Gebruikershandleiding Snel aan de slag Papier plaatsen Problemen oplossen Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat..................................................................................................................... 3 1. Snel aan de slag Voordat u begint................................................................................................................................................. 5 Hoe werken deze handleidingen?................................................................................................................
Enveloppen plaatsen....................................................................................................................................... 64 Specificatie van enveloppen.......................................................................................................................64 Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3).................................................................... 66 Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 5e).......................................
Handleidingen voor dit apparaat De gebruiksaanwijzing van dit apparaat wordt geleverd in de volgende vormen: Indeling Gedrukte handleidingen Handleidingen • Lees dit eerst • Verkorte Installatiehandleiding cd-rom • Installatiehandleiding stuurprogramma Internetpagina • Lees dit eerst • Gebruikershandleiding • Gebruiksaanwijzing (HTML-handleidingen) • Verkorte Installatiehandleiding • Installatiehandleiding stuurprogramma Lees dit eerst Lees voordat u het apparaat gebruikt het gedeelte Veiligheidsinfor
Installatiehandleiding stuurprogramma Deze handleiding beschrijft hoe u elk stuurprogramma kunt installeren en kunt configureren. De handleiding staat op de cd-rom met stuurprogramma's. • Zie de Veiligheidshandleiding voordat u de uitgebreide beveiligings- en verificatie-instellingen configureert. • U kunt de volgende handleidingen op internet bekijken.
1. Snel aan de slag In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen die zijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties en de namen en functies van de onderdelen.
1. Snel aan de slag van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool correspondeert met het model dat u gebruikt, zie de Gebruiksaanwijzing. Disclaimer Tot de maximale mate die is omschreven in de betreffende wetten, is de fabrikant in geen enkel geval aansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit storingen van dit product, verlies van opgeslagen gegevens of het gebruik of het niet gebruiken van dit product en de gebruikershandleidingen die zijn meegeleverd.
Voordat u begint DPL001 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw printer.
1. Snel aan de slag Naam van de optie 8 Beschrijving Tafel met zwenkwielen type M24 Tafel met zwenkwielen Harde schijf optie type P8 Harde schijf Enhanced Security HDD optie type M10 Enhanced Security HDD IEEE 802.
Namen en functies van onderdelen Namen en functies van onderdelen Overzicht van onderdelen • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Buitenkant: vooraanzicht 1 2 3 12 11 4 10 9 8 7 6 5 DPL002 1. Bovenpaneel Open deze om toegang tot de binnenkant van de printer te krijgen en vastgelopen papier te verwijderen. Open deze om de printcartridge te vervangen. 2.
1. Snel aan de slag 6. Hoofdstroomschakelaar Gebruik deze schakelaar om de printer in en uit te schakelen. Voor informatie over het uitschakelen van de printer, zie Pag. 28 "Het apparaat uitzetten". 7. Voorpaneel Open deze om toegang tot de binnenkant van de printer te krijgen en vastgelopen papier te verwijderen. Open deze om de printcartridge te vervangen. 8. Lade 1 U kunt tot 500 vellen normaal papier plaatsen. Voor meer informatie over de afmetingen en typen papier die kunnen worden gebruikt, zie Pag.
Namen en functies van onderdelen 1. Achterpaneel U kunt deze panelen openen om toegang te krijgen tot de behuizing van de printer. Open het apparaat hier wanneer u de fuseereenheid vervangt. 2. Voedingsconnector Verbind het netsnoer met de printer. Steek het andere uiteinde in een stopcontact. 3. USB-poort A Hierop kunt u externe apparaten zoals een kaartverificatieapparaat, etc., aansluiten. 4. USB-poort B Sluit aan op de USB-poort van de USB-apparaatserver.
1. Snel aan de slag Informatie over de functies van de interne printeropties 1 2 DPL006 1. SD-geheugenkaartopties • VM-kaart Met deze kaart kunt u softwaretoepassingen installeren. • XPS-kaart Hiermee kunt u XPS-bestanden afdrukken. • IPDS-eenheid Hiermee kunt u afdrukken met behulp van IPDS (Intelligent Printer Data Stream). Om deze optie toe te voegen, zie Pag. 24 "De SD-kaartopties installeren". 2.
Namen en functies van onderdelen Hiermee verbetert u de beveiliging van de harde schijf met behulp van een coderingsfunctie die voldoet aan FIPS 140-2. • Als u twee of meer SD-kaarten wilt gebruiken, die in dezelfde sleuf kunnen gestoken worden, raadpleegt u uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. Namen en functies van het bedieningspaneel van het apparaat Op deze illustratie ziet u het bedieningspaneel van de printer. 1 2 3 13 4 12 5 11 10 6 7 8 9 CYN041 1.
1. Snel aan de slag Voorbeeld: wanneer u in deze handleiding instructies krijgt om op [Optie] te drukken, drukt u op de selectietoets linksonder het beginscherm. 3. [Switch Functions]-knop Druk op deze knop om te wisselen tussen het scherm van de printerfunctie en de schermen van de uitgebreide functies die op dit moment worden gebruikt. 4. [Menu]-knop Druk op deze knop om de huidige printerinstellingen vast te leggen en te controleren.
Namen en functies van onderdelen 13. Scrolltoetsen Druk op deze knoppen om de cursor in elke gewenste richting te bewegen. Wanneer u [ ] [ ] [ ] [ ] in deze handleiding tegenkomt, druk dan op de toets met de richting waarin u de cursor wilt verplaatsen. Informatie over de namen en functies van het bedieningspaneel NL CYN901 1. Gebruiksstatus of mededelingen Geeft de printerstatus en meldingen weer. 2. [Optie] Druk hierop om de volgende items weer te geven: • Pag.doorv.
