Gebruikershandleiding Snel aan de slag Papier plaatsen Problemen oplossen Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat..................................................................................................................... 3 Lijst met handleidingen....................................................................................................................................... 5 1. Snel aan de slag Voordat u begint.................................................................................................................................................
Papierinstellingen............................................................................................................................................. 60 Een papiersoort opgeven............................................................................................................................60 Een papiersoort opgeven............................................................................................................................
Handleidingen voor dit apparaat Lees deze handleiding aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u met het apparaat wilt uitvoeren. • De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. • Adobe ® Acrobat® Reader®/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als PDF-bestand te kunnen bekijken. • Er moet een internetbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken.
onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, uitvoerig uitgelegd. Voor een hogere beveiliging raden wij u aan het volgende eerst te doen: • Installeer het Apparaatcertificaat. • Schakel SSL-codering (Secure Sockets Layer) in. • Wijzig de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder met Web Image Monitor. Zie de Veiligheidshandleiding voor details. Zorg ervoor dat u deze handleiding leest wanneer u de geavanceerde beveiligingsfuncties of gebruikers- en beheerdersverificatie configureert.
Lijst met handleidingen Meegeleverde gedrukte handleiding Meegeleverde PDF-handleiding Meegeleverde HTMLhandleiding Nee Ja Nee Lees dit eerst Ja Nee Nee Verkorte Installatiehandleiding Ja Nee Nee Gebruiksaanwijzing Nee Nee Ja Geavanceerde eigenschapinstellingen Nee Nee Ja Veiligheidshandleiding Nee Ja Nee Installatiehandleiding stuurprogramma Nee Ja Nee Naam handleiding Gebruikershandleiding 5
6
1. Snel aan de slag In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen die zijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties en de namen en functies van de onderdelen.
1. Snel aan de slag Disclaimer De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. In geen enkel geval kan het bedrijf aansprakelijk worden gesteld voor directe, indirecte, speciale of toevallige schade of gevolgschade voortvloeiend uit het hanteren of het bedienen van het apparaat.
Voordat u begint • CODE XXXX -27 • 220 – 240 V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model: • CODE XXXX -17 • 120 – 127 V • De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw printer een model uit regio A is, kijkt u naar de metrische meeteenheden. Is uw printer afkomstig uit regio B, kijk dan naar de Engelse meeteenheden.
1. Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen Overzicht van alle apparaatonderdelen • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Buitenkant: vooraanzicht 11 12 13 1 2 3 10 4 9 5 8 7 6 DPP001 1. Standaardlade Hierin worden de afdrukken verzameld met de afdrukzijde omlaag. 2. Bedieningspaneel Voor meer informatie, zie Pag. 17 "Namen en functies van het bedieningspaneel".
Namen en functies van onderdelen DPP088 3. Voorpaneel Open dit paneel wanneer u een tonerfles, enz. moet vervangen of vastgelopen papier moet verwijderen. Trek aan de hendel aan de rechterkant om het voorpaneel te openen. 4. Openingshendel bovenpaneel Trek deze hendel omhoog om het bovenpaneel te openen. 5. Indicatielampje resterende hoeveelheid papier Geeft aan hoeveel papier er nog ongeveer in de lade zit. 6. Standaard papierinvoerlade (Lade 1) U kunt tot 500 vellen normaal papier plaatsen.
1. Snel aan de slag 12. Stopwand (afdrukken formaat A4/Letter) Zet de voorste stopwand omhoog om te voorkomen dat afdrukken in het formaat A4 of Letter achter de printer vallen. Zorg dat u de stopwand na gebruik weer op zijn originele plek plaatst. De wand kan beschadigen als hij geraakt wordt door iets of als er veel druk op komt te staan. 13. Standaard ladeverlengstuk Gebruik dit om vellen te ondersteunen die gekruld uit de printer komen.
Namen en functies van onderdelen 11 10 1 9 8 7 2 3 4 6 2 5 DPP002 1. HDD-paneel Verwijder dit paneel om de optionele harde schijf te installeren. 2. Inlaatventilatiegat Dit zuigt de lucht aan om te voorkomen dat de temperatuur in de printer stijgt. Zorg ervoor dat dit niet geblokkeerd wordt door er iets tegenaan te plaatsen. Als u dit doet, stijgt de temperatuur in de printer, wat tot storingen leidt. 3. Voedingsconnector Verbind het netsnoer met de printer. Steek het andere uiteinde in een stopcontact.
1. Snel aan de slag 11. Sleuven voor geheugenkaarten Verwijder het paneel en plaats de SD-kaarten. Binnenkant: vooraanzicht 2 1 6 2 3 5 4 DPP003 1. Printcartridge Wordt aan de achterkant van de printer geplaatst in de volgorde cyaan (C), magenta (M), geel (Y) en zwart (K). Er worden berichten op het scherm weergegeven als de printcartridge moet worden vervangen of als een nieuwe moet worden voorbereid.
Namen en functies van onderdelen 4. Papieroverdrachteenheid Verwijder deze eenheid wanneer u de tonerafvalfles of de tussenliggende transfereenheid vervangt. 5. Tonerafvalfles Hierin wordt toner verzameld die tijdens het printen vrijkomt. Er worden berichten op het scherm weergegeven als de tonerafvalfles dient te worden vervangen of als er een nieuwe tonerafvalfles moet worden voorbereid.
1. Snel aan de slag 2 3 1 DPP004 1. Optionele interface-eenheden • Draadloze LAN-kaart Hiermee kunt u via een draadloze LAN-verbinding communiceren. • IEEE 1284 interfacekaart (uitsluitend SP C342DN) Hiermee kunt u het apparaat aansluiten op een IEEE 1284-kabel. • USB-apparaatserver (uitsluitend SP C342DN) Hiermee kunt u een ethernetpoort aan de printer toevoegen en twee IP-adressen gelijktijdig gebruiken. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 2.
Namen en functies van onderdelen Namen en functies van het bedieningspaneel Op deze illustratie ziet u het bedieningspaneel van de printer. 1 2 6 7 8 9 10 3 4 11 5 12 13 DPP299 1. [Job Reset]-knop Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 2. [Switch Functions]-knop Druk op deze knop om te wisselen tussen het scherm van de printerfunctie en de schermen van de uitgebreide functies die op dit moment worden gebruikt. 3.
1. Snel aan de slag 7. Aan/uit-indicatielampje Gaat branden wanneer de printer klaar is om gegevens van een computer te ontvangen. Knippert wanneer de printer bezig is met opwarmen of wanneer er gegevens worden ontvangen. Dit indicatielampje is uit wanneer de stroom is uitgeschakeld of de printer in de Energiespaarstand staat. 8. Indicatielampje !Alert Gaat branden of knipperen wanneer er een printerfout optreedt.
