Gebruikershandleiding Snel aan de slag Papier plaatsen Problemen oplossen Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat..................................................................................................................... 3 1. Snel aan de slag Voordat u begint................................................................................................................................................. 5 Hoe werken deze handleidingen?................................................................................................................
Een papiertype specificeren........................................................................................................................49 Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren.................................................................... 50 3. Problemen oplossen Als het paneel een pieptoon maakt................................................................................................................
Handleidingen voor dit apparaat Lees deze handleiding aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u met het apparaat wilt uitvoeren. • De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. • Adobe ® Acrobat® Reader®/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als pdf-bestand te kunnen bekijken. • Er moet een internetbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken.
onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, uitvoerig uitgelegd. Voor een hogere beveiliging raden wij u aan het volgende eerst te doen: • Installeer het Apparaatcertificaat. • Schakel SSL-codering (Secure Sockets Layer) in. • Wijzig de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder met Web Image Monitor. Zie de Veiligheidshandleiding voor details. Zorg ervoor dat u deze handleiding leest wanneer u de geavanceerde beveiligingsfuncties of gebruikers- en beheerdersverificatie configureert.
1. Snel aan de slag In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen die zijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties en de namen en functies van de onderdelen.
1. Snel aan de slag van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 6 "Modelspecifieke informatie". Disclaimer De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Voordat u begint DJF125 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw printer.
1.
Namen en functies van onderdelen Namen en functies van onderdelen Overzicht van alle apparaatonderdelen • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Buitenkant: vooraanzicht 7 6 8 9 5 4 3 2 1 10 BYK004 1. Lade 1 U kunt tot 550 vellen normaal papier plaatsen. Voor details over de papierformaten en -soorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag.
1. Snel aan de slag Voor details over de papierformaten en -soorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 28 "Specificaties papierformaat" en Pag. 31 "Specificaties papiertype". 5. Voorpaneel Open het voorpaneel om de fuseereenheid of de transferrol te vervangen of om vastgelopen papier te verwijderen. 6. Bedieningspaneel Voor meer informatie, zie Pag. 14 "Namen en functies van het bedieningspaneel van het apparaat". 7.
Namen en functies van onderdelen 1. Ethernetpoort Gebruik een netwerkinterfacekabel om de printer op een netwerk aan te sluiten. 2. USB-poort B Sluit de printer met behulp van een USB-kabel aan op de computer. 3. USB-poort H (Poort die de servicemonteur kan gebruiken) Gebruik deze poort niet. 4. Controllerkaart Schuif deze uit om opties te installeren zoals de geheugenmodule of de harde schijf van de printer. Steek de kabels, zoals de USB- en Ethernetkabel in de betreffende aansluiting. 5.
1. Snel aan de slag Binnenkant: vooraanzicht 6 5 4 3 2 1 7 BYK006 1. Tonerafvalfles Hierin wordt toner verzameld die tijdens het printen vrijkomt. Wanneer het bericht dat u deze moet vervangen op het display verschijnt, vervangt u de tonerafvalfles. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, zie de Gebruiksaanwijzing. 2. Binnenste paneel Open dit paneel wanneer u de drumeenheid of de transfereenheid vervangt. 3.
Namen en functies van onderdelen 6. Fuseereenheid Vervang de fuseereenheid en het stofbestendige filter tegelijk. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, zie de Gebruiksaanwijzing. 7. Transferrol Vervang de transferrol en transfereenheid tegelijk. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, zie de Gebruiksaanwijzing.
1. Snel aan de slag • XPS-kaart Hiermee kunt u XPS-bestanden afdrukken. Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 3. Harde schijf Hiermee kunt u documenten opslaan die afgedrukt moeten worden. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. • Als u twee of meer SD-kaarten wilt gebruiken, die in dezelfde sleuf kunnen gestoken worden, raadpleegt u uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.
Namen en functies van onderdelen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 DJF004 1. Lichtsensor Met deze sensor wordt het niveau van het omgevingslicht gemeten wanneer de functie ECO Night Sensor ingeschakeld is. 2. [Job reset]-knop Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 3. [Suspend/Resume]-knop Druk hierop om de afdruktaak die momenteel wordt verwerkt, te onderbreken. Het indicatielampje blijft oplichten zolang de taak onderbroken is.
