Gebruikershandleiding Overzicht van het apparaat Papier plaatsen Documenten afdrukken Originelen kopiëren Scannen vanaf een computer Het apparaat configureren met behulp van Smart Organizing Monitor Het apparaat onderhouden Problemen oplossen Bijlage Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.
INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?........................................................................................................................... 4 Inleiding...........................................................................................................................................................4 Wettelijk verbod............................................................................................................................................. 4 Disclaimer.........
Een afdruktaak annuleren........................................................................................................................... 33 Als het papier niet overeenkomt..................................................................................................................... 35 Doorgaan met afdrukken met papier dat niet overeenkomt.................................................................... 35 De afdruktaak resetten.............................................................
8. Problemen oplossen Veelvoorkomende problemen.........................................................................................................................63 Problemen met papierdoorvoer......................................................................................................................64 Een papierstoring verwijderen....................................................................................................................65 Problemen met de afdrukkwaliteit............
Hoe werkt deze handleiding? Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde instructies en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw eigen veiligheid deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat gaat gebruiken. Bewaar deze handleiding op een handige plaats binnen handbereik. Wettelijk verbod Kopieer of druk geen documenten af waarvan de reproductie verboden is door de wet.
Modelspecifieke informatie In dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordt weergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat. CXP042 De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met de regio van uw apparaat.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparaten Voor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerd in de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afval Onze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen te vergemakkelijken. Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool.
Gerecycled papier Het apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese norm EN 12281:2002 of DIN 19309. Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie, kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m2. Dit papier bevat minder ruwe materialen en is gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing) Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier.
Dit symbool geeft aan dat in de Europese Unie gebruikte batterijen en accu's gescheiden van uw huishoudelijke afval afgevoerd moeten worden. In de EU bestaan aparte inzamelingssystemen voor elektrische en elektronische apparaten, maar ook voor batterijen en accu's. Zorg ervoor dat u deze op de juiste wijze inlevert bij uw lokale afvalinzamelings-/recyclingcentrum.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Opmerkingen voor gebruikers van de staat Californië Perchloormaterialen - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie: www.dtsc.ca.
ENERGY STAR-programma ENERGY STAR®-programmavereisten voor beeldmateriaal De ENERGY STAR®-programmavereisten voor beeldmateriaal moedigen milieubehoud aan via het promoten van energiebesparende computers en andere kantooruitrustingen. Het programma ondersteunt de ontwikkeling en verdeling van producten met energiebesparende functies. Het is een open programma waaraan fabrikanten op vrijwillige basis kunnen deelnemen.
Energiespaarstand 2 Energieverbruik *1 5 W of minder Standaardinterval 1 minuut Hersteltijd *1 25 seconden of minder * De hersteltijd en het energieverbruik kunnen variëren afhankelijk van de staat en de omgeving van het apparaat.
12
1. Overzicht van het apparaat Overzicht van alle apparaatonderdelen In dit deel staan de namen van de verschillende onderdelen van de voor- en achterkant van het apparaat samen met een beschrijving van hun functie. Buitenkant 1 6 7 2 8 3 4 9 10 5 11 12 CXP002 1. Bedieningspaneel Bevat een touchscreen display en knoppen voor de bediening van het apparaat. 2. Glasplaatklep Open deze klep om originelen op de glasplaat te plaatsen. 3.
1. Overzicht van het apparaat 7. Vrijgavehendel van fuseerdruk Als er papier is vastgelopen, duwt u de hendel aan het linkereinde omlaag en verwijdert u vervolgens het papier. 8. Voorpaneel Open dit paneel om de uitvoerlade te maken vóórdat u gaat printen. 9. Onderhoudspaneel Til dit paneel op om verbruiksartikelen te vervangen of om vastgelopen papier te verwijderen. 10. USB-poort Gebruik deze poort om het apparaat op een computer aan te sluiten met een USB-kabel. 11.
Overzicht van alle apparaatonderdelen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 CTT134 1. Indicatielampje origineeltype Geeft het origineeltype aan in drie niveaus. Het origineeltype wordt aangegeven door het oplichten van een van de drie segmenten. • Bovenste: tekst/foto • Middelste: tekst • Onderste: foto 2. Origineeltype-knop Gebruik deze knop om het type origineel te selecteren. 3. Belichtingsindicatielampje Geeft de kopieerbelichting aan in drie niveaus.
