GR-30 Guitar Synthesizer 1
GR-30 Handleiding Inhoud 1. Voorzorgsmaatregelen . . . . . . . . . 4 2. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2.1 Wat is een “gitaarsynthesizer”?, 5 2.2 Wat kunt u met de GR-30 allemaal doen?, 5 3. Voorzieningen op de panelen . . . . 7 4. Spelen op de GR-30 . . . . . . . . . . . 10 4.1 Wat hebt u nodig?, 10 GK-2A installeren, 10 Welke gitaren kunt u niet met de GK-2A gebruiken?, 10 4.2 Aansluitingen, 11 4.
Inhoud, 10.4 Zwelpedaal gebruiken, 44 11. Arpeggiator . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 11.1 Even voorstellen, 47 11.2 Toepassingen van de Arpeggiator, 47 “Gitaar-achtige” arpeggio’s, 47 Techno (Dance) arpeggio’s, 48 Tremolo-effecten, 48 Andere toepassingen, 48 11.3 Hold-functie met Arpeggiator, 48 Beschikbare Hold-opties wanneer de Arpeggiator is ingeschakeld, 48 11.
GR-30 Handleiding 1. Voorzorgsmaatregelen ■ Voeding • Schakel de GR-30 en de overige instrumenten altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit. • Sluit de adapter van de GR-30 nooit aan op een stopcontact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzaken (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken, op zijn aangesloten. • Let, bij het aansluiten van de adapter op het lichtnet, op het voltage. • Plaats geen zware voorwerpen op het snoer van de adapter en zorg dat er niemand over kan struikelen.
Inleiding, Wat is een “gitaarsynthesizer”? 2. Inleiding 2.1 Wat is een “gitaarsynthesizer”? Het compacte uiterlijk van de GR-30 gitaarsynthesizer herbergt heel wat functies en kwaliteitsgeluiden. Maar wat is eigenlijk een “gitaarsynthesizer”? Een synthesizer is een instrument dat op elektronische wijze een enorme waaier aan klanken kan voortbrengen. Die klanken moeten uiteraard met “iets” worden gespeeld, en dat is meestal een klavier.
GR-30 Handleiding (blz. 68) – of u kunt er externe klankmodules mee aansturen (blz. 63). U hoeft er zelfs geen stemapparaat bij te sleuren, want ook dat heeft de GR-30 aan boord (blz.
Voorzieningen op de panelen, Wat kunt u met de GR-30 allemaal doen? 3. Voorzieningen op de panelen 1) VOLUME-regelaar Met deze regelaar bepaalt u het volume waarmee het signaal naar de MIX OUT-uitgang wordt gezonden. De middenstand (aangeduid door een puntje) is meestal de beste keuze als u de GR-30 met een instrumentversterker of mengtafel verbindt. Opmerking: Het uitgangsvolume voor de GUITAR OUTuitgang kunt u apart regelen. 2) EDIT/PLAY-knop Met deze knop kiest u tussen de Play-mode en de Edit-mode.
GR-30 Handleiding nog een rol bij het instellen van gevoeligheid (blz. 12) en het opslaan van Tones (blz. 28). Buiten de Edit-mode heeft dit wiel in feite geen functie, met één uitzondering: als u het wiel volledig in wijzerzin draait (“PATCH INC/DEC BY S1/S2”) kunt u door de Patch nummers stappen met de “S1/ S2” knoppen op de GK-2A (blz. 16). 6) STRING SELECT-regelaar Bij het maken van instellingen voor individuele snaren kist u met deze regelaar een snaar.
Voorzieningen op de panelen, Wat kunt u met de GR-30 allemaal doen? Zolang er niets op de GUITAR OUT-jack is aangesloten wordt het geluid van de gitaar zelf bij het signaal van de MIX OUT gevoegd. Opmerking: Als u de fabrieksklanken wilt horen zoals ze zijn bedoeld moet u de GR-30 beluisteren via een stereoversterker of -hoofdtelefoon. Bent u verplicht in mono af te luisteren, druk dan het uiterst linkse pedaal (pedaal 1) in terwijl u de GR-30 inschakelt.
GR-30 Handleiding 4. Spelen op de GR-30 4.
Spelen op de GR-30, Wat hebt u nodig? 4.2 Aansluitingen Zodra u de GK-2A juist hebt geïnstalleerd kunt u de apparaten in uw systeem zoals in het volgende voorbeeld aansluiten: Stereo-installatie, radio-cassettespeler, enz. Synthesizerversterker (keyboardversterker, PA-systeem, enz.
GR-30 Handleiding jacks gestuurd. Hierdoor kunt u met één versterker beide geluiden hoorbaar maken.
Spelen op de GR-30, Inschakelen en stemmen 5) Stel op dezelfde manier de gevoeligheid voor de snaren 5~1 in. 6) Druk op [EDIT/PLAY] zodra u alle instellingen gemaakt hebt. U keert hierdoor terug naar de Play-mode. • • • In bepaalde gevallen zult u de gevoeligheid opnieuw moeten regelen: Wanneer u de GR-30 met een andere gitaar wilt gebruiken. Wanneer u alle instellingen hebt geïnitialiseerd.