Namen en functies van onderdelen 1 8 2 9 3 10 4 11 12 5 6 7 13 14 DPP101 1. Display Geeft de functietoetsen, apparaatstatus en meldingen weer. Zie Pag. 20 "De namen en functies van het display". 2. Lichtsensor Met deze sensor wordt het niveau van het omgevingslicht gemeten wanneer de functie ECO Night Sensor ingeschakeld is. 3. [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Voor meer informatie, zie Pag. 22 "Het [Home]-scherm gebruiken". 4.
1. Snel aan de slag Volg de instructies op die op het display verschijnen. 8. Aan/uit-indicatielampje Dit indicatielampje brandt wanneer het apparaat is ingeschakeld. Dit indicatielampje is uit wanneer de stroom is uitgeschakeld of de printer in de energiespaarstand staat. 9. [Energy Saver]-knop Druk op deze knop om de slaapstand in- of uit te schakelen. Zie Pag. 28 "Energie besparen". Als de printer in de slaapstand staat, knippert de [Energy Saver]-knop langzaam. 10.
Namen en functies van onderdelen 3. [Voorraad] Druk hierop om de informatie over printervoorraden weer te geven. • Standaard wordt de resterende hoeveelheid toner weergegeven. Om te voorkomen dat de resterende hoeveelheid toner wordt weergegeven, stelt u [Voorraadinf. weergeven] in op [Uit] in [Algemene instellingen] onder [Onderhoud]. • Het bedieningspaneel van de SP C341 heeft geen touchscreen display. Raak het scherm niet direct aan. 1 3 2 Touch the display panel Press the [Home] key CZV301 1.
1. Snel aan de slag • Na het voltooien van een taak wacht de printer een bepaalde tijdsduur en herstelt dan de instellingen naar de standaardwaarden die opgegeven zijn in Functieprioriteit. Deze functie wordt "Systeemreset" genoemd. Voor de procedure voor het opgeven van standaardinstellingen onder Functieprioriteit, zie de Gebruiksaanwijzing. • Om de tijd te wijzigen die de printer wacht totdat de instellingen naar de standaardwaarden worden hersteld, moet u de instelling Autom.
Namen en functies van onderdelen 4. Illustratie Home-scherm Het is mogelijk een afbeelding zoals een bedrijfslogo in het [Home]-scherm weer te geven. Als u de afbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan de Gebruiksaanwijzing. 5. / Deze verschijnen als u een toepassing toevoegt, waardoor de pictogrammen over meerdere pagina's verschijnen. Gebruik deze om te wisselen tussen de pagina's.
1. Snel aan de slag 1. Gebruiksstatus of mededelingen Dit geeft de actuele status van de printer weer, zoals "Gereed", "Offline" en "Afdrukken...". Informatie (gebruiker-ID en documentnaam) over de afdrukopdracht verschijnt in deze sectie. 2. [Afdruktaken] Druk hierop om de afdruktaken weer te geven die vanaf een computer zijn gestuurd. 3. Voorraadinformatie U kunt de resterende hoeveelheid toner controleren. Druk hierop om het [Voorraadinformatie]-scherm weer te geven. 4. [Afd. v geh.app.
Namen en functies van onderdelen 5 1 2 6 3 4 CZV304 1. Meldingen Geeft berichten van de beheerder weer. 2. Totaal afgedrukte pagina's Toont het totaal aantal afgedrukte pagina's in de huidige en vorige tellerperiode. 3. Milieuvriendelijkheidsindicator • Papiervermindering: Toont de hoeveelheid papier die bespaard is door gebruik te maken van de functies voor dubbelzijdig en gecombineerd afdrukken.
1. Snel aan de slag controleren. Alleen de beheerder kan de instellingen wijzigen. Voor meer informatie, zie de Veiligheidshandleiding.
Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aan-/uitzetten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer in- en uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DPP036 Het aan/uit indicatielampje gaat branden. • Nadat u de hoofdschakelaar heeft ingeschakeld, verschijnt er mogelijk een scherm dat aangeeft dat de printer bezig is met initialiseren. Schakel de printer tijdens dit proces niet uit.
1. Snel aan de slag • Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DPP036 De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is. Als het uitschakelen niet voltooid is binnen de tijd die is weergegeven op het scherm, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger.
Het apparaat aan-/uitzetten • Start afdruktaken ECO Night Sensor De ECO Night Sensor neemt de hoeveelheid (dag)licht waar en kan de stroom van dit product automatisch uitschakelen als het donker wordt. Als de ECO Night Sensor is ingeschakeld en waarneemt dat een ruimte donker is nadat de lichten zijn uitgeschakeld, schakelt de sensor automatisch de stroom uit en vermindert hij het stroomverbruik van dit product tot 1 W of minder. De standaardinstellingen voor de ECO Night Sensor zijn ingeschakeld.
1. Snel aan de slag • Het indicatielampje Inkomende gegevens aan is of knippert • De testafdruk, de beveiligde afdruk of het opgeslagen afdrukscherm weergegeven wordt • U de printer aanstuurt via Web Image Monitor • De printer verbruikt in de slaapstand minder stroom, maar het duurt langer voor het afdrukken begint. • Als er twee of meer energiespaarstandfuncties zijn ingesteld, wordt de functie waarvan aan de vooraf opgegeven voorwaarden wordt voldaan, het eerst actief.
Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneel Weergave van de printerconfiguratieschermen op het bedieningspaneel Printerinstellingen configureren met de [Menu]-knop Deze functie is alleen beschikbaar voor de SP C340DN. Voor de SP C342DN, zie Pag. 31 "Printerinstellingen configureren met de [Gebruikersinstellingen]-knop". In het configuratiescherm kunt u standaardinstellingen maken of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder.
1. Snel aan de slag In het configuratiescherm kunt u de standaardinstellingen instellen of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [User Tools]-knop. CZV010 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen. Druk op [ ] of [ ] om de volgende of vorige pagina weer te geven. 3. Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen en druk vervolgens op [OK]. 4. Druk op de [User Tools]-knop.
De printer beheren en configureren De printer beheren en configureren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printer controleert en configureert. Web Image Monitor gebruiken • U kunt de printerinstellingen niet configureren met behulp van Web Image Monitor vanaf een computer die is aangesloten op het netwerk van de USB-apparaatserver. Open de Web Image Monitor vanaf het netwerk van de printer. Met Web Image Monitor kunt u de printerstatus controleren en instellingen wijzigen.
