Gebruikershandleiding Snel aan de slag Papier plaatsen Problemen oplossen Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom. Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat..................................................................................................................... 3 Lijst met handleidingen....................................................................................................................................... 5 1. Snel aan de slag Voordat u begint.................................................................................................................................................
Een papiersoort specificeren.......................................................................................................................48 Een papiertype specificeren........................................................................................................................49 Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren.................................................................... 49 3. Problemen oplossen Als het paneel een pieptoon maakt...........................
Handleidingen voor dit apparaat Lees deze handleiding aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u met het apparaat wilt uitvoeren. • De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. • Adobe ® Acrobat® Reader®/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als pdf-bestand te kunnen bekijken. • Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken.
• Schakel SSL-codering (Secure Sockets Layer) in. • Wijzig het wachtwoord van de beheerder met Web Image Monitor. Voor meer informatie, zie de Veiligheidshandleiding. Zorg ervoor dat u deze handleiding leest wanneer u de geavanceerde beveiligingsfuncties of gebruikers- en beheerdersverificatie configureert. Installatiehandleiding stuurprogramma Deze handleiding beschrijft hoe u elk stuurprogramma kunt installeren en kunt configureren.
Lijst met handleidingen Meegeleverde gedrukte handleiding Meegeleverde PDF-handleiding Meegeleverde HTMLhandleiding Nee Ja Nee Lees dit eerst Ja Nee Nee Verkorte Installatiehandleiding Ja Nee Nee Gebruiksaanwijzing Nee Nee Ja Veiligheidshandleiding Nee Ja Nee Installatiehandleiding stuurprogramma Nee Ja Nee Naam handleiding Gebruikershandleiding • De Gebruiksaanwijzing en Installatiehandleiding stuurprogramma zijn beschikbaar in het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Nederla
6
1. Snel aan de slag In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen die zijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties en de namen en functies van de onderdelen.
1. Snel aan de slag van het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model dat u gebruikt, zie Pag. 8 "Modelspecifieke informatie". Disclaimer De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Voordat u begint CZF090 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw printer.
1. Snel aan de slag Namen en functies van onderdelen Overzicht van alle apparaatonderdelen • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. Buitenkant: vooraanzicht 14 1 2 3 4 13 12 5 11 10 6 9 8 7 CZF044 1. Voorpaneel Open deze om toegang tot de binnenkant van de printer te krijgen en vastgelopen papier te verwijderen.
Namen en functies van onderdelen 5. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 6. Openingsknop voorpaneel Druk op deze knop om het voorpaneel te openen. 7. De papierformaat-instellingsknop Gebruik deze knop om het papierformaat te selecteren. Om een papierlade te gebruiken die niet op de papierformaatinstellingsknop staat, stelt u deze in op " ". In dit geval moet u het papierformaat met het bedieningspaneel opgeven. 8.
1. Snel aan de slag Buitenkant: achteraanzicht 6 1 5 2 4 3 CZF003 1. Ventilatiegaten De ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet overhit raakt. 2. Voeding Verbind het netsnoer met de printer. Steek het andere uiteinde in een stopcontact. 3. Openingshendel achterklep Trek aan deze hendel om de achterklep te openen. 4. Achterklep U kunt deze panelen openen om toegang te krijgen tot de behuizing van de printer. U kunt via deze klep de fuseereenheid vervangen of de envelophendel instellen. 5.
Namen en functies van onderdelen Binnenkant: vooraanzicht 1 2 CZF002 1. Printcartridge Er worden berichten op het scherm weergegeven als de printcartridge moet worden vervangen of als een nieuwe moet worden voorbereid. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing.
1. Snel aan de slag 1. Fuseereenheid Er worden berichten op het scherm weergegeven als de fuseereenheid moet worden vervangen of als een nieuwe moet worden voorbereid. Voor informatie over de berichten die op het scherm worden weergegeven als er verbruiksartikelen vervangen dienen te worden, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing. De fuseereenheid is inbegrepen in de Onderhoudskit. Namen en functies van het bedieningspaneel Op deze illustratie ziet u het bedieningspaneel van de printer.
Namen en functies van onderdelen 3. [Menu]-knop Druk op deze knop om de huidige printerinstellingen vast te leggen en te controleren. Druk op deze knop om de standaardinstellingen aan te passen aan uw wensen. Zie Pag. 20 "Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneel". 4. [Job Reset]-knop Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 5. Indicatielampje Power Gaat branden wanneer de printer klaar is om gegevens van een computer te ontvangen.
