Gebruikershandleiding Snel aan de slag Papier plaatsen Problemen oplossen Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat..................................................................................................................... 3 Lijst met handleidingen....................................................................................................................................... 5 1. Snel aan de slag Voordat u begint.................................................................................................................................................
Enveloppen afdrukken met Mac OS X.......................................................................................................58 Papierinstellingen............................................................................................................................................. 60 Een papiersoort specificeren.......................................................................................................................60 Een papiertype specificeren.................................
Handleidingen voor dit apparaat Lees deze handleiding aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u met het apparaat wilt uitvoeren. • De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. • Adobe ® Acrobat® Reader®/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als pdf-bestand te kunnen bekijken. • Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken.
• Installeer het Apparaatcertificaat. • Schakel SSL-codering (Secure Sockets Layer) in. • Wijzig de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder met Web Image Monitor. Zie de Veiligheidshandleiding voor details. Zorg ervoor dat u deze handleiding leest wanneer u de geavanceerde beveiligingsfuncties of gebruikers- en beheerdersverificatie configureert. Installatiehandleiding stuurprogramma Deze handleiding beschrijft hoe u elk stuurprogramma kunt installeren en kunt configureren.
Lijst met handleidingen Meegeleverde gedrukte handleiding Meegeleverde PDF-handleiding Meegeleverde HTMLhandleiding Nee Ja Nee Lees dit eerst Ja Nee Nee Verkorte Installatiehandleiding Ja Nee Nee Gebruiksaanwijzing Nee Nee Ja Veiligheidshandleiding Nee Ja Nee Installatiehandleiding stuurprogramma Nee Ja Nee Naam handleiding Gebruikershandleiding • De Gebruiksaanwijzing en Installatiehandleiding stuurprogramma zijn beschikbaar in het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Nederla
6
1. Snel aan de slag In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen die zijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties en de namen en functies van de onderdelen.
1. Snel aan de slag van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 8 "Modelspecifieke informatie". Disclaimer De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. In geen enkel geval kan het bedrijf aansprakelijk worden gesteld voor directe, indirecte, speciale of toevallige schade of gevolgschade voortvloeiend uit het hanteren of het bedienen van het apparaat.
Voordat u begint (voornamelijk in Europa en Azië) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model: • CODE XXXX -27 • 220 – 240 V (voornamelijk in Noord-Amerika) Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model: • CODE XXXX -17 • 120 – 127 V • De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches. Als uw printer een model uit regio A is, kijkt u naar de metrische meeteenheden.
1. Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen Overzicht van alle apparaatonderdelen • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Buitenkant: vooraanzicht 1 2 3 4 15 14 13 5 12 6 11 10 7 8 9 CYN001 1. Voorpaneel Open deze om toegang tot de binnenkant van de printer te krijgen en vastgelopen papier te verwijderen.
Namen en functies van onderdelen 2. Verlengstuk Trek aan de papierstopper om te voorkomen dat het papier eraf valt. 3. Standaardlade Hierin worden de afdrukken verzameld met de afdrukzijde omlaag. 4. Bedieningspaneel Voor meer informatie, zie Pag. 15 "Namen en functies van het bedieningspaneel". • Voor de SP 4520DN U kunt de stand van het scherm handmatig aanpassen. Stel de hoek van het scherm af om het goed af te kunnen lezen. CYN089 5.
1. Snel aan de slag Voor details over de papierformaten en -soorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 41 "Specificaties papiertype". 13. Indicatielampje resterende hoeveelheid papier Geeft aan hoeveel papier er nog ongeveer in de lade zit. 14. Hoofdstroomschakelaar Gebruik deze schakelaar om de printer in en uit te schakelen. Voor informatie over het uitschakelen van de printer, zie Pag. 25 "Het apparaat uitzetten". 15.
Namen en functies van onderdelen 7. USB-poort H (Poort die de servicemonteur kan gebruiken) Gebruik deze poort niet. 8. Optionele interfacekaartsleuf Optionele interfacekaarten kunnen worden geplaatst. Steek een optionele draadloze LAN-interfacekaart of IEEE 1284-interfacekaart in de sleuf. 9. Sleuven voor geheugenkaarten Verwijder de klep en plaats de SD-kaarten. 10. USB-poort A Hierop kunt u externe apparaten zoals een kaartverificatieapparaat, etc., aansluiten. Binnenkant: vooraanzicht 1 2 CYN002 1.
1. Snel aan de slag Binnenkant: achteraanzicht 1 CYN004 1. Fuseereenheid Er worden berichten op het scherm weergegeven als de fuseereenheid moet worden vervangen of als een nieuwe moet worden voorbereid. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing. De fuseereenheid is inbegrepen in de Onderhoudskit. Informatie over de functie van de interne printeropties 1 4 3 2 CYN088 1.
Namen en functies van onderdelen Deze kaart hebt u nodig wanneer u een NetWare-server gebruikt. • XPS-kaart Hiermee kunt u XPS-bestanden afdrukken. • Browsereenheid (voor SP 4520DN) Hiermee kunt u internetpagina's op het scherm van het bedieningspaneel weergeven en ze afdrukken. Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 2. Optionele interface-eenheden • Draadloze LAN-kaart Hiermee kunt u via een draadloze LAN-verbinding communiceren.
1. Snel aan de slag 1 2 3 13 4 12 5 11 10 6 7 8 9 CYN041 1. Display Geeft de huidige printerstatus en foutmeldingen weer. Door het inschakelen van de energiespaarstand wordt de achtergrondverlichting uitgeschakeld. Voor meer informatie over de energiespaarstand, zie Pag. 26 "Energie besparen". 2. Selectieknoppen Corresponderen met de functie-items onderin het scherm.
Namen en functies van onderdelen 5. [Job Reset]-knop Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 6. [Suspend/Resume]-knop Druk hierop om de afdruktaak die momenteel wordt verwerkt, te onderbreken. Het indicatielampje blijft oplichten zolang de taak onderbroken is. Druk nogmaals op deze knop om de taak te hervatten. De onderbroken taak wordt automatisch hervat wanneer de tijd die opgegeven is in [Tijd autom. resetten] verlopen is (standaardinstelling: 60 seconden).
1. Snel aan de slag 1 8 2 9 3 10 4 5 6 7 11 12 13 14 CYN040 1. Display Geeft de functietoetsen, apparaatstatus en meldingen weer. Zie Pag. 19 "De namen en functies van het display". 2. Lichtsensor Met deze sensor wordt het niveau van het omgevingslicht gemeten wanneer de functie ECO Night Sensor ingeschakeld is. 3. [Home]-knop Druk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Voor meer informatie, zie Pag. 21 "Het [Home]-scherm gebruiken". 4.