1. Snel aan de slag 7. Aan/uit indicatielampje Gaat branden wanneer de printer klaar is om gegevens van een computer te ontvangen. Knippert wanneer de printer bezig is met opwarmen of wanneer er gegevens worden ontvangen. Dit indicatielampje is uit wanneer de stroom is uitgeschakeld of de printer in de Energiespaarstand staat. 8. [Escape]-knop Druk op deze knop om een handeling te annuleren of terug te gaan naar het vorige scherm. 9.
Namen en functies van onderdelen 1. Gebruiksstatus of mededelingen Geeft de printerstatus en meldingen weer. 2. [Optie] Druk hierop om de volgende items weer te geven: • Pag.doorv. U kunt uitvoergegevens krijgen die niet af te drukken zijn, door fouten als de afwezigheid van een regeleindecode. • Foutenlogboek Als u een document niet kunt afdrukken door fouten of andere redenen, wordt er een foutenlogboek gecreëerd. U kunt het foutenlogboek controleren met het bedieningspaneel. 3.
1. Snel aan de slag Het apparaat aan- of uitzetten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer in- en uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DJF005 Het aan/uit indicatielampje gaat branden. • Nadat u de hoofdschakelaar heeft ingeschakeld, verschijnt er mogelijk een scherm dat aangeeft dat de printer bezig is met initialiseren. Schakel de printer tijdens dit proces niet uit.
Het apparaat aan- of uitzetten • Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DJF005 De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is. Als het uitschakelen niet voltooid is binnen de tijd die is weergegeven op het scherm, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger.
1. Snel aan de slag Fuseereenheid-uit modus Als u de printer na een bewerking gedurende een bepaalde periode niet gebruikt, wordt het scherm uitgeschakeld en schakelt de printer over naar 'Uitmodus fuseereenheid'. De printer verbruikt minder stroom in de 'Uitmodus fuseereenheid'. Wanneer de printer in de 'Uitmodus fuseereenheid' staat, is het scherm ingeschakeld, maar de verhitter van de fuseereenheid staat uit om energie te besparen.
Het apparaat aan- of uitzetten Om de instellingen te wijzigen, zie de Gebruiksinstructies. • De fabrieksinstelling van de ECO Night Sensor is [Alleen autom. stroom uit]. Als de printer in een omgeving staat waar het omgevingslicht zwak is (zoals in een gang of een locatie met bewegingssensor voor licht), is het aan te raden deze functie uit te schakelen of de gevoeligheid aan te passen.
1. Snel aan de slag Weergave van de printerconfiguratieschermen op het bedieningspaneel Printerinstellingen configureren met de [Menu]-knop In het configuratiescherm kunt u standaardinstellingen maken of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [Menu]-knop. DJF006 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen. Druk op [ ] of [ ] om de volgende en vorige items te selecteren. 3. Druk op de [OK]-knop.
Web Image Monitor gebruiken Web Image Monitor gebruiken • U kunt de printerinstellingen niet configureren met behulp van Web Image Monitor vanaf een computer die is aangesloten op het netwerk van de USB-apparaatserver. Open de Web Image Monitor vanaf het netwerk van de printer. Met Web Image Monitor kunt u de printerstatus controleren en instellingen wijzigen. Beschikbare bewerkingen De volgende bewerkingen kunnen op afstand vanaf een clientcomputer worden uitgevoerd met Web Image Monitor.
1. Snel aan de slag • Als u een niet aanbevolen versie van een webbrowser gebruikt of als JavaScript en cookies niet zijn ingeschakeld, kunnen er weergave- en bewerkingsproblemen optreden. • Als u een proxyserver gebruikt, wijzigt u de instellingen van de internetbrowser. Neem contact op met de beheerder voor meer informatie over de instellingen. • We raden u aan om Web Image Monitor in hetzelfde netwerk te gebruiken.
Web Image Monitor gebruiken De startpagina weergeven Er zijn twee modi beschikbaar in Web Image Monitor: de gastmodus en de beheerdersmodus. De weergegeven items hangen af van het printertype. Gastmodus U kunt deze modus openen zonder in te loggen. In de gastmodus kunnen de status en de instellingen van de printer en de status van de afdruktaken worden bekeken, maar de instellingen van de printer kunnen niet worden gewijzigd. Beheerdersmodus Voor deze modus moet een beheerder inloggen.
1. Snel aan de slag 2 3 1 4 5 NL DFJ135 1. Menugedeelte Geeft de inhoud van een geselecteerd menu-item weer. 2. Koptekstgebied Geeft het dialoogvenster weer voor het schakelen naar de gebruikersmodus en beheerdersmodus en het menu voor iedere modus. Geeft ook een koppeling naar de helpfunctie weer en hier kunt u het dialoogvenster voor zoeken aan de hand van trefwoorden openen. 3. Vernieuwen/Help (vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de printergegevens te updaten.
