Guitar effects processor Nederlandstalige handleiding
GT-5 Handleiding 1. Inleiding 1.1 Voornaamste kenmerken ☛ Handige functies voor live gebruik De GT-5 heeft alles om op het podium zijn mannetje te staan. Terwijl u speelt kunt u met de pedalen Patches kiezen en — bijvoorbeeld met het zwelpedaal — veranderen. Daarnaast beschikt u nog over een reeks praktische functies, bijvoorbeeld de ingebouwde Tuner.
Inhoud, Inhoud Hoofdstuk 1. Inleiding .................................................................................................................2 1.1 Voornaamste kenmerken ..................................................................................................2 Hoofdstuk 2. Voorzorgsmaatregelen ......................................................................................6 Hoofdstuk 3. Voorzieningen op de panelen ....................................................................
GT-5 Handleiding 6.2 Compressor .................................................................................................................... 36 Compressor (“CS”) parameters ..................................................................................... 36 Limiter (“LM”) parameters ............................................................................................ 36 6.3 Wah ...............................................................................................................
Inhoud, Patches op een extern instrument kiezen vanuit de GT-5 ...............................................64 Patches op de GT-5 kiezen met bankkeuzecommando’s vanuit een extern instrument..65 8.3 Fabriekinstellingen ..........................................................................................................66 8.4 Opnieuw de fabrieksinstellingen laden (initialiseren) ....................................................67 8.5 Mogelijke problemen .............................................
GT-5 Handleiding 2. Voorzorgsmaatregelen Voeding • Schakel de GT-5 en de overige instrumenten altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit. • Sluit het netsnoer van de GT-5 nooit aan op een stopcontact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzaken (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken, op zijn aangesloten. • Let, bij het aansluiten van het netsnoer op het lichtnet, op het voltage. • Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en zorg dat er niemand over kan struikelen.
Voorzieningen op de panelen, 3. Voorzieningen op de panelen 3.
GT-5 Handleiding 3.2 Achterpaneel Expression Pedal / Control 1 ingang INPUT connector Expression Pedal / Control 2 ingang MIDI connectors (IN,OUT) INPUT VOLUME regelaar CAUTION INPUT INPUT VOLUME MAX MIN R OUTPUT L(MONO) PHONES LOOP SEND RETURN EXP PEDAL /CONTROL 1 2 RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN MIDI IN OUT POWER ON OFF THIS DEVICE COMPLIES WITH PART 15 OF THE FCC RULES.
Aan de slag, Aansluiten 4. Aan de slag 4.1 Aansluiten Mogelijkheid 2: GT-5 als voorversterker en gebruik van een eindtrap Sluit de GT-5 aan zoals op de onderstaande tekeningen is aangegeven. Kies het aansluitvoorbeeld dat het best overeenkomt met uw gebruikssituatie. Voordat u aansluitingen maakt moet u het volume van uw mixer/versterker op het minimum zetten en alle apparaten in uw systeem uitschakelen. Zo voorkomt u schade aan uw luidsprekers.
GT-5 Handleiding Opmerking: Zet de polariteitsschakelaar van een FS5U/5L voetschakelaar (los verkrijgbaar), die u op een EXP/CTL ingang aansluit, in de stand die in de onderstaande afbeelding te zien is. Ingangsniveau aanpassen Met de INPUT VOLUME regelaar past u de ingangsgevoeligheid van de GT-5 aan op het toegeleverde signaal. Polariteitsschakelaar INPUT INPUT VOLUME MAX R OUTPUT L(MONO) PHONES LOOP SEND RETURN EXP PEDAL /CONTROL 1 2 MIN THIS DEVICE COMPLIES WITH PART 15 OF THE FCC RULES.
Aan de slag, Effecten kiezen < USER GROEP 1 > BANK Gt.Amp (Combo) Gt.Amp (Stack) Als u gebruik maakt van de gitaaringang van een combo-versterker (d.w.z. versterker en luidspreker die in dezelfde behuizing zitten). Als u gebruik maakt van de gitaaringang van een versterkertoren (d.w.z. versterker en luidspreker die in aparte behuizingen zitten). Power Amp (Combo) Als u gebruik maakt van de RETURN of MAIN IN van een combo-versterker.
GT-5 Handleiding Patches kiezen Bank kiezen 1 Een Patch kiest u door de gewenste groep (UG1~UG4, PG1~PG6), bank (1~5) en het gewenste nummer (1~5) te selecteren. De GT-5 geeft de gekozen groep en bank als volgt aan: Groep Bank GROUP BANK 2,3 GROUP BANK (1) Druk op het BANK pedaal. Het banknummer in het display begint te knipperen. GROUP BANK Nummer Opmerking: Een Patch wordt pas gekozen als u het nummer specifieert. Zolang u enkel een groep of bank specifieert, wordt er dus nog niets gekozen.