1. Snel aan de slag De namen en functies van het display 1 2 3 CZF903 1. Gebruiksstatus of mededelingen Geeft de printerstatus en meldingen weer. 2. [JobReset] Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren. 3. [Voorraad] Druk hierop om de informatie over printervoorraaden weer te geven.
Het apparaat aan-/uitzetten Het apparaat aan-/uitzetten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printer in- en uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. CZF031 Het aan/uit indicatielampje gaat branden. Het apparaat uitzetten • Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Als u aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen.
1. Snel aan de slag 1. Druk op de hoofdstroomschakelaar. CZF031 De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is. Als het apparaat niet binnen 10 minuten uitschakelt, neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger. Energie besparen Deze printer heeft de volgende energiebesparende functies: Slaapstand De printer wordt automatisch in de slaapstand gezet wanneer er enige tijd is verstreken na de laatste opdracht of afdruktaak.
Het apparaat aan-/uitzetten • De vastgestelde opwarmperiode nog niet verstreken is • Gegevens afgedrukt worden • Handelingen opgeschort worden tijdens afdrukken • Het indicatielampje Inkomende gegevens aan is of knippert • De printer verbruikt in de slaapstand minder stroom, maar het duurt langer voor het afdrukken begint.
1. Snel aan de slag Weergave van de printerconfiguratieschermen op het bedieningspaneel In het configuratiescherm kunt u standaardinstellingen maken of wijzigen. • Als er een verificatiescherm wordt weergegeven, voer dan het wachtwoord in. Neem, voor meer informatie over deze functie, contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [Menu]-knop. CZF042 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen. Druk op [ ] of [ ] om de volgende en vorige items te selecteren. 3. Druk op de [OK]-knop.
Web Image Monitor gebruiken Web Image Monitor gebruiken Met Web Image Monitor kunt u de printerstatus controleren en instellingen wijzigen. Beschikbare bewerkingen De volgende bewerkingen kunnen op afstand vanaf een clientcomputer worden uitgevoerd met Web Image Monitor. • Printerstatus of -instellingen weergeven • Printerinstellingen configureren • De netwerkprotocol-instellingen configureren De printer configureren Voor het uitvoeren van deze bewerkingen met Web Image Monitor is TCP/IP vereist.
1. Snel aan de slag • Als de HTTP-poort wordt uitgeschakeld, kan er geen verbinding met de printer worden gemaakt met behulp van de URL van de printer. De SSL-instellingen moeten worden ingeschakeld op deze printer. Neem voor meer details contact op met de netwerkbeheerder. • Indien u Firefox gebruikt, kunnen lettertypen en kleuren afwijken of worden tabellen mogelijk niet goed weergegeven.
Web Image Monitor gebruiken 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer "http://(IP-adres of hostnaam van de printer)/" in de adresbalk van uw webbrowser in. De eerste pagina van Web Image Monitor wordt weergegeven. Als de hostnaam van de printer is geregistreerd op de DNS- of WINS-server, dan kunt u deze invoeren. Wanneer u SSL instelt, een protocol voor gecodeerde communicatie, in een omgeving waarin serververificatie wordt gebruikt, voer dan "https://( IP-adres of hostnaam van de printer)/" in. 3.
1. Snel aan de slag Als u in het werkgebied op de Help-knop ( ) klikt, dan verschijnt de helpfunctie voor de instellingsitems in het werkgebied. U hebt een internetverbinding nodig om de inhoud van Help te kunnen bekijken. 4. Vernieuwen Klik op rechtsboven in het werkgebied om de printergegevens te updaten. Klik op de button [Vernieuwen] van de webbrowser om het volledige browserscherm bij te werken. 5. Veelgest. vragen/Kennisdatabase Klik op om de veelgestelde vragen te bekijken.
2. Papier plaatsen In dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en er wordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. Procedure voor het plaatsen van papier Om het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voor het formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken.
2. Papier plaatsen Specificaties papierformaat In de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere papierlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches. De pictogrammen en geven de richting van het papier aan met betrekking tot de printer. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Selecteer het papierformaat met behulp van het bedieningspaneel.
Specificaties papierformaat Engelse formaten Naam papierformaat Werkelijk formaat Handinvoer Lade 1 Lade 2 Dubbelzijdig 81/2 × 14 8,5 × 14 inch A B B 81/2 × 13 8,5 × 13 inch A C C 81/2 × 11 8,5 × 11 inch A B B 81/4 × 14 8,25 × 14 inch A C C 81/4 × 13 8,25 × 13 inch A C C 8 × 13 8 × 13 inch A C C 8 × 101/2 8 × 10,5 inch A C C - 8 × 10 8 × 10 inch A C C - 71/4 × 101/2 7,25 × 10,5 inch A C C - 5,5 × 8,5 inch A B B - 51/2 × 81/2 5,5 × 8,5 inch A -
2.