2. Papier plaatsen In dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en er wordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. Procedure voor het plaatsen van papier Om het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voor het formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken. U moet ook het papierformaat en type aangeven met gebruik van het bedieningspaneel of de Web Image Monitor.
2. Papier plaatsen Specificaties papierformaat In de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere papierlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches. De pictogrammen en geven de richting van het papier aan met betrekking tot de printer. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Het papierformaat wordt automatisch gedetecteerd.
Specificaties papierformaat Engelse formaten Naam papierformaat Werkelijk formaat Handinvoer Lade 1 – 4 81/2 × 14 8,5 × 14 inch B A 81/2 × 13 8,5 × 13 inch B B 81/2 × 11 8,5 × 11 inch B A 81/4 × 13 8,25 × 13 inch B B 8 × 13 inch B B 71/4 × 101/2 7,25 × 10,5 inch B A 51/2 × 81/2 5,5 × 8,5 inch B A 41/8 × 91/2 4,125 × 9,5 inch B B - 37/8 × 71/2 3,875 × 7,5 inch B B - 81/2 × 132/5 8,5 × 13,4 inch C C 8 × 13 Dubbelzijdig Aangepaste formaatspecificaties U kunt ook
2.
Specificaties papiertype Specificaties papiertype In de volgende tabel ziet u de papiertypes die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie de tabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr." Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Ondersteund • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. • -: Niet ondersteund Papiertype Papiergewichtnr.
2. Papier plaatsen Papiertype Papiergewichtnr. Handinvoer Lade 1 – 4 Gecoat papier (glanzend) 2 t/m 6 A A Gecoat papier (glanzend: dik) 7, 8*2 A Gecoat papier (gematteerd) 2 t/m 6 A Gecoat papier (gematteerd: dik) 7, 8*2 A *1 Het is niet nodig om het papiergewicht te specificeren voor dit papiertype. *2 Papiergewicht nr. 8 is alleen beschikbaar voor de handinvoer. Papiergewicht Nr. 32 Papiergewicht 1 52-60 g/m2 (14-16 lb. BANKPOST) 2 61-80 g/m2 (16-20 lb.
Voorzorgsmaatregelen voor papier Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier te drukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. Voorzorgsmaatregelen • De afdrukkwaliteit wordt niet gegarandeerd als ander papier dan het aanbevolen papier wordt gebruikt. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie over aanbevolen papier.
2. Papier plaatsen • Papier voor inkjetprinters, thermisch faxpapier, tekenpapier, papier met geperforeerde lijnen, papier met kartelraden of vensterenveloppen • Gebogen, gevouwen of gekreukeld papier, geperforeerd papier, glad papier, gescheurd papier, ruw papier, dun of slap papier en stoffig papier • Er kunnen storingen optreden als u vellen bedrukt waarop reeds is afgedrukt. Druk alleen af op lege vellen.
Voorzorgsmaatregelen voor papier 3. Is afhankelijk van de papiersoort • Normaal papier, matig dik papier, dik papier 1, dik papier 2, dik papier 3, dik papier 4: 4,2 mm (0,2 inch) • Dun papier: 5,25 mm (0,2 inch) 4. Is afhankelijk van de papiersoort • Normaal papier, matig dik papier, dik papier 1, dik papier 2, dik papier 3, dik papier 4: 2 mm (0,1 inch) • Dun papier: 3,2 mm (0,1 inch) 5.
2. Papier plaatsen Papier in de papierlades plaatsen In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 28 "Specificaties papierformaat" en Pag. 31 "Specificaties papiertype". • Als er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug in de lade.
Papier in de papierlades plaatsen 2. Knijp de clip op de zijgeleider en eindgeleider voor het papier in en stel de geleiders in op het papierformaat dat wordt geplaatst. DJF215 3. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar boven ligt Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade. DJF216 4. Schuif de papiergeleiders tegen het papier zodat er geen ruimte meer tussen zit.
2. Papier plaatsen 5. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt. DJF218 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Briefpapier en enveloppen moeten in een specifieke richting worden geplaatst. Zie voor meer informatie Pag. 41 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen" of Pag. 43 "Plaatsen van enveloppen".
