Gebruikershandleiding Overzicht van het apparaat Papier plaatsen Documenten afdrukken Het apparaat configureren met hulpprogramma's Het apparaat onderhouden Problemen oplossen Bijlage Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?........................................................................................................................... 5 Inleiding...........................................................................................................................................................5 Wettelijk verbod............................................................................................................................................. 5 Disclaimer.........
Enveloppen plaatsen................................................................................................................................... 34 De papiersoort en het papierformaat opgeven met Smart Organizing Monitor................................... 37 3. Documenten afdrukken Basisbewerking................................................................................................................................................ 39 Een afdruktaak annuleren....................................
6. Problemen oplossen Algemene problemen...................................................................................................................................... 73 Problemen met papierinvoer........................................................................................................................... 74 Een papierstoring verwijderen....................................................................................................................76 Problemen met afdrukkwaliteit....
Handelsmerken.............................................................................................................................................. 113 INDEX...........................................................................................................................................................
Hoe werkt deze handleiding? Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde instructies en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw eigen veiligheid deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken. Bewaar deze handleiding op een handige plaats binnen handbereik. Wettelijk verbod Kopieer of druk geen documenten af waarvan de reproductie verboden is door de wet.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade of kosten die kunnen voortvloeien uit het gebruik van onderdelen die geen originele onderdelen van de fabrikant zijn bij uw kantoorapparatuur. In deze handleiding gebruiken we twee soorten vermeldingen voor de afmetingen. Sommige illustraties of toelichtingen in deze handleiding verschillen mogelijk van uw product wegens verbetering of verandering van het product.
Modelspecifieke informatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. CVW058 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat.
Belangrijke veiligheidsinformatie Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparaten Voor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerd in de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afval Onze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen te vergemakkelijken. Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool.
Advies met betrekking tot het milieu Gebruikers in de EU, Zwitserland en Noorwegen Rendement van verbruiksartikelen Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor deze informatie of de verpakking van het verbruiksartikel. Gerecycled papier Het apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese norm EN 12281:2002 of DIN 19309. Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie, kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m2.
Opmerking m.b.t. het batterij-/accusymbool (alleen voor EU-landen) Overeenkomstig de Batterijrichtlijn 2006/66/EC artikel 20, Informatie voor eindgebruikers, bijlage II, wordt het hierboven weergegeven symbool weergegeven op batterijen en accu's. Dit symbool geeft aan dat in de Europese Unie gebruikte batterijen en accu's gescheiden van uw huishoudelijke afval afgevoerd moeten worden.
Belangrijke veiligheidsinformatie Opmerkingen voor gebruikers van de staat Californië Perchloormaterialen - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie: www.dtsc.ca.
12
1. Overzicht van het apparaat Overzicht van alle apparaatonderdelen In dit deel staan de namen van de verschillende onderdelen van de voor- en achterkant van het apparaat samen met een beschrijving van hun functie. Buitenkant 1 2 15 14 13 12 11 3 4 10 9 8 7 6 5 CVW036 1. Standaardlade Hier wordt het afgedrukte papier uitgevoerd. U kunt hier tot 125 vellen normaal papier op elkaar plaatsen. 2. Papierstopper Zet dit klepje omhoog om te voorkomen dat het papier eraf valt. 3.
1. Overzicht van het apparaat 5. Achterklep Open deze klep om vellen papier met de bedrukte zijde naar boven te plaatsen of om vastgelopen papier te verwijderen. 6. Achterklep lade 1 Verwijder dit paneel als u papier in lade 1 plaatst dat groter is dan A4. 7. Aan-/uitschakelaar Gebruik deze schakelaar om het apparaat aan of uit te zetten. 8. Lade 1 Deze lade kan maximaal 250 vellen normaal papier bevatten. 9.
Overzicht van alle apparaatonderdelen Binnenkant 1 CVW037 1. Printcartridge Dit verbruiksartikel zorgt ervoor dat u afdrukken op papier kunt maken. Het moet worden vervangen als het indicatielampje 'Toner/Papier op' rood knippert. Voor meer informatie over het vervangen van de cartridge, zie Pag. 65 "De printcartridge vervangen".
1. Overzicht van het apparaat De printer installeren Dit deel beschrijft hoe de printer geïnstalleerd moet worden en hoe instellingen uitgevoerd kunnen worden na de installatie. Waar moet ik de printer plaatsen? De locatie van de printer moet met zorg worden gekozen, omdat de omgevingscondities een grote invloed hebben op de prestaties van de printer. • Gebruik geen brandbare sprays of oplosmiddelen in de buurt van dit apparaat. Doet u dit wel, dan kan dit resulteren in brand of een elektrische schok.
De printer installeren • Zorg ervoor dat de kamer waar u het apparaat gebruikt goed geventileerd wordt en ruim genoeg is. Een goede ventilatie is vooral van belang wanneer het apparaat veel wordt gebruikt. • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt, bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen. • Stel het apparaat niet bloot aan zoutige (zee)lucht en bijtende gassen.
1. Overzicht van het apparaat CER119 • Wit gebied: toegestane bereik • Blauw gebied: aanbevolen bereik Om een hoge ozonconcentratie te voorkomen, moet u dit apparaat in een grote, goed geventileerde ruimte plaatsen met een luchtdoorvoer van meer dan 30 m3/uur/persoon.
De printer installeren Geur van nieuw apparaat Een nieuw apparaat ruikt mogelijk apart. Deze geur zal in ongeveer een week afnemen. Als u een rare lucht bespeurt, dient u de ruimte te ventileren. Stroomvereisten • 220 - 240 V, 4 A, 50/60 Hz • 120 V, 7 A, 60 Hz Sluit het netsnoer aan op een elektriciteitsnetwerk met de hierboven vermelde specificaties.
1. Overzicht van het apparaat Het stuurprogramma en de software installeren U kunt het benodigde stuurprogramma voor dit apparaat installeren via de meegeleverde cd-rom.