Specificaties papiertype Specificaties papiertype In de volgende tabel ziet u de papiertypes die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie de tabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr." Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt. De letters in de tabellen duiden op het volgende: • A: Ondersteund • : U kunt het papier aan beide zijden bedrukken. • -: Niet ondersteund Papiergewic htnr.
2. Papier plaatsen Papiergewicht Nr. Papiergewicht 1 52 – 65 g/m2 (14 – 18 lb. BANKPOST) 2 66 – 74 g/m2 (18 – 20 lb. BANKPOST) 3 75 – 90 g/m2 (20 – 24 lb. BANKPOST) 4 91 – 105 g/m2 (24 – 28 lb. BANKPOST) 5 106 – 130 g/m2 (28 – 35 lb. BANKPOST) 6 131 – 162 g/m2 (35 lb. BANKPOST – 90 lb. INDEX) *1 Het is niet nodig om het papiergewicht te specificeren voor dit papiertype. • Als [Dik papier 2] is geselecteerd, kan de afdruksnelheid veranderen.
Voorzorgsmaatregelen voor papier Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier te drukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. Voorzorgsmaatregelen • Aanbevolen papier: Papier met een calciumcarbonaat-gehalte van 15% of minder. • Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst.
2. Papier plaatsen • Bewaar papier op een vlak oppervlak. • Bewaar papier niet verticaal. • Als het papier eenmaal is geopend, bewaart u het in plastic tassen. Afdrukgebied Hieronder wordt het aanbevolen afdrukgebied van deze printer weergegeven: 2 4 4 3 1 3 CEC244 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. 4,2 mm (0,2 inch) 4. 4,2 mm (0,2 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van het papierformaat, de printertaal en de printerstuurprogramma-instellingen.
Papier in papierlades plaatsen Papier in papierlades plaatsen In het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Pas tijdens het gebruik van de envelophendel op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u ze verwondt. • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat" en Pag.
2. Papier plaatsen CYN916 1. Trek de papierlade voorzichtig uit. Stel de papierformaatknop in op basis van het papierformaat en de richting van het papier in de lade. CZF027 2. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trek hem dan uit de printer. CZF028 Plaats de lade op een vlak oppervlak.
Papier in papierlades plaatsen 3. Knijp in de klem van de zijgeleider en schuif deze tot het gewenste papierformaat. CXC613 4. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. CXC614 5. Waaier de stapel even los voordat u deze in de lade plaatst. CBK254 6. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar beneden ligt. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn) binnen in de lade.
2. Papier plaatsen CXC666 7. Schuif de papiergeleiders tegen het papier zodat er geen ruimte meer tussen zit. Verplaats het papier in de lade niet meer dan een paar millimeter. Overmatige verplaatsing van geladen papier kan ertoe leiden dat de papierranden beschadigd raken rond de openingen van de liftplaat van de lade, waardoor vellen papier verkreukelen of vastlopen. 8. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt.
Papier in papierlades plaatsen 1. Trek de lade uit de printer. Voor meer informatie, zie Stap 1 en 2 op Pag. 33 "Papier in papierlades plaatsen". 2. Schuif de geleiders naar binnen om de lade te ontgrendelen en schuif de lade dan uit tot hij stopt. 1 2 1 2 CXC607 3. Zet de hendels terug naar hun oorspronkelijke posities. CXC608 • Als u A4 , 81/2 × 11 of kleiner papier gebruikt, hoeft u de lade niet te verlengen. Er kan dan een papierstoring optreden.
2. Papier plaatsen Papier in de handinvoer plaatsen • Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat" en Pag. 29 "Specificaties papiertype". • Controleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering. Het plaatsen van te veel papier kan papierstoringen veroorzaken. • Meng verschillende soorten papier niet. • Geef na het plaatsen van het papier het papierformaat en -type aan met het bedieningspaneel.
Papier in de handinvoer plaatsen 2. Schuif de zijgeleiders naar buiten tot deze niet verder kunnen en plaats papier met de afdrukzijde omhoog. 1 2 1 CZF038 3. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan. CZF039 • Het wordt aanbevolen bij het gebruik van de handinvoer de papierrichting in te stellen op . • Briefpapier moet in een specifieke richting worden geplaatst. Voor meer informatie, zie Pag. 40 "Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen".