1. Snel aan de slag Web Image Monitor ondersteunt schermlezersoftware. Wij raden het gebruik van JAWS 7.0 of een latere versie aan. • Als u een niet aanbevolen versie van een webbrowser gebruikt of als JavaScript en cookies niet zijn ingeschakeld, kunnen er weergave- en bewerkingsproblemen optreden. • Als u een proxyserver gebruikt, wijzigt u de instellingen van de internetbrowser. Neem contact op met de beheerder voor meer informatie over de instellingen.
De printer beheren en configureren De startpagina weergeven Er zijn twee modi beschikbaar in Web Image Monitor: de gastmodus en de beheerdersmodus. De weergegeven items hangen af van het printertype. Gastmodus U kunt deze modus openen zonder in te loggen. In de gastmodus kunnen de status en de instellingen van de printer en de status van de afdruktaken worden bekeken, maar de instellingen van de printer kunnen niet worden gewijzigd. Beheerdersmodus Voor deze modus moet een beheerder inloggen.
1. Snel aan de slag 2 3 1 4 5 DPP284 1. Menugedeelte Geeft de inhoud van een geselecteerd menu-item weer. 2. Koptekstgebied Geeft het dialoogvenster weer voor het schakelen naar de gebruikersmodus en beheerdersmodus en het menu voor iedere modus. Geeft ook een koppeling naar de helpfunctie weer en hier kunt u het dialoogvenster voor zoeken aan de hand van trefwoorden openen. 3. Vernieuwen/Help (vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de printergegevens te updaten.
2. Papier plaatsen In dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en er wordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. Procedure voor het plaatsen van papier Om het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voor het formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken.
2. Papier plaatsen Specificaties papierformaat In de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere papierlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches. De pictogrammen en geven de richting van het papier aan met betrekking tot de printer. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Selecteer het papierformaat met behulp van het bedieningspaneel. • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken.
Specificaties papierformaat Naam papierformaat Werkelijk formaat Handinvoer Lade 1 Lade 2 Dubbelzijdig 8 × 13 8 × 13 inch V V - 71/4 × 101/2 7,25 × 10,5 inch V V - 51/2 × 81/2 5,5 × 8,5 inch V - - - 41/8 × 91/2 4,125 × 9,5 inch V - - - 37/8 × 71/2 3,875 × 7,5 inch V - - - Aangepaste formaatspecificaties U kunt ook papier met een afwijkend formaat gebruiken door horizontale en verticale maten op te geven.
2. Papier plaatsen Specificaties papiertype In de volgende tabel ziet u de papiertypen die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie de tabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr." Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Ondersteund • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. • -: Niet ondersteund Papiergewicht nr.
Specificaties papiertype Papiergewicht nr. Handinvoer Lade 1 Lade 2 Gecoat: glanzend 2 V V - Gecoat: mat 2 V - - Gecoat: glans: dik 4 V - - - Gecoat: mat: dik 4 V - - - Papiertype Dubbelzijdi g Papiergewicht Nr. Papiergewicht 1 60-65 g/m2 (15-18 lb. BANKPOST) 2 66 – 74 g/m2 (18 – 20 lb. BANKPOST) 3 75 – 90 g/m2 (20 – 24 lb. BANKPOST) 4 91-105 g/m2 (24-34 lb. BANKPOST) 5 106-163 g/m2 (34 lb. BANKPOST-90 lb. INDEX) 6 164 – 220 g/m2 (90 lb. INDEX – 80 lb.
2. Papier plaatsen Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier te drukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. Voorzorgsmaatregelen • Gebruik geen zuurhoudend papier aangezien dit de achteruitgang van de drumeenheid en omliggende onderdelen versnelt. • Als papier vastloopt of meerdere vellen tegelijk worden doorgevoerd, waaier het papier dan los voordat u het plaatst.
Voorzorgsmaatregelen voor papier • Er kunnen storingen optreden als u vellen bedrukt waarop reeds is afgedrukt. Druk alleen af op lege vellen. • Zelfs ondersteunde papiersoorten kunnen vastlopen of storingen veroorzaken als ze onjuist geplaatst zijn. • Als u afdrukt op papier met een grove structuur, kan de afdruk wazig worden. • Plaats geen vellen die reeds bedrukt zijn door een andere printer.
2. Papier plaatsen • Afhankelijk van de instellingen van het printerstuurprogramma is het mogelijk om buiten het aanbevolen afdrukgebied af te drukken. Echter de werkelijke uitvoer kan afwijken of er kan zich een probleem voordoen met papierinvoer. • Om af te drukken op papier dat meer dan 900 mm (35,5 inch) lang is, stelt u de bovenste marge in op ten minste 4,2 mm (0,2 inch), de rechter en linker marge op ten minste 10 mm (0,4 inch) en de onderste marge op ten minste 10 mm (0,4 inch).
Papier in papierladen plaatsen Papier in papierladen plaatsen In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Voor meer informatie over welke papierformaten en -soorten in welke laden geplaatst kunnen worden, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 40 "Specificaties papiertype".
2. Papier plaatsen 1. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trek hem dan uit de printer. DPP042 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 2. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt. DPP043 3. Knijp in de klem van de zijgeleider en schuif deze tot het gewenste papierformaat. DPP044 Zet bij het plaatsen van een aangepast papierformaat de papiergeleider iets breder dan het werkelijke formaat.
Papier in papierladen plaatsen 4. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. DPP045 5. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar boven ligt Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade. DPP046 6. Schuif de papiergeleiders tegen het papier zodat er geen ruimte meer tussen zit. Zorg ervoor dat er geen ruimte is tussen het papier en de zij-/eindpapiergeleiders.
2. Papier plaatsen 7. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt. DPP047 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 53 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen". Bij het plaatsen van papier groter dan A4 of 81/2 × 11 Als u papier langer dan 297 mm in lade 1 plaatst, verleng dan de lade. 1.
Papier in papierladen plaatsen 2. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trek hem dan uit de printer. DPP042 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 3. Druk de metalen plaat naar beneden totdat deze op zijn plaats vastklikt. DPP043 4. Duw het verlengstuk in de richting "PUSH" en trek het verlengstuk uit totdat het stopt (u hoort een klik). 1 2 1 DPP049 Zorg er na het verlengen voor dat de pijlen op het verlengstuk en de lade met elkaar overeenkomen.