Het stuurprogramma en de software installeren Het printerstuurprogramma upgraden of verwijderen Het printerstuurprogramma upgraden 1. Klik in het menu [Start] op [Apparaten en printers]. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het printermodel dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op [Printereigenschappen]. 3. Klik op het tabblad [Geavanceerd]. 4. Klik op [Nieuw stuurprogramma...] en vervolgens op [Volgende]. 5. Klik op [Heb schijf...]. 6.
1. Overzicht van het apparaat Smart Organizing Monitor installeren Smart Organizing Monitor is een hulpprogramma waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen of de status van het apparaat vanaf uw computer kunt bekijken. Raadpleeg voor meer informatie Pag. 23 "Info over Bedieningstoepassingen". 1. Sluit alle toepassingen behalve deze handleiding. 2. Plaats de cd-rom in het cd-romstation. 3. Selecteer een taal voor de interface en klik vervolgens op [OK]. 4.
Info over Bedieningstoepassingen Info over Bedieningstoepassingen In dit hoofdstuk worden de bedieningstoepassingen van dit apparaat uitgelegd. Smart Organizing Monitor Installeer dit hulpprogramma vanaf de meegeleverde cd-rom op uw computer. Met behulp van Smart Organizing Monitor kunt u de status van het apparaat controleren, instellingen configureren en andere functies gebruiken. Voor meer informatie over het gebruik van Smart Organizing Monitor, zie Pag. 60 "De Smart Organizing Monitor gebruiken".
1.
2. Papier plaatsen Ondersteund papier Papierformaat • A4 • 81/2 " × 11 " (Letter) • 81/2 " × 14 " (Legal) • B5 JIS • 51/2 " × 81/2 " (Half Letter) • 71/4 " × 101/2 " (Executive) • A5 • A6 • B6 JIS • 16K (195 × 267 mm) • 8"×13"(F) • 81/2 "×13"(Foolscap) • 81/4 "×13"(Folio) • Com10 (104,8×241,3 mm) • Monarch (98,4×190,5 mm) • C5 env. (162×229 mm) • C6 env. (114×162 mm) • DL env.
2. Papier plaatsen • Gekleurd papier (75 - 90 g/m2 (20 - 24 lb.)) • Voorbedrukt papier (75 - 90 g/m2 (20 - 24 lb.)) • Geperforeerd papier (75 - 90 g/m2 (20 - 24 lb.)) • Briefhoofd (100 - 130 g/m2 (27 - 35 lb.)) • Bankpost (105 - 160 g/m2 (28 - 43 lb.)) • Karton (100 - 130 g/m2 (27 - 35 lb.)) • Etikettenpaper (100 - 130 g/m2 (27 - 35 lb.)) • Envelop Papiercapaciteit • Lade 1 250 vellen (80 g/m2, 20 lb.) • Handinvoer 50 vellen (80 g/m2, 20 lb.
Niet aanbevolen papiertypen Niet aanbevolen papiertypen Gebruik de volgende papiertypen niet: • Papier voor inkjetprinters • Gegolfd, gevouwen of gekreukeld papier • Opgekruld of verdraaid papier • Gescheurd papier • Gekreukt papier • Vochtig papier • Vuil of beschadigd papier • Papier dat droog genoeg is om statische elektriciteit te veroorzaken • Papier waarop al is afgedrukt, met uitzondering van een voorgedrukt briefhoofd.
2. Papier plaatsen Afdrukgebied De volgende illustratie laat het gedeelte van het papier zien waarop het apparaat kan adrukken. Van het printerstuurprogramma 4 4 3 1 3 2 CHZ904 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch) 4. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch) Envelop 3 1 2 3 4 4 CMC044 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 10 mm (0,4 inch) 4.
Afdrukgebied • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van papierformaat, printertaal en printerinstellingen. • Voor het beter adrukken van enveloppen raden wij u aan de rechter-, linker-, boven- en ondermarges minimaal op 15 mm (0,6 inch) in te stellen.
2. Papier plaatsen Papier plaatsen Papier in lade 1 plaatsen In het volgende voorbeeld wordt uitgelegd hoe u papier in de standaardpapierlade (lade 1) plaatst. • Voordat u op ander papier dan enveloppen afdrukt, moet u de hendels aan de achterkant van het apparaat, binnenin het achterpaneel, omhoog trekken. Als de hendels omlaag blijven, kan dit problemen veroorzaken met de adrukkwaliteit op ander papier dan enveloppen. 1. Trek lade 1 er voorzichtig met beide handen uit.
Papier plaatsen 3. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat. CVW046 Zet bij het plaatsen van een aangepast papierformaat de papiergeleider iets breder dan het werkelijke formaat. 4. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar beneden ligt. Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering binnenin de lade. CVW047 Schuif de geleiders naar binnen, totdat deze vlak tegen de zijkanten van het papier staan.
2. Papier plaatsen 5. Controleer of er geen openingen tussen het papier en de papiergeleiders zijn; zowel bij de papiergeleiders aan de zijkant als aan de achterkant. CVW033 6. Duw lade 1 voorzichtig recht in het apparaat. Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de linkervoorkant van de papierlade laat zien hoeveel papier er ongeveer over is.
Papier plaatsen CMC057 4. Vergrendel het verlengstuk in de verlengde stand. CMC055 5. Volg stap 2 tot en met 6 in 'Papier in lade 1 plaatsen'. • Om het verlengstuk opnieuw te plaatsen, moet u het met enige kracht erin duwen. • Het indicatielampje voor overgebleven papier aan de linkervoorkant van de papierlade laat zien hoeveel papier er ongeveer over is.
2. Papier plaatsen CVW009 2. Schuif de zijgeleiders naar buiten, plaats het papier met de afdrukzijde naar boven en druk dit aan totdat het niet verder kan. CVW010 3. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan. CVW011 Enveloppen plaatsen • Zorg dat u voor het bedrukken van enveloppen de hendels van de fuseereenheid achter de achterklep laat zakken om te voorkomen dat de enveloppen verkreukeld naar buiten komen. Zet de hendels ook weer terug in hun oorspronkelijke positie na het afdrukken (omhoog).