2. Papier plaatsen Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen Het kan zijn dat er niet goed wordt afgedrukt op papier met een vaste afdrukrichting (van boven naar onder) of op dubbelzijdig papier (bijvoorbeeld briefpapier, geperforeerd papier of gekopieerd papier). Dit hangt af van de manier waarop het papier is geplaatst. Instellingen maken op het bedieningspaneel Stel [Instelling Briefhoofd] in op [Autodet.] en plaats vervolgens het papier zoals aangegeven in onderstaande tabel.
Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen • Voor meer informatie over het maken van dubbelzijdige afdrukken, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing.
2. Papier plaatsen Enveloppen plaatsen In dit hoofdstuk vindt u informatie en aanbevelingen over enveloppen. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u mogelijk brandwonden oplopen. • Bepaalde interne onderdelen van dit apparaat worden erg heet. Wees daarom voorzichtig wanneer u vastgelopen papier verwijdert. Als u de onderdelen wel aanraakt, kunt u brandwonden oplopen.
Enveloppen plaatsen 3. Sluit de achterklep. CZF114 • Zorg ervoor dat u de envelophendel omhoog tilt nadat u op enveloppen heeft afgedrukt. Specificatie van enveloppen • Gebruik geen vensterenveloppen. • Enveloppen, in het bijzonder met lijm op de flappen, kunnen aan elkaar plakken. Waaier de enveloppen uit voordat u ze plaatst. Als de enveloppen nog steeds aan elkaar plakken, plaats ze dan één voor één. Voor de enveloptypen die voor deze printer gebruikt kunnen worden, zie Pag.
2. Papier plaatsen Afdrukrichting Papierlade 1 Handinvoer Enveloppen • Flappen: gesloten • Flappen: gesloten • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar beneden • Onderkant van enveloppen: naar de rechterkant van de printer • Te bedrukken zijde: naar boven Gebruik bij het plaatsen van enveloppen het bedieningspaneel en het printerstuurprogramma om "Envelop" als het papiertype te selecteren en geef de dikte van de enveloppen op.
Enveloppen plaatsen • Bepaalde typen enveloppen kunnen mogelijk gekreukeld, besmeurd of met drukfouten uit de printer komen. Als u een effen kleur op een envelop afdrukt, kunnen er lijnen ontstaan waar de overlappende randen van de envelop het dikker maken. Enveloppen afdrukken met Windows (PCL 6/PostScript 3) 1. Nadat u een document heeft aangemaakt, opent u het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document. 2. Klik op het tabblad [Uitgebreide Instelling]. 3.
2. Papier plaatsen 2. Klik op het tabblad [Papier] en configureer dan de volgende instellingen: • Invoerlade: Selecteer de papierlade met de enveloppen. • Documentformaat: Selecteer het formaat van de envelop. • Type: Selecteer [Envelop]. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. 3. Klik op [OK]. 4. Begin met afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing.
Enveloppen plaatsen 6. Ga naar het menu "Feature Sets:" om de volgende instellingen te configureren: • Papiertype: Selecteer [Envelop]. 7. Wijzig andere afdrukinstellingen indien nodig. 8. Start het afdrukken vanuit het venster 'Voorkeursinstellingen voor afdrukken' of 'Afdrukvoorkeuren' van de toepassing. • Configureer de papierinstellingen op de goede manier met zowel het printerstuurprogramma als het bedieningspaneel. Voor meer informatie over instellingen via het bedieningspaneel, zie Pag.
2. Papier plaatsen Papierinstellingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u het papierformaat en -type kunt opgeven met het bedieningspaneel. • Als [Prioriteit lade-instelling] is ingesteld op [Apparaatinstelling(en)], dan hebben de papierinstellingen die gedaan zijn op het bedieningspaneel van de printer voorrang op de instellingen die gedaan zijn in het printerstuurprogramma of via commando's. Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing.
Papierinstellingen 3. Selecteer [Ang.fr] Druk op [OK] 4. Voer de horizontale waarde in 5. Voer de verticale waarde in Druk op [OK] Druk op [OK] • Voor meer informatie over het beschikbare papierformaat, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat". Een papiertype specificeren U kunt de prestaties van de printer verbeteren door de optimale papiersoort te selecteren voor de lade. Druk op de [Menu]-knop en selecteer de instellingen met de toetsen [ ] of [ ]. 1. Selecteer [Papierlade-instellingen] 2.
