GP-100 Guitar Preamp/Processor Bedankt voor uw aankoop van de Roland GP-100 Guitar Preamp/Processor. Lees deze handleiding best eens helemaal door om alle mogelijkheden van de GP-100 te leren kennen en er jarenlang plezier aan te beleven.
GP-100 Gebruikshandleiding Voornaamste kenmerken ☛ Geluid van klassieke gitaarversterkers De GP-100 zet een erg overtuigende weergave neer van heel wat gitaarversterkers die we intussen als “klassiekers” beschouwen. Hierbij simuleert hij niet enkel het geluid van de versterker (vervorming) en de luidspreker(s), maar brengt hij ook alle overige elementen in rekening die een invloed hebben op het versterkte gitaargeluid, waaronder de plaatsing van de verschillende componenten binnen het versterkingssysteem.
Belangrijke opmerkingen, Voornaamste kenmerken Belangrijke opmerkingen Voeding • Schakel de GP-100 en de overige instrumenten altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit. • Sluit het netsnoer van de GP-100 nooit aan op een stopcontact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzaken (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken, op zijn aangesloten. • Let, bij het aansluiten van het netsnoer op het lichtnet, op het voltage.
GP-100 Gebruikshandleiding Inhoud Belangrijke opmerkingen ........................................................................................................... 3 Inhoud ............................................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 1. Indeling van de GP-100 ................................................................................... 6 Hoofdstuk 2. De GP-100 uitproberen ...................................
Inhoud Harmonist, 4Voice Harmonist ........................................................................................50 Master .............................................................................................................................51 Mixer ..............................................................................................................................51 Noise Suppressor ..................................................................................................
GP-100 Gebruikshandleiding 1. Indeling van de GP-100 De gitaarklanken die u uit de GP-100 haalt zijn het resultaat van twee elkaar aanvullende componenten: ■ Voorversterker (PREAMP) In het voorversterkergedeelte regelt u de vervorming en de basisklank van de gitaar. Hiermee kunt u heel wat kanten uit, aangezien u het versterkertype kunt kiezen en op het gekozen type nog eens twee volume- en een vierbandstoonregeling kunt instellen.
Indeling van de GP-100, Voorzieningen op de panelen tips omtrent het gebruik van de GP-100, een overzicht van de fabrieksinstellingen, en een handig storingsoverzicht. Voorzieningen op de panelen ■ Frontpaneel en achterpaneel Om niet alle namen, die u sowieso op de GP-100 kunt aflezen, te herhalen, vindt u hier helemaal geen uitleg bij de regelaars en knoppen.
GP-100 Gebruikshandleiding Aansluiten 2. De GP-100 uitproberen 2.1 Aansluiten Opmerking: Voordat u aansluitingen maakt, moet u het volume op uw versterker op 0 zetten en alle apparaten uitschakelen. Als u dit verzuimt, kunt u bij het aansluiten schade of storingen veroorzaken. Opmerking: Gebruikt u een mono-versterker, sluit dan enkel de L(MONO) jack aan. ■ Gitaar aansluiten Verbind de uitgang van uw gitaar met de INPUT jack.
De GP-100 uitproberen, Aansluiten ■ Twee versterkers Als u de gitaar in stereo wilt versterken OUTPUT R OUTPUT L ( MONO ) Eindtrappen Luidsprekers Als u verschillende versterkers voor verschillende effectklanken wilt gebruiken (bijvoorbeeld: aparte versterking voor solo en ritme) OUTPUT B L (MONO ) OUTPUT A L(MONO ) MAIN IN (achterkant) Eindtrap JC-120 enz.
GP-100 Gebruikshandleiding Externe effecten aansluiten ■ Met vier versterkers OUTPUT B OUTPUT A MAIN IN (achterkant) Eindtrappen JC-120 enz. MAIN IN (achterkant) Luidsprekers JC-120 enz. In deze Setup kunt u afhankelijk van het gekozen effectgeluid andere versterkers kiezen en toch steeds een stereosignaal houden. ■ Aansluiten op een mengtafel U kunt het gitaargeluid natuurlijk ook rechtstreeks naar een mengtafel of versterker sturen.
De GP-100 uitproberen, Inschakelen Opmerking: Als u een BOSS FS-5U (los verkrijgbaar) of een BOSS FS-5L (los verkrijgbaar) als voetschakelaar gebruikt, moet u de polariteit als volgt instellen. Polariteitsschakelaar 2.2 Inschakelen Nadat u alle aansluitingen met externe apparaten hebt gecontroleerd, mag u op de POWER schakelaar drukken om de GP-100 in te schakelen. U krijgt het volgende display te zien en na enkele seconden is de GP-100 klaar voor gebruik. Dit display noemen we de “Play pagina”.
GP-100 Gebruikshandleiding Aanpassen aan de gebruikte versterker(s) (1) Druk één keer op UTILITY om het volgende display te openen (OUTPUT A) OUTPUT A Level +4dBm (2) Draai aan de PARAMETER regelaar tot het display de gewenste parameter afbeeldt. (OUTPUT A) OUTPUT A Level +4dBm (OUTPUT Jack B) OUTPUT B Level +4dBm (SEND Jack 1) Send 1 Level -10dBm (RETURN Jack 1) Return 1 Level -10dBm Enz. (3) Kies met de VALUE regelaar de gewenste waarde.
De GP-100 uitproberen, Effecten kiezen ☛ Versterkertype Amp Being Used:A Solid State Tube buizenversterker Solid State transistorversterker Amp Being Used:A Tube ☛ Luidsprekertype SP Being Used:A Built In Built In ingebouwde luidsprekers (comboversterker) Stack losse luidsprekerkast(en) ☛ Klankkleur van de luidspreker SP Color :A Straight Adjust De klankkleur van het uitgangssignaal wordt aangepast aan het aangesloten luidsprekertype.