Aan de slag, Tuner/Bypass De indicator van het pedaal waarop u hebt gedrukt licht op om aan te geven dat de betreffende Patch nu is geselecteerd.
GT-5 Handleiding Tuner/Bypass inschakelen nootnaam Tuner in- en uitschakelen vanaf het frontpaneel stemindicators Stemindicators Druk op de [TUNER/BYPASS] knop om de tuner in en uit te schakelen. De tuner is ingeschakeld wanneer de indicator op de knop brandt. Tuner in- en uitschakelen met het CTL (controlepedaal) Deze indicators geven aan hoeveel de gespeelde noot afwijkt van zijn juiste toonhoogte.
Aan de slag, Tuner/Bypass Het display beeldt de nootnaam af die het dichtst in de buurt ligt van de toonhoogte van de snaar die u hebt aangeslagen. Opmerking: De Tuner werkt enkel betrouwbaar als u een snaar zuiver aanslaat en geen andere snaren tegelijk aanslaat. (5) Druk nu op [EXIT] of op [TUNER/BYPASS] om terug te keren naar de Play pagina. Referentietoonhoogte (Tuner Pitch; 435~445Hz) (2) Draai aan de stemsleutel tot het display de juiste nootnaam afbeeldt.
GT-5 Handleiding even van op de hoogte brengen. Daarvoor dienen de opties van de Tuner String Display parameter: Off Er worden geen snaarnamen afgebeeld. On De snaarnamen worden afgebeeld en de Tuner stemt op “normale” toonhoogtes. On ( ) De snaarnamen worden afgebeeld en de tuner stemt een halve toon lager. On ( ) De snaarnamen worden afgebeeld en de tuner stemt een hele toon lager.
Instellingen wijzigen, Tuner/Bypass 5. Instellingen wijzigen Wat zit er eigenlijk in een Patch geheugen? Verschillende dingen: de volgorde van de effectblokken en de instellingen van de individuele effectblokken. In dit hoofdstuk tonen we hoe u de inhoud van een Patch nummer kunt wijzigen om uw eigen effecten te maken. Daarna leert u deze eigen creaties bewaren, zodat u ze later opnieuw kunt gebruiken.
GT-5 Handleiding 5.1 Patch kopiëren 5.2 Effecten instellen Eerst gaan we de inhoud van de Patch, die we willen wijzigen, kopiëren naar het geheugennummer waarop we uiteindelijk de gewijzigde versie willen plaatsen. U kunt de “Copy” functie natuurlijk ook gebruiken om een effect te kopiëren naar een geheugennummer dat u beter uitkomt (bijvoorbeeld om de effecten die u in eenzelfde stuk gebruikt in opeenvolgende nummers te plaatsen). 2,4 1,3 1,3 U programmeert uw effecten waarschijnlijk één voor één (m.
Instellingen wijzigen, Effecten instellen (3) Stel met de VALUE regelaar de gewenste waarde voor deze parameter in. Door aan de VALUE regelaar te draaien kiest u achtereenvolgens de volgende opties: Effect aan Effect uit User instelling1 Het display beeldt de naam af van de User instelling die nu onder het betreffende nummer zit. Opmerking: U kunt nog op [EXIT] drukken om de procedure te annuleren. U keert dan terug naar de toestand van stap (1). (4) Geef de User instelling een naam.
GT-5 Handleiding Aansluitvolgorde kiezen We gaan nu kiezen in welke volgorde we de effectblokken willen aansluiten. 3 4 1,2 2 (1) Druk op de effectknop van het effectblok dat u in of uit wilt schakelen. De instellingen van het geselecteerde blok verschijnen in het display.
Instellingen wijzigen, Instellingen voor het zwelpedaal/controlepedaal 5.3 Instellingen voor het zwelpedaal/controlepedaal (7) Zodra u een keuze hebt gemaakt… …stelt u nog andere parameters in, of …slaat u de gemaakte instellingen eerst eens op (zie blz. 28), voordat u verderwerkt. Effectparameters instellen Ieder effectblok is opgebouwd uit een aantal parameters (variabele instellingen). Door deze te wijzigen bepaalt u de klank van het effect.
GT-5 Handleiding …slaat u de gemaakte instellingen eerst eens op (zie blz. 28), voordat u verderwerkt. Mogelijke functies van het controlepedaal Hieronder ziet u een overzicht van de functies die u aan het controlepedaal kunt toewijzen. Wilt u andere parameters aansturen, lees dan “Stuurbronnen toewijzen (Assign)” op blz. 23. P1 TEMPO DELAY P2 FEEDBACKER P3 VIBRATO P4 DELAY HOLD P5 DELAY S.O.S.
