Operation Manual
AgilityGebruikershandleiding
Pagina 16
Opmerking:Alszichinhetsysteemeenalarmheeftvoorgedaan,wordtuaangeradenhetwoon‐
/werkgebiedteverlaten.Pasnaeenpolitieonderzoekkuntuzichverzekerendatde
inbrekerzichnietmeerinuwwoon‐/werkgebiedbevindtenkuntuopnieuwnaar
binnengaan.Inspecialegevallen(indiendooruwinstallateurgeprogrammeerd),
kanhetzijndatnaeenalarmhetinschakelenvanhetalarmsysteemeentechnische
codevereist.Raadpleeguwinstallateurvoormeerinformatie
Uwinstallateurkanhetaantalkeren(0‐15)definiërendateenalarm,gedurendeéén
inschakelingsperiode,vanéénzelfdedetectorwordtverzonden.Ditwordtmeestalgebruiktom
eenalarmvaneendefectedetector,omgevingsproblemenofeenfoutieveinstallatiete
voorkomen.
Resettennaeenalarm:
Uwinstallatiebedrijfkanderesetvanhetsysteemdefin i ëren.Hetsysteemnaarde
normalebedrijfsmodusresettenvereistdandetussenkomstvanuwmeldkamerof
installateur.Inditgeval,naeenalarm,wordthetsysteemalsNietGereedbeschouwd
enalsudesysteem statu s(
)opvraagt ,krijgtueenfoutmelding:Tech.Reset.
Anti‐codereset
1.
Drukop
.
Voerdegebruikerscodein
GanaarBesturing>Anti‐code.
2.
BeluwmeldkamerofinstallateurenlaatdezedeʺRandomcodeʺwetendie
opuwkeypadwordtweergegeven.Demeldkamerofdeinstallateurzalu
eenantwoordanti‐codegeven.
3.
Voerdezeanti‐codein,gevolgddoor enhetsysteemwordtgereset.
Resetinstallateur
Uwmeldkamerofinstallateurkanuwsysteemvanopafstandoflokaalvanafhet
keypadresetten.
Omdelokaleresetdooruwinstallateurmogelijktemaken,kanhetzijndatuhem
bevoegdheiddientteverlenenviauwmaster‐code.Hiernakandeinstallateurzijn
codeinvoeren.Erwordt
vooréénuureenvenstergeopendzodatdeinstallateur
gebruikersfunctieskanprogrammerenenlokaaluwsysteemkanresetten.