1. Snel aan de slag Opties installeren Door opties te installeren, kunt u de prestaties van de printer verbeteren en beschikt u over een grotere verscheidenheid aan functies. Volgorde van installatie opties Wanneer u verschillende opties installeert, raden wij u aan deze in de volgende volgorde te installeren: 1. Bevestig de papierinvoereenheid. Bevestig de papierinvoereenheid aan de onderkant van de printer. U kunt maximaal vier papierinvoereenheden plaatsen. U kunt tot 2.000 vellen papier plaatsen. 2.
Opties installeren • Wanneer u de papierinvoereenheid onzorgvuldig optilt of laat vallen, kan dit letsel veroorzaken. • Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat verplaatst. Pas op dat u het netsnoer onder het apparaat niet beschadigt wanneer u het apparaat verplaatst. Als u deze voorzorgsmaatregelen niet neemt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok. • Plaats de printer niet rechtstreeks op de grond.
1. Snel aan de slag 4. Er zitten twee staande pennen aan de optionele papierinvoereenheid. Plaats deze in de openingen aan de onderzijde van de printer en laat de printer voorzichtig zakken. DPK939 5. Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan. 6. Druk de configuratiepagina af om na te gaan of de eenheid op de juiste manier is bevestigd.
Opties installeren 2. Schakel de printer uit en trek het netsnoer uit het stopcontact. 3. Draai de twee schroeven los en verwijder de afdekking van de sleuf. DPL009 De verwijderde afdekking wordt niet opnieuw gebruikt. 4. Breng de interfacekaart volledig op zijn plaats. DPL010 Ga na of de interfacekaart goed bevestigd is aan de controllerkaart. 5. Draai de twee schroeven vast om de interfacekaart vast te zetten. DPL011 6. Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan. 7.
1. Snel aan de slag • Ga na of de kaart goed is geïnstalleerd door de configuratiepagina af te drukken. Als deze correct is geïnstalleerd, zal 'Wireless LAN' verschijnen voor bij 'Apparaatverbinding' op de configuratiepagina. Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina, zie de Gebruiksaanwijzing. • Als de kaart niet juist is geïnstalleerd, herhaal dan de procedure vanaf het begin.
Opties installeren 5. Draai de twee schroeven vast om de interfacekaart vast te zetten. DPL013 6. Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan. 7. Druk de configuratiepagina af om na te gaan of de interface-eenheid op de juiste manier is bevestigd. • Ga na of de kaart goed is geïnstalleerd door de configuratiepagina af te drukken. Als deze correct is geïnstalleerd, zal 'Parallelle Interface' verschijnen voor bij 'Apparaatverbinding' op de configuratiepagina.
1. Snel aan de slag 4. Breng de interfacekaart volledig op zijn plaats. DPL014 Ga na of de interfacekaart goed bevestigd is aan de controllerkaart. 5. Draai de twee schroeven vast om de interfacekaart vast te zetten. DPL015 6. Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan. 7. Druk de configuratiepagina af om na te gaan of de interface-eenheid op de juiste manier is bevestigd. • Als de kaart niet juist is geïnstalleerd, herhaal dan de procedure vanaf het begin.
Opties installeren Procedure voor het installeren van de server voor USB-apparaten 1. Controleer de inhoud van het pakket. 2. Schakel de printer uit en trek het netsnoer uit het stopcontact. 3. Draai de twee schroeven los en verwijder de afdekking van de sleuf. DPL009 De verwijderde afdekking wordt niet opnieuw gebruikt. 4. Breng de interfacekaart volledig op zijn plaats. DPL016 Ga na of de interfacekaart goed bevestigd is aan de controllerkaart. 5.
1. Snel aan de slag 6. Verbind de USB-apparaatserver met de printer. Voor meer informatie, zie de Installatiehandleiding geleverd bij de USB-apparaatserver Instellingen configureren Nadat u de USB-apparaatserver heeft geïnstalleerd en aangesloten aan de printer, dient u de printerinstellingen te configureren. • Wanneer u de USB-apparaatserver gebruikt, stelt u [En.sp. vr uitsch. afdr.srv] in op [Modus uitschakelen] om te voorkomen dat de printer in de energiespaarstand overgaat.
Opties installeren 3. Ontgrendel de vergrendeling op het paneel van de interface, die zich aan de zijkant van het achterpaneel bevindt. DPL041 4. Ontgrendel de twee vergrendelingen aan de buitenzijde van het interfacepaneel. DPL042 5. Duw de SD-kaart in de sleuf totdat deze vastklikt. DPL043 Als u maar één SD-kaart plaatst, gebruikt u de bovenste sleuf. Plaatst u twee SD-kaarten tegelijk, gebruik dan beide sleuven. Als u de optionele VM-kaart plaatst, gebruikt u de onderste sleuf.
1. Snel aan de slag 6. Vergrendel de twee vergrendelingen aan de buitenzijde van het interfacepaneel. DPL044 7. Vergrendel de vergrendeling op het paneel van de interface, die zich aan de zijkant van het achterpaneel bevindt. DPL045 8. Sluit het achterpaneel. DPL046 9. Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan. 10. Controleer of de SD-kaart goed geïnstalleerd is. • U kunt via het menu van het bedieningspaneel controleren dat de SD-kaart correct geïnstalleerd is.
Opties installeren • XPS-kaart: Druk de configuratiepagina af, als de XPS-kaart correct geïnstalleerd is, dan verschijnt "XPS" bij "Printertaal" in "Systeemreferentie". Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina, zie de Gebruiksaanwijzing. • Als de kaart niet correct is geïnstalleerd, herhaal dan de procedure vanaf het begin. Als de eenheid ook bij een nieuwe installatiepoging niet correct kan worden geïnstalleerd, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.