GP-100 Gebruikshandleiding Patches kiezen via het frontpaneel Patches kiezen via het frontpaneel Naam v.h. algoritme PARAMETER PREAMP GLOBAL TUNER UTILITY WRITE EXIT METER EFFECT NUMBER / VALUE --BASIC-Sample Setting Naam van de Patch Draai aan de NUMBER regelaar. Door naar rechts te draaien kiest u hogere Patch nummers, door naar links te draaien lagere. Als u een Patch kiest, verschijnen de naam van de Patch en de naam van het gebruikte algoritme in het display.
De GP-100 uitproberen, Effecten in- en uitschakelen 2.4 Effecten in- en uitschakelen De effecten uitschakelen komt er op neer dat het signaal (afkomstig van de gitaar) alle effecten van de GP-100 omzeilt. Het onbewerkte ingangssignaal wordt dus wel nog steeds naar de uitgangen gestuurd. Opmerking: U kunt van de Effect On/Off functie ook een Mute On/Off functie maken. Zie “Effect Off” op blz. 35.
GP-100 Gebruikshandleiding Tuner 2.5 Tuner De GP-100 beschikt over een ingebouwde chromatische Tuner. U kunt dus snel uw instrument stemmen zonder de aansluitingen te veranderen. Tuner activeren Hieronder leggen we uit hoe u uw gitaar kunt stemmen met de ingebouwde Tuner. Zolang de Tuner actief is, wordt het uitgangssignaal van de GP-100 afgesloten, zodat u tijdens het stemmen geen gitaargeluid hoort (handig voor het live werk).
De GP-100 uitproberen, Tuner (3) Kijk nu naar de stemindicators en stem de snaar verder tot enkel de middenste indicator oplicht. Te hoog Juist gestemd Te laag (4) Herhaal stap 1-3 voor de overige snaren. Opmerking: Bij een gitaar met een tremolo-arm ontstemt u door één snaar te stemmen al snel de overige snaren. In zo’n geval stemt u dan ook best eerst alle snaren ongeveer juist (zodat tenminste de juiste nootnaam verschijnt) en regelt u ze daarna bij tot alles juist staat.
GP-100 Gebruikshandleiding Voordat u instellingen begint te maken 3. Instellingen wijzigen (editen) De GP-100 bevat 400 Patches. In elk van deze Patches kunt u de volgorde en de instellingen van de interne effecten, de voorversterker, enz. opslaan. In dit deel leggen we uit hoe u de inhoud van een Patch kunt editen om een nieuwe Patch te creëren, en hoe u deze nieuwe instellingen kunt opslaan. 3.
Instellingen wijzigen (editen), Werkwijze om klanken te editen De instellingen van de effecten Instelling van het uitgangsvolume Instelling van het OUTPUT kanaal Controle over externe apparaten (bijvoorbeeld kanalen kiezen op een versterker). Speelhulpen (16 types): Deze instellingen maakt u als u de GP-100 met een voetschakelaar, zwelpedaal of via MIDI wilt bedienen De naam van het effect 3.3 Werkwijze om klanken te editen (1) Kies een Patch die in de buurt komt van het geluid dat u nodig hebt.
GP-100 Gebruikshandleiding Voorversterker instellen U krijgt nu een display te zien waarin de kopieerbestemming (Patch waarnaar u gaat kopiëren) wordt afgebeeld. Patch copy... --5-- BASIC (3) Kies met de NUMBER regelaar de Patch waarnaar u wilt kopiëren (4) Druk op de WRITE knop om de Patch te kopiëren. U keert nu terug naar de Play pagina, maar u bevindt zich intussen op de Patch van bestemming.
Instellingen wijzigen (editen), Voorversterker instellen ■ Parameters wijzigen met de PARAMETER/VALUE regelaars Elk van de parameters die u met de PREAMP knoppen bedient kunt u ook met de PARAMETER en VALUE regelaars wijzigen. (1) Druk op de PREAMP knop. De indicator op de knop licht op en het display beeldt een parameter van de voorversterker af. Opmerking: U kunt de voorversterkerparameters ook wijzigen terwijl u andere parameters instelt.
GP-100 Gebruikshandleiding Preamp parameters (voorversterker) ■ Type [PREAMP] Type P JC-120 Met deze parameter kiest u het versterkertype. Voor elk van de opties biedt de GP-100 een natuurgetrouwe simulatie, gebaseerd op een nauwkeurige analyse van het betreffende gitaarversterkertype. JC-120 Het geluid van de Roland “JC-120” (Jazz Chorus 120), nog steeds de favoriete versterker van heel wat profmuzikanten over heel de wereld. Clean Twin Het geluid van een traditionele combo buizenversterker.
Instellingen wijzigen (editen), Effecten instellen ■ Presence: 0~100 (0~-100: Match Drive) [PREAMP] Presence P 80 Hiermee regelt u het volume van de ultra-hoge tonen. ■ Master: 0-100 Hiermee regelt u het totaalvolume van de voorversterker. ■ Bright: On, Off [PREAMP] Bright P On On De Bright schakelaar is ingeschakeld, waardoor het geluid scherper en helderder wordt. Off De Bright schakelaar is uitgeschakeld.
GP-100 Gebruikshandleiding Effecten instellen ■ Effect aan/uit In ieder algoritme worden een aantal effecten gecombineerd. De effecten die u daarvan daadwerkelijk wilt gebruiken laat u ingeschakeld, de effecten die u niet nodig hebt schakelt u uit. Ingeschakelde effecten worden aangeduid door een “•” die rechts van de effectnaam wordt afgebeeld. Opmerking: De effectnamen worden afgekort afgebeeld. De volledige effectnamen vindt u onder “Effectparameters” op blz. 37.
Instellingen wijzigen (editen), Control Assign: externe parametercontrole (2) Pas met de VALUE regelaar de waarde aan. Door op de VALUE regelaar te drukken terwijl u eraan draait doet u de waarde sneller veranderen. (3) Herhaal stap 1-2 voor de overige parameters van het effect dat u wilt maken. Uitgangen toewijzen (OUTPUT Channel) De GP-100 beschikt over twee stereo-uitgangsparen. U kunt voor elke Patch specifiëren naar welke uitgang u hem wilt sturen.