GR-30 Handleiding apparaat. Bovendien wordt de toonhoogte van het synthgeluid gestemd op de nieuw gespecifieerde toonhoogte (als de GR-30 tenminste op CHROMATIC ON is ingesteld, zie blz. 37). ■ Veranderen van Master Tune 1) Houd [EDIT/PLAY] ingedrukt en druk twee keer op [–] (één keer om naar de Tuner te gaan en de tweede keer om naar het onderstaande display te gaan). 2) De laatste drie cijfers van de frequentie (in Hz) van de centrale A worden in het display aangegeven, zoals hieronder staat afgebeeld.
Spelen op de GR-30, Inschakelen en stemmen Staat de VOLUME-regelaar op de GR-30 of de SYNTH VOL-regelaar op de GK-2A te laag ingesteld? Staat de GUITAR/SYNTH-schakelaar niet in de stand GUITAR? • • • • • U hoort het geluid van de Patch niet op alle snaren (of niet op één bepaalde snaar) Hebt u een zwelpedaal (blz. 44) aangesloten, probeer dit dan zover mogelijk in te drukken.
GR-30 Handleiding 5. Klanken kiezen Functioneert alles naar behoren? Laten we dan eens een uitstapje in de wereld van de gitaarsynthese maken! 5.1 Wat is een Patch? Een Patch is een verzameling instellingen die u kunt oproepen in de Play-mode. U kunt op ieder moment een andere Patch kiezen. De GR-30 kan maximaal 256 Patches opslaan. In de Play-mode worden de Patches in het display aangegeven. Dit kunt u zien in de onderstaande illustratie. Patches maken steeds gebruik van Tones.
Klanken kiezen, Patches kiezen: vier methodes S1/S2”. U kunt nu Patches kiezen met de [S1] en [S2] knoppen op de GK-2A. S1 (Patch Number Down) ■ Patches uit dezelfde groep of bank kiezen 1) We bevinden ons in de Play-mode. Het PARAMETER SELECT-wiel mag niet in de stand “PATCH INC/DEC BY S1/S2” staan (als dat wel het geval is moet u een andere stand kiezen). 2) Met de pedalen 1~4 kunt u nu de vier Patches van de geselecteerde bank kiezen.
GR-30 Handleiding 2) Zodra u de gewenste bank hebt gekozen, mag u de [S1]-knop loslaten. Met de vier pedalen kunt u nu de Patches uit de nieuwe bank kiezen. (de los verkrijgbare PCS-31). U kunt nu zowel “stijgen” als “dalen” door de banken. Stereo Rood Wit Mono Mono BANK Vorige bank 3) Wilt u een andere groep kiezen, druk dan op het GROUP [▲] pedaal (pedaal 2) terwijl u de [S1]knop ingedrukt houdt, zoals in stap 1.
Klanken kiezen, Patch-volgorde veranderen 1) Verbind de instrumenten zoals op de onderstaande afbeelding. MIDI IN MIDI OUT MIDI Foot Controller 2) Het afgebeelde Patch-nummer komt overeen met het Patch-nummer op de MIDI Foot Controller, alleen nummert deze laatste van 1~256, terwijl de GR-30 een groep/bank/nummer systeem gebruikt. Dat werkt niet echt handig, dus kunt u in voorkomend geval best ook de GR-30 doorlopend laten nummeren. Dat kan door bij het inschakelen pedaal 4 ingedrukt te houden.
GR-30 Handleiding 6) Om de operatie te voltooien schrijft u nu C11 → B62. Opmerking: De Patch-groepen E~H kunt u enkel lezen. De volgorde van de Patches in deze groepen kunt u dus niet wijzigen. U kunt ze wel kopiëren naar User Patchnummers of ze gebruiken als uitgangsmateriaal voor nieuwe Patches.
Andere functies van de pedalen, Pedal Effect-mode kiezen 6. Andere functies van de pedalen U kunt de pedalen ook gebruiken om de Arpeggiator- en Harmonist-functies te bedienen en om een hele reeks effecten aan het synthgeluid toe te voegen. We leggen u nu uit hoe u dat doet. 6.1 Pedal Effect-mode kiezen 1) Het PARAMETER SELECT-wiel mag niet op de optie “PATCH INC/DEC BY S1/S2” staan. 2) Druk, terwijl u in de Play-mode bent, op de [S2] schakelaar op de GK-2A. U bevindt zich nu in de Pedal Effect-mode.
GR-30 Handleiding sizergeluiden). De toonaard waarin dat gebeurt kunt u kiezen. Elk van deze functies kunt u voor iedere Patch in- of uitschakelen. De status binnen de individuele Patches heeft echter geen invloed op de indicator. Die licht steeds op als u één van de functies kiest, ook wanneer deze binnen de geselecteerde Patch zijn uitgeschakeld.
Andere functies van de pedalen, Tuner inschakelen met een pedaal ■ Pedaal 3: Hold 1 Door pedaal 3 in te drukken zorgt u dat het synthgeluid door blijft klinken voor de snaren die u op dat moment reeds had aangeslagen — zelfs wanneer die snaren niet meer trillen (let wel: synthklanken die reeds aan het uitsterven waren of waarvan alleen de galm nog hoorbaar was blijven niet doorklinken). Zodra u het pedaal loslaat, stopt het geluid.