Papier plaatsen hendels omlaag blijven, kan dit problemen veroorzaken met de adrukkwaliteit op ander papier dan enveloppen. • Vermijd het gebruik van zelfklevende enveloppen. Deze kunnen storingen aan het apparaat veroorzaken. • Controleer voordat u de enveloppen plaatst of er geen lucht in zit. • Plaats alleen enveloppen van hetzelfde formaat en soort. • Strijk de voorste randen (de randen die het apparaat ingaan) van de enveloppen met een potlood of liniaal glad voordat u de enveloppen laadt.
2. Papier plaatsen 3. Pas de zijgeleiders aan de breedte van de envelop aan. CVW013 4. Open de klep aan de achterzijde. CVW015 5. Doe voor het afdrukken op enveloppen de hendels aan beide zijden omlaag richting de positie die is aangegeven met een envelopsymbool. CVW016 Zet de hendels weer terug in hun oorspronkelijke positie na het afdrukken (omhoog). 6. Sluit de achterklep. • Zorg dat u de enveloppen zo plaatst dat de flappen aan de linkerkant zitten.
Papier plaatsen • Als enveloppen tijdens het afdrukken verkreukelen, plaatst u de enveloppen in omgekeerde richting en draait u het afdrukobject 180 graden met behulp van het printerstuurprogramma voordat u afdrukt. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. De papiersoort en het papierformaat opgeven met Smart Organizing Monitor De procedure in dit onderdeel is een voorbeeld en is gebaseerd op Windows 7.
2. Papier plaatsen 8. Selecteer in de lijst [Eenheid] de optie [mm] of [inch]. 9. Geef in de vakken [Horizontaal] en [Verticaal] de breedte en lengte op. 10. Klik op [OK]. 11. Klik op [Sluiten].
3. Documenten afdrukken Basisbewerking De volgende stappen laten zien hoe u algemene afdruktaken kunt uitvoeren. 1. Open het dialoogvenster printereigenschappen in de toepassing van uw document. Klik op [Help] voor meer informatie over elke instelling. U kunt op de informatiepictogrammen klikken voor informatie over de configuratie. 2. Stel de gewenste afdrukopties in en klik vervolgens op [OK]. Het dialoogvenster Printereigenschappen wordt gesloten. 3. Klik op [OK].
3. Documenten afdrukken Een afdruktaak annuleren voordat het afdrukken is gestart • Windows 1. Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk van uw computer. 2. Selecteer de afdruktaak die u wilt annuleren en klik vervolgens op [Annuleren] in het menu [Document]. • Als u een afdruktaak annuleert die al verwerkt wordt, kan het afdrukken een paar pagina's doorgaan voordat het wordt geannuleerd. • Het kan wat tijd kosten om een grote afdruktaak te annuleren.
Als papier niet overeenkomt Als papier niet overeenkomt Er wordt een fout gerapporteerd als: • het papiertype niet overeenkomt met de instellingen van de taak als [Invoerlade;] is ingesteld op [Automatische ladeselectie]. • het papierformaat niet overeenkomt met de instellingen van de afdruktaak als [Detectie formaatfout] bij [Papierlade-instellingen] onder Systeeminstellingen is ingeschakeld.
3. Documenten afdrukken De afdruktaak resetten 1. Als het waarschuwingslampje gaat branden, druk dan op de [Job Reset]-knop.
De verschillende afdrukfuncties gebruiken De verschillende afdrukfuncties gebruiken In dit onderdeel worden de verschillende afdrukfuncties kort beschreven die u kunt configureren met het printerstuurprogramma waarmee u de gewenste afdrukken kunt maken. Afdrukkwaliteitfuncties Afdrukkwaliteit en kleurschakeringen kunnen worden aangepast om bij de afdrukgegevens te passen. Een aantal van de afdrukkwaliteitinstellingen die u kunt configureren, staat hieronder.
3. Documenten afdrukken Afdrukuitvoerfuncties U kunt de vorm van afdrukuitvoer opgeven naargelang uw behoeften. In dit onderdeel worden een aantal instellingen die u kunt opgeven kort beschreven. Meerdere sets van een document afdrukken U kunt meerdere sets van hetzelfde document afdrukken. De uitvoer in documentbatches sorteren U kunt sets van documenten die uit meerdere pagina's bestaan, afdrukken per set (P1, P2, P1, P2, ...).
De verschillende afdrukfuncties gebruiken Voor het voorblad kan hetzelfde of ander papier gebruikt worden als de rest van de pagina's. Op papier met aangepast formaat afdrukken U kunt afdrukken op niet-standaard formaat papier door het papierformaat op te geven als aangepast formaat. Als u een ander papierformaat wilt opgeven, selecteert u [Aangepaste papierformaten] in de lijst [Documentformaat:]. Klik vervolgens op de knop [Aang. papierform...
3.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's Web Image Monitor gebruiken • Sommige items worden mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van het modeltype dat u gebruikt.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's De bovenste pagina van Web Image Monitor wordt weergegeven. Bovenste pagina Elke pagina van Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes: 2 3 3 1 4 NL CVW251 1. Menugedeelte Als u menu selecteert, dan zal de inhoud ervan in het werkgedeelte worden afgebeeld, of in het subgedeelte. 2. Tabbladen Bevat menu's voor de modi Status en Teller en tabs om tussen deze twee modi te schakelen. 3.