Namen en functies van onderdelen 8. Indicatielampje Power Dit indicatielampje brandt wanneer het apparaat is ingeschakeld. Dit indicatielampje is uit wanneer de stroom is uitgeschakeld of de printer in de energiespaarstand staat. 9. [Energy Saver]-knop Druk op deze knop om de slaapstand in- of uit te schakelen. Zie Pag. 26 "Energie besparen". Als de printer in de slaapstand staat, knippert de [Energy Saver]-knop langzaam. 10. [Login/Logout]-knop Druk hierop om in of uit te loggen. 11.
1. Snel aan de slag 3. [Afdrtkn] Druk hierop om de afdruktaken weer te geven die vanaf een computer zijn gestuurd. [Afdrtkn] wordt alleen weergegeven als de optionele harde schijf op de printer geïnstalleerd is. 4. [Voorraad] Druk hierop om de informatie over printervoorraaden weer te geven. • Standaard wordt de resterende hoeveelheid toner weergegeven. Om te voorkomen dat de resterende hoeveelheid toner wordt weergegeven, stelt u [Voorraadinf.
Namen en functies van onderdelen • Na het voltooien van een taak wacht de printer een bepaalde tijdsduur en herstelt dan de instellingen naar de standaardwaarden die opgegeven zijn in Functieprioriteit. Deze functie wordt "Systeemreset" genoemd. Voor de procedure voor het opgeven van standaardinstellingen onder Functieprioriteit raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing. • Om de tijd te wijzigen die de printer wacht totdat de instellingen naar de standaardwaarden worden hersteld, moet u de instelling Autom.
1. Snel aan de slag 4. Illustratie Home-scherm Het is mogelijk een afbeelding zoals een bedrijfslogo in het [Home]-scherm weer te geven. Als u de afbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan de Gebruiksaanwijzing. 5. / Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één pagina kunnen worden weergegeven. • Als er een geïntegreerde softwaretoepassing geïnstalleerd is, wordt er een functiepictogram voor de toepassing weergegeven op het [Home]-scherm.
Namen en functies van onderdelen 1. Gebruiksstatus of mededelingen Dit geeft de actuele status van de printer weer, zoals "Gereed", "Offline" en "Afdrukken...". Informatie (gebruiker-ID en documentnaam) over de afdrukopdracht verschijnt in deze sectie. 2. [Afdruktak.] Druk hierop om de afdruktaken weer te geven die vanaf een computer zijn gestuurd. 3. Voorraadinformatie U kunt de resterende hoeveelheid toner en papier controleren. Druk hierop om het [Voorraadinformatie]scherm weer te geven. 4. [Afd. v geh.
1. Snel aan de slag 5 1 2 3 4 CQT201 1. Meldingen Geeft berichten van de beheerder weer. 2. Totaal afgedrukte pagina's Geeft het totaal aantal afgedrukte pagina's in de huidige en vorige telperiode weer. 3. Milieuvriendelijkheidsindicator • Papiervermindering: Toont de hoeveelheid papier die bespaard is door gebruik te maken van de functies voor dubbelzijdig en gecombineerd afdrukken. De waarde staat voor het percentage bespaard papier ten opzichte van de totale hoeveelheid verbruikt papier.
Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aan-/uitzetten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer in- en uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. CYN031 Het aan/uit indicatielampje gaat branden. • Nadat u de hoofdschakelaar heeft ingeschakeld, verschijnt er mogelijk een scherm dat aangeeft dat de printer bezig is met initialiseren. Schakel de printer tijdens dit proces niet uit.
1. Snel aan de slag • Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. CYN031 De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is. Als het uitschakelen niet voltooid is binnen de tijd die is weergegeven op het scherm, neem dan contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger.
Het apparaat aan-/uitzetten • Gebruik het bedieningspaneel als [Uitm. fus.eenh. verlaten] is ingesteld op [Bij bedien. van bed.paneel] • Start afdruktaken Slaapstand Als u de printer gedurende een bepaalde periode niet gebruikt nadat deze over is gegaan naar de 'Uitmodus fuseereenheid', schakelt de printer over naar de slaapstand om het stroomverbruik nog verder te beperken.
1. Snel aan de slag • U kunt de printer configureren om automatisch de stroom in te schakelen wanneer hij een stijging van het lichtniveau waarneemt. De printer kan ook reageren op daglicht en dan de stroom inschakelen. Als de printer in een omgeving staat waar hij blootgesteld wordt aan direct zonlicht, is het aan te raden dat u de standaard fabrieksconfiguratie niet wijzigt en alleen [Alleen autom. stroom uit] inschakelt. • Als de printer in de slaapstand staat, knippert de [Energy Saver]-knop langzaam.
Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneel Weergave van de printerconfiguratieschermen op het bedieningspaneel Printerinstellingen configureren met de toets [Menu] Deze functie is alleen beschikbaar op de SP 4510DN. Als u de SP 4520DN gebruikt, gaat u naar Pag. 29 "Afdrukinstellingen configureren via de [User Tools]-knop" In het configuratiescherm kunt u standaards instellen of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1.
1. Snel aan de slag In het configuratiescherm kunt u de standaardinstellingen instellen of wijzigen. • Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [User Tools]-knop. CYN043 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen. Druk op [ ] of [ ] om de volgende en vorige pagina weer te geven. 3. Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen en druk vervolgens op [OK]. 4. Druk op de [User Tools]-knop.
Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneel • Om wijzigingen aan instellingen ongedaan te maken en terug te keren naar het oorspronkelijke display, drukt u op de [User Tools]-knop.
1. Snel aan de slag Web Image Monitor gebruiken Met Web Image Monitor kunt u de printerstatus controleren en instellingen wijzigen. Beschikbare bewerkingen De volgende bewerkingen kunnen op afstand vanaf een clientcomputer worden uitgevoerd met Web Image Monitor.
Web Image Monitor gebruiken • Indien de printer door een firewall wordt beschermd, dan kan men zich geen toegang verschaffen tot de printer via computers buiten de firewall. • Indien u de printer in combinatie met DHCP gebruikt, is het mogelijk dat het IP-adres automatisch wordt gewijzigd door de instellingen van de DHCP-server. Schakel de DDNS-instelling in op de printer en maak dan een verbinding door de hostnaam van de printer te gebruiken. U kunt ook een statisch IP-adres instellen op de DHCP-server.
1. Snel aan de slag In de gastmodus kunnen de status en de instellingen van de printer en de status van de afdruktaken worden bekeken, maar de instellingen van de printer kunnen niet worden gewijzigd. Beheerdersmodus Voor deze modus moet een beheerder inloggen. In de beheerdersmodus kunt u verschillende printerinstellingen configureren. • Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres "192.168.001.010" is, moet u het invoeren als "192.168.1.10". 1.