GR-30 Handleiding 7. Drie bedieningsmodes Misschien bent u door het vele geschakel tussen de verschillende bedieningsmodes een beetje het noorden kwijt. Daarom zetten we ze hieronder even op een rijtje: Play-mode Patches kiezen en er muziek mee maken. Pedal Effectmode Pedalen op de GR-30 gebruiken om effecten aan te sturen. Edit-mode Patches maken of wijzigen en ze in het geheugen schrijven. De functie van de knoppen, wielen en regelaars verschilt naar gelang de mode waarin u zich bevindt. 7.
Drie bedieningsmodes, Pedal Effect-mode 7.2 Pedal Effect-mode Naast de functies die we al uit de Play-mode kennen kunt u in de Pedal Effect-mode ook nog effecten aansturen met de vier pedalen. Bovendien kunt u gewijzigde effectinstellingen opslaan in User Patches (A11~D84).
GR-30 Handleiding 7.4 Modes kiezen en verlaten In de onderstaande afbeelding ziet u hoe u naar elk van de drie modes kunt gaan en ook hoe u ze weer kunt verlaten. Play Mode Zet het PARAMETER SELECT-wiel op PATCH INC/DEC BY S1/S2 Geselecteerde Patch wordt afgebeeld [S2] [PATCH INC/DEC BY S1/S2] Geselecteerd Patch-nummer/PdL worden afwisselend afgebeeld [S2] [EDIT/PLAY] Waarden die u instelt [EDIT/PLAY] Pedal Effect Mode Pdl wordt afgebeeld [S1], [S2], Pedalen enz.
Patches wijzigen, Structuur van een Patch 8. Patches wijzigen 8.1 Structuur van een Patch In de onderstaande afbeelding ziet u hoe een Patch is opgebouwd. 128 Preset Patches E11 – H84 128 User Patches A11 – D84 A11 2nd TONE 1st TONE Tone kiezen #1 – #384 (Piano, Orgel, enz.) TONE TONE MIX •Layer EFFECT 1ste en 2de Tone gestapeld Effectinstellingen (twee effecten) Reverb/Chorus •Transpose 1st FOOT PEDAL Instellingen voor interne en externe pedalen.
GR-30 Handleiding 8.2 Patches opslaan De wijzigingen die u aanbrengt in een Patch (in de Edit-mode) gaan verloren zodra u een andere Patch kiest. In de Play-mode knippert de rode EDIT-indicator om u hier attent op te maken. Volg de onderstaande stappen als u de gewijzigde Patch wilt wegschrijven (PATCH WRITE). 1) Druk op [EDIT/PLAY] om naar de Edit-mode te gaan (de EDIT indicator licht groen op).
Patches wijzigen, Patch-data extern opslaan U kunt ook twee GR-30’s met mekaar verbinden en rechtstreeks data uitwisselen. Op die manier kunt u de ene GR-30 net zoals de andere laten klinken. System- en Patch-data naar een MIDI-apparaat zenden 1) Schakel de GR-30 uit. 2) Verbind de MIDI OUT-connector van de GR-30 met de MIDI IN-aansluiting van het externe apparaat. 3) Houd pedaal 3 ingedrukt terwijl u de GR-30 weer inschakelt. In het display verschijnt nu “ALL”.
GR-30 Handleiding 4) Blader met de VALUE-knoppen verder in de Tones en luister tot u diegene vindt die u zoekt. 5) Zodra u de Tone hebt gevonden die u wilt gebruiken draait u het PARAMETER SELECTwiel naar de stand “WRITE PATCH”. In het display verschijnt nu A.4.3.. 6) Druk tegelijkertijd op [+] en [–] om de Patch te schrijven. De geselecteerde Tone wordt nu de eerste Tone voor Patch A43. Het display beeldt don af en u keert automatisch terug naar de Play-mode.
Patches wijzigen, Patch-data extern opslaan 8.5 Tones combineren (Layer) TONE MIX We hebben u reeds verteld dat u voor iedere Patch twee Tones kunt kiezen. Met de LAYER-parameter bepaalt u hoe deze Tones zich tot elkaar verhouden. De Layer Patch-parameter biedt zes opties: geen geluid, enkel de eerste Tone, enkel de tweede Tone, lichte ontstemming en sterke ontstemming. U kunt de instellingen voor alle snaren tegelijkertijd laten gelden of ze alleen aan bepaalde snaren toewijzen.
GR-30 Handleiding van de Patch bewaren, dan moet u een andere Writebestemming kiezen. Om de transpositie voor de tweede Tone in te stellen zet u in stap 2 hierboven het PARAMETER SELECT-wiel in de stand TRANS 2ND (C) in plaats van TRANS 1ST (B). Verder volgt u dezelfde procedure als hierboven. Wilt u de tweede Tone ook horen, dan moet u de relevante LAYER-instelling kiezen (zie blz. 31).
Patches wijzigen, Volume per Patch opslaan • • U hebt een zwelpedaal aangesloten en toegewezen aan de “Ad1”, “Ad2” of “bAL” functie (blz. 44) en het pedaal is helemaal ingedrukt of helemaal losgelaten. U hebt de Arpeggiator ingeschakeld (blz. 47) maar een leeg patroon gekozen of met de ARPEGGIO/ Harmony SEL-parameter (blz. 50) slechts één Tone aan de arpeggio toegewezen. Opmerking: Als u nog steeds geen van beide Tones hoort, moet u even naar het storingsoverzicht op blz. 76 bladeren. 8.
