Operation Manual
38
Effectinstellingen (EFFECT)
De GR-55 bevat zeven effectprocessors (AMP, MFX, MOD, CHORUS, DELAY, REVERB, EQ), gerangschikt zoals in onderstaande illustratie wordt getoond.
(De illustratie is voor Structure 1).
PCM TONE 1
EQ
Equalizer
MODELING TONE
AMP
Voorversterker
MFX
Multi-effect
PCM TONE 2
CHORUS
NORMAL PICKUP
DELAY REVERB
MOD
Gitaareffecten
Door de effecten intern aan PCM klanken en de modelleringklank waaruit de Patch bestaat te verbinden, kunt u een bredere reeks klanken creëren.
Het eecttype veranderen
Op de Patches die in de GR-55 zijn gebouwd zijn reeds effecten
toegepast. Door deze effecten te bewerken kunt u de klank naar eigen
smaak veranderen.
1. Selecteer de Patch waarvan u de eectinstellingen wilt
bewerken (p.16).
2. Druk op de [EDIT] knop om naar het EDIT scherm te gaan.
3. Gebruik de PAGE [ ] [ ] knoppen om de EFFECT tab te
selecteren.
In het scherm worden de effecten, die op de op dat moment
geselecteerde Patch worden toegepast, getoond.
4. Zet een eect aan of uit.
Gebruik de cursorknoppen om een effect te selecteren, en
zet dat effect met de draaiknop aan
of uit .
5. Verander het eecttype.
Gebruik de cursorknoppen om het effect waarvan u het type wilt
veranderen te selecteren, en met de draaiknop verandert u het effecttype.
De effecttypes worden getoond zoals u in de illustratie kunt zien.
6. Druk op de [ENTER] knop.
De selectie van het effecttype wordt bevestigd.
7. Als u klaar bent met bewerken, drukt u op de [EXIT] knop.
8. Als u de door u gemaakte veranderingen wilt behouden,
slaat u de Patch op (p.60).