Web Image Monitor gebruiken 1. Menugedeelte Geeft de inhoud van een geselecteerd menu-item weer. 2. Koptekstgebied Geeft het dialoogvenster weer voor het schakelen naar de gebruikersmodus en beheerdersmodus en het menu voor iedere modus. Geeft ook een koppeling naar de helpfunctie weer en hier kunt u het dialoogvenster voor zoeken aan de hand van trefwoorden openen. 3. Vernieuwen/Help (vernieuwen): klik op rechtsboven in het werkgebied om de printergegevens te updaten.
1.
2. Papier plaatsen In dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en er wordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. Procedure voor het plaatsen van papier Om het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voor het formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken.
2. Papier plaatsen Specificaties papierformaat In de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere papierlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches. De pictogrammen en geven de richting van het papier aan met betrekking tot de printer. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Selecteer het papierformaat met behulp van het bedieningspaneel.
Specificaties papierformaat Engelse formaten Naam papierformaat Werkelijk formaat Dubbelzijdig Handinvoer Lade 1 Lade 2, 3 81/2 × 14 8,5 × 14 inch A B B 81/2 × 13 8,5 × 13 inch A C C 81/2 × 11 8,5 × 11 inch A B B 81/4 × 14 8,25 × 14 inch A C C 81/4 × 13 8,25 × 13 inch A C C 8 × 13 8 × 13 inch A C C 8 × 101/2 8 × 10,5 inch A C C 8 × 10 8 × 10 inch A C C 71/4 × 101/2 7,25 × 10,5 inch A C C 5,5 × 8,5 inch A B B 51/2 × 81/2 * 51/2 × 81/2 5,5 × 8,5 inch
2.
Specificaties papiertype Specificaties papiertype In de volgende tabel ziet u de papiertypes die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie de tabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr." Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Ondersteund • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. • -: Niet ondersteund Papiertype Papiergewicht nr.
2. Papier plaatsen Papiergewicht Nr. Papiergewicht 1 52 – 65 g/m2 (14 – 18 lb. BANKPOST) 2 66 – 74 g/m2 (18 – 20 lb. BANKPOST) 3 75 – 90 g/m2 (20 – 24 lb. BANKPOST) 4 91 – 105 g/m2 (24 – 28 lb. BANKPOST) 5 106 – 130 g/m2 (28 – 35 lb. BANKPOST) 6 131 – 162 g/m2 (35 lb. BANKPOST – 90 lb. INDEX) *1 Het is niet nodig om het papiergewicht te specificeren voor dit papiertype. • Als [Dik papier 2] is geselecteerd, kan de afdruksnelheid veranderen.
Voorzorgsmaatregelen voor papier Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier te drukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. Voorzorgsmaatregelen • Aanbevolen papier: Papier met een calciumcarbonaat-gehalte van 15% of minder. • Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst.
2. Papier plaatsen • Bewaar papier op een vlak oppervlak. • Bewaar papier niet verticaal. • Als het papier eenmaal is geopend, bewaart u het in plastic tassen. Afdrukgebied Hieronder wordt het aanbevolen afdrukgebied van deze printer weergegeven: 2 4 4 3 1 3 CEC244 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. 4,2 mm (0,2 inch) 4. 4,2 mm (0,2 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van het papierformaat, de printertaal en de printerstuurprogramma-instellingen.
Papier in papierlades plaatsen Papier in papierlades plaatsen In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Pas tijdens het gebruik van de envelophendel op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag.
2. Papier plaatsen 1. Trek de papierlade voorzichtig uit. Stel de papierformaatknop in op basis van het papierformaat en de richting van het papier in de lade. CYN027 2. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trek hem dan uit de printer. CYN028 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 3. Knijp in de klem van de zijgeleider en schuif deze tot het gewenste papierformaat.
Papier in papierlades plaatsen 4. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. CXC614 5. Waaier de stapel even los voordat u deze in de lade plaatst. CBK254 6. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar beneden ligt. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade. CXC666 7. Schuif de papiergeleiders tegen het papier zodat er geen ruimte meer tussen zit.
2. Papier plaatsen 8. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt. CYN029 Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Verleng de lade bij het plaatsen van papier langer dan A4 of 81/2 × 11 in lade 1. Voor meer informatie, zie Pag. 48 "Bij het plaatsen van papier groter dan A4 of 81/2 × 11". • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag.
Papier in papierlades plaatsen 3. Zet de hendels terug naar hun oorspronkelijke posities. CXC608 • Als u A4 , 81/2 × 11 of kleiner papier gebruikt, hoeft u de lade niet te verlengen. Er kan dan een papierstoring optreden.
2. Papier plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 41 "Specificaties papiertype". • Controleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering. Het plaatsen van te veel papier kan papierstoringen veroorzaken. • Meng verschillende soorten papier niet. • Geef na het plaatsen van het papier het papierformaat en -type aan met het bedieningspaneel.
Papier in de handinvoer plaatsen 2. Schuif de zijgeleiders naar buiten tot deze niet verder kunnen en plaats papier met de afdrukzijde omhoog. 1 2 1 CYN038 3. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan. CYN039 • Het wordt aanbevolen bij het gebruik van de handinvoer de papierrichting in te stellen op . • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 52 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen".
2. Papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst.
Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen • Om op briefpapier af te drukken wanneer [Instelling briefhoofd] op [Automatische detectie] staat, moet u [Briefhoofd] instellen als papiertype in de instellingen van het printerstuurprogramma. • Als een afdruktaak halverwege het afdrukken wordt gewijzigd van enkelzijdig naar dubbelzijdig afdrukken, kan de enkelzijdige afdruk na de eerste afdruk op de andere zijde worden afgedrukt.
2. Papier plaatsen Enveloppen plaatsen In dit hoofdstuk vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u mogelijk brandwonden oplopen. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen.
Enveloppen plaatsen 3. Sluit de achterklep. CYN114 • Zorg ervoor dat u de envelophendel omhoog tilt nadat u op enveloppen hebt afgedrukt. • Als gedrukte enveloppen sterk gekreukeld uit de printer komen, plaatst u de enveloppen in omgekeerde richting. Configureer het printerstuurprogramma ook zodanig dat het afdrukobject 180 graden wordt geroteerd. Specificatie van enveloppen • Gebruik geen vensterenveloppen. • Enveloppen, in het bijzonder met lijm op de flappen, kunnen aan elkaar plakken.
2. Papier plaatsen Afdrukrichting Papierlade 1 Handinvoer Enveloppen • Kleppen: gesloten • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar beneden • Kleppen: gesloten • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar boven Gebruik bij het plaatsen van enveloppen het bedieningspaneel en het printerstuurprogramma om "Envelop" als het papiertype te selecteren en geef de dikte van de enveloppen op.
