Operation Manual
24
4.3.2.2 Maaifrequentie
P De optie Maaifrequentie bepaalt de interval (frequentie) tussen de
maaicyclussen. Een hogere frequentie geeft kortere groeiperioden.
Een lagere frequentie geeft langere groeiperioden voor het gras.
P De groeisnelheid van gras verandert tijdens het jaar (hangt af van
de temperatuur, grassoort, bemesting enz.).
P De standaard frequentie is Middelmatig (het equivalent van twee
maaicyclussen per week).
P Buiten het seizoen, wanneer het gras trager groeit, is het
aanbevolen om de frequentie Laag te kiezen (het equivalent van
een maaicyclus per week). Deze rustperiode helpt het gras te
groeien en verlengt de levensduur van de maaier.
P Veel bemesten en gunstige weersomstandigheden kunnen het gras
sneller laten groeien. Kies in dat geval de optie “Maaifrequentie”
Hoog (komt overeen met dagelijks maaien).
P De optie ‘Maaifrequentie’ is alleen beschikbaar voor zones waar
een basisstation geïnstalleerd is:
4.3.3 Zones – Toevoegen / Verwijderen / Aanpassen
Gebruik de Zones optie voor het toevoegen, verwijderen of
aanpassen van de ingestelde zones.
Let op: Subzones worden gemerkt door nummers (1 2 3 en 4).
Aparte zones worden door letters (A en B) gemerkt.
(Sectie 4.3.3)
(
Sectie 4.3.3.1)
(
Sectie 4.3.3.2)
(
Sectie 4.3.3.3)
Scrol om op het menu Gazon opties Maaien
Gazonbezetting te selecteren. Druk
.
Scrol om Maaifrequentie te selecteren.
Druk
.
Scroll om Alle zones / Per zones te selecteren.
Indien Per Zone is geselecteerd, scroll om een
Zone te selecteren. Druk op
Scrol om Maaifrequentie te wijzigen.
De standaard frequentie is Middelmatig.
Scroll
om te Zones van het Gazon Opties
menu te selecteren.
Druk .
Scroll om toevoegen / verwijderen / aanpassen
te selecteren Druk
.