Instellingen wijzigen, Stuurbronnen toewijzen (Assign) 5.4 Stuurbronnen toewijzen (Assign) Om de GT-5 nog flexibeler te maken hebben we hem de mogelijkheid gegeven om parameters aan te sturen met pedalen of vanuit externe MIDIinstrumenten. Voor ieder Patch nummer kunt u acht parameters uitkiezen en voor elk van deze parameters een stuurbron kiezen. 3 2 (3) Stel met de VALUE regelaar de gewenste waarden in. (4) Herhaal stap 2 en 3 tot u alle gewenste stuurbronnen hebt toegewezen.
GT-5 Handleiding Het display beeldt de naam af van de User instelling die nu onder het betreffende nummer zit. Opmerking: U kunt nog op [EXIT] drukken om de procedure te annuleren. U keert dan terug naar de toestand van stap (1). (3) Geef de User instelling een naam. Plaats de cursor met de PARAMETER [√][®] knoppen op het karakter dat u wilt wijzigen en kies met de VALUE regelaar het gewenste karakter.
Instellingen wijzigen, Stuurbronnen toewijzen (Assign) De volgende stuurbronnen komen hiervoor in aanmerking. • • • • • • • Het zwelpedaal van de GT-5. Het controlepedaal van de GT-5. Een zwelpedaal (los verkrijgbaar: FV-300L + PCS-33 (Roland) of EV-5 (Roland)) of een voetschakelaar (los verkrijgbaar: FS-5U, FS-5L, FS-1 (Roland), DP-2 (Roland), enz.) dat/die u op de EXP/CTL ingangen hebt aangesloten. Interne “virtuele” pedalen (Internal Pedal of Wave Pedal) (zie blz. 26).
GT-5 Handleiding Virtueel pedaal (I-PDL) We hebben al enkele keren gewag gemaakt van het Internal Pedal System of kortweg I-PDL. Het gaat hier om een virtueel pedaal (alsof u een handlanger hebt die met zijn voet een zwelpedaal bedient) waarmee u tijdens het spelen een parameter kunt aansturen. Dit virtuele pedaal manifesteert zich in twee gedaantes, die beide als Source voor ieder Control Assign nummer (1~8) kunnen dienen: I-PDL MIDI P.B.
Instellingen wijzigen, Patch naam wijzigen Waveform Hiermee bepaalt u volgens welke golfvorm de cyclus verloopt. Opmerking: U kunt hierbij de volgende functies gebruiken: SAW CAPS Hiermee kiest u tussen hoofdletters en kleine letters. INS Hiermee voegt u op de plaats van de cursor een spatie in en verschuift u de volgende letters naar rechts. DEL Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie en verschuift u de volgende letters naar links. (4) Herhaal stap 2 en 3 tot de naam volledig is.
GT-5 Handleiding 5.7 Instellingen opslaan (Write) We hebben al regelmatig verwezen naar het “bewaren” van instellingen onder een Patch nummer, dus wordt het tijd dat we u uitleggen hoe u dat kunt doen. Nog even ter herinnering: het opslaan van een gewijzigde Patch is nodig omdat de wijzigingen die u hebt aangebracht anders verloren gaan zodra u een andere Patch kiest of de GT-5 uitschakelt. 2 1,3 2 5.
Instellingen wijzigen, Utility functies 5.9 Utility functies Manual mode gebruiken Als de Manual Mode is ingeschakeld kunt u in het display zien welke effecten aan de verschillende pedalen zijn toegewezen. Aan de indicators op de pedalen kunt u zien welke effecten zijn in- of uitgeschakeld. In- of uitschakelen doet u door op het betreffende pedaal te drukken. Op de volgende bladzijden maakt u kennis met de Utility parameters van de GT-5.
GT-5 Handleiding <5: HR SCALE (Harmonist Scale)> Your Setting? Hiermee stelt u de User Scale van de Harmonist functie in. Hiermee kiest u het soort apparaat dat u op de OUTPUT connectors hebt aangesloten. <6: OD/DS CUSTOMIZE> Hiermee bepaalt u welk soort vervormingseffect u wilt gebruiken. Zie ook blz. 33. <7: PREAMP CUSTOMIZE> Met deze functie kiest u welk soort voorversterker u wilt nabootsen. (2) Kies met de PARAMETER [√][®] knoppen de parameter die u wilt editen. Gt.