Enveloppen plaatsen • Afhankelijk van de omgeving kunnen enveloppen gaan kreukelen, zelfs als het aanbevolen enveloptypen zijn. • Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit de printer komen. Als u een effen kleur op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3) 1.
2. Papier plaatsen Enveloppen bedrukken met Windows (PCL 5e/5c) 1. Nadat u een document hebt aangemaakt, opent u het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document. 2. Klik op het tabblad [Papier] en configureer dan de volgende instellingen: • Invoerlade: Selecteer de papierlade met de enveloppen. • Documentformaat: Selecteer het formaat van de envelop. • Type: Selecteer [Envelop]. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig.
Enveloppen plaatsen 3. Selecteer [Paper Input] in het pop-upmenu. 4. Selecteer de papierlade met de enveloppen. 5. Selecteer [Printereigenschappen] in het pop-upmenu. 6. Ga naar het menu "Feature Sets:" om de volgende instellingen te configureren: • Papiertype: Selecteer [Envelop]. 7. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. 8. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing.
2. Papier plaatsen Papierinstellingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u het papierformaat en -type kunt opgeven met het bedieningspaneel. • Als [Prioriteit lade-instelling] is ingesteld op [Apparaatinstelling(en)], dan hebben de papierinstellingen die gedaan zijn op het bedieningspaneel van de printer voorrang op de instellingen die gedaan zijn in het printerstuurprogramma of via commando's. Raadpleeg voor meer informatie: • de Gebruiksaanwijzing. (SP 4510DN) • de Gebruiksaanwijzing.
Papierinstellingen 2. Stel het papierformaat en de richting in. [Papierformaat lade: (ladenaam)] Selecteer het papierformaat en de invoerrichting [OK] • Voor meer informatie over het beschikbare papierformaat, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat". Papier van afwijkend formaat opgeven Druk op de [Menu]-knop en selecteer de instellingen met de toetsen [ ] of [ ]. 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papierformaat: (ladenaam)] 3. Selecteer [Ang.fr] Druk op [OK] Druk op [OK] 4.
2. Papier plaatsen 1. Selecteer [Papierinvoer] Druk op [OK] 2. Selecteer [Papiertype: (ladenaam)] Druk op [OK] 3. Selecteer het papiertype dat in de opgegeven lade is geplaatst. Druk op [OK] 4. Als u [Gerecycled papier], [Gekleurd papier], [Briefpapier], [Etikettenpapier], [Envelop] of [Voorbedrukt papier] geselecteerd hebt als papiertype, druk dan op [Escape] 5. Selecteer [Onderhoud] Druk op [OK] 6. Selecteer [Algemene instellingen] Druk op [OK] 7.
Papierinstellingen 3. Selecteer het enveloptype Druk op [OK] 4. Selecteer [Papiertype: (ladenaam)] 5. Selecteer [Envelop] Druk op [OK] Druk op [OK] 6. Druk op [Escape] 7. Selecteer [Onderhoud] Druk op [OK] 8. Selecteer [Algemene instellingen] 9. Selecteer [Envelopinstelling] Druk op [OK] Druk op [OK] 10. Selecteer de bronlade waarvoor u de papierdikte wilt wijzigen 11. Selecteer de papierdikte Druk op [OK] Druk op [OK] 1. Druk op de [User Tools]-knop en ga vervolgens naar het scherm [Instell.
2.
3. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Als het paneel een pieptoon maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die de printer produceert om gebruikers te waarschuwen over printeromstandigheden en de betekenis van elk van die geluidspatronen. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd.
3. Problemen oplossen De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als de printer de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje : Papierstoring-indicator Status Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie Pag.
De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren • Uitvoerlade is vol Geeft aan of de uitvoerlade te vol is. • Papierstoring Toont de status van en oplossingen voor vastgelopen papier. • Paneel open Geeft aan of één of meer kleppen van de printer open staan. Gegevensopslag U kunt de volgende items controleren onder [Gegevensopslag]: • Overg. harde schijfgeh. Toont de hoeveelheid beschikbaar geheugen op de harde schijf.
3. Problemen oplossen Als een lampje bij de [Check Status]-knop gaat branden, drukt u op de [Check Status]-knop om het scherm [Controleer status] weer te geven. Controleer de status van de printer op het scherm [Controleer status]. Het scherm '[Controleer status]' 1 2 3 4 CQT666 1. Tabblad [Stat.ap./toep.] Geeft de status aan van deze printer. 2. Statuspictogrammen Elk pictogram dat kan worden weergegeven, wordt hieronder beschreven: : De printerfunctie voert een taak uit.
De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Probleem Er is een fout opgetreden. Oorzaak Oplossing Een functie die de status "Fout opgetr." heeft in het scherm [Controleer status], heeft een probleem. Druk op [Contr.] en controleer de weergegeven melding en neem de nodige maatregelen. Voor informatie over foutmeldingen en bijbehorende instructies, zie Pag. 71 "Als er berichten worden weergegeven". • Druk op [Contr.
3. Problemen oplossen Als de USB-verbinding problemen vertoont Probleem 70 Oorzaken Oplossing De printer wordt niet automatisch herkend. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Koppel de USB-kabel los, zet de printer uit en vervolgens weer aan. Wanneer de printer klaar is voor gebruik, stopt u de USB-kabel er weer in. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Controleer of de computer de printer heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat.
Als er berichten worden weergegeven Als er berichten worden weergegeven In dit gedeelte worden de belangrijkste berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogboek-bestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusberichten Meldingen Status "Energiespaarstandmodus" De printer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets om naar de normale modus te gaan.
3. Problemen oplossen Meldingen Status "Hex dump-modus" In de Hex Dump-modus ontvangt het apparaat gegevens in hexadecimale indeling. Druk op [Taak reset] om de Hex Dump-modus te annuleren. "Taak onderbroken." Het afdrukken werd tijdelijk onderbroken, omdat er op de [Taakbewerking]-toets of de [Suspend]-knop is gedrukt. "Toner bijvullen..." De printer laadt de toner. Wacht even. "Offline" De printer staat offline. "Een ogenblik.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing " (A1) Open voorpaneel en verwijder het papier. " Open het voorpaneel en verwijder het vastgelopen papier uit de papierinvoer. " (A2) Verw vastgel pap uit lades.Opn&Slt voorpan. " Verwijder het vastgelopen Voor meer informatie, zie papier uit de Pag. 129 "Vastgelopen handinvoerlade. Als u de fout papier verwijderen". wilt herstellen, opent u het voorpaneel en sluit u deze vervolgens weer. " (B) Open voorpaneel en verwijder het papier.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing " Toner is bijna op." De printcartridge is bijna leeg. Voor meer details, zie de Gebruiksaanwijzing. " Toner bijvullen. Tonercartridge vervangen." De toner is op. Vervang de inktcartridge. Voor meer details, zie de Gebruiksaanwijzing. "@Remote certif bijw mislukt" Het bijwerken van het @Remote-certificaat is niet gelukt. Zet de printer uit en vervolgens weer aan.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Wijz(ladenaam)in volgende instellingen:" Het formaat van het papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven formaat in het printerstuurprogramma. Selecteer een lade waarin papier zit dat van hetzelfde formaat is als het opgegeven papierformaat. "Controleer netwerkinstellingen. (103/203)" De instelling van het IP-adres is onjuist. Controleer het IP-adres, subnet mask en gatewayadres.