1. Snel aan de slag Het apparaat aan- of uitzetten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer in- en uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DPK914 Het aan/uit indicatielampje gaat branden. • Nadat u de hoofdschakelaar heeft ingeschakeld, verschijnt er mogelijk een scherm dat aangeeft dat de printer bezig is met initialiseren. Schakel de printer tijdens dit proces niet uit.
Het apparaat aan- of uitzetten • Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. DPK914 De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is. Als het uitschakelen niet voltooid is binnen de tijd die is weergegeven op het scherm, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger.
1. Snel aan de slag Uitmodus fuseereenheid Als u de printer na een bewerking gedurende een bepaalde periode niet gebruikt, wordt het scherm uitgeschakeld en schakelt de printer over naar 'Uitmodus fuseereenheid'. De printer verbruikt minder stroom in de 'Uitmodus fuseereenheid'. Wanneer de printer in de 'Uitmodus fuseereenheid' staat, is het scherm ingeschakeld, maar de verhitter van de fuseereenheid staat uit om energie te besparen.
Het apparaat aan- of uitzetten Om de instellingen te wijzigen, zie de Gebruiksinstructies. • De fabrieksinstelling van de ECO Night Sensor is [Alleen autom. stroom uit]. Als de printer in een omgeving staat waar het omgevingslicht zwak is (zoals in een gang of een locatie met bewegingssensor voor licht), is het aan te raden deze functie uit te schakelen of de gevoeligheid aan te passen.
1. Snel aan de slag Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u verbruiksartikelen kunt bijvullen wanneer deze op zijn. De printcartridge vervangen In dit hoofdstuk worden voorzorgsmaatregelen toegelicht bij het vervangen van tonercartridges en hoe u gebruikte toner kunt afvoeren. • Verbrand toner (nieuw of gebruikt) of tonercartridges niet. Doet u dit wel, dan riskeert u brandwonden. Toner ontvlamt wanneer het in contact komt met open vuur.
Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen • Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water. Wanneer u warm water gebruikt, dringt de toner zich in de stof van uw kleding waardoor de vlek niet meer kan worden verwijderd.
1. Snel aan de slag 1. Open het voorpaneel en het bovenste paneel. DPL705 2. Houd met de ene hand de printcartridge vast en ontgrendel met uw andere hand de printcartridgehendel. DPK918 3. Duw de klem op de printcartridge in en til de cartridge op.
Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen 4. Doe de gebruikte printcartridge in een plastic zak en sluit deze af, zodat de toner er niet uit kan lekken. DPK920 5. Haal de nieuwe printcartridge uit de tonerkit. DPK921 6. Schud de nieuwe printcartridge ten minste 10 keer naar links en naar rechts, zodat de toner er gelijkmatig in wordt verdeeld. 10 DPK922 7. Plaats de nieuwe printcartridge in de printer. Duw de nieuwe printcartridge omlaag totdat deze op zijn plaatst klikt.
1. Snel aan de slag DPK924 8. Vergrendel de hendel van de printcartridge. DPK925 9. Sluit het voorpaneel en het bovenste paneel. • Indien verschijnt als er nog genoeg toner over is, volg dan de vervangingsinstructies die op het scherm verschijnen: haal de cartridge eruit en plaats deze vervolgens weer terug. • Volg het recycleprogramma van de printcartridges op waarbij gebruikte printcartridges ter verwerking worden verzameld. Voor meer informatie, raadpleeg uw verkoop- of onderhoudsvertegenwoordiger.
Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen Raadpleeg de lokale Ricoh website voor meer informatie over het recyclen van verbruiksartikelen. U kunt items ook recyclen volgens de gemeentelijke voorschriften of volgens de aanwijzingen van het lokale afvalverwerkingsbedrijf. De tonerafvalfles vervangen • Hieronder volgt een waarschuwing over de plastic zak die onderdeel is van het inpakmateriaal van het apparaat. • Houd de plastic materialen (zakken, etc.
1. Snel aan de slag • Als toner of gebruikte toner wordt doorgeslikt, verdun deze dan door grote hoeveelheden water te drinken. Raadpleeg indien nodig een dokter. • Let er tijdens het verwijderen van vastgelopen papier of het vervangen van tonercartridges goed op dat er geen toner (nieuw of gebruikt) op uw kleding komt. Indien er toner op uw kleding komt, was de vlek dan met koud water.
Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen 1. Open het linker paneel. DPK928 2. Verwijder de tonerafvalfles uit de printer. DPK929 3. Plaats de volle tonerafvalfles in een plastic zak en sluit deze af zodat de toner niet lekt.
1. Snel aan de slag 4. Haal de nieuwe tonerafvalfles uit de tonerkit. DPK931 5. Plaats de nieuwe tonerafvalfles in de printer. Laat de dop van de fles. DPK932 Duw op de nieuwe tonerafvalfles tot deze op zijn plaats klikt.
Gebruiksartikelen aanvullen en vervangen 6. Sluit het linker paneel. DPK934 • Vervang de afvaltonerfles als "Tonerafval vol" op het scherm wordt weergegeven. • Als de melding "Tonerafval bijna vol" op het scherm wordt weergegeven, moet de tonerafvalfles snel worden vervangen. Houd een nieuwe tonerafvalfles gereed. • Uw servicevertegenwoordiger kan de tonerafvalfles vervangen als dat is opgenomen in uw contract. Raadpleeg uw lokale verkoop- of servicevertegenwoordiger voor meer informatie.
1. Snel aan de slag Weergave van de printerconfiguratieschermen op het bedieningspaneel In het configuratiescherm kunt u standaardinstellingen maken of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [Menu]-knop. CYN042 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen. Druk op [ ] of [ ] om de volgende en vorige items te selecteren. 3. Druk op de [OK]-knop.