2. Papier plaatsen 7. Selecteer [Onderhoud] Druk op [OK] 8. Selecteer [Envelopinstelling] Druk op [OK] 9. Selecteer de bronlade waarvoor u de papierdikte wilt wijzigen 10. Selecteer de papierdikte Druk op [OK] Druk op [OK] • Voor meer informatie over de enveloptypes die in elke lade geplaatst kunnen worden, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat" en Pag. 29 "Specificaties papiertype". • Voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen, zie Pag. 42 "Enveloppen plaatsen".
3. Problemen oplossen In dit hoofdstuk worden oplossingen voor veelvoorkomende problemen geboden en tevens uitgelegd hoe u slechte afdrukresultaten corrigeert. Als het paneel een pieptoon maakt De volgende tabel geeft uitleg over de betekenis van de verschillende geluidspatronen die de printer produceert om gebruikers te waarschuwen over printeromstandigheden en de betekenis van elk van die geluidspatronen. Signaalpatroon Betekenis Oorzaken Enkele korte pieptoon Paneel-/scherminvoer geaccepteerd.
3. Problemen oplossen De indicatielampjes, statuspictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren Indicatielampjes Dit gedeelte verklaart de indicatielampjes die worden weergegeven of gaan branden als de printer de gebruiker vraagt om vastgelopen papier te verwijderen, papier bij te vullen of andere procedures uit te voeren. Indicatielampje : Papierstoring Status Verschijnt wanneer papier is vastgelopen. Voor meer informatie over het verwijderen van vastgelopen papier, zie Pag.
Als de USB-verbinding problemen vertoont Als de USB-verbinding problemen vertoont Probleem Oorzaken Oplossing De printer wordt niet automatisch herkend. De USB-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Koppel de USB-kabel los, zet de printer uit en vervolgens weer aan. Wanneer de printer klaar is voor gebruik, stopt u de USB-kabel er weer in. Windows heeft de USBinstellingen al geconfigureerd. Controleer of de computer de printer heeft geïdentificeerd als een nietondersteund apparaat.
3. Problemen oplossen Als er berichten worden weergegeven In dit gedeelte worden de belangrijkste berichten beschreven die verschijnen op het display, in foutlogboek-bestanden en foutrapporten. Indien er andere berichten verschijnen, volg dan de instructies op die hierin worden gegeven. Statusberichten Meldingen Status "Toner plaatsen" Het apparaat vult de toner bij. "Even geduld..." Het is mogelijk dat deze boodschap gedurende enkele seconden verschijnt.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen Oorzaak Oplossing " (A2) Open voorpaneel en verwijder het papier." Verwijder het vastgelopen papier uit de handinvoerlade. Als u de fout wilt herstellen, opent u het voorpaneel en sluit u deze vervolgens weer. Voor meer informatie, zie Pag. 79 "Vastgelopen papier verwijderen". " (B) Open voorpaneel en verwijder het papier." Open het voorpaneel en verwijder het vastgelopen papier uit de interne papierinvoer. Voor meer informatie, zie Pag.
3. Problemen oplossen Meldingen 56 Oorzaak Oplossing "Kan niet verb.=>Comm.Serv. Contr.proxy gebr./wachtw." De proxy-gebruikersnaam of het wachtwoord is onjuist. Controleer de instellingen van de proxyserver en verander vervolgens het wachtwoord of de gebruikersnaam als deze onjuist zijn. "Wijz(ladenaam)in volgende instellingen:" Het formaat van het papier in de lade komt niet overeen met het opgegeven formaat in het printerstuurprogramma.
Als er berichten worden weergegeven Meldingen "Plaats pap.in (ladenaam)." Oorzaak Er is geen papier aanwezig in de aangegeven lade. Oplossing Wijzig de instellingen van het printerstuurprogramma en druk het bestand opnieuw af. Plaats het opgegeven papier in de lade. "Verv. vereist:Onderh.kit" U moet de onderhoudskit vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. "Vervanging Drumeenheid is vereist." U moet de drumeenheid vervangen. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing.
3. Problemen oplossen Meldingen 58 Oorzaak Oplossing "Tonerafval bijna vol" De printcartridge moet vervangen worden wanneer de levensduur van de tonerafval ten einde komt. Bereid een nieuwe cartridge voor. "Tonerafval vol" De tonerafval is vol. Vervang de inktcartridge. Voor meer informatie, zie Pag. 79 "Vastgelopen papier verwijderen".
Als u niet kunt afdrukken Als u niet kunt afdrukken Probleem Oorzaak Oplossing Het afdrukken start niet. Het apparaat staat uit. Voor informatie over het aanzetten van de hoofdstroomschakelaar, zie Pag. 17 "Het apparaat aan-/ uitzetten". Het afdrukken start niet. De oorzaak wordt weergegeven op het scherm van het bedieningspaneel. Controleer de foutmelding of de status van de waarschuwing op het display en onderneem de vereiste actie. Voor meer informatie over oplossingen, zie Pag.