GR-30 Handleiding 3) Kies met de VALUE knoppen de gewenste Play Feel-waarde. Zodra u de gewenste optie hebt gevonden drukt u op [+] om uw keuze te bevestigen. Hieronder vindt u meer uitleg over de informatie in het display en over de verschillende soorten Play Feel. 4) Draai het PARAMETER SELECT-wiel in de stand “WRITE PATCH?” en druk tegelijkertijd op [+] en [–]. Hiermee slaat u de gekozen Play Feel-instelling in de Patch op.
Patches wijzigen, Stereopositie (Pan) van de Tones Touch Wah met de PLAY FEEL-optie EF2 1) Kies de Synth Lead Tone F82. 2) Zet in de Edit-mode het EDIT TARGET-wiel in de stand COMMON en het PARAMETER SELECT-wiel in de stand “B” (PLAY FEEL). Kies met [+]/[–] “EF2”. 3) Zet EDIT TARGET in de stand [FOOT PEDAL] en PARAMETER SELECT in de stand “A” (WAH TYPE). Kies met [+]/[–] “At3” (Auto Trigger). dergelijke gevallen een andere PLAY FEEL-optie te kiezen.
GR-30 Handleiding Panning opties (in stap 3) -50~0~50 Als u “0” kiest, bevindt het geluid zich in het midden. Hoe meer u richting “50” gaat, hoe verder het geluid naar rechts wordt geplaatst, terwijl het richting “-50” naar links gaat. Door verschillende Tones waarden van respectievelijk -50 en 50 te geven creëert u een Patch met een breed stereobeeld. 1-6, 6-1 Bij deze opties krijgt iedere snaar een andere stereopositie.
Patches wijzigen, Chromatic: stabiele toonhoogte Chromatic-opties oFF De synthesizer volgt zelfs de meest subtiele toonhoogtebuigingen van de gitaar (ook als ze kleiner zijn dan een halve toon). on1 De synthesizer rondt alle toonhoogtebuigingen van de gitaar af naar de dichtstbijzijnde halve toon. De synthesizerklank stijgt of daalt dus in stapjes van een halve toon, maar doet dat legato.
GR-30 Handleiding 9. Ingebouwde effecten 9.1 Over de effecten Reverb (galm) is een effect waarmee de akoestiek van een grote, afgesloten ruimte — een concerthal bijvoorbeeld — wordt nagebootst. Een Chorus-effect zorgt voor zwevingen in het geluid, waardoor u de indruk krijgt dat er meerdere instrumenten samenspelen. Het geluid wordt hierdoor ook breder en is meer “aanwezig” (maar als gitarist weet u daar natuurlijk alles van).
Ingebouwde effecten, Chorus-effect Reverb-volume/tijd instellen Zodra u een basistype Reverb hebt gekozen kunt u dit “op smaak brengen” door het volume en de galmtijd aan te passen. 1) Kies in de Play-mode de Patch die u wilt editen en druk op [EDIT/PLAY]. U belandt nu in de Editmode. 2) Draai het EDIT TARGET-wiel naar de stand “EFFECT” en het PARAMETER SELECT-wiel naar de stand “C” (REV/DLY TIME). 3) Kies met de [+]/[–] knoppen de gewenste galm/ Delay-tijd (0~100).
GR-30 Handleiding Short Delay Sd 1~6 Dit is een extreem kort Delay-effect. De zes varianten hebben allemaal een andere Delay-tijd en een ander aantal herhalingen. Special Effects SE 1, SE 2 Hiermee kunt u speciale effecten aan het synthgeluid toevoegen (2 varianten). 9.4 Alle effecten uit (Effect Bypass) Met de Effect Bypass-functie schakelt u alle effecten tegelijk uit. Op die manier kunt u het geluid met en zonder effecten vergelijken om te beoordelen wat deze laatsten toevoegen.
Pedaalfuncties instellen, WahWah-type kiezen 10. Pedaalfuncties instellen We hebben reeds kennisgemaakt met de effecten die u in de Pedal Effect-mode (als u het PARAMETER SELECTwiel in de stand PATCH INC/DEC BY S1/S2 zet) met de pedalen van de GR-30 kunt aansturen. Hieronder gaan we wat dieper in op de variaties die u voor effecten als Wah, Pitch Glide en Hold kunt kiezen. 10.1 WahWah-type kiezen Er zijn 35 types WahWah, onderverdeeld in zeven groepen, die zich onderscheiden in snelheid en klankkleur.
GR-30 Handleiding -U1~-U5 (Reverse Wah) Hierbij werkt het pedaal omgekeerd ten opzichte van de UA1~UA5-opties. Bij het indrukken krijgt u dus een donker geluid en bij het loslaten een helder geluid. -b1~-b5 (Reverse Brightness) Hier werkt het pedaal omgekeerd ten opzichte van de br1~br5 opties. Bij het indrukken krijgt u dus een donker geluid en bij het loslaten een helder geluid. -n1~-n5 (Rev. Narrow Wah) Hierbij werkt het pedaal omgekeerd ten opzichte van de nU1~nU5 opties.