Instellingen wijzigen, Utility functies bouwde ruisonderdrukker die in iedere Patch zit geprogrammeerd. Deze parameter is bedoeld om het gedrag van de ruisonderdrukker aan te passen aan het uitgangsniveau van uw gitaar, zonder dat u daarvoor de instellingen van alle individuele Patches hoeft te wijzigen. Anderzijds kunt u de simulator voor alle Patches tegelijk uitschakelen, bijvoorbeeld wanneer u de GT-5 met een gitaarversterker verbindt.
GT-5 Handleiding EXP/CTL 1 Jack EXP/CTL 2 Jack Patch Change Mode Hiermee bepaalt u hoe u met de pedalen Patches kiest. Met deze parameter bepaalt u de functie van de EXP/CTL 1/2 ingangen. Group Up U kunt een niet-schakelend type voetschakelaar (FS-5U enz., optie) aansluiten om hogere Patch nummers te kiezen. Group Down U kunt een niet-schakelend type voetschakelaar (FS-5U enz., optie) aansluiten om lagere Patch nummers te kiezen.
Instellingen wijzigen, Utility functies • • • • • • • ■ MIDI CTL Number (MIDI Control Nummer) Off, 1~31, 33~95 MIDI EXP/CTL1 Number (MIDI Expression/Control Nummer) Off, 1~31, 33~95 MIDI EXP/CTL2 Number (MIDI Expression/Control Nummer) Off, 1~31, 33~95 MIDI Bulk Dump (zie blz. 59) MIDI Bulk Load (zie blz. 60) MIDI Map Select Prog, Fix MIDI Program Change Map (zie blz.
GT-5 Handleiding Presence (Type (1~4)) Hiermee bepaalt u de instelling van de Presence regelaar op uw voorversterker. Gain (Low, High) Hiermee bepaalt u de Gain van uw voorversterker. Low (Cut2~1, Flat, Boost1~4) Hiermee bepaalt u de sterkte van de lage tonen. High (Cut4~1, Flat, Boost1~4) Hiermee bepaalt u de sterkte van de hoge tonen. Cabinet (Built In, Stack) Hiermee kiest u welk type virtuele luidspreker u wilt gebruiken. Als u bij de Global parameters voor “Your Setting?” de optie “Gt.
Overzicht van de parameters, Feedbacker/Slow Gear 6. Overzicht van de parameters In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de functie van de parameters die u voor de verschillende effecten kunt instellen. Opmerking: Als we het over “direct geluid” hebben bedoelen we het ingangssignaal voor elk van de effectblokken. Met “effectgeluid” bedoelen we het geluid zoals het klinkt na bewerking door een effectblok. 6.1 Feedbacker/Slow Gear Effect FX Select < FB; Feedbacker > Rise Time Rise Time () F.B.Level F.B.
GT-5 Handleiding Opmerking: Als u deze methode gebruikt worden alle parameters van de Feedbacker automatisch ingesteld. CTL PEDAL: On CTL PEDAL Target: FB: On/Off CTL PEDAL Target Min: Off CTL PEDAL Target Max: On CTL PEDAL Source Mode: Normal Slow Gear (“SG”) parameters FX Select Hiermee kiest u of u een compressor (CS) of een limiter (LM) wilt gebruiken. Compressor (“CS”) parameters Sustain Hiermee bepaalt u de tijdspanne waarover “stille” signalen worden opgehaald.
Overzicht van de parameters, Wah 6.3 Wah Effect Off, On FX Select WAH, AW < WAH; Pedal Wah > Pedal 0~100 Level 0~100 < AW; Auto Wah > Mode LPF, BPF Polarity Down, Up Sensitivity 0~100 Frequency 0~100 Peak 0~100 Rate 0~100 Depth 0~100 Level 0~100 Het WahWah effect kennen we nog uit de jaren ‘70. Waar het eigenlijk op neer komt is het voortdurend wijzigen van de centerfrequentie van een filter.
GT-5 Handleiding 6.4 Loop Effect Send Level Off, On 0~100% Opmerking: Als u Custom OD 1 of 2 kiest, krijgt u de oversturing die u zelf voor deze effecten hebt ontworpen (zie “OD/DS Customize” op blz. 33). Natural OD Natuurlijk overstuurd geluid. Vintage OD Levert een milde oversturing op, die klinkt als een overstuurd buizencircuit. Turbo OD Levert een sterkere vervorming op, zonder dat daarbij de nuances van een mooi overstuurd geluid verloren gaan.
Overzicht van de parameters, Preamp 6.6 Preamp Effect Type Volume Bass Middle Treble Presence Master Bright Gain Off, On JC-120, Clean TWIN, Crunch, MATCH Drive, VOXY Drive, Blues, BG Lead, MS1959 (I), MS1959 (II), MS1959 (I+II), SLDN Lead, Metal 5150, Metal Drive, Custom PRE1, Custom PRE2 0~100 0~100 0~100 0~100 0~100 0~100 Off, On Low, Middle, High Met deze parameter kunt u de klankkleur van een reeks klassieke gitaarversterkers nabootsen.