3. Problemen oplossen Overige afdrukproblemen In dit onderdeel worden de waarschijnlijke oorzaken van en mogelijke oplossingen voor problemen die kunnen voorkomen als u een afdruktaak vanaf een computer afdrukt, beschreven. Als het afdrukken niet goed gaat Probleem De afgedrukte afbeelding is bevlekt. Oorzaak Instellingen voor dik papier zijn mogelijk niet geconfigureerd bij het afdrukken op dik papier in de handinvoer.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. De printer staat niet op een vlakke ondergrond. De printer moet op een stabiele en vlakke ondergrond staan. Controleer de omgeving van de printer en kies een geschikte locatie. Voor meer informatie over de omgeving van de printer, zie de Gebruiksaanwijzing. De afgedrukte afbeeldingen bevatten vlekken. Het papier is gekreukt, gekruld of beschadigd. Strijk het papier glad of vervang het papier.
3. Problemen oplossen Probleem 62 Oorzaak Oplossing Afbeeldingen vlekken als men De opgegeven papiersoort en er over wrijft. De toner hecht dus het daadwerkelijk geplaatste niet goed. papier verschillen wellicht van elkaar. Er kan bijvoorbeeld dik papier zijn gebruikt, terwijl dit niet is opgegeven als de papiersoort. PCL 5e/5c: De afgedrukte afbeelding verschilt van de afbeelding op het computerdisplay. Afdrukken wordt uitgevoerd door de grafische verwerkingsfunctie van de printer.
Overige afdrukproblemen Probleem De afbeelding is vuil. Oorzaak Oplossing Als u niet de juiste toner gebruikt, kan de afdrukkwaliteit lager zijn en kunnen andere problemen ontstaan. Gebruik alleen toner van de leverancier zelf. Neem contact op met uw onderhoudsvertegenwoordiger voor een afspraak. Afgedrukte afbeeldingen komen Als het printerstuurprogramma is niet overeen met de geconfigureerd om de opdracht afbeeldingen op het scherm.
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing De positie van de afbeelding verschilt van het display. De instellingen voor de lay-out zijn niet juist geconfigureerd. Controleer de instellingen voor de lay-out die met deze toepassing zijn geconfigureerd. Voor meer informatie over de instellingen van de lay-out, zie de helpfunctie van de toepassing. De positie van de afbeelding verschilt van het display. De instellingen voor de lay-out zijn niet juist geconfigureerd.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Afgedrukte foto's zijn korrelig. Sommige toepassingen drukken af met een lagere resolutie. Gebruik de instellingen van de toepassing of van het printerstuurprogramma om een hogere resolutie op te geven. Voor meer informatie over de instellingen van het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma. Een ononderbroken lijn wordt afgedrukt als een lijn met schuine strepen of lijkt wazig. Ditherpatronen komen niet overeen.
3. Problemen oplossen Probleem Afbeeldingen zijn alleen gedeeltelijk gekleurd. Oorzaak Het papier is vochtig. Oplossing Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 31 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Het papier loopt vaak vast Probleem Oorzaak Het papier wordt niet vanuit de juiste lade doorgevoerd.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Afbeeldingen worden scheef afgedrukt. Het papier wordt scheef ingevoerd. Plaats het papier op de juiste wijze. Voor meer informatie over het plaatsen van papier, zie Pag. 33 "Papier in papierlades plaatsen" of Pag. 38 "Papier in de handinvoer plaatsen". Er treden geregeld papierstoringen op. Het aantal geplaatste vellen overschrijdt de maximale capaciteit van de printer.
3. Problemen oplossen Probleem Er treden geregeld papierstoringen op. Oorzaak Het kopieerpapier is verkreukeld of is gevouwen/ gekreukeld. Oplossing • Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat" en Pag. 29 "Specificaties papiertype". • Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag.
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaak Oplossing Bedrukt papier raakt gekreukeld. Het papier is vochtig. Gebruik papier dat is opgeslagen onder de aanbevolen temperatuur en luchtvochtigheid. Voor informatie over het correct opslaan van papier, zie Pag. 31 "Voorzorgsmaatregelen voor papier". Bedrukt papier raakt gekreukeld. Het papier is te dun. Gebruik papier dat geschikt is voor dit apparaat. Voor meer informatie over aanbevolen papier, zie Pag. 26 "Specificaties papierformaat" en Pag.