GP-100 Gebruikshandleiding Control Assign: externe parametercontrole ■ Target: de parameter die u gaat aansturen De onderstaande parameters komen in aanmerking voor externe controle. Opmerking: U kunt tot 16 parameters toewijzen, maar voor niet gebruikte Targets moet u “Not Assign” kiezen. U kunt twee of meer speelhulpen aan hetzelfde Target toewijzen, maar probeer wel te vermijden dat u deze twee speelhulpen tegelijk gebruikt. Dit veroorzaakt namelijk vaak ruis.
Instellingen wijzigen (editen), Control Assign: externe parametercontrole ■ Source: de stuurbron waarmee u de parameter aanstuurt U kunt ook de stuurbron kiezen waarmee een bepaalde Target moet worden aangestuurd. De volgende speelhulpen komen hiervoor in aanmerking. ☛ Een zwelpedaal (los verkrijgbaar: EV-5, FV-300L (Boss) + PCS-33) dat u aansluit op de EFFECT REMOTE/EXP PEDAL aansluiting ☛ Een voetschakelaar (los verkrijgbaar: FS-1, DP-2, FS-5U (Boss), FS-5L (Boss), enz.
GP-100 Gebruikshandleiding Patch naam wijzigen Als u een aan/uit stuurbron gebruikt (zoals een voetschakelaar), laat dan deze parameter staan op “Lo:0”, “Hi:127”. Kiest u andere instellingen, dan kan het gebeuren dat de waarde niet verandert. (1) Kies met de PARAMETER regelaar de parameter waarvan u de waarde wilt aanpassen. Door op de PARAMETER regelaar te drukken terwijl u eraan draait springt u naar de eerste parameter van elk effect. (2) Pas met de VALUE regelaar de waarde aan.
Instellingen wijzigen (editen), Niveaumeter Opmerking: Nummers 201-400 zijn Preset Patches. In die geheugens kunt u dus niets opslaan. Als u de inhoud van zo’n Preset Patch hebt gewijzigd kunt u het resultaat wel opslaan in een User Patch. Opmerking: Druk op de EXIT knop als u de Write operatie wilt annuleren en verder wilt gaan met editen. (3) Druk op de WRITE knop, de gewijzigde instellingen worden opgeslagen in de Patch die u in stap 2 hebt gekozen.
GP-100 Gebruikshandleiding Global functie Global (algemene) functie ■ Low EQ: -20 dB~+20 dB Low EQ 0dB Hiermee regelt u het volume van de lage tonen. Opmerking: Deze toonregeling is niet afhankelijk van de Equalizer On/Off instelling van iedere Patch. ■ High EQ: -20 dB~+20 dB Hi EQ 0dB Hiermee regelt u het volume van de hoge tonen. Opmerking: Deze toonregeling is niet afhankelijk van de Equalizer On/Off instelling van iedere Patch.
Instellingen wijzigen (editen), Global functie ■ Speaker Simulator SP Simulator Patch Hiermee schakelt u de luidsprekersimulator in of uit. Normaal wordt de aan/uit status van deze Simulator per Patch opgeslagen, maar misschien wilt u hem tijdelijk voor alle Patches inschakelen, bijvoorbeeld wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt of rechtstreeks wilt opnemen. Anderzijds zult u de Simulator al eens globaal willen uitschakelen wanneer u de GP-100 versterkt via een gitaarversterker.
GP-100 Gebruikshandleiding Global functie ■ Preamp/Processor Hiermee bepaalt u of de voor de Patch geprogrammeerde PREAMP instellingen samen met de overige instelling veranderen wanneer u een andere Patch kiest. Coupled Als u een Patch kiest, worden de PREAMP instellingen van die Patch toegepast. Separate U stelt de voorversterker rechtstreeks in met de PREAMP regelaars. Deze instellingen blijven onveranderd als u een Patch kiest.
Utility parameters, Function parameters 4. Utility parameters Op de volgende bladzijden verklaren we de Utility functies van de GP-100. Met deze parameters kunt u de GP-100 helemaal afstemmen op het gebruik in uw bestaande Setup. (1) Druk herhaaldelijk op de UTILITY knop. Hierdoor roept u telkens een het volgende Utility menu op: ☛ Functie-instellingen De functie-instellen zijn een aantal dingen die voor de hele GP-100 gelden. ☛ MIDI-instellingen Dit zijn instellingen die verband houden met MIDI.
GP-100 Gebruikshandleiding Function parameters ■ CONTROL 1/2 jack CONTROL 1 Jack Number Up Hiermee stelt u de functie van de CONTROL 1/2 jack in. Number Up U kunt op de jack een voetschakelaar aansluiten waarmee u telkens het volgende Patch nummer kiest. Gebruik hiervoor een tijdelijke voetschakelaar: DP-2, FS-5U (BOSS) enz.) Number Down De tijdelijke voetschakelaar (DP-2 enz.) kan ook worden gebruikt om telkens het vorige Patch nummer te kiezen.
Utility parameters, MIDI-instellingen ■ Effect Off Effect Off Direct Hiermee kiest u wat er gebeurt als u de effecten uitschakelt. Direct Het inkomende gitaarsignaal wordt onveranderd naar de uitgangen gestuurd. Mute Er wordt niet naar de uitgangen gestuurd (Mute). ■ Assign Hold Effect Off Direct Hiermee bepaalt u of de vorige waarden van speelhulpen worden behouden wanneer u een andere Patch kiest. On Als u een nieuwe Patch kiest, worden speelhulpen behouden.