GT-5 Handleiding 6.7 Speaker Simulator Master Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van de versterker. Dit volume wordt ook aangegeven door een meter in het display. Effect Type Bright Deze parameter komt overeen met de “BRIGHT” schakelaar op heel wat versterkers. ON De Bright functie is ingeschakeld; het geluid klinkt helderder, scherper. OFF De Bright functie is uitgeschakeld. Opmerking: Voor sommige “types” is deze parameter niet beschikbaar.
Overzicht van de parameters, Speaker Simulator Simulatortype Kast Luidspreker(s) Microfoontype Opmerkingen BG Stack on Grote gesloten kast 2 x 12 inch dynamisch geschikt voor “BG Lead” BG Stack off Grote gesloten kast 2 x 12 inch condensator geschikt voor “BG Lead” MS Stack on Grote gesloten kast 4 x 12 inch dynamisch geschikt voor “MS1959” MS Stack off Grote gesloten kast 4 x 12 inch condensator geschikt voor “MS1959” Metal Stack Gestapelde gesloten kasten 4 x 12 inch condensat
GT-5 Handleiding 6.8 Equalizer Effect Low EQ Low-Middle frequ. Low-Middle Q Low-Middle EQ High-Middle frequ. High-Middle Q High-Middle EQ High EQ Level High-Middle Q Off, On -20~+20 dB 100Hz~10.0kHz 0.5~16 -20~+20dB 100Hz~10.0kHz 0.5~16 -20~+20dB -20~+20dB -20~+20dB Als u een beetje vertrouwd bent met de materie, hebt u uit de bovenstaande parameters al kunnen opmaken dat het hier gaat om een vierbands equalizer met parametrische middenbanden.
Overzicht van de parameters, Modulation < FL; Flanger > Rate 0~100 Depth 0~100 Manual 0~100 Resonance 0~100 Separation 0~100 < PH; Phaser > Type 4Stage, 8Stage, 12Stage, Bi-Phase Rate 0~100 Depth 0~100 Manual 0~100 Resonance 0~100 Step Off, On Step Rate 0~100 * Step: On < SEQ; Sub Equalizer > Low EQ -20~+20dB Low-Middle freq. 100Hz~10.0kHz Low-Middle Q 0.5~16 Low-Middle EQ -20~+20 dB High-Middle freq. 100Hz~10.0kHz High-Middle Q 0.
GT-5 Handleiding Harmonist FX Select Hiermee kiest u het type modulatie-effect: Voice HR; Harmonist FL; Flanger PH; Phaser Dit effect voegt een tweede stem toe aan de noten die u speelt (in de toonaard van de song). Bij het gebruik van dit effect speelt u best geen akkoorden, anders raakt de Harmonist in verwarring. Bij extreme instellingen klinkt dit effect als een overvliegende straaljager.
Overzicht van de parameters, Modulation Feedback Key Hiermee bepaalt u in welke mate het in toonhoogte verschoven geluid opnieuw naar de ingang wordt gestuurd. Hiermee kiest u de toonaard van de song die u gaat spelen. Op die manier stelt u de Harmonist in staat om de juiste noten te genereren. In de onderstaande afbeelding ziet u een overzicht van de mogelijke voortekeningen ( of ) die een muziekstuk kan hebben, en de mineur en majeur toonaarden die hiermee overeenkomen.
GT-5 Handleiding Phaser Low-Middle Q Type Hiermee kiest u welk type phaser-effect u wilt gebruiken. 4Stage Dit effect gebruikt vier fases. Zorgt voor een licht phaser effect. 8Stage Dit effect gebruikt acht fases. Hiermee krijgt u het meest “gangbare” phasergeluid. 12Stage Dit effect gebruikt twaalf fases. Hiermee krijgt u een diep phaser-geluid. Bi-Phase Dit effect gebruikt twee faseverschuivingscircuits in serie. Rate Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid van het phaser effect.
Overzicht van de parameters, Modulation Humanizer Manual De Humanizer bootst de manier na waarop een menselijke stem klinkers articuleert. Een soortgelijk effect was o.a. in de jaren ‘80 zeer populair toen een zekere heer Frampton ons “the way showde”. Het effect laat u twee klinkers kiezen en tijdens het spelen tussen deze klinkers heen en weer “schuiven”. Mode Met deze parameter kiest u hoe “heen en weer” gaan tussen de twee klinkers wordt gestuurd.