Papier in de handinvoer plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 28 "Specificaties papierformaat" en Pag. 31 "Specificaties papiertype". • Meng verschillende soorten papier niet. • Geef na het plaatsen van het papier het papierformaat en -type aan met het bedieningspaneel.
2. Papier plaatsen 2. Als u papier plaatst dat langer is dan het A5-formaat, trek dan het verlengstuk van de handinvoer naar buiten. DJF224 3. Schuif de zijgeleiders naar buiten en plaats dan het papier met de afdrukzijde naar beneden, totdat het stopt. 1 1 2 DJF225 4. Pas de zijgeleiders aan aan de papierbreedte. DJF226 • Briefpapier en enveloppen moeten in een specifieke richting worden geplaatst. Zie voor meer informatie Pag.
Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst. Instellingen maken op het bedieningspaneel Stel [Instelling Briefhoofd] in [Apparaatmodi] onder [Afdrukinst.
2. Papier plaatsen • Om op briefpapier af te drukken wanneer [Instelling briefhoofd] op [Automatische detectie] staat, moet u [Briefhoofd] instellen als papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. • Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt.
Plaatsen van enveloppen Plaatsen van enveloppen In dit hoofdstuk vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. Specificatie van enveloppen • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. • Gebruik geen vensterenveloppen. • Enveloppen, in het bijzonder met lijm op de flappen, kunnen aan elkaar plakken. Waaier de enveloppen uit voordat u ze plaatst.
2. Papier plaatsen Afdrukrichting Papierlade 1-4 Handinvoer Enveloppen • Flappen: gesloten • Flappen: gesloten • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar boven • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar beneden Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen. Het formaat van enveloppen dat u kunt plaatsen hangt af van de lade waarin u ze plaatst.
Plaatsen van enveloppen Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3) 1. Nadat u een document heeft aangemaakt, opent u het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document. 2. Klik op het tabblad [Veelgebruikte instellingen] en configureer de volgende instellingen: • Documentformaat: Selecteer het formaat van de envelop. • Invoerlade: Selecteer de papierlade met de enveloppen. • Papiersoort: Selecteer [Envelop]. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig.
2. Papier plaatsen Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. 3. Klik op [OK]. 4. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. • Configureer de papierinstellingen op de goede manier met zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel. Voor meer informatie over instellingen via het bedieningspaneel, zie Pag. 50 "Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren".
Plaatsen van enveloppen • Enveloppen moeten worden geplaatst in een specifieke richting. Voor meer informatie, zie Pag. 43 "Plaatsen van enveloppen".
2. Papier plaatsen Papierinstellingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u het papierformaat en -type kunt opgeven met het bedieningspaneel. • Als [Prioriteit lade-instelling] is ingesteld op [Apparaatinstelling(en)], dan hebben de papierinstellingen die gedaan zijn op het bedieningspaneel van de printer voorrang op de instellingen die gedaan zijn in het printerstuurprogramma of via commando's. Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing.
Papierinstellingen 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papierformaat: (ladenaam)] 3. Selecteer [Ang.fr] Druk op [OK] Druk op [OK] 4. Druk op de cijfertoetsen om de horizontale waarde in te voeren Druk op [OK] 5. Druk op de cijfertoetsen om de verticale waarde in te voeren druk op [OK] • Voor meer informatie over het beschikbare papierformaat, zie Pag. 28 "Specificaties papierformaat".
2. Papier plaatsen Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren Als u afdrukt op enveloppen, plaats de enveloppen dan in de handinvoer of lade 1 en volg onderstaande procedure voor het opgeven van enveloptype en -dikte. Druk op de [Menu]-knop en selecteer de instellingen met de toetsen [ ] of [ ]. 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papierformaat: (ladenaam)] 3. Selecteer het enveloptype Druk op [OK] 4. Selecteer [Papiertype: (ladenaam)] 5.
3. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Als het paneel een pieptoon maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die de printer produceert om gebruikers te waarschuwen over printeromstandigheden en de betekenis van elk van die geluidspatronen. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd.
3. Problemen oplossen Indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als de printer de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje : Papierstoring Status Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie Pag.
Problemen met de USB-verbinding Problemen met de USB-verbinding Probleem Oorzaken Oplossing De printer wordt niet automatisch herkend. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Koppel de USB-kabel los, zet de printer uit en vervolgens weer aan. Wanneer de printer klaar is voor gebruik, stopt u de USB-kabel er weer in. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Controleer of de computer de printer heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat.