3. Problemen oplossen Meldingen 76 Oorzaak "Max. aantal best overschr." Terwijl u een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk wilde afdrukken, werd de maximale bestandscapaciteit overschreden. "Max. aantal pag overschr." De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. Oplossing Verwijder onnodige bestanden die op de printer zijn opgeslagen.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "IPv6 Adres bestaat reeds Handm. Config.-adres(109/209)" Dit IPv6-adres is al in gebruik. Neem contact op met de netwerkbeheerder. "Plaats pap.in (ladenaam)." Er is geen papier aanwezig in de aangegeven lade. Plaats het opgegeven papier in de lade en druk op [JobReset] om de taak te resetten. "Geen priv. om fnct te gebr.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Verv. vereist:Onderh.kit" U moet de onderhoudskit vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Vervanging Drumeenheid is vereist." U moet de drumeenheid vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Vervang binnenk.:Onderh.kit" U moet binnenkort de onderhoudskit vervangen. Neem contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger voor een nieuwe eenheid. "Binnenk. verv.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Voorraadopdr. is mislukt." De automatische bestellingsorder is mislukt. Het bericht geeft aan dat de printer geprobeerd heeft om de verbruiksartikelen te bestellen. "Deze NetBIOSnaam wordt al gebruikt.(108/208)" De NetBIOS-naam die is opgegeven voor de printer wordt al gebruikt door een ander apparaat op het netwerk. Neem contact op met de netwerkbeheerder. "Hetzelfde IPv4 adres bestaat al.
3. Problemen oplossen Meldingen "Kan geen verbinding maken met draadloze kaart. Zet hoofdstroomschakelaar uit. " Oorzaak Oplossing • De draadloze LANinterfacekaart is niet geplaatst toen de printer werd aangezet. • Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANinterfacekaart correct is geplaatst. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger voor meer informatie over het installeren van de kaart. • De draadloze LANinterfacekaart is verwijderd nadat de printer was aangezet.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Hardwarefout: HDD" Oorzaak Er is een fout opgetreden in de harde schijf. Oplossing • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. • Het is mogelijk dat de harde schijf niet juist is geïnstalleerd als u deze zelf hebt geïnstalleerd. Controleer of deze op de juiste wijze is geïnstalleerd. Voor informatie over het installeren van de eenheid, zie de Gebruiksaanwijzing.
3. Problemen oplossen Meldingen "Hardwarefout: Wireless kaart" Er wordt naar een "draadloze LAN-interfacekaart" verwezen met "draadloze kaart". Oorzaak Er kan toegang tot de draadloze LAN-interfacekaart verkregen worden, maar er is een fout gedetecteerd. Oplossing • Schakel de hoofdstroomschakelaar uit en controleer of de draadloze LANinterfacekaart correct is geplaatst. Voor informatie over het installeren van de kaart, zie de Gebruiksaanwijzing.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing De printer heeft een fout met de draadloze LAN-interfacekaart gedetecteerd. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Verwijder het papier van de standaardlade." De standaardlade is vol. Verwijder het papier. "Vervanging van drumeenheid is nu nodig. Bel service." U moet de drumeenheid vervangen. Neem contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger voor een nieuwe eenheid.
3. Problemen oplossen Meldingen "Sel. nw lade/gebr. onderst. pap.form." Oorzaak Oplossing De printerstuurprogrammainstellingen zijn incorrect, of de lade bevat niet het papier van het formaat of type dat geselecteerd is in het printerstuurprogramma. • Controleer of de printerstuurprogrammainstellingen correct zijn en plaats dan het papierformaat dat in het printerstuurprogramma is geselecteerd in de invoerlade. Voor meer informatie over het plaatsen van papier, zie Pag. 37 "Papier plaatsen".
Als er berichten worden weergegeven Meldingen tijdens het rechtstreeks afdrukken vanaf een memorystick Meldingen "Kan geen toegang tot het gespecificeerde geheugenapparaat krijgen." "De limiet voor totale gegevensgrootte van de gesel. bestanden is overschreden. Kan geen bestanden meer selecteren." Oorzaken Het geheugenopslagapparaat wordt niet herkend.
3. Problemen oplossen Meldingen 86 Oorzaak Oplossing "84: Fout" Er is geen werkruimte Selecteer [Prioriteit lettertype] beschikbaar voor het verwerken voor [Gebruik van geheugen] in van afbeeldingen. [Systeem]. Verminder het aantal bestanden dat naar de printer wordt verzonden. "85: Fout" De opgegeven grafische bibliotheek is niet beschikbaar. Controleer of de gegevens geldig zijn. "86: Fout" De parameters van de bedieningscode zijn onjuist. Controleer de afdrukinstellingen.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Fout Classificatiecode" De classificatiecode is niet opgegeven in het printerstuurprogramma. Selecteer [Optioneel] voor de classificatiecode. Voor informatie over het opgeven van instellingen voor de classificatiecode, zie de Gebruiksaanwijzing. "Sorteren geannuleerd" Sorteren is geannuleerd. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Sorteren: Pag.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Bestandsysteemfout. " Het rechtstreeks afdrukken van PDF-documenten kon niet worden uitgevoerd, omdat het bestandssysteem niet kon worden verkregen. Zet de printer uit en vervolgens weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, neem dan contact op met uw leverancier. "Bestandsysteem vol. " Het PDF-bestand kan niet worden afgedrukt, omdat de capaciteit van het bestandssysteem vol is.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "HDD niet geïnst. " De printer heeft een opgeslagen Installeer een harde schijf. afdruktaak ontvangen, maar er is geen harde schijf geïnstalleerd. "I/O buffer overloop." Er heeft een invoerbufferoverloop plaatsgevonden. • Selecteer [Prioriteit lettertype] voor [Gebruik van geheugen] in [Systeem]. • Stel in [I/O-buffer] onder het menu [Host interface] de maximale bufferomvang op een grotere waarde in.