Web Image Monitor gebruiken Web Image Monitor gebruiken • U kunt de printerinstellingen niet configureren met behulp van Web Image Monitor vanaf een computer die is aangesloten op het netwerk van de USB-apparaatserver. Open de Web Image Monitor vanaf het netwerk van de printer. Met Web Image Monitor kunt u de printerstatus controleren en instellingen wijzigen. Beschikbare bewerkingen De volgende bewerkingen kunnen op afstand vanaf een clientcomputer worden uitgevoerd met Web Image Monitor.
1. Snel aan de slag • Als u een niet aanbevolen versie van een webbrowser gebruikt of als JavaScript en cookies niet zijn ingeschakeld, kunnen er weergave- en bewerkingsproblemen optreden. • Als u een proxyserver gebruikt, wijzigt u de instellingen van de internetbrowser. Neem contact op met de beheerder voor meer informatie over de instellingen. • We raden u aan om Web Image Monitor in hetzelfde netwerk te gebruiken.
Web Image Monitor gebruiken De startpagina weergeven Er zijn twee modi beschikbaar in Web Image Monitor: de gastmodus en de beheerdersmodus. De weergegeven items hangen af van het printertype. Gastmodus U kunt deze modus openen zonder in te loggen. In de gastmodus kunnen de status en de instellingen van de printer en de status van de afdruktaken worden bekeken, maar de instellingen van de printer kunnen niet worden gewijzigd. Beheerdersmodus Voor deze modus moet een beheerder inloggen.
1. Snel aan de slag 2 1 3 4 5 NL DPL053 1. Menugedeelte Geeft de inhoud van een geselecteerd menu-item weer. 2. Koptekstgebied Geeft het dialoogvenster weer voor het schakelen naar de gebruikersmodus en beheerdersmodus en het menu voor iedere modus. Geeft ook een koppeling naar de helpfunctie weer en hier kunt u het dialoogvenster voor zoeken aan de hand van trefwoorden openen. 3. Vernieuwen/Help (vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de printergegevens te updaten.
2. Papier plaatsen In dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en er wordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. Procedure voor het plaatsen van papier Om het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voor het formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken.
2. Papier plaatsen Specificaties papierformaat In de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere papierlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches. De pictogrammen en geven de richting van het papier aan met betrekking tot de printer. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Selecteer het papierformaat met behulp van het bedieningspaneel.
Specificaties papierformaat Naam papierformaat Werkelijk formaat Handinvoer Lade 1 Lade 2-5 V C C Werkelijk formaat Handinvoer Lade 1 Lade 2-5 81/2 × 14 8,5 × 14 inch V B B 81/2 × 13 8,5 × 13 inch V C C 81/2 × 11 8,5 × 11 inch V B B 81/4 × 14 8,25 × 14 inch V C C 81/4 × 13 8,25 × 13 inch V C C 8 × 13 8 × 13 inch V C C 8 × 10 8 × 10 inch V C C 71/4 × 101/2 7,25 × 10,5 inch V C C 51/2 × 81/2 5,5 × 8,5 inch V B B 41/8 × 91/2 4,125 × 9,5 inch V - C
2.
Specificaties papiertype Specificaties papiertype In de volgende tabel ziet u de papiertypes die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie de tabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr." Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Ondersteund • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. • -: Niet ondersteund Papiergewicht nr.
2. Papier plaatsen Papiergewicht nr. Handinvoer Lade 1 Lade 2-5 Dubbelzijdi g Briefhoofdpapier 1, 6, 7 V - - - Briefhoofdpapier 2 t/m 5 V V V Voorbedrukt papier 1, 6, 7 V - - Voorbedrukt papier 2 t/m 5 V V V Bankpost 1, 6, 7 V - - Bankpost 2 t/m 5 V V V - *1 V - - - Etikettenpapier 1 t/m 7 V - - - Envelop 2 t/m 7 V - V - Papiertype OHP - - *1 Het is niet nodig om het papiergewicht te specificeren voor dit papiertype. Papiergewicht Nr.
Voorzorgsmaatregelen voor papier Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier te drukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. • Als lade 2, 3, 4 en 5 zijn geïnstalleerd, mag u niet meer dan één lade tegelijkertijd eruit trekken wanneer u papier verwisselt of bijvult, of vastgelopen papier wilt verwijderen.
2. Papier plaatsen • Er wordt aangeraden enveloppen en etiketten in de handinvoer te plaatsen.
Voorzorgsmaatregelen voor papier 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. 4 mm (0,2 inch) 4. 10 mm (0,4 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van het papierformaat, de printertaal en de printerstuurprogramma-instellingen. • Afhankelijk van de instellingen van het printerstuurprogramma is het mogelijk om buiten het aanbevolen afdrukgebied af te drukken. Echter de werkelijke uitvoer kan afwijken of er kan zich een probleem voordoen met papierinvoer.
2. Papier plaatsen Papier in de papierladen plaatsen In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Als lade 2, 3, 4 en 5 zijn geïnstalleerd, mag u niet meer dan één lade tegelijkertijd eruit trekken wanneer u papier verwisselt of bijvult, of vastgelopen papier wilt verwijderen.
Papier in de papierladen plaatsen 1. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trek hem dan uit de printer. DPK907 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 2. Stel de papierformaatknop in op basis van het papierformaat en de richting van het papier in de lade. DPL036 3. Knijp in de klem van de zijgeleider en schuif deze tot het gewenste papierformaat.
2. Papier plaatsen 4. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. DPL038 Wanneer papier wordt geplaatst dat groter is dan A4 of 81/2 × 11 , drukt u op de knop en trekt u vervolgens de eindgeleider uit om deze aan te passen aan het papierformaat. 2 1 DPK125 5. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar beneden ligt. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade. DPK909 6.