2. Papier plaatsen DPP050 5. Knijp in de klem aan de zijgeleiders en schuif deze tegen het Legal-papier aan. DPP051 Zet bij het plaatsen van een aangepast papierformaat de papiergeleider iets breder dan het werkelijke formaat. 6. Knijp in de voorste eindgeleider en schuif deze naar binnen tot deze overeenkomt met het Legal-papierformaat. DPP052 • Als u A4 , 81/2 × 11 of kleiner papier gebruikt, hoeft u de lade niet te verlengen. Er kan dan een papierstoring optreden.
Papier in de handinvoer plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 40 "Specificaties papiertype". • Controleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering. Het plaatsen van te veel papier kan papierstoringen veroorzaken. • Meng verschillende soorten papier niet.
2. Papier plaatsen 2. Schuif de zijgeleiders naar buiten tot deze niet verder kunnen en plaats papier met de afdrukzijde omhoog. 3. Schuif de zijgeleiders naar buiten tot deze niet verder kunnen en plaats papier met de afdrukzijde omlaag. 1 2 1 DPP055 4. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan. DPP056 • Het wordt aanbevolen bij het gebruik van de handinvoer de papierrichting in te stellen op .
Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst.
2. Papier plaatsen verschillende laden op te geven voor enkelzijdige en dubbelzijdige afdruktaken. Let op dat dubbelzijdig afdrukken uitgeschakeld moet worden voor de lade die is opgegeven voor enkelzijdig afdrukken. • Voor meer informatie over het maken van dubbelzijdige afdrukken, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing.
Enveloppen plaatsen Enveloppen plaatsen In dit hoofdstuk vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u zich mogelijk verwonden. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen.
2. Papier plaatsen Gebruik bij het plaatsen van enveloppen het bedieningspaneel en het printerstuurprogramma om "Envelop" als het papiertype te selecteren en geef de dikte van de enveloppen op. Voor meer informatie, zie Pag. 56 "Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3)", Pag. 57 "Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 5c)" of Pag. 58 "Enveloppen afdrukken met Mac OS X". Aanbevolen enveloppen Neem contact op met uw lokale dealer voor informatie over aanbevolen enveloppen.
Enveloppen plaatsen 3. Klik in het veld "Menu:" op het pictogram Basis en configureer de volgende instellingen: • Documentformaat: Selecteer het formaat van de envelop. 4. Klik in het veld "Menu:" op het pictogram Papier en configureer de volgende instellingen: • Invoerlade: Selecteer de handinvoer. • Papiersoort: Selecteer [Envelop]. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. 5. Klik op OK. 6.
2. Papier plaatsen 3. Klik op OK. 4. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. • Configureer de papierinstellingen op de goede manier met zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel. Voor meer informatie over instellingen via het bedieningspaneel, zie Pag. 62 "Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren". • Enveloppen moeten in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 55 "Enveloppen plaatsen".
Enveloppen plaatsen • Enveloppen moeten in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 55 "Enveloppen plaatsen".
2. Papier plaatsen Papierinstellingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u het papierformaat en -soort kunt opgeven met het bedieningspaneel. • Als [Prioriteit lade-instelling] is ingesteld op [Apparaatinstelling(en)], dan hebben de papierinstellingen die gedaan zijn op het bedieningspaneel van de printer voorrang op de instellingen die gedaan zijn in het printerstuurprogramma of via commando's. Voor meer informatie, zie: • de Gebruiksaanwijzing. • de Gebruiksaanwijzing.
Papierinstellingen • Voor meer informatie over het beschikbare papierformaat, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat". Papier van afwijkend formaat opgeven Druk op de [Menu]-knop en selecteer de instellingen met de toetsen [ ] of [ ]. 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papierformaat: (ladenaam)] 3. Selecteer [Ang.fr] Druk op [OK] Druk op [OK] 4. Voer de horizontale waarde in 5. Voer de verticale waarde in Druk op [OK] Druk op [OK] 1.
2. Papier plaatsen 4. Indien u [Briefpapier] heeft geselecteerd als de papiersoort, drukt u op [Escape] 5. Selecteer [Onderhoud] Druk op [OK] 6. Selecteer [Algemene instellingen] 7. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] Druk op [OK] 8. Selecteer [Papiertype: Handinvoer] Druk op de [OK]-knop. 1. Druk op de [User Tools]-knop en ga vervolgens naar het scherm [Instell. papierlade]. [Systeeminstellingen] [Instell. papierlade] 2.
Papierinstellingen 2. Druk op Papierformaat handinvoer en selecteer vervolgens het papierformaat. Selecteer het envelopformaat [OK] 3. Druk op [Papiersoort: Handinvoer] en geef vervolgens de papiersoort en -dikte op. • [Papiersoort] [Envelop] [OK] • [Papierdikte] [Normaal papier 66-74g/m2] [OK] • Voor meer informatie omtrent de soort enveloppen die in elke lade kan worden geplaatst, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 40 "Specificaties papiertype".
2.
3. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Als het paneel een pieptoon maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die de printer produceert om gebruikers te waarschuwen over printeromstandigheden en de betekenis van elk van die geluidspatronen. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd.
3. Problemen oplossen De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als de printer de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje : Papierstoring Status Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie Pag.
De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren • Tonerafvalfles Toont de gebruikstoestand van de tonerafvalfles. • Fuseereenheid Toont de gebruikstoestand van de fuseereenheid. • Tussenliggende transfereenheid Toont de gebruikstoestand van de tussenliggende transfereenheid. • Uitvoerlade is vol Geeft aan of de uitvoerlade te vol is. • Papierstoring Toont de status van en oplossingen voor vastgelopen papier.
3. Problemen oplossen • [Papierstoring], [Uitvoerlade vol] en [Paneel open] worden alleen weergegeven onder [Onderhoudsinf.] als deze fouten zich voordoen. • Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen wordt [Onderhoudsinf.] wellicht niet weergegeven. • Voor meer informatie over hoe u vastgelopen papier kunt opsporen en verwijderen, zie Pag. 128 "Vastgelopen papier verwijderen". Het indicatielampje voor de [Check Status]-knop brandt of knippert Deze functie is alleen beschikbaar voor de SP C342DN.
De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Door op [Contr.] te drukken, verschijnt er een foutmelding of het printerscherm. Controleer de foutmelding op het printerscherm en neem de nodige maatregelen. Voor meer informatie over foutmeldingen en de bijbehorende oplossingen, zie Pag. 71 "Als er berichten worden weergegeven".
3. Problemen oplossen Als de USB-verbinding problemen vertoont Probleem 70 Oorzaken Oplossing De printer wordt niet automatisch herkend. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Koppel de USB-kabel los, zet de printer uit en vervolgens weer aan. Wanneer de printer klaar is voor gebruik, stopt u de USB-kabel er weer in. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Controleer of de computer de printer heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat.