3. Problemen oplossen Probleem 70 Oorzaak Dubbelzijdig afdrukken veroorzaakt storingen. U heeft een papiertype geselecteerd dat niet gebruikt kan worden om dubbelzijdig mee af te drukken. De afbeelding op de achterzijde van de dubbelzijdige afdrukken heeft vage witte vlekken of is besmeurd. Missende plekken en vegen worden veroorzaakt door vocht dat uit het papier lekt. Witte strepen verschijnen op de OHP. Er zitten stukjes papier vast aan de OHP-transparant.
Overige afdrukproblemen Bijkomende problemen oplossen Probleem Het duurt erg lang voordat het afdrukken is voltooid. Oorzaken Oplossing Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Als het lampje voor gegevensontvangst (Data In) knippert, dan is de printer bezig met het ontvangen van gegevens. Wacht een ogenblik.
3. Problemen oplossen Probleem Gecombineerd afdrukken, boekje afdrukken of automatisch verkleinen / vergroten geven niet het verwachte resultaat. 72 Oorzaken Oplossing De toepassing of de instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Zorg ervoor dat de instellingen voor het papierformaat en de richting van de toepassing overeenstemmen met die van het printerstuurprogramma.
Overige afdrukproblemen Probleem Sommige soorten gegevens, zoals grafische gegevens of gegevens uit bepaalde toepassingen, kunnen niet worden afgedrukt. Oorzaken De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5e/5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
3. Problemen oplossen Probleem Oorzaken Sommige tekens worden niet afgedrukt of zien er vreemd uit. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. Oplossing PCL 5e/5c: Selecteer op het tabblad [Afdrukkwaliteit] van het printerstuurprogramma de optie [600 dpi] in het gebied "Resolutie".
Overige afdrukproblemen Probleem Oorzaken Oplossing De afdruksnelheid of de snelheid van vrijgave vanuit de toepassing is laag. De instellingen van het printerstuurprogramma zijn niet juist geconfigureerd. PCL 6: Op het tabblad [Uitgebreide Instelling] van het printerstuurprogramma, klikt u op [Afdrukkwaliteit] in "Menu:" en selecteert u vervolgens [Snelheid] uit de lijst "Afdrukprioriteit:". Voor meer informatie over het instellingen van het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie.
3. Problemen oplossen Probleem Oplossing Afbeeldingen worden Mogelijk gebruikt u papier dat kleiner is dan het formaat dat in de afgebroken, of er worden toepassing is geselecteerd. Gebruik hetzelfde papierformaat als overtollige pagina's afgedrukt. dat u in de toepassing heeft geselecteerd. Als u geen papier van het juiste formaat kunt plaatsen, gebruikt u de verkleiningsfunctie om de afbeelding te verkleinen en drukt u deze vervolgens af.
Overige afdrukproblemen Probleem Oplossing Het duurt te lang voordat het afdrukken is voltooid. • Foto's en pagina's die veel gegevens bevatten, nemen veel verwerkingstijd van de printer in beslag. Wacht daarom gewoon even af wanneer u dergelijke gegevens afdrukt. Het afdrukken wordt mogelijk versneld wanneer u de instellingen met behulp van het printerstuurprogramma wijzigt. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie.
3. Problemen oplossen 78 Probleem Oplossing Een lege lade wordt geselecteerd door 'Automatische ladeselectie' en het document wordt niet afgedrukt vanwege de foutmelding dat het papier op is. Wanneer de papierlade wordt geopend en gesloten terwijl de printer in de Energiespaarstand staat, initialiseert de printer de lade na het herstel. Let op dat in dit geval de lade niet via Automatische ladekeuze kan worden geselecteerd.
Vastgelopen papier verwijderen Vastgelopen papier verwijderen Wanneer papier vastloopt, wordt een foutmelding weergegeven. De foutmelding geeft aan waar het papier is vastgelopen. Controleer de locatie waar het papier is vastgelopen en verwijder het vastgelopen papier. • De binnenkant van het apparaat kan erg heet zijn. Raak onderdelen met de sticker "hot surface" (heet oppervlak) niet aan. Als u dit wel doet, kunt u mogelijk brandwonden oplopen.
3. Problemen oplossen 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CZF055 3. Sluit de papierlade voorzichtig. CZF056 4. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten.
Vastgelopen papier verwijderen CZF053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep heeft gesloten. Papierstoring (A2) De melding voor vastgelopen papier " (A2)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in de handinvoer. 1. Verwijder papier dat in de handinvoer is geplaatst. CZF057 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 3. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten. CZF005 CZF053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep heeft gesloten. Papierstoring (B) De melding voor vastgelopen papier " (B)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad.