Papier in de papierladen plaatsen Overmatige verplaatsing van geladen papier kan ertoe leiden dat de papierranden beschadigd raken rond de openingen van de liftplaat van de lade, waardoor vellen papier verkreukelen of vastlopen. 7. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt. DPL039 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag.
2. Papier plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen • Voor meer informatie over welke papierformaten en -soorten in welke laden geplaatst kunnen worden, zie Pag. 48 "Specificaties papierformaat" en Pag. 51 "Specificaties papiertype". • Controleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering. Het plaatsen van te veel papier kan papierstoringen veroorzaken. • Meng verschillende soorten papier niet. • Geef na het plaatsen van het papier het papierformaat en -type aan met het bedieningspaneel.
Papier in de handinvoer plaatsen 2. Plaats het papier met de bedrukte zijde naar boven gericht totdat het stopt en stel vervolgens beide zijden van de papiergeleider in om deze aan te passen aan de breedte van het papier. 2 1 2 DPL022 • Het wordt aanbevolen bij het gebruik van de handinvoer de papierrichting in te stellen op . • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 62 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen".
2. Papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst.
Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen • Om op briefpapier af te drukken wanneer [Instelling briefhoofd] op [Automatische detectie] staat, moet u [Briefhoofd] instellen als papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. • Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt.
2. Papier plaatsen Enveloppen plaatsen In dit hoofdstuk vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. Specificatie van enveloppen • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. • Gebruik geen vensterenveloppen. • Enveloppen, in het bijzonder met lijm op de flappen, kunnen aan elkaar plakken. Waaier de enveloppen uit voordat u ze plaatst.
Enveloppen plaatsen Afdrukrichting Papierlade 2-5 Handinvoer Enveloppen • Flappen: gesloten • Flappen: gesloten • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar beneden • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar boven Gebruik bij het plaatsen van enveloppen het bedieningspaneel en het printerstuurprogramma om "Envelop" als het papiertype te selecteren en geef de dikte van de enveloppen op.
2. Papier plaatsen • Afhankelijk van de omgeving kunnen enveloppen gaan kreukelen, zelfs als het aanbevolen enveloptypen zijn. • Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit de printer komen. Als u een effen kleur op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3) 1.
Enveloppen plaatsen Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 5e) 1. Nadat u een document heeft aangemaakt, opent u het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document. 2. Klik op het tabblad [Papier] en configureer dan de volgende instellingen: • Invoerlade: Selecteer de papierlade met de enveloppen. • Documentformaat: Selecteer het formaat van de envelop. • Type: Selecteer [Envelop]. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig.
2. Papier plaatsen 3. Selecteer [Paper Feed] in het pop-upmenu. 4. Selecteer de papierlade met de enveloppen. 5. Selecteer [Printer Features] in het pop-upmenu. 6. Selecteer [Paper] in het menu "Feature Sets:" om de volgende instellingen te configureren: • Paper Type: Selecteer [Envelop]. 7. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. 8. Start het afdrukken vanuit het venster 'Printing preferences' van de toepassing.
Papierinstellingen Papierinstellingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u het papierformaat en -type kunt opgeven met het bedieningspaneel. • Als [Prioriteit lade-instelling] is ingesteld op [Apparaatinstelling(en)], dan hebben de papierinstellingen die gedaan zijn op het bedieningspaneel van de printer voorrang op de instellingen die gedaan zijn in het printerstuurprogramma of via commando's. Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing.
2. Papier plaatsen 3. Selecteer [Ang.fr] Druk op [OK] 4. Voer de horizontale waarde in 5. Voer de verticale waarde in Druk op [OK] Druk op [OK] • Voor meer informatie over het beschikbare papierformaat, zie Pag. 48 "Specificaties papierformaat". Een papiertype specificeren U kunt de prestaties van de printer verbeteren door de optimale papiersoort te selecteren voor de lade. Druk op de [Menu]-knop en selecteer de instellingen met de toetsen [ ] of [ ]. 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2.
Papierinstellingen 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papierformaat: (ladenaam)] 3. Selecteer het enveloptype Druk op [OK] 4. Selecteer [Papiertype: (ladenaam)] 5. Selecteer [Envelop] Druk op [OK] Druk op [OK] Druk op [OK] 6. Druk op [Escape] 7. Selecteer [Onderhoud] Druk op [OK] 8. Selecteer [Algemene instellingen] 9. Selecteer [Envelopinstelling] Druk op [OK] Druk op [OK] 10. Selecteer de bronlade waarvoor u de papierdikte wilt wijzigen 11.
2.
3. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Pieptonen van het bedieningspaneel De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die de printer produceert om gebruikers te waarschuwen over printeromstandigheden en de betekenis van elk van die geluidspatronen. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd.
3. Problemen oplossen De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als de printer de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje : Papierstoring Status Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie Pag.
Problemen met de USB-verbinding Problemen met de USB-verbinding Probleem Oorzaken Oplossing De printer wordt niet automatisch herkend. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Koppel de USB-kabel los, zet de printer uit en vervolgens weer aan. Wanneer de printer klaar is voor gebruik, stopt u de USB-kabel er weer in. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Controleer of de computer de printer heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat.
3. Problemen oplossen Weergegeven berichten In dit gedeelte worden de belangrijkste berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogboek-bestanden en foutrapporten. Indien er andere meldingen verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusberichten Meldingen 76 Status "Energiespaarstandmodus" De printer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets om naar de normale modus te gaan.
Weergegeven berichten Meldingen Status "Certificaat bijw…" De printer is bezig met het bijwerken van het @Remote-certificaat. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. "Wachten op afdr.geg..." De printer wacht op de volgende gegevens om af te drukken. Wacht even. Waarschuwingsberichten (op het bedieningspaneel weergegeven) Meldingen Oorzaak Oplossing " (A1) Verw vastgel pap uit lades. Opn&Slt voorpan." Open het voorpaneel en verwijder het vastgelopen papier uit de papierinvoer.