Als er berichten worden weergegeven Als er berichten worden weergegeven In dit gedeelte worden de belangrijkste berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogboek-bestanden en foutrapporten. Indien er andere meldingen verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusberichten Meldingen Status "@Remote certif bijw..." De printer is bezig met het bijwerken van het @Remote-certificaat. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. "Kalibreren...
3. Problemen oplossen Meldingen "Wachten op afdr.geg..." Status De printer wacht op de volgende gegevens om af te drukken. Wacht even. Meldingen Status "Kalibreren..." De printer is de kleuren aan het kalibreren. Wacht even. "Hex dump-modus" In de Hex Dump-modus ontvangt het apparaat gegevens in hexadecimale indeling. Druk op [Taak reset] om de Hex Dump-modus te annuleren. "Taak onderbroken.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing " (A) Verw. pap. uit lades.Opn&sluit voorpan." Open het voorpaneel en verwijder het vastgelopen papier uit de papierinvoer. Voor meer informatie, zie Pag. 128 "Vastgelopen papier verwijderen". " (B) Open voorpaneel en verwijder het papier." Open het voorpaneel en verwijder het vastgelopen papier uit de interne papierinvoer. Voor meer informatie, zie Pag. 128 "Vastgelopen papier verwijderen". " (Y) Verw pap in lade 4. Opn&sl voorpan.
3. Problemen oplossen Meldingen "Kan niet afdrukken." Oorzaak De printer kan de verzonden gegevens niet afdrukken. Oplossing Controleer of het bestand dat u wilt afdrukken ondersteund wordt. Controleer het vastgelopen papier en vraag uw netwerkbeheerder om hulp. 74 "Wijz(ladenaam)in volgende instellingen:" Het formaat van het papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven formaat in het printerstuurprogramma.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Ethernetkaart Fout" Er is een fout op het Ethernet ontdekt. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Verb. met server mislukt voor hulp op afst." De printer kan niet met Remote Communication Gate communiceren. Controleer de verbinding met de Remote Server Gate.
3. Problemen oplossen Meldingen "Probleem: Printerlettertype fout" Oorzaak Er zijn problemen met het lettertypebestand van de printer. Oplossing Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. 76 "Probleem:Wireless kaart Bel servicedienst. _" De printer kan de draadloze LAN-kaart niet detecteren. Controleer of de draadloze LANinterfacekaart correct is geïnstalleerd.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Plaats de fuseereenheid juist. " Oorzaak Het kan zijn dat de fuseereenheid niet correct is geïnstalleerd. Schakel de printer uit en installeer de fuseereenheid opnieuw. Oplossing Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing. Verschijnt deze melding na herinstallatie opnieuw, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Plaats de tussenliggende transfereenheid juist.
3. Problemen oplossen Meldingen 78 Oorzaak Oplossing "Hetzelfde IPv4 adres bestaat al.(102/202)" Het IPv4-adres dat is opgegeven voor de printer wordt al gebruikt door een ander apparaat op het netwerk. Neem contact op met de netwerkbeheerder. "De geselecteerde taak is al afgedrukt of verwijderd." Dit bericht kan verschijnen wanneer u een taak van de Web Image Monitor afdrukt of verwijdert. Druk op Afsluiten in het meldingenscherm. " Toner is bijna op." De printcartridge is bijna leeg.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Kan geen verbinding maken met draadloze kaart. Zet hoofdstroomschakelaar uit. " Oorzaak • De draadloze LANinterfacekaart is niet geplaatst toen de printer werd aangezet. • De draadloze LANinterfacekaart is verwijderd nadat de printer was aangezet. • De instellingen zijn niet bijgewerkt, hoewel de eenheid wel is waargenomen. Oplossing • Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANinterfacekaart correct is geplaatst.
3. Problemen oplossen Meldingen "Hardwarefout: HDD" Oorzaak Er is een fout opgetreden in de harde schijf. Oplossing • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Als de melding nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. • Het is mogelijk dat de harde schijf niet juist is geïnstalleerd als u deze zelf hebt geïnstalleerd. Controleer of deze op de juiste wijze is geïnstalleerd. Voor meer informatie over het installeren van de eenheid, zie de Gebruiksaanwijzing.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Hardwarefout: Wireless kaart" Er wordt naar een "draadloze LANinterfacekaart" verwezen met "draadloze kaart". Oorzaak Er kan toegang tot de draadloze LAN-interfacekaart verkregen worden, maar er is een fout gedetecteerd. Oplossing • Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANinterfacekaart correct is geplaatst. Voor informatie over het installeren van de kaart, zie de Gebruiksaanwijzing.
3. Problemen oplossen Meldingen Oplossing "Printer- lettertypefout" Er is een fout opgetreden in de lettertype-instellingen. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. "Problemen met draadloze board. Bel service. " De printer heeft een fout met de draadloze LAN-interfacekaart gedetecteerd. Als de melding nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. "Uitvoerlade is vol. Papier verwijderen." De uitvoerlade is vol. Verwijder het papier.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Sensor schoonmkn." U moet de sensor voor de tonerdichtheid reinigen. Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing. "SD-kaartverificatie is mislukt. Bel service." De verificatie van de SD-kaart is mislukt. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Lade komt niet overeen met form&type. Sel. nw lade/ gebr. onderst. frm.&type.
3. Problemen oplossen Meldingen tijdens het rechtstreeks afdrukken vanaf een geheugenopslagapparaat Meldingen Oorzaken "Kan geen toegang tot het Het geheugenopslagapparaat gespecificeerde wordt niet herkend. geheugenapparaat krijgen." Oplossing Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over de aanbevolen geheugenopslagapparaten voor de rechtstreekse afdrukfunctie.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout Classificatiecode" De classificatiecode is niet opgegeven in het printerstuurprogramma. Selecteer [Optioneel] voor de classificatiecode. Voor informatie over het opgeven van instellingen voor de classificatiecode, zie de Gebruiksaanwijzing. "Sorteren geannuleerd" Sorteren is geannuleerd. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Als de melding nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Bestandsysteemfout. " Het rechtstreeks afdrukken van PDF-bestanden kon niet worden uitgevoerd, omdat het bestandssysteem niet kon worden verkregen. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Als de melding nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger. "Bestandsysteem vol. " Het PDF-bestand kan niet worden afgedrukt, omdat de capaciteit van het bestandssysteem vol is.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Geen reactie van server. " Er is een time-out opgetreden bij Controleer de status van de het tot stand brengen van de server. verbinding tussen printer en server voor LDAP verificatie of Windows-verificatie. "Fout papierformaat" Het afdrukken is geannuleerd, omdat het opgegeven papierformaat niet uit de lade gehaald kan worden. Controleer het beschikbare papierformaat.