1. Overzicht van het apparaat 4. [Belichting]-knop Gebruik deze knop om de kopieerbelichting aan te passen. 5. [ID-kaart kopiëren]-knop Gebruik deze knop om een kopie te maken van een identiteitskaart. 6. Display Toont het aantal kopieën en de foutcode. 7. [Aantal kopieën]-knop Gebruik deze knop om het aantal kopieën te wijzigen. 8. [Wis/Stop]-knop Wanneer het apparaat online is, drukt u op deze knop om de huidige afdruktaak te annuleren. 9. [Start]-knop Gebruik deze knop om te beginnen met kopiëren. 10.
Het stuurprogramma en de software installeren Het stuurprogramma en de software installeren U kunt het benodigde stuurprogramma voor dit apparaat installeren via de meegeleverde cd-rom. De besturingssystemen die compatibel zijn met de stuurprogramma's en de software voor dit apparaat zijn: Windows XP/Vista/7/8 en Windows Server 2003/2003 R2/2008/2008 R2/2012. De procedure in dit onderdeel is een voorbeeld en is gebaseerd op Windows 7.
1. Overzicht van het apparaat Klik op [Zoeken] op de taakbalk en klik op [Configuratiescherm]. Als het dialoogvenster [Configuratiescherm] verschijnt, klik op [Apparaten en printers weergeven]. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het printermodel dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op [Printereigenschappen]. 3. Klik op het tabblad [Geavanceerd]. 4. Klik op [Nieuw stuurprogramma...] en vervolgens op [Volgende]. 5. Klik op [Heb schijf...]. 6.
Het stuurprogramma en de software installeren 7. Klik op [Verwijderen...]. 8. Selecteer [Stuurprogramma en stuurprogrammapakket verwijderen] en klik vervolgens op [OK]. 9. Klik op [Ja]. 10. Klik op [Verwijderen]. 11. Klik op [OK]. 12. Klik op [Sluiten] om het venster met eigenschappen van de afdrukserver te sluiten.
1. Overzicht van het apparaat Wat is Smart Organizing Monitor? Installeer dit hulpprogramma vanaf de meegeleverde cd-rom op uw computer. Smart Organizing Monitor bevat de volgende functies: • Geeft de status van het apparaat weer Geeft berichten over vastgelopen papier en andere foutmeldingen weer. • Instellingen voor papierformaat en -type Geeft de instellingen voor papierformaten of -types die beschikbaar zijn op dit apparaat weer.
2.
2. Papier plaatsen Niet aanbevolen papiertypen Gebruik de volgende papiertypen niet: • Papier voor inkjetprinters • Speciaal GelJet-papier • Gegolfd, gevouwen of gekreukeld papier • Opgekruld of verdraaid papier • Gekreukt papier • Vochtig papier • Vuil of beschadigd papier • Papier dat droog genoeg is om statische elektriciteit te veroorzaken • Papier waarop al is afgedrukt, met uitzondering van een voorgedrukt briefhoofd.
Afdrukgebied Afdrukgebied De volgende illustratie laat het gedeelte van het papier zien waarop het apparaat kan adrukken. Van het printerstuurprogramma 4 4 3 1 3 2 CHZ904 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch) 4. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van het papierformaat en de instellingen van het printerstuurprogramma. • Om de afdrukpositie aan te passen, stelt u [Registratie] op het tabblad [Systeem] in Smart Organizing Monitor in.
2. Papier plaatsen Kopieerfunctie 4 4 3 1 3 2 CHZ904 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. Ongeveer 4 mm (0,2 inch) 4. Ongeveer 3 mm (0,1 inch) • Het afdrukgebied kan variëren afhankelijk van het papierformaat.
Papier plaatsen Papier plaatsen Plaats een stapel papier in de invoerlade aan de achterkant van het apparaat. • Zorg ervoor dat u het papierformaat en de papiersoort configureert bij het plaatsen van papier. Geef bij het afdrukken van een document het papierformaat en de papiersoort op in het printerstuurprogramma zodat de instellingen die geconfigureerd zijn als het papier geplaatst is, voor het afdrukken gebruikt kunnen worden. 1. Open het paneel van de invoerlade en trek de lade eruit. 2 1 CXP044 2.
2. Papier plaatsen 3. Zet de papiersteun omhoog. CXP045 4. Waaier de stapel even los voordat u deze in de lade plaatst. CBK254 5. Schuif de papiergeleiders aan beide zijden naar buiten tot deze niet verder kunnen en plaats vervolgens het papier met de afdrukzijde naar boven.
Papier plaatsen 6. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan. CXP006 7. Open het voorpaneel en trek het ladeverlengstuk uit. CXP046 De papiersoort en het papierformaat opgeven met Smart Organizing Monitor De procedure in dit onderdeel is een voorbeeld en is gebaseerd op Windows 7. De werkelijke procedure kan afwijken afhankelijk van het door u gebruikte besturingssysteem. De papiersoort en het papierformaat opgeven 1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's]. 2.