GP-100 Gebruikshandleiding Harmonist instellen 4.3 Harmonist instellen Met deze parameters kunt u zelf een toonladder specifiëren waarmee de Harmonist functie dan een tweede stem toevoegt aan de melodie die u speelt (hiervoor moet u “Mode: Harmony” en “Scale: User” instellen). Kiest u “Scale: Preset” dan gebruikt de Harmonist een voorgeprogrammeerde toonladder.
Effectparameters, Algoritmes en bijbehorende effecten (& parameters) 5. Effectparameters 5.1 Algoritmes en bijbehorende effecten (& parameters) 1 Basic INPUT Compressor Wah Pedal Speaker Simulator Send/Return Equalizer Preamp Noise Suppressor Harmonist OUTPUT L(MONO)/R Foot V olume Delay Chorus Compressor [CS]** Sustain ............ 0~100 Attack .............. 0~100 Tone................. -50~+50 Level*.............. 0~100 Wah Pedal [WAH]** Freq* ............... 0~100 Level*..............
GP-100 Gebruikshandleiding Delay Reverb [RV]** Mode............... Room 1, Room 2, Hall 1, Hall 2, Plate Rev Time* ....... 0.1~10.0sec LPF .................. 500Hz~12.5kHz, Thru Direct Level* ... 0~100 Effect Level* ... 0~100 Master Level*.............. 0~100 Output Channel Output A, Output B, Output A&B EXT CTL 1** On, Off EXT CTL 2** On, Off Assign 1 Target .............. Not Assign, WAH: Freq, FV: Level, Master Level Min .................. 0~100 Max ................. 0~100 Source .............
Effectparameters, Algoritmes en bijbehorende effecten (& parameters) Noise Suppressor [NS]** Zie blz. 37. (Als Ducking ingeschakeld is) Duck Sens .......0~100 Duck Depth......0~100 DuckRiseTime..0~100 Phaser [PH]** Mode............... 4 Stage, 8 Stage Rate*............... 0~100 Depth* ............ 0~100 Manual* .......... 0~100 Resonance* .... 0~100 Chorus [CE]** Mode ...............Mono, Stereo Rate* ...............0~100 Depth* .............0~100 Pre Delay .........0.0~50.0ms LPF ..................
GP-100 Gebruikshandleiding Harmony 4Voice Harmonist [HR]** HR1 Mode....... 1~5, Mono, Harmony, Inv 1, Inv 2 (1~5, Mono, Inv 1, Inv 2) HR1 Pitch* ...... -24~+24 HR1 Fine ......... -50~+50 (Harmony) HR1 Scale........ Preset, User HR1 Harm.* .... -2oct~+2oct (Gemeenschappelijk) HR1 PreDly...... 0~740ms HR1 Pan* ........ L100 R 0~L 0 R100 HR1 Feedback. 0~100 HR1 Level*...... 0~100 HR2 Mode....... 1~5, Mono, Harmony, Inv 1, Inv 2 (1~5, Mono, Inv 1, Inv 2) HR2 Pitch* ...... -24~+24 HR2 Fine .........
Effectparameters, Algoritmes en bijbehorende effecten (& parameters) Vintage INPUT Feedbacker Compressor/Limiter Send/Return Preamp Noise Suppressor Chorus Vibrato Tremolo/Pan Slow Gear Auto Wah Speaker Simulator Foot V olume Reverb Equalizer Delay Master OUTPUT L(MONO)/R Feedbacker [FB]** Trigger** ......... On, Off Vib Rate* ......... 0~100 Vib Depth* ...... 0~100 Rise Time 1 ..... 0~100 F.B.Level 1*..... 0~100 Rise Time 2 ..... 0~100 F.B.Level 2*..... 0~100 Vibrato [VB]** Trigger**...
GP-100 Gebruikshandleiding Dual Dual INPUT Compressor/Limiter Speaker Simulator Foot V olume Wah Pedal Equalizer Chorus Preamp Kanaal 1 Noise Suppressor Delay Reverb Mixer Ch1 OUTPUT L(MONO)/R Master Compressor/Limiter Speaker Simulator Foot V olume Preamp Equalizer Chorus Kanaal 2 Noise Suppressor Delay Reverb Mixer Ch2 Ch1, Ch2: Compressor/Limiter [CL]** Zie blz. 38. Ch1, Ch 2: Delay [DD]** Zie blz. 37. Ch1: Wah Pedal [WAH]** Freq* ............... 0~100 Peak ................
Effectparameters, Verklaring van de parameters Chorus Met dit effect maakt u het geluid “breder” en geeft u het wat meer diepte. ■ Mode Hiermee kiest u de Chorus mode. Mono Een mono Chorus. Stereo Een stereo Chorus. ■ Rate Hiermee bepaalt u de modulatiesnelheid van de Chorus. ■ Depth Hiermee bepaalt u de modulatiediepte van de Chorus. ■ Pre Delay Hiermee bepaalt u hoeveel tijd er voorbijgaat tussen het directe geluid en het moment dat het Chorus effect in werking treedt.
GP-100 Gebruikshandleiding Verklaring van de parameters ☛ Parameters als u “Compressor” kiest (1) Sustain Hiermee bepaalt u hoelang zachte signalen worden versterkt. Hogere waarden zorgen voor meer Sustain. (2) Attack Hiermee bepaalt u in welke mate de aanzet van het gitaargeluid (de aanslag van het plectrum) wordt versterkt. Hoe hoger de waarde, hoe scherper en bijtender het geluid wordt. Dat houdt verband met het feit dat korte Attack waarden betekenen dat de compressor sneller begint te werken.
Effectparameters, Verklaring van de parameters (5) Pan (enkel voor 4Taps Delay) Hiermee bepaalt u de stereopositie (pan) van iedere vertraging. (6) Tap Door deze parameter in te schakelen halveert u de Delay tijden en splitst u de vertragingen uit over het linker- en rechterkanaal. (7) Low Pass Filter (enkel voor 4Taps Delay) Hiermee kiest u de frequentie waarop het laag-doorlaatfilter begint te werken. (8) Direct Pan (enkel voor 4Taps Delay) Hiermee bepaalt u de stereopositie van het directe geluid.