3. Problemen oplossen 88 Meldingen Oorzaak "Gebr.verif. bestaat reeds. " Deze accountnaam is al gebruikt in het nieuw geselecteerde domein of server via LDAPverficatie of Integratieserververificatie. Meldingen Oorzaak Oplossing Neem contact op met de beheerder. Oplossing "98: Fout" De printer kan de harde schijf niet goed lezen. Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Als de melding regelmatig verschijnt, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Sorteren is geannuleerd." Sorteren is geannuleerd. Verminder het aantal bestanden dat naar de printer wordt verzonden. "Opdrachtfout. " Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. Controleer of de communicatie tussen de digitale camera en de printer op de juiste manier werkt. "Opdrachtfout" Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. Controleer of de communicatie tussen het apparaat en de printer op de juiste manier werkt.
3. Problemen oplossen Meldingen "Duplex is geannuleerd." Oorzaak Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd. Oplossing • Selecteer het juiste papierformaat voor de duplexfunctie. Voor informatie over papierformaten, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat". • Wijzig de instelling voor "2zijdig toepassen" in [Systeeminstellingen] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Voor meer informatie over het instellen van "2-zijdig toepassen", zie de Gebruiksaanwijzing. "Er is een fout ontstaan.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Max. aant. pag. (autom.) overschreden" "Max. aantal pagina's voor tijdelijke/opgeslagen taken overschreden." Oorzaak Oplossing Terwijl de opslagfunctie voor fouttaken wordt gebruikt om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdruktaken, werd de maximale paginacapaciteit overschreden. • Verwijder onnodige bestanden die op de printer zijn opgeslagen.
3. Problemen oplossen Meldingen "Harde schijf is vol." Oorzaak Oplossing De harde schijf is volgeraakt tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdrukbestand. • Verwijder onnodige bestanden die op de printer zijn opgeslagen. • Verminder de gegevensgrootte van de Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. "Harde schijf is vol.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Informatie voor gebruikersinformatie is reeds geregistreerd voor een andere gebruiker." De gebruikersnaam voor LDAPverificatie of Integratieserververificatie was al geregistreerd in een andere server met een andere ID. De gebruikersnaam is gedupliceerd door het wisselen van domeinen (servers), etc. Voor meer informatie over gebruikersverificatie, zie de Veiligheidshandleiding.
3. Problemen oplossen Meldingen 94 Oorzaak Oplossing "Geen reactie van server. Verificatie is mislukt." Er is een time-out opgetreden bij het totstandbrengen van de verbinding voor LDAP verificatie of Windows verificatie. Controleer de status van de server. "PDL-fout." Er is een printertaal-fout opgetreden. Druk op [OK]. "Er is een PDF-fout opgetreden. De afdruktaak die de fout heeft veroorzaakt, wordt geannuleerd." Het afdrukken werd geannuleerd omdat er een printertaal-fout is opgetreden.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Ongeautoriseerde kopieerpreventie-fout" Het veld [Voer gebruikerstekst in:] in het scherm [Patroondetails voor voorkomen van onbevoegd kopiëren] is leeg. PCL 6 / PostScript 3 "Fout met papiertype van gebruiker" De printer herkent het papiertype dat in het printerstuurprogramma is opgegeven niet. Controleer of de printer op de juiste manier op het netwerk is aangesloten en controleer of bidirectionele communicatie is ingeschakeld.
3. Problemen oplossen Meldingen tijdens het rechtstreeks afdrukken vanaf een geheugenopslagapparaat Meldingen "99: Fout" Oorzaken Oplossing Deze gegevens kunnen niet afgedrukt worden. De opgegeven gegevens zijn corrupt of worden niet ondersteund door de rechtstreekse afdrukfunctie vanuit verwijderbare geheugenopslagapparatuur. Controleer of de gegevens geldig zijn.
Als u niet kunt afdrukken Als u niet kunt afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het apparaat staat uit. Voor meer informatie over het aanzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 27 "Het apparaat aan-/ uitzetten". Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. Controleer de foutmelding of de status van de waarschuwing op het display en onderneem de vereiste actie.
3. Problemen oplossen Probleem Het afdrukken start niet. Oorzaak Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Oplossing Controleer de radiosignaalstatus van het draadloos LAN in [Systeeminstellingen]. Als de signaalkwaliteit onvoldoende is, verplaatst u de printer naar een locatie waar geen radiogolven zijn die mogelijk interferentie veroorzaken, of u verwijdert deze objecten die dit veroorzaken.
Als u niet kunt afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kan het MAC-adres van de ontvanger communicatie met het toegangspunt in de weg staan. Controleer de toegangspuntinstellingen als u zich in de infrastructuurmodus bevindt. Afhankelijk van het toegangspunt kan het zijn dat toegang door een MAC-adres gefilterd kan zijn.
3. Problemen oplossen Probleem Het afdrukken start niet wanneer u geavanceerd draadloos LAN in de Ad-hoc modus gebruikt. Oorzaak U heeft een verkeerde Communicatiemodus ingesteld. Oplossing • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Voor meer informatie over het in- en uitschakelen van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 27 "Het apparaat aan-/uitzetten". • Wijzig [Communicatiemodus] onder [Systeeminstellingen] in [802.11 Ad hoc modus] en selecteer vervolgens [Uit] voor [Beveiligingsmethode].
Als u niet kunt afdrukken Netwerkverbinding Neem voor meer informatie over de netwerkverbinding contact op met uw beheerder.
3. Problemen oplossen Overige afdrukproblemen In dit onderdeel worden de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen als u een afdruktaak vanaf een computer afdrukt, beschreven. Als het afdrukken niet goed gaat Probleem De afgedrukte afbeelding is bevlekt. Oorzaak Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet geconfigureerd bij het afdrukken op dik papier in de handinvoer.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. De printer staat niet op een vlakke ondergrond. De printer moet op een stabiele en vlakke ondergrond staan. Controleer de omgeving van de printer en kies een geschikte locatie. Voor meer informatie over de omgeving van de printer, zie de Gebruiksaanwijzing. De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Het papier is gekreukt, gekruld of beschadigd. Strijk het papier glad of vervang het papier.