GT-5 Handleiding Hiermee bepaalt u de frequentie van de interne oscillator. geluid. Hoe hoger de waarde, hoe manifester deze invloed. Bij erg hoge waarden kan het zelfs zijn dat luid gespeelde noten vervormd klinken. Effect Level Body Hiermee bepaalt u het volume van het effectgeluid. Hiermee bepaalt u de balans tussen het directe geluid en de resonantie van het bovenblad en de klankkast. Bij hogere waarden hoort u enkel de resonantie van de klankkast.
Overzicht van de parameters, Modulation halve toon-stappen verandert (zoals piano) realistischer na te bootsen. drastischer. Door een negatieve waarde te kiezen verandert u de polariteit van het filter. Opmerking: Gebruik deze parameter wanneer u “Square” of “Saw” hebt geselecteerd voor de “Wave” parameter. Attack Octave Shift Hiermee kunt u de toonhoogte van de interne klankbron in stappen van een octaaf verschuiven ten opzichte van het gitaargeluid.
GT-5 Handleiding U kunt de Hold functie met het controlepedaal inen uitschakelen. Maak daarvoor de volgende instellingen (zie blz. 21): Opmerking: U kunt via Control Assign ook een andere stuurbron aan de Hold functie toewijzen. CTL PEDAL: P6=SYNTH HOLD Opmerking: Als u deze optie voor de Quick methode kiest worden de parameters van de gitaarsynthesizer automatisch ingesteld.
Overzicht van de parameters, Delay Tap Deze mode moet u kiezen wanneer u een stereo-uitgangssignaal wenst. De vertragingstijd wordt gehalveerd en verdeeld over de twee uitgangen (L en R). Smooth Als u deze parameter activeert, verlopen eventuele veranderingen van de Delay tijd geleidelijker. Het geheel lijkt dan op een herhaling die alsmaar sneller wordt – tot uiteindelijk de nieuwe Delay tijd bereikt is.
GT-5 Handleiding Wat is Tempo Delay? De Tempo Delay functie houdt in dat u de Delay synchroniseert met de muziek die u speelt door in de maat van die muziek op een voetschakelaar te drukken. Het werkt als volgt: (1) Ga naar de Delay parameters en zoek met de PARAMETER [√][®] knoppen de “Mode” parameter. Kies met de VALUE regelaar de optie “Tempo Delay”. Opmerking: Zodra u deze keuze maakt, wordt de functie van het controlepedaal (zie blz. 21) automatisch op “Tempo In” ingesteld.
Overzicht van de parameters, Chorus (1) Ga naar de Delay parameters, kies met de PARAMETER [√][®] knoppen de “Type” parameter en stel deze met de VALUE regelaar op “Sound On S.” in. Mode Hiermee kiest u het type Chorus effect:. Mono Bij deze Chorus wordt hetzelfde geluid naar het linker- en rechterkanaal gestuurd. Stereo Dit is een stereo Chorus; hierbij verschilt het geluid dus voor het linker- en rechterkanaal.
GT-5 Handleiding Effect Hiermee schakelt u het tremolo/pan effect in en uit. Mode Hiermee kiest u het type tremolo of pan effect en de golfvorm die wordt gebruikt. Tremolo Cyclische volumeverandering. Pan Het geluid beweegt van links naar rechts. wordt bepaald door de reflecterende en absorberende eigenschappen van muren, vloer, enz. De parameters van de GT-5 stellen u in staat om de akoestische eigenschappen van verschillende ruimtes na te bootsen. Effect Hiermee schakelt u de reverb in en uit.
Overzicht van de parameters, Master Density Opmerking: Als u bij het werken met de ruisonder- Hiermee bepaalt u hoe snel de reflecties op elkaar volgen. drukker plots niets meer hoort, is dat omdat de Threshold te hoog en het gitaarvolume te laag zijn ingesteld. Effect Level Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van de reverb. Hiermee bepaalt u hoelang de ruisonderdrukker erover doet om het geluid tot “0” terug te regelen, eens hij in werking is getreden. Foot Volume 6.
GT-5 Handleiding 7. MIDI 7.1 Mogelijke toepassingen U hebt het waarschijnlijk reeds gemerkt: de GT-5 is voorzien van twee MIDI-connectors, via dewelke u een verbinding kunt maken met andere MIDIinstrumenten. Dat levert u de volgende mogelijkheden op. Opmerking: Om tot een succesvolle MIDI-communicatie tussen twee instrumenten te komen moet u zorgen dat ze op hetzelfde kanaal zijn ingesteld, anders kunnen er geen data worden uitgewisseld.
MIDI, MIDI-functies instellen Assign instellingen (zie blz. 23) bepaalt u welke parameters door welke MIDI-commando’s worden aangestuurd. MIDI-verwante parameters (MIDI Rx Channel) 1~16 Data ontvangen U kunt data van een andere GT-5 of van een sequencer opnieuw in de GT-5 laden. Hiermee kiest u het MIDI-kanaal waarop MIDIcommando’s worden ontvangen. Opmerking: Vanuit de fabriek staat deze parameter 7.2 MIDI-functies instellen op kanaal “1” ingesteld.