Web Image Monitor gebruiken Het Help-bronbestand installeren Volg de onderstaande procedure om de Help te installeren. 1. Kopieer de map [WIMHELP] op de cd-rom naar de harde schijf van uw computer. In de voorbeeldprocedures wordt uitgelegd hoe u de map [WIMHELP] naar de directory C:\tmp\WIMHELP kopieert. 2. Open Web Image Monitor en klik op [Instelling Help-bronbestand] op de pagina [Beheerdertoepassingen]. 3. Voer in het tekstvak “C:\tmp\WIMHELP\” in. 4. Voer indien nodig het beheerderswachtwoord in. 5.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's Systeeminstellingen Configureer de apparaatinstellingen. Netwerkinstellingen Configureer de netwerkinstellingen. IPsec-instellingen Configureer de IPsec-instellingen. Lijst/rapport afdrukken Hiermee drukt u lijsten/rapporten af die betrekking hebben op de printer. Beheerdertoepassingen Configureer de beheerdersinstellingen.
Web Image Monitor gebruiken • [Lade prioriteit] Selecteer een lade die als eerst moet worden gecontroleerd op papier als er voor een afdruktaak automatische ladeselectie is opgegeven. • [Prioriteit instelling handinvoer] Selecteer hoe afdruktaken via de handinvoer worden verwerkt. • [Detectie fout formaat] Selecteer of u een foutenrapport wilt ontvangen wanneer het papierformaat niet overeenkomt met de instellingen van de afdruktaak.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's U kunt [DNS-methode], [Primaire DNS-server], [Secundaire DNS-server], [Domeinnaam], [IPv6 DNS-methode], [Primaire IPv6 DNS-server], [Secundaire IPv6 DNS-server], [IPv6domeinnaam], [DNS oplossen prioriteit], [DNS-time-out (seconden)] en [Hostnaam] opgeven. Tabblad [Automatische E-mailmelding] De instellingen op dit tabblad zijn bedoeld om een e-mailmelding te versturen wanneer de apparaatstatus verandert. U kunt maximaal twee ontvangers instellen.
Web Image Monitor gebruiken • [Draadloze signaalsterkte] Als Infrastructuurmodus is geselecteerd voor [Communicatiemodus], wordt de signaalstatus van het toegangspunt weergegeven. • [Wireless LAN Settings] • [SSID] Voer de SSID-naam in. Mag 32 tekens bevatten. Wanneer u op [Scanlijst] klikt, wordt een lijst met beschikbare toegangspunten weergegeven. U kunt de SSID-naam uit de lijst selecteren. • [Communicatiemodus] Selecteer Infrastructuurmodus of Ad-hoc modus.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's WEP-sleutellengte: 64-bits WEP-indeling: Hex Geldige tekens voor WEP-sleutel 0–9, A–F, a–f WEP-sleutellengte: 128 bits WEP-indeling: ASCII 0x20–0x7e WEP-indeling: Hex 0–9, A–F, a–f WEP-indeling: ASCII 0x20–0x7e • [WPA2-PSK] Wanneer dit is geselecteerd, wordt de communicatie gecodeerd met WPA2 (WiFi Protected Access 2). Voer een waarde van 8 tot 64 tekens in bij [WPA-wachtwoordzin].
Web Image Monitor gebruiken Als u IPsec-beleidsregels wilt configureren, selecteert u het gewenste IPsec-beleid en klikt u op [Wijzigen] om de pagina "IPsec-beleidsinstellingen" weer te geven. Op de pagina "IPsecbeleidsinstellingen" kunnen de volgende instellingen worden geconfigureerd. IP-beleidsinstellingen • [Nr.] Geef een nummer op tussen 1 en 10 voor het IPsec-beleid. Het nummer dat u opgeeft, bepaalt de positie van het beleid in de IPsec-beleidslijst.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's • [Transport] Selecteer deze modus om alleen de nettolading van elk IP-pakket te beveiligen wanneer er wordt gecommuniceerd met apparaten die met IPsec compatibel zijn. • [Tunnel] Selecteer deze modus om elke sectie van elk IP-pakket te beveiligen. Dit type wordt aangeraden voor communicatie tussen beveiligingsgateways (zoals VPN-apparaten).
Web Image Monitor gebruiken IKE-instellingen • [IKE-versie] Toont de IKE-versie. • [Coderingsalgoritme] Geef het coderingsalgoritme op: [DES], [3DES], [AES-128], [AES-192], [AES-256] • [Verificatie-algoritme] Geef het verificatiealgoritme op: [MD5], [SHA1] • [IKE-levensduur] Geef de levensduur van de ISAKMP SA op als tijdsperiode. Voer een aantal seconden in.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's Beheerdertoepassingen Beheerderinstellingen • [Nieuw wachtwoord] Voer het nieuwe beheerderswachtwoord in. Kan tot 16 tekens bevatten. • [Nieuw wachtwoord bevestigen] Voer hetzelfde wachtwoord in ter bevestiging. Instell. terugz. • [IPsec-instellingen opnieuw instellen] wordt alleen weergegeven wanneer er een wachtwoord is opgegeven in [Beheerder]. • [Netwerkinstell.
Web Image Monitor gebruiken 5. Het back-upbestand wordt in de standaardmap opgeslagen als u [Opslaan] kiest. Navigeer naar de locatie waar u het back-upbestand wilt opslaan indien u [Opslaan als] kiest en ga verder met de volgende stap. 6. Geef een naam voor het bestand op en klik op [Opslaan]. Instellingen herstellen Herstel de printerinstellingen aan de hand van een eerder gemaakt back-upbestand. • [Bestand om te herstellen] Voer het pad in naar het bestand dat hersteld moet worden of klik op [Bladeren..
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's De Smart Organizing Monitor gebruiken De staat en statusinformatie van het apparaat kunnen worden gecontroleerd met Smart Organizing Monitor. De statusinformatie controleren 1 3 4 5 2 NL CVW252 1. Afbeeldingsgebied Geeft de status van dit apparaat met een pictogram weer. 2.