3. Problemen oplossen Weergegeven berichten In dit gedeelte worden de belangrijkste berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogboek-bestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusberichten Meldingen 54 Status "Kalibreren..." De printer is de kleuren aan het kalibreren. Wacht even. "Energiespaarstandmodus" De printer staat in de energiespaarstand.
Weergegeven berichten Waarschuwingsberichten (op het bedieningspaneel weergegeven) Meldingen Oorzaak Oplossing " (A) Verw vastgel pap uit lades.Opn&Slt voorpan." Verwijder papier uit lade 1 en plaats het papier opnieuw. Open vervolgens het voorpaneel en sluit het weer, zodat de foutmelding verdwijnt. Voor meer informatie, zie Pag. 93 "Verwijderen vastgelopen papier". " (B) (C) Open voorpaneel en verwijder het papier." Open het voorpaneel en verwijder vastgelopen papier uit de interne papierinvoer.
3. Problemen oplossen Meldingen 56 Oorzaak Oplossing "@Remote certif bijw mislukt" Het bijwerken van het @Remotecertificaat is niet gelukt. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Kan niet verb.=>Comm.Serv. Contr.proxy gebr./ wachtw." De proxy-gebruikersnaam of het wachtwoord is onjuist.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Parallelle I/F Fout" De zelfdiagnose van de printer is mislukt door een loopback-fout. Vervang de IEEE 1284-kaart die de fout veroorzaakte. "Printer lettertype fout." Er zijn problemen met het lettertypebestand van de printer. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Probleem met harde schijf. Bel service.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Verv. vereist:IntTransf" U moet de transfereenheid vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Verv. vereist:Fuseereenh" U moet de fuseereenheid vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Verv. vereist:PCU:Zwart" U moet de zwarte drumeenheid vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Verv. vereist:PCU:Kleur" U moet de kleurendrumeenheden vervangen.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Voorraadopdr. is mislukt." De automatische bestellingsorder is mislukt. Het bericht geeft aan dat de printer geprobeerd heeft om de verbruiksartikelen te bestellen. "Probleem met USB. Bel de servicedienst." De printer heeft een USB-kaartfout Zet de printer uit en vervolgens ontdekt. weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.
3. Problemen oplossen Meldingen 60 Oorzaak Oplossing "Autom. Gebr. progr. misl. " Automatische registratie van informatie voor LDAP-verificatie of Windows-verificatie is mislukt, omdat het adresboek vol is. Voor meer informatie over het automatisch registreren van gebruikersinformatie, zie de Veiligheidshandleiding. "Kan niet afdrukken." U heeft geen rechten om het PDF-bestand af te drukken dat u wilt afdrukken. Neem contact op met de eigenaar van het document.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Max. afdr.vol. overschreden" Afdrukken is geannuleerd omdat het maximum aantal afdrukken is bereikt. Neem contact op met de beheerder. "Max. afdr.vol. overschreden" Het maximale aantal toegestane te registreren gebruikerscodes is bereikt. Verwijder onnodige gebruikerscodes. "Max. aantal best overschr.
3. Problemen oplossen Meldingen "Gebr. functie geweig." Oorzaak De afdruktaak is geannuleerd om een van de volgende redenen: • De gebruiker heeft geen bevoegdheid om af te drukken. Oplossing Voer de gebruikersnaam of gebruikerscode met afdrukbevoegdheden in, of voer het juiste wachtwoord voor de gebruikersnaam in. • Er zijn geen bevoegdheden tot afdrukken toegekend aan de ingevoerde gebruikersnaam of gebruikerscode, of er is een foutief wachtwoord ingevoerd voor de gebruikersnaam. "Harde schijf is vol.
Weergegeven berichten Meldingen "I/O buffer overloop." Oorzaak Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. Oplossing • Selecteer [Prioriteit lettertype] voor [Gebruik van geheugen] in [Systeem]. • Stel in [I/O-buffer] onder het menu [Host interface] de maximale bufferomvang op een grotere waarde in. • Verminder het aantal bestanden dat naar de printer wordt verzonden. "Onvoldoende geheugen." Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden.
3. Problemen oplossen Meldingen 64 Oorzaak Oplossing "Geheugen herstelfout. " Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Geen reactie van server. " Er is een time-out opgetreden bij Controleer de status van de het totstandbrengen van de server. verbinding tussen printer en server voor LDAP verificatie of Windows-verificatie.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Verzenden gegevens mislukt." De printer heeft van het printerstuurprogramma de opdracht gekregen om de verzending de stoppen. Controleer of de computer goed werkt. "Gebr.verif. bestaat reeds. " Deze accountnaam is al gebruikt in het nieuw geselecteerde domein of de server via LDAP-verificatie. Neem contact op met de beheerder.