GT-5 Handleiding (MIDI PC OUT) Off, On Hiermee kiest u of er al (On) dan niet (Off) programmakeuzecommando’s worden gezonden als u een Patch kiest op de GT-5. Opmerking: De GT-5 zendt ook bankkeuzecommando’s. Voor meer details hierover, zie blz. 64. ■ (MIDI EXP Number (MIDI Expression Nummer)) Off, 1~31, 33~95 Hiermee kiest u het controlenummer dat aan de data van het zwelpedaal op de GT-5 wordt toegekend. Kiest u “Off”, dan wordt de informatie van het zwelpedaal niet verzonden.
MIDI, Instellingen bewaren/laden via MIDI Data zenden (Bulk Dump) Werkwijze Aansluitingen 3,4 Data naar een sequencer zenden Sluit de apparaten aan zoals in de onderstaande afbeelding en breng de sequencer in gereedheid voor het ontvangen van SysEx commando’s. 2,3,4 1 6 5 MIDI OUT (1) Druk op [UTILITY] tot u bij “4.MIDI” terechtkomt. (2) Ga met de PARAMETER [√][®] knoppen naar de “Bulk Dump” parameter.
GT-5 Handleiding Data laden (Bulk Load) Aansluitingen Om data van de sequencer naar de GT-5 te zenden sluit u de apparaten aan zoals in de onderstaande afbeelding en kiest u op de GT-5 het Device ID dat u bij het zenden hebt gebruikt. Nu kunnen er eventueel nieuwe data worden ontvangen. (4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de Play pagina. Zodra u op [EXIT] drukt, meldt het display “Checking…” en worden de ontvangen data gecontroleerd. Eens dat is gebeurd, keert u terug naar de Play pagina. 7.
MIDI, Program Change Map instellen (4) Ga met de PARAMETER [√][®] knoppen naar de MIDI Program Map parameter. Bank- Programma- Patch nummer keuze- nummer nummer (5) Verplaats de cursor met de PARAMETER [√][®] knoppen naar het programmanummer en kies met de VALUE regelaar het programmanummer waarvoor u een Patch nummer wilt instellen. Opmerking: Het te ontvangen banknummer kunt u op dezelfde manier kiezen.
GT-5 Handleiding 8. Appendix 8.1 Over MIDI MIDI staat voor Musical Instruments Digital Interface. Dit interface is gebaseerd op een internationale standaard voor uitwisseling van digitale gegevens tussen verschillende instrumenten, waarbij die gegevens beschrijven wat er wordt gespeeld of welke veranderingen er aan klanken worden aangebracht. Alle MIDI-compatibele apparaten kunnen nagenoeg dezelfde data uitwisselen, ongeacht om welk merk of type het gaat.
Appendix, Over MIDI Kanaalcommando’s Opmerking: Voorwaarde voor het kunnen uitwisse- Beschrijven wat er tijdens het spelen gebeurt, zoals de noten die u speelt, de pedalen en knoppen die u indrukt enz. De meeste MIDI-commando’s vallen onder deze groep. Welk soort controle een bepaald MIDI-commando uiteindelijk uitoefent hangt sterk af van de instelling van het ontvangende apparaat. len van SysEx commando’s is dat de zender en de ontvanger op hetzelfde Device ID nummer zijn ingesteld.
GT-5 Handleiding 8.2 Patches kiezen met bankkeuzecommando’s Een bankkeuzecommmando bestaat uit twee controlecommando’s, namelijk de controlenummers 0 en 32. Om een Patch te kiezen moet u een bankkeuzecommando steeds laten volgen door een programmakeuze-commando. Patches op een extern instrument kiezen vanuit de GT-5 Hieronder ziet u welke bank- en programmanummers overeenkomen met de Patches op de GT-5.
Appendix, Over MIDI Opmerking: Om te weten te komen of het ontvangende instrument al dan niet bankkeuze kan ontvangen moet u de MIDI-implementatie van dat instrument raadplegen. Kan het instrument geen bankkeuze ontvangen, dan negeert het de betreffende commando’s en reageert het enkel op programmakeuze-commando’s.