De Smart Organizing Monitor gebruiken • Systeem Hiermee geeft u de systeeminformatie over de printer weer, zoals de modelnaam, de systeemversie en de geheugengrootte. • Teller Hiermee geeft u informatie over de tellers weer. • Netwerk Hiermee geeft u netwerkdetails weer, zoals het IP-adres van de printer en netwerkgerelateerde opmerkingen. 3. Berichtengebied Geeft de status van dit apparaat weer met een bericht. Voor meer informatie over foutmeldingen, ziePag.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's Alle tabbladen van het dialoogvenster [Printerconfiguratie] zijn beschikbaar. • Algemene gebruikers Alleen het tabblad [Papierinvoer] is beschikbaar. Tabbladinstellingen Dit onderdeel geeft per tabblad een overzicht van de apparaatinstellingen die met Smart Organizing Monitor kunnen worden gewijzigd. Ga voor meer informatie over elke instelling naar de helpfunctie van de Smart Organizing Monitor.
De Smart Organizing Monitor gebruiken De IPv6-instellingen configureren In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de IPv6-instellingen met behulp van Smart Organizing Monitor kunt configureren. Automatische IPv6-instellingen • U hebt een router met DHCP-functionaliteit of een DHCP-server die door IPv6 wordt ondersteund nodig. 1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's]. 2. Klik op [Smart Organizing Monitor]. 3. Klik op [Smart Organizing Monitor Status]. 4. Klik op het tabblad [Gebr.tools]. 5.
4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's 2. Klik op [Smart Organizing Monitor]. 3. Klik op [Smart Organizing Monitor Status]. 4. Klik op het tabblad [Gebr.tools]. 5. Klik op [Printerconfiguratie]. 6. Voer de toegangscode in en klik vervolgens op [OK]. De standaardtoegangscode is "Admin". Voer "Admin" in als u dit niet hebt gewijzigd. Dit is hoofdlettergevoelig. 7. Klik op het tabblad [IPv6]. 8. Selecteer [Inactief] in [IPv6 DHCP:] en klik vervolgens op [OK]. 9.
5. Het apparaat onderhouden De printcartridge vervangen • Bewaar printcartridges altijd op een koele donkere plaats. • Het daadwerkelijke aantal kopieën die u kunt afdrukken, hangt af van het volume en de dichtheid van afbeeldingen, het aantal pagina's dat u gelijktijdig afdrukt, de papiersoort en het papierformaat en de omgevingsomstandigheden, zoals temperatuur en luchtvochtigheid. De kwaliteit van toner verslechtert na verloop van tijd. Vroegtijdige vervanging van de printcartridge kan noodzakelijk zijn.
5. Het apparaat onderhouden CVW050 • Als de toner opraakt, kunt u pas weer afdrukken als de nieuwe printcartridge is geplaatst. 1. Als u papier in de handinvoer hebt geplaatst, verwijdert u dit en sluit u de handinvoer. 2. Druk op de knop aan de zijkant om de klep aan de voorzijde te openen. Breng de klep daarna voorzichtig omlaag. CVW023 3. Til de printercartridge er voorzichtig horizontaal uit, terwijl u deze in het midden vasthoudt. CVW024 • Schud de verwijderde printcartridge niet.
De printcartridge vervangen 4. Haal de nieuwe printcartridge uit de verpakking en dan uit de plastic zak. CMC081 5. Plaats de printcartridge op een vlakke ondergrond en verwijder vervolgens het beschermvel. CMC019 6. Houd de printcartridge vast en schud deze vijf of zes keer heen en weer. CMC020 Een gelijkmatige verspreiding van de toner in de cartridge verbetert de afdrukkwaliteit.
5. Het apparaat onderhouden 7. Schuif de printcartridge horizontaal naar binnen. Zodra de cartridge niet meer verder kan, tilt u deze enigszins omhoog en drukt u deze volledig naar binnen. Duw de cartridge omlaag totdat deze vastklikt. CVW026 8. Duw de voorklep voorzichtig omhoog totdat deze sluit. Let op dat uw vingers niet bekneld raken. Na het sluiten van het voorpaneel moet u wachten tot de printcartridge gereed voor gebruik is. 9.
Aandachtspunten bij het schoonmaken Aandachtspunten bij het schoonmaken Maak het apparaat regelmatig schoon om een hoge afdrukkwaliteit te garanderen. Neem de buitenkant af met een zachte, droge doek. Als dit niet voldoende is, kunt u een zachte, vochtige doek gebruiken die goed is uitgewrongen. Als u er zo nog niet in slaagt om vlekken te verwijderen, kunt u een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken.
5. Het apparaat onderhouden De wrijvingsstrip en de papierinvoerrol schoonmaken 1. Zet het apparaat uit. 2. Trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder alle kabels uit het apparaat. 3. Trek lade 1 er voorzichtig met beide handen uit. CVW039 Plaats de lade op een vlak oppervlak. Als er papier in de lade ligt, haal dit er dan uit. 4. Veeg de wrijvingsstrips schoon met een vochtige doek.
De wrijvingsstrip en de papierinvoerrol schoonmaken 5. Veeg het rubberen deel van de rol schoon met een zachte, vochtige doek. Droog de wrijvingsstrip vervolgens met een droge doek. CVW040 6. Plaats het verwijderde papier terug in de lade en duw de lade voorzichtig in het apparaat totdat deze op zijn plaats klikt. CVW006 7. Steek de stekker van het netsnoer goed in het stopcontact. Sluit alle voorheen verwijderde interfacekabels weer aan. 8. Zet de printer aan.
5.
6. Problemen oplossen Algemene problemen In dit onderdeel wordt beschreven hoe u algemene problemen kunt oplossen die kunnen optreden bij de bediening van dit apparaat. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing • Zorg dat de stekker goed in het stopcontact is bevestigd. Het apparaat kan niet worden aangezet. De stroomkabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Het rode indicatielampje brandt of knippert. Er is een fout opgetreden. Zie Pag. 89 "Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel".