3. Problemen oplossen Meldingen 78 Oorzaak Oplossing " (Y3) Verw pap in lade 4. Open lade 4 en verwijder het Opn&sl. voorpan. " vastgelopen papier. Als u de fout wilt herstellen, opent u het voorpaneel en sluit u deze vervolgens weer. Voor meer informatie, zie Pag. 115 "Verwijderen van vastgelopen papier". " (Y4) Verw pap in lade 5. Open lade 5 en verwijder het Opn&sl. voorpan." vastgelopen papier. Als u de fout wilt herstellen, opent u het voorpaneel en sluit u deze vervolgens weer.
Weergegeven berichten Meldingen "Kan niet afdrukken." Oorzaak De printer kan de verzonden gegevens niet afdrukken. Oplossing Controleer of het bestand dat u wilt afdrukken ondersteund wordt. Controleer het vastgelopen papier en vraag uw netwerkbeheerder om hulp. "Wijz(ladenaam)in volgende instellingen:" Het formaat van het papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven formaat in het printerstuurprogramma.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak "Max. aantal best overschr." Terwijl u een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk wilde afdrukken, werd de maximale bestandscapaciteit overschreden. "Max. aantal pag overschr." 80 De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Oplossing Verwijder onnodige bestanden die op de printer zijn opgeslagen.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Plaats pap.in (ladenaam)." Er is geen papier aanwezig in de aangegeven lade. Plaats het opgegeven papier in de lade en druk op [JobReset] om de taak te resetten. "Geen priv. om fnct te gebr." De ingelogde gebruiker heeft geen toestemming om programma's te registreren of de instellingen van de papierlade(n) te wijzigen. Voor meer informatie over het instellen van rechten, zie de Veiligheidshandleiding. "Parallelle I/F-board heeft een probleem.
3. Problemen oplossen Meldingen 82 Oorzaak Oplossing "Binnenk. verv.:Drumeenh" U moet binnenkort de drumeenheid vervangen. Neem contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger voor een nieuwe eenheid. "SD Card verif. is mislukt Ft ontst opn serv bel." De verificatie van de SD-kaart is mislukt. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Plaats de drumeenheid correct.
Weergegeven berichten Meldingen "Probleem met USB. Bel de servicedienst." Oorzaak Oplossing De printer heeft een USB-kaartfout Zet de printer uit en vervolgens ontdekt. weer aan. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger. "Wrd ingest. vr IPv6/ Het IPv6-adres of gateway-adres Gateway adr. zijn ongeldig. is ongeldig. (110/210)" Controleer de netwerkinstellingen.
3. Problemen oplossen Meldingen 84 Oorzaak Oplossing "91: Fout" Het afdrukken is geannuleerd door de automatische opdrachtannuleringsfunctie als gevolg van een opdrachtfout. Controleer of de gegevens geldig zijn. "92: Fout" Afdrukken is geannuleerd omdat de [Job Reset]- of [Suspend/Resume]-knop is ingedrukt op het bedieningspaneel van de printer. Voer indien nodig de afdrukopdracht nogmaals uit. "Adresboek is in gebruik.
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Opdrachtfout. " Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. Controleer of de communicatie tussen het apparaat en de printer op de juiste manier werkt. "Fout gecomprimeerde data" De printer heeft corrupte gecomprimeerde gegevens ontdekt. Controleer of het programma dat u heeft gebruikt voor het comprimeren van de gegevens correct werkt. "Duplex geannuleerd" Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd.
3. Problemen oplossen Meldingen "Gebr. functie geweig." Oorzaak De afdruktaak is geannuleerd om een van de volgende redenen: • De gebruiker heeft geen bevoegdheid om af te drukken. Oplossing Voer de gebruikersnaam of gebruikerscode met afdrukbevoegdheden in, of voer het juiste wachtwoord voor de gebruikersnaam in. • Er zijn geen bevoegdheden tot afdrukken toegekend aan de ingevoerde gebruikersnaam of gebruikerscode, of er is een foutief wachtwoord ingevoerd voor de gebruikersnaam. "Harde schijf is vol.
Weergegeven berichten Meldingen "I/O buffer overloop." Oorzaak Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. Oplossing • Selecteer [Prioriteit lettertype] voor [Gebruik van geheugen] in [Systeem]. • Stel in [I/O-buffer] onder het menu [Host interface] de maximale bufferomvang op een grotere waarde in. • Verminder het aantal bestanden dat naar de printer wordt verzonden.
3. Problemen oplossen Meldingen "Onvoldoende geheugen." Oorzaak Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Oplossing PCL 6 Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma. Op het tabblad [Gedetailleerde instellingen] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Raster] uit de lijst "Vector/Raster:".
Weergegeven berichten Meldingen Oorzaak Oplossing "Papiertype fout" De printer herkent het papiertype dat in het printerstuurprogramma is opgegeven niet. Controleer of de printer op de juiste manier op het netwerk is aangesloten en controleer of bidirectionele communicatie is ingeschakeld. Als het probleem zich blijft voordoen, controleer dan de instellingen van het papiertype van de gebruiker in de printer. "Wachtw komt niet overeen.
3. Problemen oplossen Als u niet kunt afdrukken Probleem 90 Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het apparaat staat uit. Voor informatie over het aanzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 28 "Het apparaat aan- of uitzetten". Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. Controleer de foutmelding of de status van de waarschuwing op het display en onderneem de vereiste actie. Voor meer informatie over oplossingen, zie Pag.