2. Papier plaatsen 8. Klik op [Afsl.]. Het aangepaste papierformaat wijzigen 1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's]. 2. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series]. 3. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series Status]. 4. Als het apparaat dat u gebruikt, niet is geselecteerd, klik dan op [Apparaat select...] en selecteer vervolgens het apparaatmodel. 5. Klik op [OK]. 6. Klik op [Printerconfiguratie] op het tabblad [Gebruikerstool]. 7.
Originelen plaatsen Originelen plaatsen Dit onderdeel geeft uitleg over de soorten originelen die u kunt instellen en hoe u originelen moet plaatsen. Originelen Aanbevolen origineelformaten Glasplaat • Tot maximaal 216 mm (8,5") breed, tot maximaal 297 mm (11,7") lang Onscanbaar gebied Zelfs als u originelen juist plaatst, is het mogelijk dat er een marge van een paar millimeter van alle vier de zijden niet gescand wordt. Marges bij gebruik van de glasplaat CHZ916 1. Ongeveer 4,1 mm (0,2 inch) 2.
2. Papier plaatsen 1. Til de klep van de glasplaat omhoog. 2. Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Het vel moet in de linkerbovenhoek worden uitgelijnd. CXP047 3. Breng de klep van de glasplaat omlaag. Dikke originelen scannen 1. Til de klep van de glasplaat omhoog. 2. Til de glasplaatklep op en haal deze eraf. CXP009 3. Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Het vel moet in de linkerbovenhoek worden uitgelijnd. 4.
3. Documenten afdrukken Basisbewerking Gebruik het printerstuurprogramma om een document vanaf uw computer af te drukken. • Controleer vóór het afdrukken of het papierformaat opgegeven in [Documentformaat:] op het tabblad[Papier/Afdrukkwaliteit] overeenkomt met het papierformaat in de papierlade. 1. Nadat u een document hebt aangemaakt, opent u het dialoogvenster [Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document. 2. Wijzig desgewenst ook andere afdrukinstellingen.
3. Documenten afdrukken • Ditheringpatroon aanpassen • Tekst op afdrukken laten stempelen Voor meer informatie over elke instellingsitem, klikt u op [Help]. 3. Als de wijzigingen van de instellingen voltooid zijn, klik dan op [OK]. 4. Druk het document af met de afdrukfunctie in de toepassing waarin het document is opgesteld. • Als er een papierstoring optreedt, stopt het afdrukken halverwege. Open het onderhoudspaneel om vastgelopen papier te verwijderen.
Basisbewerking Staand CXP018 Liggend CXP019 6. Druk op de [Start]-knop. Een afdruktaak annuleren U kunt afdruktaken annuleren door het bedieningspaneel van het apparaat of uw computer te gebruiken, afhankelijk van de status van de taak. Een afdruktaak annuleren voordat het afdrukken is gestart 1. Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk van uw computer. 2. Selecteer de afdruktaak die u wilt annuleren en klik vervolgens op [Annuleren] in het menu [Document].
3. Documenten afdrukken Een afdruktaak annuleren tijdens het afdrukken 1. Druk op de knop [Clear/Stop].
Als het papier niet overeenkomt Als het papier niet overeenkomt Als het papierformaat of -type niet overeenkomt met de instellingen voor de afdruktaak, zal het apparaat een foutmelding weergeven. Er zijn twee manieren om deze foutmelding op te lossen: • Als [Automatisch doorgaan:] is ingesteld op [0 sec], blijf het apparaat afdrukken en geeft het de foutmelding niet weer.
3. Documenten afdrukken De afdruktaak resetten 1. Als er een foutcode wordt weergegeven, druk dan op de [Clear/Wis]-knop. CTT118 Voorkomen dat papier niet overeenkomt Om te voorkomen dat papier niet overeenkomt, gaat u als volgt te werk om te controleren of de afdrukinstellingen juist zijn ingesteld: 1. Geef hetzelfde papierformaat op in zowel de toepassing als het printerstuurprogramma. Toepassing (bijv. WordPad): Klik op [Pagina-instellingen] in het menu [Bestand].
Als het papier niet overeenkomt 2. Als de fout zich blijft voordoen, zelfs als u stap 1 heeft uitgevoerd, controleert u of de instelling van het papierformaat overeenkomt met het papier dat u gebruikt. Smart Organizing Monitor: Klik op [Wijzigen...] op het tabblad [Status]. • Als [Subpapierformaat:] is ingeschakeld, behandelt het apparaat papier van het formaat A4 en Letter hetzelfde, en rapporteert het niet dat het papierformaat niet overeenkomt.