Pedaalfuncties instellen, Hold type kiezen uP6 (dn6) Nogmaals een toonhoogteverandering van een octaaf, maar het tijdsinterval is nog langer dan in 5, zowel om naar het octaaf toe te gaan als om naar de originele toonhoogte terug te keren. uP7 (dn7) Met een druk op het pedaal verschuift u de toonhoogte met twee octaven. Bij het loslaten van het pedaal keert u terug naar de originele toonhoogte.
GR-30 Handleiding SoS Dit Sostenuto-effect werkt op alle interne en externe MIDI-klankbronnen. S.-1 Dit Sostenuto-effect werkt enkel op de eerste Tone. S.-2 Dit Sostenuto-effect werkt enkel op de tweede Tone. S.-b Eerste en tweede Tone (niet op externe klankbronnen toongenerators). s.-E Externe MIDI-klankbronnen. S.1E Eerste Tone en externe MIDI-klankbronnen. S.2E Tweede Tone en externe MIDI-klankbronnen. Str Dit String-effect werkt op alle interne en externe MIDI-klankbron.
Pedaalfuncties instellen, Zwelpedaal gebruiken Beschikbare functies voor het zwelpedaal (15 types) VoL (Volume) U varieert het volume van het synthgeluid tussen 0 en de waarde die u met de volumeregelaar op de GK-2A hebt ingesteld. Ad1 (Add 1st Tone) U varieert het volume van de eerste Tone. In Patches met twee Tones wordt de eerste Tone dus gradueel toegevoegd aan (of weggenomen van) de tweede Tone. Ad2 (Add 2nd Tone) U varieert het volume van de tweede Tone.
GR-30 Handleiding Opmerking: De uiteindelijke klank van het effect voor “bri” en “UAH” hangt af van de geselecteerde Tone en van de instelling van de “BRIGHTNESS” parameter. Opmerking: Als u op het zwelpedaal een hoger minimumvolume kiest wordt het aangestuurde effect nooit volledig geneutraliseerd, zelfs niet als u het pedaal helemaal loslaat (pedaal staat volledig omhoog).
Arpeggiator, Even voorstellen 11. Arpeggiator De GR-30 bevat een Arpeggiator die speciaal werd ontworpen voor gitaartoepassingen. De Arpeggiator “breekt” de akkoorden die u op uw gitaar aanslaat en maakt er complexe patronen van. De Arpeggiator kan instaan voor eenvoudige begeleidingspatronen terwijl u de melodie speelt. Maar u kunt het natuurlijk ook verder gaan zoeken en effecten creëren waartoe een gitaarsynthesizer tot nog toe niet in staat was. 11.
GR-30 Handleiding Techno (Dance) arpeggio’s Als u Patch H83 kiest en een noot of een akkoord speelt, hoort u automatisch een synthesizer-baslijn. Vergelijk het effect met of zonder Arpeggiator door pedaal 4 in te drukken. Bij Patch E31 wordt het nog leuker: als u hier een open snaar aanslaat, hoort u meteen een repeterende Trance Techno partij met bas- en percussiegeluiden. U kunt het patroon wijzigen door een ander aantal snaren aan te slaan en andere akkoorden te vormen in de linkerhand.
Arpeggiator, Hold-functie met Arpeggiator Praktijkvoorbeeld 1) Kies Patch E31 (deze gebruikt het Hold type “dPr”). 2) Ga naar de Pedal Effect mode en druk pedaal 3 in. 3) Sla een open snaar aan om het ritme van de Arpeggiator te starten. 4) Houd het pedaal ingedrukt en sla nog een snaar aan. Luister hoe het ritmische patroon verandert. Dit gebeurt telkens als u een extra snaar toevoegt.
GR-30 Handleiding 11.4 Arpeggiopatronen wijzigen TO TOP Raster 1 2 3 4 5 6 7 8 9 30 31 32 1ste 2de 3de 4de 5de 6de Overbinding Tijd Uit de bovenstaande afbeelding kunt u afleiden dat een arpeggiopatroon enkel informatie bevat over de starttijden en het volume van de snaren. Informatie over nootlengte, tempo, maatsoort enz. schittert door afwezigheid. De reden hiervoor is dat deze informatie bepaald wordt door parameters als “ARHYTHM”, “A-DURATION” en “A-TEMPO”.
Arpeggiator, Arpeggiopatronen wijzigen Als de Patch die u hebt gewijzigd een Preset Patch (E11~H84) is, of als u de originele Patch ongemoeid wilt laten, moet u de gewijzigde Patch onder een ander nummer opslaan. Dit doet u door het PARAMETER SELECT-wiel in de stand “WRITE TO…” te zetten en met de [+]/[–] knoppen het gewenste Patch-nummer te kiezen. Opmerking: Op deze opties volgen er nog een reeks die betrekking hebben op de Harmonist (hAr, h.-1, h.-2, …, h.2E).
GR-30 Handleiding Opmerking: Bij sommige Patches (bijvoorbeeld E11) wordt het tempo steeds met een bepaalde factor vermenigvuldigd om een subtiel tremolo-effect te krijgen. Houd daar rekening mee wanneer u de Tap Tempo-functie gebruikt of synchroniseert met een externe MIDI-bron. Nootlengte aanpassen (A-DURATION) Met de “A-DURATION” parameter bepaalt u hoe lang de noten in het arpeggio worden aangehouden. Het gaat hem dus eigenlijk om het verschil tussen staccato en tenuto.