3. Problemen oplossen Wanneer u niet kunt printen Probleem 66 Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het apparaat staat uit. Voor informatie over het aanzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 18 "Het apparaat aan- of uitzetten". Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. Controleer de foutmelding of de status van de waarschuwing op het display en onderneem de vereiste actie. Voor meer informatie over oplossingen, zie Pag.
Wanneer u niet kunt printen Probleem Het afdrukken start niet. Oorzaak Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Oplossing Controleer de radiosignaalstatus van het draadloos LAN in [Systeeminstellingen]. Als de signaalkwaliteit onvoldoende is, verplaatst u de printer naar een locatie waar geen radiogolven zijn die mogelijk interferentie veroorzaken, of u verwijdert deze objecten die dit veroorzaken.
3. Problemen oplossen Probleem 68 Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kan het MAC-adres van de ontvanger communicatie met het toegangspunt in de weg staan. Controleer de toegangspuntinstellingen als u zich in de infrastructuurmodus bevindt. Afhankelijk van het toegangspunt kan het zijn dat toegang door een MAC-adres gefilterd kan zijn.
Wanneer u niet kunt printen Probleem Het afdrukken start niet wanneer u geavanceerd draadloos LAN in de Ad-hoc modus gebruikt. Oorzaak U heeft een verkeerde Communicatiemodus ingesteld. Oplossing • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Voor informatie over het in- en uitschakelen van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 18 "Het apparaat aan- of uitzetten". • Wijzig [Communicatiemodus] onder [Systeeminstellingen] in [802.11 Ad hoc modus] en selecteer vervolgens [Uit] voor [Beveiligingsmethode].
3. Problemen oplossen Overige afdrukproblemen In dit onderdeel worden de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen als u een afdruktaak vanaf een computer afdrukt, beschreven. Als u niet goed kunt afdrukken Probleem De afgedrukte afbeelding is bevlekt. Oorzaak Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet geconfigureerd bij het afdrukken op dik papier in de handinvoer.
Overige afdrukproblemen Probleem De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Oorzaak De printer staat niet op een vlakke ondergrond. Oplossing De printer moet op een stabiele en vlakke ondergrond staan. Controleer de omgeving van de printer en kies een geschikte locatie. Voor meer informatie over de omgeving van de printer, zie "Installatie Locatie", Bedienings Instructies. De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Het papier is gekreukt, gekruld of beschadigd.
3. Problemen oplossen Probleem De hele afgedrukte pagina wordt vaag afgedrukt. 72 Oorzaak Als [Aan] is geselecteerd in de lijst "Toner besparen:" in de instellingen van het printerstuurprogramma, dan zal de gehele pagina vaag worden afgedrukt. Oplossing PCL 6/PostScript 3: Klik op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteer [Uit] voor "Tonerbesparing". Afbeeldingen vlekken als men De opgegeven papiersoort en er over wrijft.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De afbeelding is te donker of te licht. Het papier wordt geplaatst met de achterzijde naar boven. Als u afdrukt op oppervlakken die niet geschikt zijn, kan de afdrukkwaliteit lager zijn en kunnen de interne onderdelen van de printer beschadigd worden. Voordat u kunt afdrukken op speciaal papier, moet u de oppervlakte ervan nauwkeurig controleren. Voor informatie over het plaatsen van speciaal papier, zie Pag. 33 "Voorzorgsmaatregelen voor papier".
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukresultaat verschilt van het display. De verzending van de gegevens is mislukt of werd geannuleerd tijdens het afdrukken. Controleer of er gegevens zijn overgebleven of geannuleerd. Voor meer informatie over hoe u de oorzaak van de fout kunt achterhalen, zie de Gebruiksaanwijzing. De tekens verschillen van het display. Het geplaatste papier is niet geschikt. Als u afdrukt op aanbevolen papier, is de resolutie beter.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt. Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde formaat papier als dat u in de toepassing heeft geselecteerd. Als u geen papier van het juiste formaat kunt plaatsen, gebruikt u de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en drukt u deze vervolgens af.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Dunne lijnen zijn wazig en zijn U heeft extra dunne lijnen niet overal even dik of gekleurd, opgegeven in de toepassing, of of verschijnen niet. u heeft een lijnkleur opgegeven die te licht is voor lijnen. Oplossing PostScript 3: Wijzig de ditherinstellingen in het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over de ditherinstellingen, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma.