6. Problemen oplossen Problemen met papierinvoer Als het apparaat werkt, maar het papier niet wordt doorgevoerd of papier loopt telkens vast, controleer dan het apparaat en het papier. Probleem Oplossing • Gebruik ondersteunde papiertypen. Zie Pag. 25 "Ondersteund papier". Het papier wordt niet soepel doorgevoerd. • Plaats papier zoals het moet en zorg er daarbij voor dat de papiergeleiders goed tegen het papier aan zijn geschoven. Zie Pag. 30 "Papier plaatsen".
Problemen met papierinvoer Probleem Oplossing • Waaier het papier los voordat u het plaatst. Zorg er ook voor dat de randen gelijk zijn door de stapel op een vlakke ondergrond zoals een bureau te tikken. • Zorg ervoor dat de papiergeleiders in de juiste positie staan. Er worden meerdere vellen papier tegelijkertijd doorgevoerd. • Gebruik ondersteunde papiertypen. Zie Pag. 25 "Ondersteund papier". • Plaats papier maximaal zo hoog als de bovenste limietmarketing op de papiergeleider.
6. Problemen oplossen Een papierstoring verwijderen • Vastgelopen papier kan natte toner bevatten. Let erop dat u geen toner op uw handen en kleding krijgt. • Bij afdrukken die direct na het oplossen van een papierstoring worden gemaakt, kan de toner onvoldoende zijn gefuseerd en gaan vlekken. Druk testpagina's af totdat er geen strepen toner meer op de afdrukken verschijnen. • Verwijder het vastgelopen papier niet met te veel kracht.
Problemen met papierinvoer 5. Druk op de knop aan de zijkant om de klep aan de voorzijde te openen. Breng de klep daarna voorzichtig omlaag. CVW023 6. Til de printercartridge er voorzichtig horizontaal uit, terwijl u deze in het midden vasthoudt. CVW024 • Schud de verwijderde printcartridge niet. Als u dit wel doet, kan de overgebleven toner gaan lekken. • Plaats de printcartridge op papier of gelijksoortig materiaal om uw werkruimte niet vuil te maken. 7.
6. Problemen oplossen 8. Schuif de printcartridge horizontaal naar binnen. Zodra de cartridge niet meer verder kan, tilt u deze enigszins omhoog en drukt u deze volledig naar binnen. Duw de cartridge omlaag totdat deze vastklikt. CVW026 9. Duw met beide handen het voorpaneel voorzichtig omhoog totdat deze sluit. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen wanneer u de klep hebt gesloten.
Problemen met papierinvoer 3. Druk op de knop aan de zijkant om de klep aan de voorzijde te openen. Breng de klep daarna voorzichtig omlaag. CVW023 4. Til de printercartridge er voorzichtig horizontaal uit, terwijl u deze in het midden vasthoudt. CVW024 • Schud de verwijderde printcartridge niet. Als u dit wel doet, kan de overgebleven toner gaan lekken. • Plaats de printcartridge op papier of gelijksoortig materiaal om uw werkruimte niet vuil te maken. 5.
6. Problemen oplossen 6. Schuif de printcartridge horizontaal naar binnen. Zodra de cartridge niet meer verder kan, tilt u deze enigszins omhoog en drukt u deze volledig naar binnen. Duw de cartridge omlaag totdat deze vastklikt. CVW026 7. Duw met beide handen het voorpaneel voorzichtig omhoog totdat deze sluit. • Druk, bij het sluiten van de voorklep, de bovenzijde van de klep stevig aan. Controleer of de foutmelding is verdwenen wanneer u de klep hebt gesloten.
Problemen met papierinvoer 2. Verwijder het vastgelopen papier zorgvuldig. CVW053 3. Sluit de achterklep. CVW017 4. Trek lade 1 half uit en controleer of u vastgelopen papier ziet. Als er vastgelopen papier in de lade ligt, verwijder dit dan.
6. Problemen oplossen 5. Trek lade 1 helemaal met beide handen naar buiten. CVW039 Plaats de lade op een vlak oppervlak. 6. Druk op de hendel. Als u op de hendel drukt, gaat de duplextransporteenheid omlaag. CVW043 7. Als er papier is vastgelopen, verwijder dit dan voorzichtig.
Problemen met papierinvoer 8. Zorg dat de duplextransport nog steeds omlaag staat en schuif lade 1 voorzichtig terug tot deze niet verder kan. CVW006 9. Als u papier in de handinvoer hebt geplaatst, verwijdert u dit en sluit u de handinvoer. 10. Druk op de knop aan de zijkant om de klep aan de voorzijde te openen. Breng de klep daarna voorzichtig omlaag. CVW023 11. Til de printercartridge er voorzichtig horizontaal uit, terwijl u deze in het midden vasthoudt.
6. Problemen oplossen • Plaats de printcartridge op papier of gelijksoortig materiaal om uw werkruimte niet vuil te maken. 12. Til de geleiderplaat op en verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. CVW025 13. Schuif de printcartridge horizontaal naar binnen. Zodra de cartridge niet meer verder kan, tilt u deze enigszins omhoog en drukt u deze volledig naar binnen. Duw de cartridge omlaag totdat deze vastklikt. CVW026 14. Duw met beide handen het voorpaneel voorzichtig omhoog totdat deze sluit.
Problemen met afdrukkwaliteit Problemen met afdrukkwaliteit De toestand van het apparaat controleren Als er een probleem is met de afdrukkwaliteit, controleer dan eerst de toestand van het apparaat. Mogelijke oorzaak Oplossing Er is een probleem met de locatie van het apparaat. Zorg ervoor dat het apparaat op een vlakke ondergrond staat. Plaats het apparaat waar het niet is blootgesteld aan trillingen of schokken. Er worden niet ondersteunde papiertypen gebruikt.
6. Problemen oplossen Printerproblemen In dit onderdeel worden afdrukproblemen en mogelijke oplossingen daarvoor beschreven. Probleem Oplossing Als een fout optreedt tijdens het afdrukken, wijzigt u de instellingen van de computer of het printerstuurprogramma. • Controleer of het pictogram van de printernaam niet langer is dan 32 alfanumerieke tekens. Maak deze korter als dit het geval is. Er treedt een fout op. • Controleer of andere applicaties actief zijn.