Als u niet kunt afdrukken Probleem Het afdrukken start niet. Oorzaak Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Oplossing Controleer de radiosignaalstatus van het draadloos LAN in [Systeeminstellingen]. Als de signaalkwaliteit onvoldoende is, verplaatst u de printer naar een locatie waar geen radiogolven zijn die mogelijk interferentie veroorzaken, of u verwijdert deze objecten die dit veroorzaken.
3. Problemen oplossen Probleem 92 Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kan het MAC-adres van de ontvanger communicatie met het toegangspunt in de weg staan. Controleer de toegangspuntinstellingen als u zich in de infrastructuurmodus bevindt. Afhankelijk van het toegangspunt kan het zijn dat toegang door een MAC-adres gefilterd kan zijn.
Als u niet kunt afdrukken Probleem Het afdrukken start niet wanneer u geavanceerd draadloos LAN in de Ad-hoc modus gebruikt. Oorzaak Oplossing U heeft een verkeerde Communicatiemodus ingesteld. • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Voor meer informatie over het in- en uitschakelen van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 28 "Het apparaat aan- of uitzetten". • Wijzig [Communicatiemodus] onder [Systeeminstellingen] in [802.11 Ad hoc modus] en selecteer vervolgens [Uit] voor [Beveiligingsmethode].
3. Problemen oplossen Overige afdrukproblemen In dit onderdeel worden de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen als u een afdruktaak vanaf een computer afdrukt, beschreven. Als het afdrukken niet goed gaat Probleem Oorzaak De afgedrukte afbeelding is bevlekt. Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet geconfigureerd bij het afdrukken op dik papier in de handinvoer.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. De printer staat niet op een vlakke ondergrond. De printer moet op een stabiele en vlakke ondergrond staan. Controleer de omgeving van de printer en kies een geschikte locatie. Voor meer informatie over de omgeving van de printer, zie de Gebruiksaanwijzing. De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Het papier is gekreukt, gekruld of beschadigd. Strijk het papier glad of vervang het papier.
3. Problemen oplossen 96 Probleem Oorzaak Oplossing Afbeeldingen vlekken als men er over wrijft. De toner hecht dus niet goed. De opgegeven papiersoort en het daadwerkelijk geplaatste papier verschillen wellicht van elkaar. Er kan bijvoorbeeld dik papier zijn gebruikt, terwijl dit niet is opgegeven als de papiersoort. PCL 5e De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. Afdrukken wordt uitgevoerd door de grafische verwerkingsfunctie van de printer.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Als u niet de juiste toner gebruikt, kan de afdrukkwaliteit lager zijn en kunnen andere problemen ontstaan. Gebruik alleen toner van de leverancier zelf. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Afgedrukte afbeeldingen Als het printerstuurprogramma komen niet overeen met de is geconfigureerd om de afbeeldingen op het scherm.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing De positie van de afbeelding verschilt van het display. De instellingen voor de lay-out zijn niet juist geconfigureerd. Controleer de instellingen voor de lay-out die met deze toepassing zijn geconfigureerd. Voor meer informatie over de instellingen van de lay-out, zie de helpfunctie van de toepassing. De positie van de afbeelding verschilt van het display. De instellingen voor de lay-out zijn niet juist geconfigureerd.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Afgedrukte foto's zijn korrelig. Sommige toepassingen drukken Gebruik de instellingen van de af met een lagere resolutie. toepassing of van het printerstuurprogramma om een hogere resolutie op te geven. Voor meer informatie over de instellingen van het printerstuurprogramma, zie de Help-functie van het printerstuurprogramma. Een ononderbroken lijn wordt afgedrukt als een lijn met schuine strepen of lijkt wazig. Ditherpatronen komen niet overeen.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Als u afdrukt met de USBapparaatserver, kan een afdruktaak niet juist uitgevoerd worden. Zelfs als de USBapparaatserver de gegevens goed ontvangen heeft, kan de printer de afdruktaak niet juist uitvoeren, omdat de timeoutperiode die op de printer is ingesteld te kort is. De achterzijden van de afdrukken zijn gedeeltelijk vies. De fixeerverhouding van de toner is te laag.
Overige afdrukproblemen Probleem Afdrukken worden uitgesmeerd met toner. Oorzaak Oplossing De fixeerverhouding van de toner is te laag. Dit probleem kan optreden wanneer afbeeldingen met een hoge belichting worden afgedrukt, zoals gerasterde afbeeldingen. • Geef een papierdikte op die groter is dan die, welke momenteel is ingesteld in de instellingen voor de papiersoort.
3. Problemen oplossen Het papier loopt vaak vast Probleem Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Oorzaak Oplossing PCL 5e Bij gebruik van Windows kunnen de instellingen van het Selecteer op het tabblad printerstuurprogramma de [Papier] van het instellingen die worden gebruikt printerstuurprogramma de op het bedieningspaneel gewenste invoerlade in de lijst overschrijven. "Invoerlade".
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor meer informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 53 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Er treden geregeld papierstoringen op. Het papier is te dik of te dun. Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag.
3. Problemen oplossen Probleem 104 Oorzaak Oplossing Vellen worden samen ingevoerd, met papierstoringen als resultaat. Vellen kleven aan elkaar. Waaier de vellen grondig voordat u ze plaatst. Helpt dit niet, kijk dan of het lukt wanneer u de vellen één voor één invoert. Bedrukt papier raakt gekreukeld. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor meer informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak De afbeelding op de Missende plekken en vegen achterzijde van de worden veroorzaakt door vocht dubbelzijdige afdrukken dat uit het papier lekt. heeft vage witte vlekken of is besmeurd. Witte strepen verschijnen op de OHP. Er zitten stukjes papier vast aan de OHP-transparant. Oplossing • Plaats de printer niet in een omgeving waar de temperatuur erg laag kan worden. • Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid.