GP-100 Gebruikshandleiding Verklaring van de parameters Timing Vertraging (3) Stel de speelhulp (waarschijnlijk een voetschakelaar) in. Details over hoe u dit doet vindt u onder “Control Assign: externe parametercontrole” op blz. 25. Door aan één van de toewijsbare “Assign 2” - “Assign 16” speelhulpen de volgende waarden te geven kunt u het tempo met een voetschakelaar bepalen.
Effectparameters, Verklaring van de parameters Equalizer Een equalizer laat toe het volume van bepaalde frequenties op te halen of af te zwakken, zodat overmatig ‘laag’ uit een signaal kan worden verwijderd of er net worden ingestopt. Zoals u aan onderstaande parameters ziet, is de equalizer van de GP-100 behoorlijk uitgebreid, waarbij u de bandbreedte van het laag-mid en hoog-mid bovendien zelf kunt bepalen. ■ Low EQ Hiermee bepaalt u het volume van de lage tonen.
GP-100 Gebruikshandleiding Feedbacker ■ Vibrato Rate Hiermee past u de snelheid van de vibrato tijdens de Feedback aan. ■ Vibrato Depth Hiermee past u de diepte van de vibrato tijdens de Feedback aan. ■ Rise Time 1 Hiermee bepaalt u hoe snel de Feedback zijn maximale volume bereikt nadat u het effect hebt geactiveerd. ■ Feedback Level 1 Hiermee bepaalt u het volume van het Feedback geluid.
Effectparameters, Verklaring van de parameters Flanger Het geluid van dit effect is nog het best te vergelijken met een straaljager die opstijgt en landt. ■ Rate Hiermee past u de modulatiesnelheid van de Flanger aan. ■ Depth Hiermee past u de modulatiediepte van de Flanger aan. ■ Manual Hiermee kiest u de frequentie waarop het Flanger effect wordt toegepast. ■ Resonance Hiermee bepaalt u de hoeveelheid resonantie van het Flanger effect. Hogere waarden zorgen voor een meer karakteristieke klank.
GP-100 Gebruikshandleiding Harmonist, 4Voice Harmonist Harmonist, 4Voice Harmonist Met dit effect verschuift u de toonhoogte van het originele geluid maximum 2 octaven omhoog of omlaag. Zoals zijn naam al doet vermoeden, kan de 4voice Harmonist tot vier extra stemmen bij het origineel voegen. ■ Mode Hiermee kiest u de gewenste Harmonist mode. 1-5 Hierbij gaat het om een traditionele Pitch Shifter, waarbij u ook akkoorden kunt invoeren.
Effectparameters, Verklaring van de parameters ☛ Key Hiermee specifieert u de toonaard van de song die u speelt. Door dit te doen zorgt u dat de harmonienoten steeds kloppen in de toonaard die u speelt. Op de onderstaande afbeelding ziet u welke voortekening met welke toonaard overeenkomt. Major C F B E A D G ☛ Pre Delay (enkel voor 4voice Harmonist) Hiermee bepaalt u het tijdsinterval tussen het directe geluid en het in toonhoogte verschoven geluid.
GP-100 Gebruikshandleiding Noise Suppressor Noise Suppressor Dit is een ruisonderdrukker waarmee u de ruis en brom kunt onderdrukken die door de gitaarelementen wordt geproduceerd. De ruisonderdrukker volgt het volumeverloop van het gitaargeluid, zodat het natuurlijke karakter van het gitaargeluid steeds intact blijft. ■ Threshold Dit is de drempelwaarde waarop de ruisonderdrukker begint te werken.
Effectparameters, Verklaring van de parameters ■ Resonance Hiermee bepaalt u de hoeveelheid resonantie van het Phaser effect. Hogere waarden zorgen voor een meer karakteristieke klank. Opmerking: Extreem hoge Resonance waarden kunnen vervorming veroorzaken. Dit kunt u opvangen door het master volume aan te passen. Als u in de 8 Stage mode hoge Resonance waarden kiest, kan het effect bovendien in zelfoscillatie gaan (en dat betekent dat de Phaser begint te fluiten).
GP-100 Gebruikshandleiding Reverb ■ Bright On De Bright schakelaar is ingeschakeld, waardoor het geluid scherper en helderder wordt. Off De Bright schakelaar is uitgeschakeld. Opmerking: Deze parameter is niet voor alle Types beschikbaar. ■ Gain Hiermee bepaalt u de vervormingsgraad van de versterker. Met Low, Middle, en High (in die volgorde) kiest u telkens een hogere vervorming. Opmerking: In de meeste gevallen levert “Middle” het beste resultaat op.
Effectparameters, Verklaring van de parameters ■ Direct Level Hiermee bepaalt u het volume van het directe geluid. Zet deze waarde op “0” als de gitaar van heel ver vandaan moet komen. Een betere definitie verkrijgt u echter door een relatief grote Direct Level waarde in te stellen. Opmerking: Als u de Reverb parallel naar de uitgangen stuurt, blijft het Direct Level op “0” staan en wordt deze parameter niet afgebeeld.
GP-100 Gebruikshandleiding Slow Gear Als u het type“S/R1→S/R2” kiest. ☛ Select Hiermee kiest u de SEND/RETURN jack die u wilt gebruiken. ☛ Send Level Hiermee regelt u het uitgangsvolume van de SEND jack. Slow Gear Hiermee simuleert u het “vioolachtige” geluid dat u krijgt door eerst een snaar aan te slaan en dan pas de volumeregelaar open te draaien. De scherpe aanslag van het plectrum wordt door deze techniek namelijk “verdoezeld”, in plaats daarvan hoort u een langzaam aanzwellende toon.
Effectparameters, Verklaring van de parameters Opmerking: De “On Mic” optie staat voor een dynamische microfoon die vlak voor de luidspreker staat, terwijl de “Off Mic” optie een condensatormicrofoon nabootst die wat verder van de luidspreker staat.