Printerproblemen Probleem Oplossing • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. Zie Pag. 25 "Ondersteund papier". • Als u [Toner besparen] activeert, worden de afdrukken over het algemeen lichter. De gehele afdruk is vaag. • Toner is bijna op. Vervang de inktcartridge. • Er heeft zich wellicht condens gevormd. Indien er een snelle verandering in temperatuur of luchtvochtigheid optreedt, gebruik het apparaat dan pas nadat het apparaat is geacclimatiseerd.
6. Problemen oplossen Mogelijke oorzaak Oplossing Het ingestelde papierformaat komt niet overeen met het geplaatste papier. Zorg ervoor dat het geselecteerde papierformaat in het dialoogvenster printereigenschappen overeenkomt met het papierformaat van het geplaatste papier. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie. Het afdrukbare gebied is gewijzigd. Stel het afdrukgebied in op maximaal. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma voor verdere informatie.
Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel De LED op het bedieningspaneel geven de status van het apparaat aan, inclusief alle eventuele fouten. Lampje Toner/ papier op Alarm Stroom - - Aan - - Knippere nd - Aan De printcartridge is bijna leeg. Vervang de printcartridge voor deze leeg is. Aan - Aan • De printcartridge is leeg. • Vervang de inktcartridge. • De printcartridge is niet goed geplaatst.
6. Problemen oplossen Lampje Toner/ papier op Alarm Stroom Status - Aan Aan • Het formaat van het papier waarop u wilt afdrukken en het formaat van het papier dat in de lade is geplaatst, komen niet overeen. • Er is een klep open. Oplossing • Gebruik Web Image Monitor of Smart Organizing Monitor om de instellingen voor het papierformaat te controleren en wijzig vervolgens het formaat van het papier waarop u wilt afdrukken of het formaat van het papier dat in de lade is geplaatst.
Fout- en statusmeldingen die in de Smart Organizing Monitor worden weergegeven Fout- en statusmeldingen die in de Smart Organizing Monitor worden weergegeven Meldingen Geen respons van I/O Apparaat Controleer de kabel, netsnoer en hoofdschakelaar. Oorzaken • Het netsnoer van het apparaat is niet aangesloten. • Het apparaat staat niet aan. • De USB-kabel is niet aangesloten. Oplossing • Controleer het netsnoer van de printer. • Controleer of de printer aan staat.
6. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing Het papierformaat dat op het apparaat is opgegeven komt niet overeen met het formaat dat in het printerstuurprogramma is opgegeven. Voor meer informatie over het opgeven van het papierformaat op het apparaat, zie Pag. 30 "Papier plaatsen". Voor meer informatie over het wijzigen van het papierformaat in het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma.
Fout- en statusmeldingen die in de Smart Organizing Monitor worden weergegeven Meldingen Oorzaken Oplossing Tonerafval vol Afdrukken is niet mogelijk. Open de aangegeven klep en vervang vervolgens de printercartridge. De tonerafvalfles is vol. Vervang de inktcartridge. Er is geen printcartridge geplaatst. Verwijder de tonerafvalfles en installeer deze opnieuw. Zie Pag. 65 "De printcartridge vervangen". Geen toner of Tonerafval vol Afdrukken is niet mogelijk.
6.
7. Bijlage Beschikbare functies en netwerkinstellingen in een IPv6-omgeving De functies en netwerkinstellingen van dit apparaat die beschikbaar zijn in een IPv6-omgeving verschillen van de functies in een IPv4-omgeving. Zorg dat de functies die u gebruikt, ondersteund worden in een IPv6-omgeving en configureer de benodigde netwerkinstellingen. Voor meer informatie over het opgeven van de IPv6-instellingen, zie Pag. 60 "De Smart Organizing Monitor gebruiken".
7. Bijlage Verzending met IPsec Het apparaat ondersteunt het IPsec-protocol voor veiligere communicatie. Wanneer toegepast, codeert IPsec gegevenspakketten op de netwerklaag met een gedeelde sleutelcodering. Het apparaat gebruikt uitwisseling van coderingssleutels om een gedeelde sleutel te maken voor zowel afzender als ontvanger. Voor nog betere beveiliging kunt u de gedeelde sleutel ook verlengen op basis van een geldigheidsperiode.
Verzending met IPsec AH-protocol Het AH-protocol biedt uitsluitend een veilige verzending via de verificatie van pakketjes, met inbegrip van headers. • Voor een succesvolle verificatie moeten de zender en de ontvanger hetzelfde verificatiealgoritme en dezelfde verificatiesleutel instellen. Het verificatiealgoritme en de verificatiesleutel worden automatisch opgegeven.
7. Bijlage Configuratieproces voor instellingen van uitwisseling van coderingssleutel In dit onderdeel wordt de procedure uitgelegd voor het bepalen van handmatige instellingen voor de coderingssleutel. Apparaat Computer 1. Stel de IPsec-instellingen in op Web Image Monitor. 1. Stel op de computer dezelfde IPsecinstellingen in als op het apparaat. 2. Schakel IPsec-instellingen in. 2. Schakel IPsec-instellingen in. 3. Bevestig IPsec-verzending.
Verzending met IPsec Opgeven van de IPsec-instellingen op de computer Geef precies dezelfde instellingen op voor de IPsec SA-instellingen op uw computer als voor de IPsecinstellingen op het apparaat. Instellingsmethodes verschillen afhankelijk van het bedieningssysteem van de computer. In de volgende procedure wordt ter illustratie Windows 7 in een IPv4-omgeving gebruikt. 1. Klik in het menu [Start] op [Configuratiescherm], klik op [Systeem en beveiliging] en klik vervolgens op [Systeembeheer]. 2.
