Operation Manual

42
Robomow S modellen
7.3.1 Beschrijving van de “geen-start” codes
Code Beschrijving Oplossingen
00
Geen. De automatische start werkt correct Geen. Wacht tot het einde van de huidige laadcyclus.
01
De accu van de maaier is nog niet voldoende geladen om
automatisch te starten
Geen. Wacht tot het einde van de huidige laadcyclus. Dit kan
langer dan gewoonlijk duren.
02
Inactieve tijd is ingeschakeld. Geen automatische start
tijdens de inactieve tijd
Geen. Controleer de instelling van de inactieve tijd (zie sectie
4.3.1).
03
De maaicyclus is voltooid. Wacht op de volgende
geprogrammeerde operatie
Geen.
04
In de laatste 30 minuten zijn vochtige omstandigheden of
regen gedetecteerd
Geen. Wacht ten minste 30 minuten nadat het is gestopt met
regenen. Als het niet heeft geregend, kunt u misschien de
gevoeligheid van de regensensor afstellen (zie sectie 4.4.3)
of belt u de Robomow Hotline.
05
De maaier is uitgeschakeld Zet de veiligheidschakelaar aan.
07
De gebruiker moet ingrijpen (interactie) om verder te
werken
Bevestig het bericht op het scherm.
08
Meerdere opeenvolgende maaibewerkingen hebben
korter geduurd dan verwacht. Gaat meestal samen met
het bericht “Mowing or charging times are shorter than
usual” (Maai- of laadtijd korter dan normaal) (zie sectie
7.2)
Inspecteer het mes en de aandrijfwielen van de maaier. De
werkingstijd van de accu kan te kort zijn.
09
De eenmalige configuratie is bezig De eenmalige configuratie moet voltooid zijn voor de
automatische werking kan beginnen.
11
De automatische werking is uitgeschakeld op het menu
Programma aan/uit
Gebruik het menu Programma aan/uit om de automatische
werking in te schakelen (zie sectie 4.3.8).
12
De automatische werking is op het controlepaneel
gepauzeerd
Schakel de pauze uit op het controlepaneel of op het menu
Programma aan/uit (zie sectie 5.3).
13
Alle weekdagen zijn als inactieve dagen ingesteld Controleer de instelling van de inactieve tijd (zie sectie 4.3.1)
14
De maaier wordt rechtstreeks via het controlepaneel
geladen (via de laadadapter)
Koppel de maaier af van de laadadapter (zie sectie 6.2). Zet
de maaimachine in het basisstation.
15
De accucellen worden in balans gebracht, in de speciale
laadmodus
Geen. Wacht tot het einde van de huidige laadcyclus. Dit kan
langer dan gewoonlijk duren.
16
De maaier bevindt zich in het basisstation maar krijgt
geen laadstroom
Controleer de verbinding tussen het controlepaneel en het
basisstation. Controleer of de laadcontacten niet worden
belemmerd.
17
Lage omgevingstemperatuur Geen. De maaier zal automatisch starten als het warmer
wordt.
18
Probleem met de toegang tot een subzone. De maaier
krijgt geen toegang tot een subzone
Zie het bericht “Probleem met Subzone X” in sectie 7.2.