3. Problemen oplossen Meldingen "Onvoldoende geheugen." Oorzaak Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Oplossing PCL 6 Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie. Op het tabblad [Gedetailleerde instellingen] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Raster] uit de lijst "Vector/Raster:".
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Geen reactie van server. " Er is een time-out opgetreden bij Controleer de status van de het totstandbrengen van de server. verbinding tussen printer en server voor LDAP verificatie of Windows-verificatie. "Fout papierformaat" Het afdrukken is geannuleerd, omdat het opgegeven papierformaat niet uit de lade gehaald kan worden. Controleer het beschikbare papierformaat.
3. Problemen oplossen Meldingen "Gebr.verif. bestaat reeds. " Meldingen "84: Fout" Oorzaak Deze accountnaam is al gebruikt in het nieuw geselecteerde domein of server via LDAP-verficatie of Integratieserver-verificatie. Oplossing Neem contact op met de beheerder. Oorzaak Oplossing Er is geen werkruimte beschikbaar voor het verwerken van afbeeldingen. • Selecteer [Prioriteit lettertype] voor [Gebruik van geheugen] in [Systeem]. Verminder het aantal bestanden dat naar de printer wordt verzonden.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "86: Fout" De parameters van de bedieningscode zijn onjuist. Controleer de afdrukinstellingen. "91: Fout" Het afdrukken is geannuleerd door de automatische opdrachtannuleringsfunctie als gevolg van een opdrachtfout. Controleer of de gegevens geldig zijn. "92: Fout" Afdrukken is geannuleerd, omdat [Taak reset] of de [Suspended]-knop is ingedrukt op het bedieningspaneel van het apparaat.
3. Problemen oplossen Meldingen Oorzaak Oplossing "Sorteren is geannuleerd." Sorteren is geannuleerd. Verklein het aantal bestanden dat naar de printer verzonden wordt of installeer de optionele SDRAM-module. Voor meer informatie over het installeren van de SDRAM-module, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. "Opdrachtfout" Een RCPS-opdrachtfout is opgetreden. Controleer of de communicatie tussen het apparaat en de printer op de juiste manier werkt. "Fout gecomprimeerde gegevens.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Duplex is geannuleerd." Oorzaak Dubbelzijdig afdrukken is geannuleerd. Oplossing • Selecteer het juiste papierformaat voor de duplexfunctie. Voor informatie over papierformaten, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat". • Wijzig de instelling voor "2-zijdig toepassen" in [Systeeminstellingen] om dubbelzijdig afdrukken te activeren voor de papierlade. Voor meer informatie over het instellen van "2-zijdig toepassen", zie de Gebruiksaanwijzing.
3. Problemen oplossen Meldingen "Max. aant. pag. (autom.) overschreden" "Max. aantal pagina's voor tijdelijke/opgeslagen taken overschreden." 96 Oorzaak Oplossing De maximale paginacapaciteit werd overschreden tijdens het afdrukken van een Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk of Opgeslagen afdruk. • Verwijder onnodige bestanden die op de printer zijn opgeslagen.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Harde schijf is vol." Als u afdrukt met het PostScript 3-printerstuurprogramma, dan is de capaciteit van de harde schijf voor lettertypen en formulieren overschreden. Verwijder onnodige formulieren en lettertypen van de printer. "Harde schijf is vol (automatisch opslaan)" De harde schijf is vol geraakt terwijl de opslagfunctie voor fouttaken werd gebruikt om normale afdruktaken op te slaan als uitgestelde afdrukbestanden.
3. Problemen oplossen Meldingen "Onvoldoende geheugen" Oorzaak Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Oplossing PCL 5 / PostScript 3 Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie. PCL 6 Selecteer een lagere resolutie in het printerstuurprogramma. Raadpleeg de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het wijzigen van de resolutie.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "Geheugen herstelfout" Er is een geheugentoewijzingsfout opgetreden. Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan. Als het bericht nogmaals verschijnt, vervang dan het SDRAM-geheugen. Voor meer informatie over het vervangen van SDRAM, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. "Geen reactie van server. Verificatie is mislukt." Er is een time-out opgetreden bij Controleer de status van de het totstandbrengen van de server.
3. Problemen oplossen Meldingen 100 Oorzaak Oplossing "Geselecteerde pap.type wordt niet ondersteund. Deze taak is geannuleerd." Er wordt automatisch een Job reset uitgevoerd als het opgegeven papiertype verkeerd is. Geef het correcte papiertype op en druk het bestand vervolgens opnieuw af.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." De ingevoerde Log-in gebruikersnaam of het ingevoerde Log-in wachtwoord is onjuist. Controleer of de Log-in gebruikersnaam en het Log-in wachtwoord correct zijn. "U heeft niet het privilege om deze functie te gebruiken. Afdruktaak is geannuleerd." Het is de ingelogde gebruiker niet toegestaan om de geselecteerde functie te gebruiken.
3. Problemen oplossen Als u niet kunt afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het apparaat staat uit. Voor informatie over het aanzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 25 "Het apparaat aan-/ uitzetten". Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. Controleer de foutmelding of de status van de waarschuwing op het display en onderneem de vereiste actie. Voor meer informatie over het oplossen van problemen, zie Pag.
Als u niet kunt afdrukken Probleem Het afdrukken start niet. Oorzaak Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kunnen afdrukstoringen ontstaan door een zwak draadloos signaal. Oplossing Controleer de radiosignaalstatus van het draadloos LAN in [Systeeminstellingen]. Als de signaalkwaliteit onvoldoende is, verplaatst u de printer naar een locatie waar geen radiogolven zijn die mogelijk interferentie veroorzaken, of u verwijdert deze objecten die dit veroorzaken.
3. Problemen oplossen Probleem 104 Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan zijn de SSID-instellingen onjuist. Controleer of de SSID juist is ingesteld en gebruik hiervoor het displaypaneel van de printer. Voor informatie over SSID-instelling, zie de Gebruiksaanwijzing. Het afdrukken start niet. Als de printer gebruik maakt van een draadloos LAN, dan kan het MAC-adres van de ontvanger communicatie met het toegangspunt in de weg staan.
Als u niet kunt afdrukken Probleem Het afdrukken start niet wanneer u geavanceerd draadloos LAN in de Ad-hoc modus gebruikt. Oorzaak U heeft een verkeerde Communicatiemodus ingesteld. Oplossing • Schakel de hoofdschakelaar uit en weer in. Voor informatie over het in- en uitschakelen van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 25 "Het apparaat aan-/uitzetten". • Wijzig [Communicatiemodus] onder [Systeeminstellingen] in [802.11 Ad hoc modus] en selecteer vervolgens [Uit] voor [Beveiligingsmethode].