7. Bijlage 19. Voer bij [Beschrijving] een naam of gedetailleerde informatie over het IP-filter in en klik vervolgens op [Volgende]. U kunt ook op [Volgende] klikken en verder gaan met de volgende stap zonder informatie in dit veld in te voeren. 20. Selecteer "Mijn IP-adres" bij "Bronadres" en klik vervolgens op [Volgende]. 21. Selecteer "Een specifiek IP-adres of subnet" in "Bestemmingsadres", voer het IP-adres van het apparaat in en klik vervolgens op [Volgende]. 22.
Verzending met IPsec Stel de waarde van [Versleutelingsalgoritme] onder [Gegevensintegriteit en -versleuteling (ESP)] in op dezelfde waarde als [Versleutelingsalgoritme voor ESP] zoals opgegeven op het apparaat. 34. In de Sessiesleutelinstellingen selecteert u "Nieuwe sleutel genereren, elke" en voert u dezelfde geldigheidsperiode (in seconden of Kbytes) in als de periode die is opgegeven voor [Levensduur] op het apparaat. 35. Klik op [OK] en vervolgens op [Volgende]. 36. Klik op [Voltooien].
7. Bijlage Opmerkingen over de toner • Er kan geen juiste werking worden gegarandeerd als er toner van een ander merk wordt gebruikt. • Afhankelijk van de afdrukvoorwaarden zijn er gevallen waarin de printer niet het aantal vellen kan afdrukken dat in de specificaties is opgegeven. • Vervang de printcartridge als de afgedrukte afbeelding plotseling bleek of vaag wordt. • Als u dit apparaat voor het eerst gebruikt, maak dan gebruik van de printcartridge die bij het apparaat geleverd wordt.
Het apparaat verplaatsen en vervoeren Het apparaat verplaatsen en vervoeren In dit onderdeel worden voorzorgsmaatregelen genoemd die u dient te volgen als u het apparaat over korte of lange afstanden vervoert. Pak het apparaat in zijn oorspronkelijke verpakkingsmateriaal in als u het apparaat over een lange afstand vervoert. • Controleer voordat u het apparaat verplaatst of er geen kabels meer zijn aangesloten op het apparaat. • Het apparaat is een precisie-apparaat.
7. Bijlage Waar kan ik meer informatie krijgen? Neem contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger voor meer informatie over de onderwerpen die in deze handleiding worden behandeld of om informatie te verkrijgen over onderwerpen die niet in de met het apparaat meegeleverde handleiding worden behandeld.
Verbruiksartikelen Verbruiksartikelen Inktcartridge Printcartridge Zwart Gemiddeld aantal af te drukken pagina's per cartridge *1 2000 of 3500 pagina's *1 Het aantal afdrukbare pagina's is gebaseerd op pagina's die voldoen aan de norm ISO/IEC 19752 en op de afbeeldingsbelichting die als fabrieksstandaard is ingesteld. ISO/IEC 19752 is een internationale meetstandaard voor het afdrukken van pagina's, die door de ISO (International Organization for Standardization) is gesteld.
7. Bijlage Specificaties van het apparaat In dit onderdeel worden de specificaties van het apparaat gegeven.
Specificaties van het apparaat 250 vellen • Handinvoer 50 vellen Geheugen 128 MB Stroomvereisten • 220-240 V, 4 A, 50/60 Hz • 120 V, 7 A, 60 Hz Stroomverbruik • Maximaal stroomverbruik : 890 W : 800 W • Energiespaarstand 1 50 W of minder • Energiespaarstand 2 3,8 W of minder Afmetingen van het apparaat (Breedte x Diepte x Hoogte) 370 × 392 × 262 mm (14,6 × 15,4 × 10,3 inch) Gewicht (apparaat zelf met verbruiksartikelen) Ongeveer 12,7 kg of minder Specificaties van de printerfunctie Afdruksnelheid : 28 pag
7. Bijlage Interface • Ethernet (10BASE-T, 100BASE-TX) • USB 2.
Copyright-informatie met betrekking tot geïnstalleerde toepassingen Copyright-informatie met betrekking tot geïnstalleerde toepassingen expat Copyright (c) 1998, 1999, 2000 Thai Open Source Software Centre, Ltd. and Clark Cooper. Copyright (c) 2001, 2002 Expat maintainers.
7. Bijlage 3. Redistributions must contain a verbatim copy of this document. The OpenLDAP Foundation may revise this license from time to time. Each revision is distinguished by a version number. You may use this Software under terms of this license revision or under the terms of any subsequent revision of the license.
Copyright-informatie met betrekking tot geïnstalleerde toepassingen 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgment: "This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http://www. openssl.
7. Bijlage If this package is used in a product, Eric Young should be given attribution as the author of the parts of the library used. This can be in the form of a textual message at program startup or in documentation (online or textual) provided with the package. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1.
Handelsmerken Handelsmerken Adobe, Acrobat en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of in andere landen. TrueType en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen. Firefox® is een gedeponeerd handelsmerk van Mozilla Foundation. Java is een gedeponeerd handelsmerk van Oracle en/of haar dochterondernemingen.
7.
Handelsmerken Microsoft® Windows Server® 2012 Datacenter 115
7.
INDEX A L Afdrukfuncties........................................................ 43 Afdrukgebied......................................................... 28 Afdrukkwaliteitfuncties.......................................... 43 Afdrukuitvoerfuncties............................................. 44 Apparaatinstellingen............................................. 61 Lade 1.................................................................... 30 N B Niet aanbevolen papiertypen..............................
Upgraden............................................................... 21 V Verbruiksartikelen................................................ 105 Verificatie............................................................... 96 Verplaatsing........................................................ 103 Verwijderen............................................................21 W Waar moet ik de printer plaatsen?...................... 16 Web Image Monitor.............................................
MEMO 119
MEMO 120 NL NL M154-8661B
© 2013-2015
NL NL M154-8661B