Vastgelopen papier verwijderen 1. Druk op de knop aan de rechterkant van de printer en open vervolgens het voorpaneel voorzichtig met beide handen. CZF005 2. Houd de hendel aan de voorkant van de inktcartridge vast om deze op te tillen en naar buiten te trekken. CZF050 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 4. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien of verwijderen, til dan hendel "B" op en verwijder het vastgelopen papier. CZF060 CZF061 5. Houd de printcartridge aan zijn hendel vast en plaats de cartridge in de printer tot die niet verder kan.
Vastgelopen papier verwijderen 6. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CZF053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep heeft gesloten. Papierstoring (B)(C) De melding voor vastgelopen papier " (B) (C)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad. • De binnenkant van de printer wordt heel heet.
3. Problemen oplossen 2. Houd de hendel aan de voorkant van de inktcartridge vast om deze op te tillen en naar buiten te trekken. CZF050 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CZF061 4. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien of verwijderen, til dan hendel "B" op en verwijder het vastgelopen papier.
Vastgelopen papier verwijderen CZF061 5. Als u het vastgelopen papier niet kunt verwijderen, open dan de achterklep. CZF062 6. Maak de vergrendeling van de fuseereenheid los en open deze.
3. Problemen oplossen 7. Trek de fuseereenheid uit de printer. CZF064 8. Houd de tab vast en verwijder het vastgelopen papier. CYN065 9. Als het papier niet vastzit in de fuseereenheid, verwijder dan het vastgelopen papier van binnenuit uit de printer.
Vastgelopen papier verwijderen CZF067 10. Duw de fixeereenheid langzaam in de printer tot deze niet verder kan. CZF068 11. Duw de vergrendelingen van de fuseereenheid omlaag tot u een klik hoort.
3. Problemen oplossen 12. Sluit de achterklep. CZF070 13. Houd de printcartridge aan zijn hendel vast en plaats de cartridge in de printer tot die niet verder kan. CZF052 14. Sluit de voorklep voorzichtig met beide handen. CZF053 • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de melding is verdwenen nadat u de klep heeft gesloten.
Vastgelopen papier verwijderen Melding papierstoring (Y) De volgende meldingen worden weergegeven afhankelijk van de lade waarin het papier is vastgelopen: • " (Y1)": Lade 2 De procedure voor het verwijderen van vastgelopen papier is voor alle lades hetzelfde. 1. Trek de papierlade naar buiten totdat deze stopt. CZF910 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CZF912 3. Houd de lade met beide handen vast, schuif hem over de rails in de papierinvoereenheid en duw hem vervolgens stevig erin.
3. Problemen oplossen 4. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten. CZF005 CZF053 Papierstoring (Z1) De melding voor vastgelopen papier " (Z1)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in de duplexeenheid. 1. Open de klep aan de achterzijde.
Vastgelopen papier verwijderen 2. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CZF074 3. Als u het vastgelopen papier niet kunt zien in de uitvoerlade, houd de achterklep dan open en verwijder het papier. CZF075 4. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit.
3. Problemen oplossen 5. Sluit de achterklep. CZF070 Papierstoring (Z2) De melding voor vastgelopen papier " (Z2)" wordt weergegeven als het papier vastloopt in het interne papierinvoerpad of bij dubbelzijdig afdrukken. 1. Trek de papierlade voorzichtig uit. CZF109 2. Trek "Z2" naar beneden.
Vastgelopen papier verwijderen 3. Trek vastgelopen papier er voorzichtig uit. CZF080 4. Zet "Z2" terug in zijn oorspronkelijke positie. CZF081 5. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdat deze stopt.
3. Problemen oplossen 6. Open het voorpaneel van de printer door de knoppen op het voorpaneel in te drukken en sluit het paneel vervolgens om de printer in de normale status terug te zetten.
Handelsmerken Handelsmerken Adobe, Acrobat, PostScript en PostScrip 3 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Firefox® is een gedeponeerd handelsmerk van Mozilla Foundation. Macintosh, Mac OS, OS X en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc, gedeponeerd in de Verenigde Staten en in andere landen.
3. Problemen oplossen • De productnamen van Windows 8.1 zijn als volgt: Microsoft® Windows® 8.1 Microsoft® Windows® 8.1 Pro Microsoft® Windows® 8.
MEMO 99
MEMO 100 NL NL M171-8671A
© 2014
NL NL M171-8671A