3. Problemen oplossen Probleem Het duurt erg lang voordat het afdrukken is voltooid. Oorzaken Oplossing Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Als het lampje voor gegevensontvangst (Data In) knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht een ogenblik.
Overige afdrukproblemen Probleem Gecombineerd afdrukken, boekje afdrukken of automatisch verkleinen / vergroten geven niet het verwachte resultaat. Oorzaken Oplossing De toepassing of de instellingen Zorg ervoor dat de instellingen voor van het printerstuurprogramma het papierformaat en de richting van zijn niet juist geconfigureerd. de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Sommige soorten gegevens, De instellingen van het zoals grafische gegevens of printerstuurprogramma zijn niet gegevens uit bepaalde juist geconfigureerd. toepassingen, kunnen niet worden afgedrukt. Oplossing PCL 5e Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
Overige afdrukproblemen Probleem Sommige tekens worden niet afgedrukt of zien er vreemd uit. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5e Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie". PCL 6 • Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Kwaliteit] uit de lijst "Afdrukprioriteit:".
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken De afdruksnelheid of de snelheid van vrijgave vanuit de toepassing is laag. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 6 Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Snelheid] uit de lijst "Afdrukprioriteit:". Voor meer informatie over het instellingen van het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaken Het afdrukken is niet gestart, De ingestelde tijd op de printer hoewel het opgegeven of de computer is niet correct. afdruktijdstip reeds is verstreken. Afdrukken via draadloos LAN gaat langzaam. Afdrukken via draadloos LAN gaat langzaam. Oplossing Stel de correcte tijd in op de printer of op de computer. Het aantal taken overschrijdt de Verminder het aantal taken. maximale capaciteit van de printer. • Er kan een communicatiefout zijn opgetreden.
3. Problemen oplossen Probleem Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt. Oplossing Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde papierformaat als dat u in de toepassing heeft geselecteerd. Als u geen papier van het juiste formaat kunt plaatsen, gebruikt u de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en drukt u deze vervolgens af.
Overige afdrukproblemen Als de printer niet naar behoren werkt Probleem Oplossing Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Als u een Windows-besturingssysteem gebruikt, gaan de instellingen die via het printerstuurprogramma zijn ingesteld boven de instellingen die zijn ingesteld via het bedieningspaneel. Stel de invoerlade in met behulp van het printerstuurprogramma. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. Afdrukken worden niet correct gestapeld.
3. Problemen oplossen Probleem Het duurt te lang voordat het afdrukken is voltooid. Oplossing • Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Het afdrukken wordt mogelijk versneld wanneer u de instellingen met behulp van het printerstuurprogramma wijzigt. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie.
Verwijderen van vastgelopen papier Verwijderen van vastgelopen papier Wanneer papier vastloopt, wordt een foutmelding weergegeven. De foutmelding geeft aan waar het papier is vastgelopen. Controleer de locatie waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen.
3. Problemen oplossen Melding papierstoring (A1) (A2) (B) (C) (Z) Trek de papierlade uit totdat deze stopt. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. Gebruik beide handen om het voor- en bovenpaneel traag te openen. Houd de clip op de printcartridge vast om deze op te heffen. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. Knijp de clip op de printcartridge in en duw deze dan in de printer in totdat hij stopt. Trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. Haal de printcartridge eruit.
Verwijderen van vastgelopen papier Open het achterpaneel. Trek voorzichtig aan de lade totdat deze stopt, til de voorzijde van de lade omhoog en trek deze dan uit de printer. Laat hendel C zakken en trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. Laat hendel Z zakken en trek het vastgelopen papier er voorzichtig uit. Til hendel Z weer omhoog. DPL055 • Druk, bij het sluiten van het voorpaneel, de bovenzijde van het paneel stevig aan.
3. Problemen oplossen Melding papierstoring (Y1), (Y2), (Y3), or (Y4) De volgende meldingen worden weergegeven afhankelijk van de lade waarin het papier is vastgelopen: • " (Y1)": Lade 2 • " (Y2)": Lade 3 • " (Y3)": Lade 4 • " (Y4)": Lade 5 De procedure voor het verwijderen van vastgelopen papier is voor alle lades hetzelfde. In de volgende procedure wordt het vastlopen van papier in Lade 2 (met de melding (Y1)) uitgelegd als voorbeeld. 1. Trek de papierlade naar buiten totdat deze stopt. DPL047 2.
Verwijderen van vastgelopen papier 3. Houd de lade met beide handen vast, schuif hem over de rails in de papierinvoereenheid en duw hem vervolgens stevig erin.
3. Problemen oplossen Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript en PostScrip 3 zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Macintosh, Mac OS, OS X, en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc, geregistreerd in de Verenigde Staten en in andere landen. Citrix, Citrix Presentation Server en Citrix XenApp zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Citrix Systems, Inc.
Handelsmerken Microsoft® Windows® 7 Ultimate Microsoft® Windows® 7 Enterprise • De productnamen van Windows 8 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8 Microsoft® Windows® 8 Pro Microsoft® Windows® 8 Enterprise • De productnamen van Windows 8.1 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8.1 Microsoft® Windows® 8.1 Pro Microsoft® Windows® 8.
3. Problemen oplossen Microsoft® Windows Server® 2012 R2 Essentials Microsoft® Windows Server® 2012 R2 Standard Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. Schermafbeeldingen van Microsoft-producten zijn afgedrukt met toestemming van Microsoft Corporation.
INDEX B Symbolen................................................................. 5 Bedieningspaneel........................................... 13, 15 Berichten................................................................ 76 Binnenkant............................................................. 11 Briefpapier............................................................. 62 Buitenkant.......................................................... 9, 10 U E Enveloppen plaatsen...............................
MEMO 124 NL NL M282-7829
© 2016
NL NL M282-7829