3. Problemen oplossen Probleem Afbeeldingen vlekken als men er over wrijft. De toner hecht dus niet goed. Oorzaak De opgegeven papiersoort en het daadwerkelijk geplaatste papier verschillen wellicht van elkaar. Er kan bijvoorbeeld dik papier zijn gebruikt, terwijl dit niet is opgegeven als de papiersoort. Oplossing PCL 5c Op het tabblad [Papier] van het printerstuurprogramma selecteert u de juiste papiersoort in het vak [Type:].
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De afbeelding is te donker of te licht. Het papier wordt geplaatst met de achterzijde naar boven. Als u afdrukt op oppervlakken die niet geschikt zijn, kan de afdrukkwaliteit lager zijn en kunnen de interne onderdelen van de printer beschadigd worden. Voordat u kunt afdrukken op speciaal papier, moet u de oppervlakte ervan nauwkeurig controleren. Voor meer informatie over het plaatsen van speciaal papier, zie Pag.
3. Problemen oplossen 106 Probleem Oorzaak Oplossing De onderste helft van de pagina lijkt vager wanneer een ingekleurde afbeelding wordt afgedrukt. Wanneer de "Toner is bijna leeg. " of "Tonercartridge is bijna leeg. Vervang tonercartridge. " melding wordt weergegeven op het bedieningspaneel, raakt de toner op en kan de afgedrukte pagina er vaag uitzien. Vervang de inktcartridge. Afgedrukte afbeeldingen komen niet overeen met de afbeeldingen op het scherm.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De tekens verschillen van het display. Het geplaatste papier is niet geschikt. Als u afdrukt op aanbevolen papier, is de resolutie beter. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 40 "Specificaties papiertype". De positie van de afbeelding verschilt van het display. De instellingen voor de lay-out zijn niet juist geconfigureerd.
3. Problemen oplossen 108 Probleem Oorzaak Oplossing Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt. Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde formaat papier als dat u in de toepassing heeft geselecteerd. Als u geen papier van het juiste formaat kunt plaatsen, gebruikt u de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en drukt u deze vervolgens af.
Overige afdrukproblemen Probleem Dunne lijnen zijn wazig en zijn niet overal even dik of gekleurd, of verschijnen niet. Oorzaak Oplossing PostScript 3 U heeft extra dunne lijnen opgegeven in de toepassing, of Wijzig de ditherinstellingen u heeft een lijnkleur opgegeven in het die te licht is voor lijnen. printerstuurprogramma. Voor meer informatie over de ditherinstellingen, zie de Help-functie van het printerstuurprogramma.
3. Problemen oplossen Het papier loopt vaak vast Probleem Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Oorzaak Oplossing PCL 5c Bij gebruik van Windows kunnen de instellingen van het Selecteer op het tabblad printerstuurprogramma de [Papier] van het instellingen die worden gebruikt printerstuurprogramma de op het bedieningspaneel gewenste invoerlade in de overschrijven. lijst "Invoerlade".
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. De zijafscheiding van de papierlade is te strak ingesteld. Druk zachtjes tegen de zijafscheiding en stel deze goed in. Er treden geregeld papierstoringen op. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 42 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Er treden geregeld papierstoringen op.
3. Problemen oplossen Probleem Er treden geregeld papierstoringen op. Oorzaak Oplossing Papierranden bevatten bramen wanneer ze tijdens de fabricage worden gesneden. • Verwijder de bramen met bijvoorbeeld een liniaal. • Laad het papier ondersteboven. • Gebruik glad afgesneden papier zonder bramen. 112 Er treden geregeld papierstoringen op. Er wordt bedrukt papier gebruikt. Plaats geen vellen die reeds gekopieerd of bedrukt zijn door een andere printer. Er treden geregeld papierstoringen op.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Randen van de vellen zijn besmeurd. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 42 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Randen van de vellen zijn besmeurd. U gebruikt papier dat niet wordt aanbevolen. Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag.
3. Problemen oplossen Probleem De afbeelding op de achterzijde van de dubbelzijdige afdrukken heeft vage witte vlekken of is besmeurd. Oorzaak Oplossing Missende plekken en vegen worden veroorzaakt door vocht dat uit het papier lekt. • Plaats de printer niet in een omgeving waar de temperatuur erg laag kan worden. • Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 42 "Voorzorgsmaatregelen voor papier".
Overige afdrukproblemen Probleem Het duurt erg lang voordat het afdrukken is voltooid. Oorzaken Oplossing Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Als het lampje voor gegevensontvangst (Data In) knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht een ogenblik.
3. Problemen oplossen Probleem Gecombineerd afdrukken, boekje afdrukken of automatisch verkleinen / vergroten geven niet het verwachte resultaat. 116 Oorzaken Oplossing De toepassing of de instellingen Zorg ervoor dat de instellingen van het printerstuurprogramma voor het papierformaat en de zijn niet juist geconfigureerd. richting van de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma.
Overige afdrukproblemen Probleem Sommige soorten gegevens, zoals grafische gegevens of gegevens uit bepaalde toepassingen, kunnen niet worden afgedrukt. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5c Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie". PCL 6 • Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma , klikt u op [Afdr.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Sommige tekens worden niet afgedrukt of zien er vreemd uit. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5c Selecteer op het tabblad [Afdr.kwaliteit: Standrd] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie". PCL 6 • Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma , klikt u op [Afdr.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaken De afdruksnelheid of de snelheid van vrijgave vanuit de toepassing is laag. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 6 Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdr.kwaliteit: Standrd] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Snelheid] uit de lijst "Afdrukprioriteit:". Voor meer informatie over het instellingen van het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie.
3. Problemen oplossen Probleem 120 Oorzaken Oplossing PDF-bestanden worden niet afgedrukt / kan PDF direct afdrukken niet uitvoeren. PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt als in de instellingen voor PDFbestandsbeveiliging is opgegeven dat ze niet afgedrukt mogen worden. Wijzig de instelling voor PDFbestandsbeveiliging. PDF direct afdrukken produceert rare of misvormde tekens. Lettertypen zijn niet ingesloten.
Overige afdrukproblemen Probleem Afdrukken via draadloos LAN gaat langzaam. Oorzaken Oplossing • Er kan een communicatiefout zijn opgetreden. • Zet de printer verder weg van het draadloze LANapparaat. • Interferentie van andere draadloze LANapparaten kan de communicatiesnelheid verminderen. • Als er actieve, draadloze LAN-apparaten in de buurt staan, verplaats de printer dan of schakel deze apparaten uit.
3. Problemen oplossen Probleem PDF Direct Print wordt niet uitgevoerd (PDF-bestand wordt niet afgedrukt). Oplossing U moet een harde schijf installeren of de waarde voor [RAM Disk] in het menu Systeem instellen op 2 GB of hoger. Voor meer informatie over [RAM Disk], zie: • de Gebruiksaanwijzing. • de Gebruiksaanwijzing.