3. Problemen oplossen 2. Controleer of dat in de lijst [Afdrukken naar de volgende poort(en):] de juiste poort is geselecteerd. Netwerkverbinding Neem voor meer informatie over de netwerkverbinding contact op met uw beheerder.
Overige afdrukproblemen Overige afdrukproblemen In dit onderdeel worden de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen als u een afdruktaak vanaf een computer afdrukt, beschreven. Als het afdrukken niet goed gaat Probleem De afgedrukte afbeelding is bevlekt. Oorzaak Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet geconfigureerd bij het afdrukken op dik papier in de handinvoer.
3. Problemen oplossen Probleem 108 Oorzaak Oplossing De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. De printer staat niet op een vlakke ondergrond. De printer moet op een stabiele en vlakke ondergrond staan. Controleer de omgeving van de printer en kies een geschikte locatie. Voor meer informatie over de omgeving van de printer, zie de Gebruiksaanwijzing. De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Het papier is gekreukt, gekruld of beschadigd. Strijk het papier glad of vervang het papier.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Afbeeldingen vlekken als men De opgegeven papiersoort en er over wrijft. De toner hecht dus het daadwerkelijk geplaatste niet goed. papier verschillen wellicht van elkaar. Er kan bijvoorbeeld dik papier zijn gebruikt, terwijl dit niet is opgegeven als de papiersoort. Oplossing PCL 5e/5c Op het tabblad [Papier] van het printerstuurprogramma selecteert u de juiste papiersoort in het vak [Type:].
3. Problemen oplossen 110 Probleem Oorzaak Oplossing De afbeelding is te donker of te licht. Het papier wordt geplaatst met de achterzijde naar boven. Als u afdrukt op oppervlakken die niet geschikt zijn, kan de afdrukkwaliteit lager zijn en kunnen de interne onderdelen van de printer beschadigd worden. Voordat u kunt afdrukken op speciaal papier, moet u de oppervlakte ervan nauwkeurig controleren. Voor informatie over het plaatsen van speciaal papier raadpleegt u Pag.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukresultaat verschilt van het display. De verzending van de gegevens is mislukt of werd geannuleerd tijdens het afdrukken. Controleer of er gegevens zijn overgebleven of geannuleerd. Voor meer informatie over hoe u de oorzaak van de fout kunt achterhalen, zie de Gebruiksaanwijzing. De tekens verschillen van het display. Het geplaatste papier is niet geschikt. Als u afdrukt op aanbevolen papier, is de resolutie beter.
3. Problemen oplossen Probleem 112 Oorzaak Oplossing Lijnen lopen niet goed of er verschijnen ongewenste alfanumerieke tekens. Er is mogelijk een onjuiste printertaal geselecteerd. Selecteer het juiste printerstuurprogramma en druk het bestand opnieuw af. Afbeeldingen worden afgebroken, of er worden overtollige pagina's afgedrukt. Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de toepassing is geselecteerd.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Dunne lijnen zijn wazig en zijn Hele dunne lijnen zijn niet overal even dik of gekleurd, aangegeven in de applicatie. of verschijnen niet. Oplossing PostScript 3 Wijzig de ditherinstellingen in het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over de ditherinstellingen raadpleegt u de helpfunctie van het printerstuurprogramma.
3. Problemen oplossen Het papier loopt vaak vast Probleem Oorzaak Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd. Bij gebruik van Windows kunnen de instellingen van het printerstuurprogramma de instellingen die worden gebruikt op het bedieningspaneel overschrijven. Oplossing PCL 5e/5c Selecteer op het tabblad [Papier] van het printerstuurprogramma de gewenste invoerlade in de lijst "Invoerlade".
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Er treden geregeld papierstoringen op. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van de printer. Stapel het papier tot aan de limietmarkering op de zijkanten van de papierlade of de markeringen op de papiergeleiders van de handinvoer. Er treden geregeld papierstoringen op. De zijafscheiding van de papierlade is te strak ingesteld. Druk zachtjes tegen de zijafscheiding en stel deze goed in.
3. Problemen oplossen Probleem Er treden geregeld papierstoringen op. Oorzaak Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/ gekreukeld. Oplossing • Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag. 41 "Specificaties papiertype". • Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Bedrukt papier raakt gekreukeld. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 43 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Bedrukt papier raakt gekreukeld. Het papier is te dun. Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 38 "Specificaties papierformaat" en Pag.
3. Problemen oplossen Probleem 118 Oorzaak Dubbelzijdig afdrukken veroorzaakt storingen. U hebt een papiertype geselecteerd dat niet gebruikt kan worden om dubbelzijdig mee af te drukken. De afbeelding op de achterzijde van de dubbelzijdige afdrukken heeft vage witte vlekken of is besmeurd. Missende plekken en vegen worden veroorzaakt door vocht dat uit het papier lekt. Witte strepen verschijnen op de OHP. Er zitten stukjes papier vast aan de OHP-transparant.
Overige afdrukproblemen Bijkomende problemen oplossen Probleem Het duurt erg lang voordat het afdrukken is voltooid. Oorzaken Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Oplossing Als het lampje voor gegevensontvangst (Data In) knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht een ogenblik.
3. Problemen oplossen Probleem Gecombineerd afdrukken, boekje afdrukken of automatisch verkleinen / vergroten geven niet het verwachte resultaat. 120 Oorzaken De toepassing of de instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing Zorg ervoor dat de instellingen voor het papierformaat en de richting van de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma.
Overige afdrukproblemen Probleem Sommige soorten gegevens, zoals grafische gegevens of gegevens uit bepaalde toepassingen, kunnen niet worden afgedrukt. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5e/5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
3. Problemen oplossen Probleem Sommige tekens worden niet afgedrukt of zien er vreemd uit. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5e/5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
Overige afdrukproblemen Probleem De afdruksnelheid of de snelheid van vrijgave vanuit de toepassing is laag. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 6 Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Snelheid] uit de lijst "Afdrukprioriteit:". Raadpleeg de helpfunctie voor meer informatie over het instellingen van het printerstuurprogramma.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken "Taak resetten..." verschijnt en het afdrukken wordt onderbroken. Het geheugen is ontoereikend. Onder [Systeem], selecteert u [Gebruik van geheugen] tot [Lett.typeprioriteit]. Het afdrukken is niet gestart, hoewel het opgegeven afdruktijdstip reeds is verstreken.
Overige afdrukproblemen De afdruk wijkt af van de afbeelding op het computerscherm Probleem De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. Oplossing Als u bepaalde functies gebruikt, zoals vergroting en verkleining, kan de uiteindelijke lay-out van de afbeelding er anders uitzien dan op het computerscherm. Afbeeldingen worden Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de afgebroken, of er worden toepassing is geselecteerd.