Arpeggiator, Arpeggiopatroon kopiëren uit een andere Patch 16._ zestiende noten (vier rasterpunten = 1 tel) 16.L zestiende noten met een lichte shuffle (vier rasterpunten = één tel) 16.H zestiende noten met een zware shuffle (vier rasterpunten = één tel) 16.
GR-30 Handleiding snaren wordt opgenomen zijn er echter ook een aantal kleine verschillen. Noot voor noot programmeren: “Step” methode Bij deze opnamemethode leest u de stappen in het raster af in het display en voegt u de noten één voor één in. Rusten en overbindingen kiest u met de pedalen (1~4). Deze methode heeft het voordeel dat u niet “in de maat” hoeft te spelen en niet op de nootlengte hoeft te letten.
Arpeggiator, Arpeggiopatronen programmeren 8) Druk op pedaal 4 (TO TOP) om terug te keren naar het begin van het raster (“toP”). Voer vervolgens de patronen voor de snaren 1~3 in. 1ste 2de 3de 9) Druk eerst tweemaal op pedaal 3 (REST). Het display beeldt nu “G.02” af. 10)Sla snaar 2 en 3 even tegelijk aan (“G.03”) en druk tweemaal op pedaal 3 (REST). U bent nu op “G.05”. 11)Sla snaar 2 en 3 nogmaals tegelijk aan, druk éénmaal op pedaal 2 (TIE) en sla snaar 2 en 3 nogmaals tegelijk aan (“G.08”).
GR-30 Handleiding Opmerking: De geaccentueerde metronoomtik geeft het begin van de tel aan, terwijl de overige tikken het kortste timing-interval laten horen dat de Arpeggiator kan onderscheiden. Als u tijdens het opnemen van kleinere intervallen gebruik maakt zult u die tijdens de weergave niet horen. 6) Zodra u klaar bent met opnemen, drukt u op pedaal 1 (END) om de metronoom uit te schakelen en terug te keren naar de normale Edit-mode.
Arpeggiator, Arpeggiopatronen programmeren wiel in de stand “WRITE PATCH?” zetten en tegelijk op [+]/[–] drukken. Mogelijke problemen bij het opnemen van patronen • • • Krijgt u tijdens het opnemen volgens de Step-methode niet het verwachte rasternummer te zien, dan hebt u waarschijnlijk de laatst gespeelde snaar niet tijdig afgedempt, zodat ze nog doorklinkt terwijl u reeds een nieuwe snaar aanslaat.
GR-30 Handleiding 12. Harmonist Met de “TRANS 1ST (2ND)” parameters (zie blz. 31) kunt u de toonhoogte van de eerste en tweede Tone transponeren ten opzichte van de gitaarnoten. Deze functie houdt echter geen rekening met de toonaard waarin u werkt. De Harmonist doet dat wel. Hij laat u de gewenste toonaard specifiëren en zorgt op basis daarvan steeds voor het juiste interval. 12.1 Even voorstellen Laten we de vergelijking tussen de Harmonist en het “gewone” transponeren even wat verder uitwerken.
Harmonist, Bediening Twee synthesizerklanken tegenover elkaar transponeren Door de keuzeschakelaar op de GK-2A in de stand “SYNTH” te zetten bant u het rechtstreekse gitaargeluid uit de eindmix. De harmonieën worden dan enkel nog voortgebracht door de synthesizer. Laten we daar eens een voorbeeld van beluisteren. Kies Patch E12 (deze maakt gebruik van de Harmonist).
GR-30 Handleiding Even alle opties die u met de [+]/[–] knoppen kunt kiezen op een rij: hAr De harmonie wordt weergegeven door alle Tones (zowel intern als van een externe MIDItoongenerator). h.-1 De harmonie wordt weergegeven door de eerste Tone van de interne toongenerator. h.-2 De harmonie wordt weergegeven door de tweede Tone van de interne toongenerator. h.-b De harmonie wordt weergegeven door eerste en de tweede Tone van de interne toongenerator. h.
Harmonist, Bediening geval bijvoorbeeld wél gebruiken om de melodie of de tweede stem een octaaf hoger of lager te transponeren. Laten we de melodie bij wijze van voorbeeld eens één octaaf lager transponeren. Cm, C#m, Ebm (D#m), Em, Fm, F#m, Gm, Abm (G#m), Am, Bbm (A#m), Bm 1) Zorg met de “ARPEGGIO/harmony SEL” parameter dat de eerste en de tweede Tone de harmonie spelen (zie blz. 59). 2) Stel de “TRANS 1ST (2ND)” parameter in op “12” voor de Tone die de melodie speelt.
GR-30 Handleiding 6) Kies met de [+]/[–] knoppen de gewenste status, zet het PARAMETER SELECT-wiel in de stand “WRITE PATCH?” en druk tegelijk op de [+]/[– ] knoppen om de Patch op te slaan. 7) Zend vanuit het externe instrument een MIDInootcommando naar de GR-30 (zie de handleiding van het externe instrument). (Als u met een FC-200 werkt moet u de “MODE” knop indrukken om naar de Note mode te gaan.