Overige afdrukproblemen Probleem Oplossing De kleur van de afdruk wijkt af van de kleur op het computerscherm. • De kleuren die met de kleurentoner ontstaan zijn anders dan de kleuren op het scherm. • Indien u [Aan] selecteert voor [Economy Color:] in het menu [Afdrukkwaliteit] in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma, dan kan de kleurgradatie er mogelijk anders uitzien. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. • Zet de printer uit en vervolgens weer aan.
3. Problemen oplossen Probleem Zwarte gradatie is niet natuurlijk. Oplossing • Selecteer [CMY + K] voor [Grijsreproductie:] in het dialoogvenster van het printerstuurprogramma. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. Een kleur ontbreekt of is wazig. • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. Voor meer informatie, zie Pag. 42 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". • Een van de printcartridges is bijna leeg.
Overige afdrukproblemen Probleem Het duurt te lang om de printer aan te zetten. Het duurt te lang voor het afdrukken wordt voortgezet. Oplossing Als de printer wordt uitgeschakeld terwijl de harde schijf werd gebruikt (bijvoorbeeld: tijdens verwijderen van een bestand), zal de printer meer tijd nodig hebben voor de volgende keer dat het ingeschakeld wordt. Om deze vertraging te vermijden, moet u de printer niet uitzetten terwijl deze in werking is.
3. Problemen oplossen Probleem Een lege lade wordt geselecteerd door 'Automatische ladeselectie' en het document wordt niet afgedrukt vanwege de foutmelding dat het papier op is. 126 Oplossing Wanneer de papierlade wordt geopend en gesloten terwijl de printer in de Energiespaarstand staat, initialiseert de printer de lade na het herstel. Let op dat in dit geval de lade niet via Automatische ladekeuze kan worden geselecteerd.
Als PictBridge-afdrukken niet werkt Als PictBridge-afdrukken niet werkt Probleem PictBridge is niet beschikbaar. Oorzaken Er is een probleem met de USB-aansluiting of de PictBridge-instellingen. Oplossing Gebruik de volgende procedure om de aansluiting en de instellingen te controleren: 1. Trek de USB-kabel eruit en sluit deze opnieuw aan. 2. Controleer of de PictBridgeinstellingen ingeschakeld staan. 3. Trek de USB-kabel uit en schakel vervolgens de printer uit. Schakel de printer weer in.
3. Problemen oplossen Vastgelopen papier verwijderen Wanneer papier vastloopt, wordt een foutmelding weergegeven. De foutmelding geeft aan waar het papier is vastgelopen. Controleer de locatie waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u zich mogelijk verwonden. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet.
Vastgelopen papier verwijderen 2. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig naar boven uit. DPP059 Als het papier in de transfereenheid is vastgelopen, houdt u het papier met beide handen vast en trekt u het voorzichtig naar voren eruit. DPP060 3. Sluit het voorpaneel voorzichtig met beide handen. DPP061 • Trek de papierlade niet uit de printer (lade 1). • Als het papier in lade 2 is vastgelopen, maar u het vastgelopen papier niet kunt vinden, trekt u lade 2 eruit.
3. Problemen oplossen Papier vastgelopen in handinvoer 1. Verwijder het papier uit de handinvoer en sluit deze vervolgens met beide handen. DPP062 2. Trek aan de hendel om het voorpaneel te openen en open deze vervolgens voorzichtig met beide handen. 2 1 DPP058 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
Vastgelopen papier verwijderen 4. Sluit het voorpaneel voorzichtig met beide handen. DPP061 • Controleer of lade 1 geplaatst is voordat u het voorpaneel opent. • Druk bij het sluiten van het voorpaneel stevig op de bovenzijde van het paneel. Controleer of de foutmelding is verdwenen wanneer u het paneel heeft gesloten. Papierstoring (B) • De binnenkant van de printer wordt heel heet.
3. Problemen oplossen 2. Laat de blauwe fuseereenheidhendel zakken en trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. DPP063 DPP064 Trek het papier naar beneden om te verwijderen. Trek het niet omhoog. Als u het vastgelopen papier in de uitvoerlade ziet, zet de blauwe hendel van de fuseereenheid dan omlaag en trek het vastgelopen papier uit de lade. Als u het vastgelopen papier niet ziet, open de geleider dan door de blauwe hendel van de geleider naar beneden te zetten.
Vastgelopen papier verwijderen DPP066 Sluit de geleider volledig nadat u hem op vastgelopen papier heeft gecontroleerd. Als u het voorpaneel probeert te sluiten als de geleider nog open is, kan dit schade toebrengen aan beide onderdelen. 3. Sluit het voorpaneel voorzichtig met beide handen. DPP061 • Druk bij het sluiten van het voorpaneel stevig op de bovenzijde van het paneel. Controleer of de foutmelding is verdwenen nadat u het paneel heeft gesloten.
3. Problemen oplossen Melding papierstoring (Z) 1. Trek aan de hendel van het voorpaneel en open het voorpaneel voorzichtig met beide handen. 2 1 DPP058 2. Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig onder de papiertransfereenheid. DPP067 3. Sluit het voorpaneel voorzichtig met beide handen. DPP061 • Druk bij het sluiten van het voorpaneel stevig op de bovenzijde van het paneel. Controleer of de foutmelding is verdwenen nadat u het paneel heeft gesloten.
Handelsmerken Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript en PostScript 3 zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Macintosh, Mac OS, OS X, en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc, geregistreerd in de Verenigde Staten en in andere landen. Citrix, Citrix Presentation Server en Citrix XenApp zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Citrix Systems, Inc.
3. Problemen oplossen Microsoft® Windows® 7 Professional Microsoft® Windows® 7 Ultimate Microsoft® Windows® 7 Enterprise • De productnamen van Windows 8 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8 Microsoft® Windows® 8 Pro Microsoft® Windows® 8 Enterprise • De productnamen van Windows 8.1 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8.1 Microsoft® Windows® 8.1 Pro Microsoft® Windows® 8.
Handelsmerken Microsoft® Windows Server® 2012 R2 Foundation Microsoft® Windows Server® 2012 R2 Essentials Microsoft® Windows Server® 2012 R2 Standard Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. Schermafbeeldingen van Microsoft-producten zijn afgedrukt met toestemming van Microsoft Corporation.
MEMO 138
MEMO 139
MEMO 140 NL NL M0AG-7670
© 2016
NL NL M0AG-7670