3. Problemen oplossen Probleem Oplossing Het papierformaat verschijnt op het bedieningspaneel en het afdrukken met PDF Direct Print werkt niet. Wanneer PDF Direct Print wordt gebruikt, is het noodzakelijk dat het papierformaat is ingesteld in het PDF-bestand. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin een papierformaat wordt aangegeven, moet u ofwel papier van het aangegeven formaat in de papierlade plaatsen of Paginadoorvoer uitvoeren.
Overige afdrukproblemen Probleem Oplossing Het duurt te lang voor het afdrukken wordt voortgezet. • De gegevens zijn dermate groot of complex dat het tijd kost om deze te verwerken. Als het indicatielampje Data In knippert, worden de gegevens verwerkt. Wacht tot het niet meer knippert. • De printer stond in energiespaarstand of de slaapstand. Om weer op te starten vanuit deze modi, moet de printer eerst opwarmen. Het duurt dus enige tijd voordat het afdrukken start. Voor meer informatie, zie Pag.
3. Problemen oplossen Probleem Oplossing Wanneer u samengevoegde of Controleer of het papierformaat en de richting die in het gebonden afdrukken maakt. printerstuurprogramma zijn ingesteld, overeenkomen met de instellingen in de toepassing. Zijn de instellingen niet hetzelfde, verander dan de instellingen in het printerstuurprogramma. Een lege lade wordt geselecteerd door 'Automatische ladeselectie' en het document wordt niet afgedrukt vanwege de foutmelding dat het papier op is.
Vastgelopen papier verwijderen Vastgelopen papier verwijderen Wanneer papier vastloopt, wordt een foutmelding weergegeven. De foutmelding geeft aan waar het papier is vastgelopen. Controleer de locatie waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u mogelijk brandwonden oplopen.
3. Problemen oplossen 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CYN055 3. Sluit de papierlade voorzichtig. CYN056 4. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten.
Vastgelopen papier verwijderen CYN053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten. Papierstoring (A2) De melding voor vastgelopen papier " (A2)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in de handinvoer. 1. Verwijder papier dat in de handinvoer is geplaatst. CYN057 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 3. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten. CYN005 CYN053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten. Papierstoring (B) De melding voor vastgelopen papier " (B)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad.
Vastgelopen papier verwijderen 1. Druk op de knop aan de rechterkant van de printer en open vervolgens het voorpaneel voorzichtig met beide handen. CYN005 2. Houd de hendel aan de voorkant van de inktcartridge vast om deze op te tillen en naar buiten te trekken. CYN050 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 4. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien of verwijderen, til dan hendel "B" op en verwijder het vastgelopen papier. CYN060 CYN061 5. Houd de printcartridge aan zijn hendel vast en plaats de cartridge in de printer tot die niet verder kan.
Vastgelopen papier verwijderen 6. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CYN053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten. Papierstoring (B)(C) De melding voor vastgelopen papier " (B) (C)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad. • De binnenkant van de printer wordt heel heet.
3. Problemen oplossen 2. Houd de hendel aan de voorkant van de inktcartridge vast om deze op te tillen en naar buiten te trekken. CYN050 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CYN059 4. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien of verwijderen, til dan hendel "B" op en verwijder het vastgelopen papier.
Vastgelopen papier verwijderen CYN061 5. Als u het vastgelopen papier niet kunt verwijderen, open dan de achterklep. CYN062 6. Maak de vergrendeling van de fuseereenheid los en open deze.
3. Problemen oplossen 7. Trek de fuseereenheid uit de printer. CYN064 8. Houd de tab vast en verwijder het vastgelopen papier. CYN065 9. Als het papier niet vastzit in de fuseereenheid, verwijder dan het vastgelopen papier van binnenuit uit de printer.
Vastgelopen papier verwijderen CYN067 10. Duw de fixeereenheid langzaam in de printer tot deze niet verder kan. CYN068 11. Duw de vergrendelingen van de fuseereenheid omlaag tot u een klik hoort.
3. Problemen oplossen 12. Sluit de achterklep. CYN070 13. Houd de printcartridge aan zijn hendel vast en plaats de cartridge in de printer tot die niet verder kan. CYN052 14. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CYN053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep hebt gesloten.
Vastgelopen papier verwijderen Papierstoring (Y1) of Y2) De volgende meldingen worden weergegeven afhankelijk van de lade waarin het papier is vastgelopen: • " (Y1)": Lade 2 • " (Y2)": Lade 3 De procedure voor het verwijderen van vastgelopen papier is voor alle lades hetzelfde. In de volgende procedure wordt het vastlopen van papier in Lade 2 (met de melding (Y1)) uitgelegd als voorbeeld. 1. Trek de papierlade naar buiten totdat deze stopt. CYN071 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 3. Houd de lade met beide handen vast, schuif hem over de rails in de papierinvoereenheid en duw hem vervolgens stevig erin. CYN073 4. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten. CYN005 CYN053 Papierstoring (Z1) De melding voor vastgelopen papier " (Z1)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in de duplexeenheid.
Vastgelopen papier verwijderen 1. Open de klep aan de achterzijde. CYN062 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CYN074 3. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien in de uitvoerlade, houd de achterklep dan open en verwijder het papier.
3. Problemen oplossen 4. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien, til dan het geleiderplaat "Z1" op. CYN076 5. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CYN077 6. Sluit de achterklep. CYN070 Papierstoring (Z2) De melding voor vastgelopen papier " (Z2)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad of bij dubbelzijdig afdrukken.
Vastgelopen papier verwijderen 1. Trek de papierlade voorzichtig uit. CYN109 2. Trek "Z2" naar beneden. CYN079 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 4. Zet "Z2" terug in zijn oorspronkelijke positie. CYN081 5. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt. CYN029 6. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten.
Vastgelopen papier verwijderen CYN053 147
3. Problemen oplossen Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript en PostScrip 3 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Firefox® is een gedeponeerd handelsmerk van Mozilla Foundation. JAWS® is een gedeponeerd handelsmerk van Freedom Scientific, Inc., St. Petersburg, Florida en/of andere landen. Macintosh, Mac OS, OS X en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc, gedeponeerd in de Verenigde Staten en in andere landen.
Handelsmerken • De productnamen van Windows 8 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8 Microsoft® Windows® 8 Pro Microsoft® Windows® 8 Enterprise • De productnamen van Windows 8,1 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8.1 Microsoft® Windows® 8.1 Pro Microsoft® Windows® 8.
MEMO 150
MEMO 151
MEMO 152 NL NL M158-7531C
© 2013,2014
NL NL M158-7531C