Overige afdrukproblemen Er treden veel papierstoringen op Probleem Oorzaak Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Bij gebruik van Windows kunnen de instellingen van het printerstuurprogramma de instellingen die worden gebruikt op het bedieningspaneel overschrijven. Oplossing PCL 5c: Selecteer op het tabblad [Papier] van het printerstuurprogramma de gewenste invoerlade in de lijst "Invoerlade".
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. De zijafscheiding van de papierlade is te strak ingesteld. Druk zachtjes tegen de zijafscheiding en stel deze goed in. Er treden geregeld papierstoringen op. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 33 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Er treden geregeld papierstoringen op.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Plaats geen vellen die reeds gekopieerd of bedrukt zijn door een andere printer. Er treden geregeld papierstoringen op. Vellen kleven aan elkaar. Waaier de vellen grondig voordat u ze plaatst. Helpt dit niet, kijk dan of het lukt wanneer u de vellen één voor één invoert. Vellen worden samen ingevoerd, met papierstoringen als resultaat. Vellen kleven aan elkaar.
3. Problemen oplossen Probleem 80 Oorzaak Oplossing Randen van de vellen zijn besmeurd. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 33 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Randen van de vellen zijn besmeurd. U gebruikt papier dat niet wordt aanbevolen. Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag.
Overige afdrukproblemen Overige problemen oplossen Probleem Het duurt erg lang voordat het afdrukken is voltooid. Oorzaken Oplossing Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Als het lampje voor gegevensontvangst (Data In) knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht een ogenblik.
3. Problemen oplossen Probleem Gecombineerd afdrukken, boekje afdrukken of automatisch verkleinen / vergroten geven niet het verwachte resultaat. 82 Oorzaken Oplossing De toepassing of de instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Zorg ervoor dat de instellingen voor het papierformaat en de richting van de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma.
Overige afdrukproblemen Probleem Sommige soorten gegevens, zoals grafische gegevens of gegevens uit bepaalde toepassingen, kunnen niet worden afgedrukt. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Sommige tekens worden niet afgedrukt of zien er vreemd uit. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie". PCL 6: • Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Kwaliteit] uit de lijst "Afdrukprioriteit:".
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaken De afdruksnelheid of de snelheid van vrijgave vanuit de toepassing is laag. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 6: Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Snelheid] uit de lijst "Afdrukprioriteit:". Voor meer informatie over het instellingen van het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie.
3. Problemen oplossen Probleem PDF-bestanden worden niet afgedrukt / kan PDF direct afdrukken niet uitvoeren. PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt als in de instellingen voor PDFbestandsbeveiliging is opgegeven dat ze niet afgedrukt mogen worden. Oplossing Wijzig de instelling voor PDFbestandsbeveiliging. PDF direct afdrukken produceert Lettertypen zijn niet ingesloten. rare of misvormde tekens. Sluit lettertypen in het PDFbestand in dat u wilt afdrukken en druk dit vervolgens af.
Overige afdrukproblemen De afdruk wijkt af van de afbeelding op het computerscherm Probleem Oplossing De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. Als u bepaalde functies gebruikt, zoals vergroting en verkleining, kan de uiteindelijke lay-out van de afbeelding er anders uitzien dan op het computerscherm. Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt.
3. Problemen oplossen Probleem Oplossing Het papierformaat verschijnt op het bedieningspaneel en het afdrukken met PDF Direct Print werkt niet. Wanneer PDF Direct Print wordt gebruikt, is het noodzakelijk dat het papierformaat is ingesteld in het PDF-bestand. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin een papierformaat wordt aangegeven, moet u ofwel papier van het aangegeven formaat in de papierlade plaatsen of Paginadoorvoer uitvoeren.
Overige afdrukproblemen Probleem De kleur verandert aanzienlijk wanneer u deze afstelt via het printerstuurprogramma. Oplossing Maak de instellingen voor de kleurbalans in het menu [Afdrukkwaliteit] op het tabblad [Uitgebreide Instelling] in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma niet te extreem.
3. Problemen oplossen Als de printer niet naar behoren werkt Probleem Oplossing Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Als u een Windows-besturingssysteem gebruikt, gaan de instellingen die via het printerstuurprogramma zijn ingesteld boven de instellingen die zijn ingesteld via het bedieningspaneel. Stel de invoerlade in met behulp van het printerstuurprogramma. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. Afdrukken worden niet correct gestapeld.