GT-5 Handleiding PC# Patch PC# Patch PC# 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 PG5-1-1 PG5-1-2 PG5-1-3 PG5-1-4 PG5-1-5 PG5-2-1 PG5-2-2 PG5-2-3 PG5-2-4 PG5-2-5 PG5-3-1 PG5-3-2 PG5-3-3 PG5-3-4 PG5-3-5 PG5-4-1 PG5-4-2 PG5-4-3 PG5-4-4 PG5-4-5 PG5-5-1 PG5-5-2 PG5-5-3 PG5-5-4 PG5-5-5 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 PG6-1-1 PG6-1-2 PG6-1-3 PG6-1-4 PG6-1-5 PG6-2-1 PG6-2-2 PG6-2-3 PG6-2-4 PG6-2-5 PG6-3-1 PG6-3-2
Appendix, Opnieuw de fabrieksinstellingen laden (initialiseren) < MIDI > MIDI RX Channel: MIDI Omni Mode: MIDI TX Channel: MIDI Device ID: MIDI PC OUT: MIDI EXP Number: MIDI CTL Number: MIDI EXP/CTL1 Number: MIDI EXP/CTL2 Number: MIDI Map Select: 1 Omni On Rx 1 On 7 80 Off Off Fix [Fat Lead] Een soloklank met sterke middentonen.
GT-5 Handleiding (2) Schakel de GT-5 weer in terwijl u [MOD] en [FEEDBACKER/SLOW GEAR] ingedrukt houdt. U krijgt nu een display te zien waarin u kunt kiezen welke data u wilt initialiseren. Opmerking: Wilt u de instellingen niet initialiseren, druk dan op [EXIT]. Het initialiseren wordt dan geannuleerd en het normale opstartscherm verschijnt.
Appendix, Mogelijke problemen U stuurt parameters aan via MIDI. Zorg dat zender en ontvanger op hetzelfde MIDIkanaal zijn ingesteld (zie blz. 57). Zorg dat u de juiste controlenummers gebruikt (zie blz. 21). Er worden geen MIDI-commando’s ontvangen Misschien gebruikt u beschadigde of gebroken MIDI-kabels? Probeer een andere set MIDI-kabels. Hebt u de GT-5 wel op de juiste manier met het andere MIDI-instrument verbonden? Controleer de MIDI-verbindingen.
GT-5 Handleiding 9. MIDI-implementatie [Guitar Effects Processor] Model: GT-5 Datum: Juli 1994 Versie: 1.
Specificaties, Mogelijke problemen 10. Specificaties GT-5: Guitar Effects Processor AD conversie Achterpaneel INPUT VOLUME regelaar, POWER schakelaar 22 bit AF methode, 128-voudige oversampling, ∆Σ modulatie Indicator DA conversie Display 18 bit 16-voudige oversampling, ∆Σ modulatie 16 tekens, 2 lijnen (achtergrondverlicht LCD) Sampling frequentie Aansluitingen 44.
GT-5 Handleiding 11. Overzicht van de Patches No. Patch naam EXP Pedal CTL Pedal No.
Overzicht van de Patches, Mogelijke problemen No. Patch naam EXP Pedal CTL Pedal No.
GT-5 Handleiding No.
Index, Index A Acoustic Guitar Simulator, 48 Act Range, 25 Always On/Off, 31 American, 33 Annuleren, 27 Assign, 23 Hold, 32 Assignable, 32 Attack, 33 Auto, 47 Auto Wah, 37 B Bank, 12 Bi-Phase, 46 Bottom, 33 BPF, 37 Bright, 40 British, 33 Built-in, 34 Bulk Dump, 59 Load, 60 Bypass, 13, 16, 29 C Cabinet, 34 CAPS, 19 Chorus, 53 Clip Type, 33 Compensatie, 31 Compressor, 36 Controlecommando, 56 Controlepedaal Manual mode kiezen, 28 Copy, 18 CS, 36 CTL MIDI-commando, 58 CTL Pedal, 22 Curve, 26 Customize, 30 D
GT-5 Handleiding MIDI, 57 Algemeen, 62 CTL Number, 58 Device ID, 57 Dump, 59 EXP Number, 58 EXP/CTL1, 58 EXP/CTL2, 58 Map Select, 60, 61 Omni Mode, 57 PC Oout, 58 Program Map, 61 Programmakeuze, 56 Rx Channel, 57 Start/Stop, 32 SysEx, 58 Tx Channel, 57 Utility-data verzenden, 58 MMC Play/Stop, 32 Modulation, 42 Wave, 54 Mol-stemming, 15 Mono, 53 Mouth Tube, 47 Mute, 16 Pedal Wah, 37 Phaser, 46 Picking, 47 Plate, 54 Polarity, 37 Pre Delay, 44 Preamp, 39 PreAmp Customize, 30, 33 Presence, 34 Preset, 11 Prog
Index, Z Zendkanaal, 57 Zwelpedaal Klinkers kiezen, 47 MIDI-functie, 58 77
GT-5 Handleiding 78