Systeemuitbreiding: MIDI, MIDI 13. Systeemuitbreiding: MIDI U hebt waarschijnlijk al wel de MIDI-connectors (IN/OUT) op het achterpaneel van de GR-30 opgemerkt. Deze twee eenvoudige connectors openen voor u een waaier van mogelijkheden. Zo kunt u met uw gitaar een heleboel externe klankbronnen (zoals synthesizers en samplers) aansturen. U kunt ook wat u op die gitaar speelt opnemen met een MIDIsequencer. Bovendien kunt u Patch data van de GR-30 via MIDI in een ander apparaat opslaan.
GR-30 Handleiding ontvangende apparaat op dezelfde waarde worden ingesteld. U kunt best het Bend-bereik zo “breed” mogelijk instellen, zodat ook grote toonhoogtesprongen correct worden weergegeven. Normaal hoeft u zich enkel zorgen te maken over de instelling van het Bend-bereik op de GR-30. De waarde die u kiest wordt namelijk automatisch naar het externe MIDI-instrument gezonden (in de vorm van een RPN-commando, zie hieronder). Dat gebeurt telkens wanneer u een andere Patch kiest.
Systeemuitbreiding: MIDI, MIDI-klankbron aansturen Mono Mode/Poly Mode U kunt op twee manieren MIDI-data vanuit de GR-30 naar een extern apparaat zenden: “Mono zendmode” en “Poly zendmode” (hoe u deze instelt vindt u op blz. 73). Dit is het verschil tussen beide: 1) Mono Mode Aantal gebruikte kanalen: Voor iedere snaar wordt één kanaal gebruikt. Er worden automatisch zes kanalen gekozen, waarbij het eerste gelijk is aan het kanaal dat in de Edit-mode als MIDI-kanaal werd gekozen.
GR-30 Handleiding snaar waarvoor u een programmanummer wilt kiezen. Daarna kiest u als vanouds het nummer met de [+]/[–] knoppen. Wilt u dat een bepaalde snaar geen externe klank aanstuurt, kies dan voor die snaar “oFF”. Opmerking: Naast de programmakeuze kunt u ook de bankkeuze voor iedere snaar apart instellen. MIDI-bankkeuze De meeste moderne klankmodules en synthesizers bieden meer dan 128 klanken – teveel dus voor de 128 mogelijke MIDI-programmanummers.
Systeemuitbreiding: MIDI, MIDI-klankbron aansturen Opmerking: De status van de “b.SL” parameter (bankkeuze aan/uit) geldt zowel voor het zenden als voor het ontvangen. Met andere woorden: deze parameter moet ook zijn ingeschakeld als u vanuit een extern MIDI-instrument middels combinaties van bank- en programmanummers de 256 Patches van de GR-30 wilt kiezen.
GR-30 Handleiding af van de instellingen op de externe klankbron. Hebt u voor het “WAH TYPE” de optie “Mod” (modulatie) gekozen (blz. 41), dan wordt controlenummer CC01 in plaats van 19 gebruikt. Opmerking: Als de GR-30 MIDI-commando’s voor controlenummer 4 ontvangt reageert hij daarop zoals op bewegingen van het aangesloten zwelpedaal. Met andere woorden: wat er gebeurt hangt af van de functie die u aan het zwelpedaal hebt toegewezen.
Systeemuitbreiding: MIDI, Opnemen met een sequencer 13.4 Opnemen met een sequencer U kunt de GR-30 ook gebruiken als opname-instrument voor een sequencer – in plaats van een synthesizer e.d. dus. Partijen voor snaarinstrumenten die u op deze manier opneemt zullen bovendien realistischer klinken, omdat de typische voicings en timing van akkoorden op een klavier moelijk te spelen zijn. Gebruikt u hierbij de Mono-mode, dan kunt u bovendien de typische snaarbuigingen van een gitaar met de sequencer opnemen.
GR-30 Handleiding Opmerking: Het gedrag van een aantal interne functies varieert naar gelang u Local On of Off hebt geselecteerd. Kies steeds Local Off wanneer het MIDI-signaal een “lus” beschrijft, anders kan het zijn dat bepaalde knoppen niet meer werken, enz.
Systeemuitbreiding: MIDI, Opnemen met een sequencer Om dit te bereiken zet u de “ARPEGGIO/harmony SEL” parameter op “h.-2” (of “h.-1”) en volgt u verder de procedure (vanaf stap 4) op blz. 69. Als u bij de weergave dezelfde harmonie wilt horen moet u de Patch kiezen die u bij de opname hebt gebruikt (aangezien de harmonie niet in de sequencer zit en dus door de GR-30 moet worden gegenereerd).
GR-30 Handleiding overeind zonder al die extra informatie). Bedenk verder dat u bij de weergave 6 kanalen moet voorzien voor een partij die u in “Mono” hebt opgenomen en door de GR-30 wilt laten weergeven. Nog even ter herinnering: de Poly-mode activeert u door bij het inschakelen van de GR-30 de [+]-knop ingedrukt te houden (de GR-30 kiest dan ook de Local Off-mode).
Handige functies, Opnieuw de fabrieksinstellingen laden (initialiseren) 14. Handige functies 14.1 Opnieuw de fabrieksinstellingen laden (initialiseren) Bij levering hebben de User Patches (A11~d84) van de GR-30 dezelfde inhoud als de Preset Patches (E11~H84). Nadat u het instrument een tijdje hebt gebruikt, zal dat waarschijnlijk niet meer het geval zijn. Ook de systeeminstellingen (zoals de gevoeligheid voor de GK-2A en de MIDI-zend-/ontvangstkanalen) zullen dan de nodige wijzigingen hebben ondergaan.