GP-100 Gebruikshandleiding Vibrato ■ Modulation Wave Hiermee bepaalt u de golfvorm die het effect moet gebruiken. Square De beweging (de cyclus) verloopt abrupt. Tri De beweging (de cyclus) verloopt geleidelijk. ■ Rate Hiermee past u de snelheid van de cyclus aan. ■ Depth Hiermee past u de diepte van het effect aan. ■ Balance Hiermee bepaalt u de stereobalans van het geluid. Vibrato Het vibrato effect ontstaat door een subtiele toonhoogtemodulatie.
Effectparameters, Verklaring van de parameters CONTROL jack gebruiken Als u een FS-5U voetschakelaar (los verkrijgbaar: BOSS) op deze jack wilt aansluiten, moet u de volgende instellingen maken. Meer details vindt u op blz. 34. UTILITY: CONTROL 1 jack: Assignable, of CONTROL 2 jack: Assignable FC-200 gebruiken Een geïnitialiseerde FC-200 kunt u met de bovenstaande instellingen gebruiken.
GP-100 Gebruikshandleiding Wah Pedal, Auto Wah ■ Depth (enkel voor Auto Wah) Hiermee past u de diepte van het Auto Wah effect aan. Bij de waarde “0” is er geen Auto Wah effect. Opmerking: Zet deze parameter op “0” als u het effect met een zwelpedaal aanstuurt. ■ Level Hiermee past u het volume aan. ■ Wah Pedal Om een zwelpedaal als WahWah pedaal te kunnen gebruiken moet u de volgende instellingen maken.
MIDI, Wat u met MIDI kunt doen 6. MIDI 6.1 Wat u met MIDI kunt doen Op de volgende bladzijden tonen we u wat u op de GP-100 zoal met MIDI kunt doen. Aansturen vanuit een extern MIDI-apparaat ■ Patches kiezen U kunt Patches van de GP-100 met programma-keuzecommando’s oproepen die u vanuit een extern MIDI-apparaat zendt. Welke MIDI-programmanummers welke GP-100 Patches kiezen kunt u bovendien bepalen in de Program Change Map (blz. 66).
GP-100 Gebruikshandleiding ☛ Parameters aan sturen Met het zwelpedaal of met de voetschakelaars kunt u tijdens het spelen bepaalde parameters van de GP-100 aansturen. Met de Control Assign instellingen (zie blz. 25) bepaalt u welke GP-100 parameters u aanstuurt. ☛ Effectinstellingen tijdens het spelen veranderen Met de pedalen van de FC-200 kunt u ook de effectinstellingen van de GP-100 veranderen (of editen zoals dat heet).
MIDI, MIDI Utility functies instellen ■ MIDI Omni Mode (On, Off) MIDI OmniMode Omni On Als de Omni Mode is ingeschakeld, worden MIDI-data op alle kanalen ontvangen, ongeacht welk “MIDI-kanaal” u hebt ingesteld. Opmerking: De Omni instelling geldt niet voor SysEx-commando’s: die worden zelfs in de Omni On mode enkel op het ingestelde MIDI Channel (dat ook dienst doet als Device ID) ontvangen. Opmerking: Vanuit de fabriek staat de Omni Mode ingeschakeld (On).
GP-100 Gebruikshandleiding 6.3 Instellingen via MIDI zenden/ontvangen De GP-100 kan SysEx commando’s zenden, en daarmee zijn instellingen doorseinen naar een andere GP-100 of naar een sequencer (of een gelijkaardig apparaat). In het laatste geval kunt u de instellingen dan opslaan op diskette. Het zenden van dit soort data noemen we Bulk Dump, het ontvangen noemen we Bulk Load. Opmerking: Om een Bulk Dump te kunnen uitvoeren moet u ‘MIDI OUT/THRU” op “MIDI OUT” zetten.
MIDI, Instellingen via MIDI zenden/ontvangen (2) Draai aan de PARAMETER regelaar tot de volgende parameter wordt afgebeeld. MIDI Bulk Dump System È Temp (3) Kies met de VALUE regelaar het gewenste datatype (zie blz. 64). (4) Herhaal stap 2-3 om de start- en eindpunten in te stellen. (5) Druk op de WRITE knop om de data te zenden. MIDI Bulk Dump Data Dumping... Zodra de data zijn verzonden keert u terug naar het vorige display. (6) Druk op de EXIT knop om de procedure af te sluiten.
GP-100 Gebruikshandleiding Zodra de data zijn ontvangen krijgt u het volgende display te zien. MIDI Bulk Load Idling... U kunt nu verdergaan en bv. andere data ontvangen. (4) Druk op de EXIT knop om de procedure af te sluiten. 6.4 Program Change Map instellen Als u programmakeuze-commando’s gebruikt om GP-100 Patches te kiezen, kunt u vrij bepalen welk programmanummer welke GP-100 Patch kiest. (1) Druk op de UTILITY knop tot het MIDI-menu wordt afgebeeld.
MIDI, Program Change Map instellen Hiermee stelt u de Program Change Map in. Kies met de PARAMETER regelaar het banken programmanummer en kies met de VALUE regelaar welke GP-100 Patch door het overeenkomstige MIDI-commando moet worden gekozen. ☛ Even terzijde Bankkeuze hebt u in wezen alleen nodig als u meer dan 128 Patches via MIDI wilt kiezen.
GP-100 Gebruikshandleiding 7. De GP-100 bedienen met de FC-200 Als u de GP-100 liever met uw voeten bedient, kunt u hiervoor een FC-200 MIDI Foot Controller (los verkrijgbaar) aansluiten. In dit deel vindt u alle nodige informatie om dat tot een goed einde te brengen. 7.1 Bank Limit instellingen U moet de FC-200 op de juiste manier instellen om hem met de GP-100 te kunnen gebruiken. Dit doet u volledig op de GP-100, de instellingen worden via MIDI naar de FC-200 gezonden.