Overige afdrukproblemen Probleem Het duurt te lang voordat het afdrukken is voltooid. Oplossing • Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Het afdrukken wordt mogelijk versneld wanneer u de instellingen met behulp van het printerstuurprogramma wijzigt. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie.
3. Problemen oplossen Als afdrukken met PictBridge niet werkt Probleem PictBridge is niet beschikbaar. Oorzaken Er is een probleem met de USB-aansluiting of de PictBridge-instellingen. Oplossing Gebruik de volgende procedure om de aansluiting en de instellingen te controleren: 1. Trek de USB-kabel eruit en sluit deze opnieuw aan. 2. Controleer of de PictBridgeinstellingen ingeschakeld staan. 3. Trek de USB-kabel uit en schakel vervolgens de printer uit. Schakel de printer weer in.
Verwijderen vastgelopen papier Verwijderen vastgelopen papier Wanneer papier vastloopt, wordt een foutmelding weergegeven. De foutmelding geeft aan waar het papier is vastgelopen. Controleer de locatie waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen.
3. Problemen oplossen DJF133 DJF134 • Laat geen stukjes papier in de printer achter om papierstoringen te voorkomen. • Indien er herhaaldelijk papierstoringen optreden, dient u contact op te nemen met uw leverancier. • Als het bericht blijft staan, zelfs nadat u het vastgelopen papier heeft verwijderd, open en sluit de voorklep. Melding papierstoring (A) Het bericht voor vastgelopen papier " (A)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in de standaard papierinvoerlade. 1.
Verwijderen vastgelopen papier 3. Open voorzichtig het voorpaneel van de printer door aan de hendels aan de linker- en rechterzijde te trekken. DJF228 4. Sluit het voorpaneel van de printer. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten. Papierstoring (B)(C) De melding voor vastgelopen papier " (B) (C)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad.
3. Problemen oplossen 1. Open voorzichtig het voorpaneel van de printer door aan de hendels aan de linker- en rechterzijde te trekken. DJF228 2. Verwijder langzaam het vastgelopen papier. BYK085 DJF229 Als u het vastgelopen papier niet kunt vinden, kijkt u in de printer.
Verwijderen vastgelopen papier 3. Wanneer er een papierstoring optreedt in de uitvoer van de fuseereenheid, open dan het uitvoerpaneel door de hendels gemarkeerd met "C" naar achteren te trekken (links en rechts aan de bovenzijde van de fuseereenheid). DJF230 4. Verwijder langzaam het vastgelopen papier. DJF231 5. Sluit het uitvoerpaneel van de fuseereenheid. DJF232 6. Sluit het voorpaneel van de printer. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan.
3. Problemen oplossen Papierstoring (Y1), (Y2) of (Y3) De volgende meldingen worden weergegeven afhankelijk van de lade waarin het papier is vastgelopen: • " (Y1)": Lade 2 • " (Y2)": Lade 3 • " (Y3)": Lade 4 • Verwijder het vastgelopen papier niet met veel kracht, omdat het papier hierdoor kan scheuren en er stukjes papier in de printer achterblijven. Losgescheurde stukken papier die in de printer achterblijven, kunnen het papier opnieuw doen vastlopen en de printer beschadigen. 1.
Verwijderen vastgelopen papier 3. Open voorzichtig het voorpaneel van de printer door aan de hendels aan de linker- en rechterzijde te trekken. DJF228 4. Sluit het voorpaneel van de printer. • Wanneer er een papierstoring optreedt in een van de optionele papierinvoerlades, trek dan alle papierlades boven de lade waarin de storing is opgetreden en verwijder vervolgens alle vastgelopen of gedeeltelijk ingevoerde vellen.
3. Problemen oplossen 2. Hel de duplexeenheid achterover door deze aan de voorzijde voorzichtig op te tillen. DJF235 3. Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. DJF236 4. Sluit het voorpaneel van de printer. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten.
Handelsmerken Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript, PostScript 3 en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Firefox® is een gedeponeerd handelsmerk van Mozilla Foundation. Java is een gedeponeerd handelsmerk van Oracle en/of haar dochterondernemingen.
3.
INDEX A V Afdruk..................................................................... 87 Vastgelopen papier...............................................93 Voorzorgsmaatregelen voor papier.................... 33 B Bedieningspaneel.................................................. 14 Berichten................................................................ 54 Binnenkant............................................................. 12 Briefpapier............................................................
MEMO 104 NL NL M257-8536A
© 2015
NL NL M257-8536A