GR-30 Handleiding In het display ziet u nu even “L_P” (Local Off, Poly ontvangstmode) verschijnen, waarna de GR-30 de normale opstartprocedure afwerkt. Opmerking: Local Control wordt automatisch uitgeschakeld wanneer u bij het opstarten de Poly-ontvangstmode kiest. • • • • • • • Opmerkingen over de Poly-ontvangstmode De GR-30 geeft de binnenkomende informatie weer met de klank van de op dat moment geselecteerde Patch.
Handige functies, Bend Range-instelling uitschakelen de GK-2A op “GUITAR” zet. Wilt u toch dit effectapparaat gebruiken, ga dan als volgt te werk: 1) Schakel de GR-30 uit en schakel hem opnieuw in terwijl u pedaal 2 indrukt. In het display verschijnt nu “PG#”. 2) Druk op pedaal 1 zodat het display “7.on” afbeeldt. 3) Druk op [–] om controlenummer 7 uit te schakelen (“7.oF”). (Druk op [+] als u het controlenummer opnieuw wilt inschakelen). Controlenummer 7 wordt nu niet meer verzonden.
GR-30 Handleiding 15. Referentie 15.1 Mogelijke problemen Tijdens het spelen op de GR-30 U hoort geen synth geluid wanneer u gitaar speelt Staat de VOLUME regelaar op de GR-30 of de SYNTH VOL regelaar op de GK-2A te laag ingesteld? Staat de keuzeschakelaar van de GK-2A op GUITAR? → Stel de regelaars op een geschikt niveau in. Zet de keuzeschakelaar op SYNTH of MIX. Hebt u bepaalde Layer-instellingen gemaakt waardoor in feite noch de eerste noch de tweede Tone is geselecteerd (zie blz.
Referentie, Mogelijke problemen → Beluister op voorhand de effectdiepte en kies op basis daarvan de geschikte Tones. U hoort maar één bij gebruik van het zwelpedaal voor het instellen van de balans. Hebt u de LAYER-parameter zo ingesteld dat er slechts één Tone (eerste of tweede) kan klinken? → Stel deze parameter zo in dat beide Tones hoorbaar zijn (blz. 32). Hebt u misschien “1:2 BAL” voor deze Tone op 50 (of -50) ingesteld? → Zet deze parameter op “0” en controleer het resultaat.
GR-30 Handleiding die Tone is opgebouwd. Het bereik waarbinnen u deze parameters kunt aanpassen zal daarom variëren per Tone. Bij sommige Tones zal dit bereik groter zijn dan bij andere. Misschien wijzigt u één van de parameters die voor iedere snaar apart kunnen worden ingesteld, terwijl de STRING SELECT-regelaar niet op “ALL” staat. → Zet de STRING SELECT-regelaar op “ALL”.
Referentie, Mogelijke problemen Bij aansturen van het externe apparaat wordt slechts één snaar weergegeven U zendt misschien in de Mono-mode uit naar een apparaat dat niet op zes kanalen tegelijkertijd kan ontvangen? → Bij zo’n instrument bent u verplicht de Polyzendmode te gebruiken. creëert u een visueel veel begrijpelijker gegevenspatroon. Lage noten (die buiten het bereik van de gitaar vallen) worden niet weergegeven → Dit lost u op met de MIDI TRANSPOSE-parameter (blz. 68).
GR-30 Handleiding 16.
Tones, Mogelijke problemen 17. Tones No. Name 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 A.PIANO1 SA PIANO A.PIANO2 E.GRAND HONKYTONK A.PIANO +VIB A.PIANO +VOX A.PIANO +STGS POP E.PIANO RHODES E.PIANO 1 E.PIANO 2 E.PIANO 3 FM E.PIANO FM E.PIANO MIX D50 E.PIANO 1 D50 E.
GR-30 Handleiding No.
Index, 18. Index A Aliasing, 77 A-Rhythm, 52 Arpeggiator, 47 Aan/uit, 21 MIDI, 67, 70 Synchroniseren via MIDI, 70 Arpeggio Editen, 50 Kopiëren, 53 Programmeren, 53 Van sequence maken, 56 Attack, 30 Auto Trigger, 41 B b.rq, 75 b.
GR-30 Handleiding Pedal Effect mode, 21 Effect-mode, 25 Pedalen, 21 Functies, 41 Schakelend/Niet-schakelend, 48 WahWah, 41 PG#, 73 Ph Chang#, 73 Picking, 34 Pickup, Gevoeligheid, 12 Pitch Glide, 42 Shift, 22 Pitch Bend, 22 PL, 38 Play Feel, 33 MIDI, 67 Play-mode, 12, 24 Poly, 64 Mode, 73 Preset Patch, 19 PrG, 66 Problemen, 68 Programmakeuze, 65 Programmanummers herordenen, 73 Pull-Off, 34 R Random, 36 Rechtstreeks gitaargeluid, 11 Referentie, 76 Release, 30 Respons, 34 Reverb, 38 Type, 38 Volume, 38 Room