De GP-100 bedienen met de FC-200, Patches kiezen met de FC-200 (4) Draai aan de PARAMETER regelaar tot de volgende parameter in het display wordt afgebeeld. FC200 Data Send Push [WRITE] (5) Druk op de WRITE knop om de data te zenden. Opmerking: De data die nu worden verzonden stellen de FC-200 zo in dat hij bankkeuzecommando’s kan zenden (Bank Select: On). Wilt u de FC-200 daarna gebruiken om een ander apparaat dan de GP-100 mee te bedienen, zet Bank Select dan weer op “Off”.
GP-100 Gebruikshandleiding ■ Over FC-200 programmanummers De FC-200 programmanummers (1-400) bestaan in feite steeds uit een optelsom van het programmanummer voor het nummer (1-10) en het programmanummer voor de bank (0-39). De banken 0-39 komen overeen met de volgende programmanummers. Bank 0 1 2 … 38 39 Programmanummer 0 10 20 … 380 390 De nummers 1-10 komen overeen met de volgende programmanummers.
De GP-100 bedienen met de FC-200, FC-200 bedienen Opmerking: Het CTL pedaal is een schakelend pedaal: het zendt de maximumwaarde (aan) als u het indrukt en de minimumwaarde (uit) als u het loslaat. U kunt er ook een tijdelijk pedaal van maken dat telkens als u het intrapt afwisselend “aan” en “uit” zendt. Meer details vindt u onder “FC-200 vanuit de GP-100 instellen” op blz. 72 of in de handleiding van de FC-200.
GP-100 Gebruikshandleiding (1) Als u een Boss FS-5L aansluit Als u op de schakelaar drukt, wordt een “On” commando (maximumwaarde) verzonden. Drukt u het nogmaals in, dan wordt een “Off” commando (minimumwaarde) verzonden. Zolang het pedaal op “On” staat, licht de indicator op. (2) Als u een Boss FS-5U aansluit Als u de schakelaar indrukt, wordt een “On” commando (maximumwaarde) gezonden. Laat u de schakelaar los, dan wordt een “Off” commando (minimumwaarde) gezonden.
De GP-100 bedienen met de FC-200, FC-200 vanuit de GP-100 instellen (5) Draai aan de PARAMETER regelaar tot de volgende parameter in het display wordt afgebeeld. FC200 Data Send Push [WRITE] (6) Druk op de WRITE knop om de data te zenden. Opmerking: De data die nu worden verzonden stellen de FC-200 zo in dat hij bankkeuzecommando’s kan zenden (Bank Select: On). Wilt u nu de FC-200 gebruiken om een ander apparaat dan de GP-100 mee te bedienen, zet Bank Select dan weer op “Off”.
GP-100 Gebruikshandleiding ■ Bank Change: Use Number Pedal, Bank Pedal Only FC200 PC Out Number Hiermee kiest u of u met de nummerpedalen al dan niet banken kunt kiezen als de FC-200 zich in de Program Change mode bevindt. Opmerking: Deze parameter doet hetzelfde als de “Bank Change” parameter op de FC-200. Use Number Pedal Als u op het BANK [▲] pedaal drukt, begint het tweede cijfer (de tientallen) van de bank in het display te knipperen.
De GP-100 bedienen met de FC-200, GP-100 bedienen met de MCR-8 7.5 GP-100 bedienen met de MCR-8 Alle handelingen die u normaal op het frontpaneel van de GP-100 uitvoert kunt u ook met de MCR-8 uitvoeren. Op die manier kunt u de GP-100 op afstand editen.
GP-100 Gebruikshandleiding ■ Over het Edit Block Als u op de MCR-8 een ander Edit Block kiest, wordt de eerste parameter van het geselecteerde Block in het display afgebeeld.
Harmonist: de User Scale, GP-100 bedienen met de MCR-8 8. Harmonist: de User Scale Als u de Harmonist op “Mode: Harmony”/“Scale: User” instelt, kunt u zelf een toonladder samenstellen waaruit de noten voor de harmoniepartijen worden gehaald. Dit is vooral aangewezen als u uw gading niet vindt tussen de Preset toonladders. (1) Druk op de UTILITY knop tot het Harmonist-menu wordt afgebeeld. Als het eerste woord in het display “Har” luidt, weet u dat u goed zit.
GP-100 Gebruikshandleiding Intervallen van de Preset Scale In de volgende tabel ziet u welke harmonienoten de Preset Scale bij het signaal voegt als u de toonaard “C” specifieert.
Harmonist: de User Scale, GP-100 bedienen met de MCR-8 Voortekening van de inkomende noten voor iedere toonaard Hoe u de inkomende noten moet spellen (kruis of bemol) hangt af van de toonaard die u kiest. De volgende tabel geeft u hieromtrent uitsluitsel.
GP-100 Gebruikshandleiding 9. Nog enkele nuttige tips 9.1 Send/Return gebruiken Parallelle mix met externe effectprocessors Verbind Send/Return 1 met een oversturingseffect en Send/Return 2 met een vervormingseffect en maak de volgende instellingen om een geluid te creëren waarbij oversturing en vervorming parallel worden gemixt. Send/Return, Mode: Normal, Type: S/R1&S/R2, Select: S/R1•S/R2 Nog een toepassing van Send/Return Door Return 1 en 2 met een CD-speler, enz.
Nog enkele nuttige tips, Voorbeelden van setups 9.2 Voorbeelden van setups Basis Setup OUTPUT L(MONO) Eindtrap Luidspreker Global Amp Being Used SP Being Used SP Color Solid State Stack Adjust Opmerking: Als u een gitaarversterker gebruikt die niet over een rechtstreekse ingang voor de eindtrap beschikt, verbind dan de GP-100 met de LOW ingang en zet de toonregeling in de neutrale stand (gaat het om een drievoudige toonregeling, zet dan de lage en hoge tonen op 0, en de middentonen op 10).
