Operation Manual
34
Robomow RS-modellen
Hoofdstuk 7 Problemen oplossen
7.1 Foutmeldingen
Robomow houdt zijn werking voortdurend in de gaten. In het geval van een werkingsfout wordt zowel een foutmelding
getoond als een bericht dat de gebruiker verzoekt een bepaalde handeling uit te voeren.
Gewoonlijk wordt een bericht getoond als de maaimachine stopt. De melding wordt 15 minuten lang op het scherm
getoond.
Als u na het verstrijken van die 15 minuten arriveert, zal het scherm leeg zijn.
Om Robomow te wekken en het laatste bericht voor het stoppen te zien, druk op
.
De onderstaande tabel toont alle foutberichten en hun meest algemene oorzaken De volgende tabel geeft informatie
en mogelijke oorzaken van andere fouten die niet in de foutberichten te zien zijn.
Als een fout niet kan worden behandeld met behulp van deze tabel, neem dan contact op met uw dealer.
7.2 Foutmeldingen en corrigerende acties
De lijst is op alfabetische volgorde van tekstberichten
Getoond bericht Mogelijke oorzaak/gebeurtenis Corrigerende/Gebruikersactie
Basis probleem
- Robomow verzuimt meerdere malen achter
elkaar de basisstation binnengaan te gaan.
- Pas de basisstation positie aan.
- Reinig de contacten met een borstel of een doek.
Bumper
ingedrukt
- Bumper wordt constant gedrukt.
- Verwijder de maaier weg van het object dat tegen de
bumper drukt.
Controleer
maaihoogte
- De maaimotor heeft te kampen gehad met
overstroom als gevolg van hoog gras of een
obstakel dat vast of verwikkeld is rond het mes.
- Iets verhindert de maaimes om vrij te kunnen
roteren. Ernstige grasophoping op het
maaidek; touw of gelijksoortig materiaal rond
de maaimes gedraaid.
- WAARSCHUWING – Schakel van de
veiligheidschakelaar uit voordat u de messen
controleren gaat.
- Controleer de maaimessen op vreemde objecten of
afval, die de rotatie verhindert.
- Verwijder opgehoopte grasresten met een houten stok.
Controleer de
stroom
- De controlepaneel is niet goed aangesloten op
de basis paneel.
- Ga na of de controlepaneel aangesloten is op het
stopcontact.
- Geen stroom in het stopcontact of stroom is
afgesloten.
- Zorg dat er weer stroom is in het stopcontact.
- Controleer met een ander apparaat of er nog stroom is.
- De contacten van de maaier of van het
basisstation zijn vuil.
- Reinig de contacten met een borstel of een doek.
- Er wordt niet bijgeladen maar er is toch fysiek
contact tussen de maaier en de contacten van
het basisstation.
- Controleer of er een goede verbinding is tussen de
controlepaneel en het basisstation.