GP-100 Gebruikshandleiding SP Color Amp Being Used SP Being Used SP Color Straight Solid State Built In Straight Verbind een top + losse kast type versterker met uitgangskanaal 1, en een JC-120 met uitgangskanaal 2. Door nu de overstuurde sologeluiden naar uitgang 1 te sturen, en de cleane ritmegeluiden naar uitgang 2 kunt u iedere Patch door het meest geschikte type versterker weergeven, en beschikt u over een ruim klankpalet.
Nog enkele nuttige tips, Over MIDI Iedere ‘gebeurtenis’ (event) die bij het muziekmaken plaatsvindt wordt door MIDI vertaald in commando’s. Terwijl een instrument wordt bespeeld, zendt het MIDI-gegevens die beschrijven wat er gebeurt. Wanneer deze stroom MIDI-informatie door een ander instrument wordt ontvangen kan ze worden gebruikt om dit instrument te bespelen, alsof u het instrument rechtstreeks bespeelt.
GP-100 Gebruikshandleiding ☛ Kanaalcommando’s Deze commando’s geven alle events door die zich voordoen tijdens het spelen, zoals de noten die u speelt, de pedalen en knoppen die u indrukt, enz. De meeste MIDI-commando’s vallen onder deze groep. Welk soort controle een bepaald MIDI-commando uiteindelijk uitoefent hangt sterk af van de instelling van het ontvangende apparaat. (1) Programmakeuze-commando’s Deze commando’s worden gebruikt om klanken te selecteren.
Nog enkele nuttige tips, Patches kiezen met bankkeuzecommando’s 9.4 Patches kiezen met bankkeuzecommando’s Als u GP-100 Patches wilt kiezen met bankkeuzecommando’s vanuit een extern MIDI-apparaat, komt de onderstaande tabel goed van pas. U ziet hier welke bank-/programmanummers overeenkomen met de Patch nummers van de GP-100. Opmerking: Bankkeuzecommando’s bestaan uit een combinatie van controlecommando’s 0 en 32.
GP-100 Gebruikshandleiding 9.
Nog enkele nuttige tips, Fabrieksinstellingen laden (initialiseren) Utility: MIDI-instellingen MIDI Channel 1 MIDI Omni Mode Omni On MIDI OUT/THRU MIDI OUT MIDI MCR-8 Edit Off MIDI MCR-8 CH 16 MIDI Map Select Fix MIDI Program Map zelfde als Fix Utility: Harmonist instellingen Gelijk aan de Preset Scale Utility: FC-200 instellingen FC-200 CTL Pedal Momentary FC-200 Bank Limit 39 FC-200 PC Out Number FC-200 Bank Change Bank Pedal Only FC-200 Jack Loop PC-CC-PC 9.
GP-100 Gebruikshandleiding (2) Schakel de GP-100 opnieuw in terwijl u de PARAMETER regelaar ingedrukt houdt. U krijgt nu een display te zien waarin u kunt specifiëren welke data u wilt initialiseren: Factory Preset System È #200 Opmerking: Beslist u nu dat u de instellingen toch niet wilt initialiseren, druk dan op de EXIT knop. De initialisatie wordt geannuleerd en u krijgt het normale opstartdisplay te zien. (3) Bepaal met de VALUE regelaar het begin van de reeks data die u wilt initialiseren.
Nog enkele nuttige tips, Mogelijke problemen ■ Het geluid vervormt (de CLIP indicator licht regelmatig op) Staat de INPUT Level regelaar wel op een geschikt niveau? → Regel deze eventueel bij. Hebt u de juiste nominale in- en uitgangsniveaus gekozen? → Zorg dat dit het geval is. Zijn de uitgangsvolumes van de aangesloten apparaten buitensporig hoog? → Regel deze volumes naar een geschikter niveau terug.
GP-100 Gebruikshandleiding 10. MIDI implementatie [Guitar Preamp Processor]Datum: 8 april 1995 Model: GP-100Versie: 1.
Specificaties, Mogelijke problemen 11. Specificaties GP-100: GUITAR PREAMP/PROCESSOR A/D conversie (INPUT) 22 bit (AF Methode) 128-voudige oversampling ∆Σ modulatie A/D conversie (RETURN) 18 bit lineair 128-voudige oversampling ∆Σ modulatie D/A conversie 18 bit lineair Sampling frequentie 44.
GP-100 Gebruikshandleiding Aangezien de GP-100 audiosignalen omzet met twee 18-bits convertors gebeurt de A/D conversie na het AF proces (dus na het “optellen” van de convertors) in 22-bit. Zoals uit testen is gebleken levert dit een dynamisch bereik van meer dan 118dB op in het A/D gedeelte van de GP-100, dat getuigt van de extreem heldere klankkwaliteit die deze geluidsverwerkingsmethode mogelijk maakt.
Index 12. Index A E I N Aansluiten, 8 Act. Range, 27 Act.
GP-100 Gebruikshandleiding Send/Return, 37, 38, 39, 55 Sensitivity, 56, 59 Separate, 32 Seq (Effect), 24 Skip, 23 SLDN, 22 Slow Gear, 41, 56 Solid State, 13, 31 Source, 27 Spatie (voor naam), 28 Speaker, 13 Speaker Being, 31 Speaker Color, 31 Speaker Simulator, 31, 37, 38, 41, 56 Square, 58 Stack, 22, 31 Stemmen, 16 Straight, 13 Sustain, 44 SysEx, 64 T Tap, 45 Target, 26 Tempo Delay, 45 Met voetschakelaar, 46 Threshold, 30, 43, 52 Tone, 43 Toonregeling (Low), 30 Tremolo, 41, 57 Tri, 58 Trigger, 58 Tube, 1
:LM]LJLQJHQ YDQ GH VSHFLILFDWLHV HQ KHW XLWHUOLMN ]RQGHU YRRUDIJDDQGH NHQQLVJHYLQJ YRRUEHKRXGHQ