3.
4. Originelen kopiëren Basisbewerking 1. Leg het origineel op de glasplaat. 2. Als u meerdere kopieën wilt maken, drukt u op de [Number of copies]-knop totdat het aantal kopieën dat u wilt afdrukken wordt weergegeven. CTT119 Als u de [Number of copies]-knop een langere tijd indrukt, wordt het aantal met stappen van 10 verhoogd. 3. Druk op de [Start]-knop. CTT120 • Als er een papierstoring optreedt, stopt het afdrukken halverwege. Open het onderhoudspaneel om vastgelopen papier te verwijderen.
4. Originelen kopiëren Een kopie annuleren Als het kopiëren geannuleerd wordt terwijl het apparaat het origineel aan het scannen is, wordt het kopiëren direct geannuleerd en wordt er niks afgedrukt. Als het kopiëren wordt geannuleerd tijdens het afdrukken, wordt het kopieerproces geannuleerd nadat de huidige pagina is afgedrukt. 1. Druk op de knop [Clear/Stop].
Vergrote of verkleinde kopieën maken Vergrote of verkleinde kopieën maken Er zijn twee manieren om de schaalverhouding in te stellen: gebruik een vooraf opgegeven verhouding of geef handmatig een aangepaste verhouding op.
4. Originelen kopiëren 4. Als het apparaat dat u gebruikt, niet is geselecteerd, klik dan op [Apparaat select...] en selecteer vervolgens het apparaatmodel. 5. Klik op [OK]. 6. Klik op [Printerconfiguratie] op het tabblad [Gebruikerstool]. 7. Selecteer de verhouding in de lijst [Verkleinen / Vergroten:] op het tabblad [Kopieermachine]. Als [Zoomen: (25 tot 400%)] geselecteerd is, kunt u de verhouding invoeren. 8. Klik op [OK]. 9. Klik op [Afsl.].
Beide zijden van een identiteitsbewijs op één zijde kopiëren Beide zijden van een identiteitsbewijs op één zijde kopiëren In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de voor- en achterkant van een ID-kaart of andere kleine documenten of pasjes kunt kopiëren op één zijde van een vel papier. Als u op papier van A4-formaat kopieert, kunt u documenten kopiëren die kleiner zijn dan A5-formaat. Zo kunt u ook documenten kopiëren die kleiner zijn dan een Half Letter-formaat als u op papier van Letter-formaat kopieert.
4. Originelen kopiëren 2. Om meerdere kopieën te maken, drukt u op de [Number of copies]-knop totdat het aantal kopieën dat u wilt afdrukken wordt weergegeven. CTT119 3. Plaats het origineel met de voorkant naar beneden zo ver mogelijk naar achteren op de glasplaat. CXP021 De positie van het origineel hangt af van het papierformaat. Plaats het identiteitsbewijs zo dat het midden ervan op het kruisje ligt. (Zowel de voor- als achterkant van het identiteitsbewijs dient op die manier geplaatst te worden.
Beide zijden van een identiteitsbewijs op één zijde kopiëren LT HLT A6 HLT LT A5 Half Letter A4 Letter CXP112 4. Druk op de [Start]-knop. CTT120 5. Plaats binnen 30 seconden het origineel terug met de achterkant naar beneden zo ver mogelijk naar achteren op de glasplaat en druk vervolgens op de [Start]-knop.
4. Originelen kopiëren Scaninstellingen opgeven In dit onderdeel wordt beschreven hoe u de afbeeldingsbelichting en scankwaliteit voor de huidige taak kunt instellen. Instelling van de afbeeldingsdichtheid Er zijn drie afbeeldingsbelichtingsniveaus. Hoe hoger het belichtingsniveau, hoe donkerder de afdruk. 1. Druk op de [Belichting]-knop totdat het dichtheidsniveau dat u wenst, wordt weergegeven. CTT122 De afdrukbelichting wordt aangegeven door het oplichten van een van de drie segmenten.
Scaninstellingen opgeven Tekst/Foto Selecteer dit type als het origineel zowel tekst als foto's of afbeeldingen bevat. Het origineeltype opgeven 1. Druk opnieuw op de Origineeltypeknop totdat het indicatielampje naast het juiste origineeltype gaat branden.
4.
5. Scannen vanaf een computer Basisbewerking Met scannen vanaf een computer (TWAIN-scannen en WIA-scannen) kunt u het apparaat bedienen vanaf uw computer en originelen rechtstreeks naar uw computer scannen. 1 2 CXP022 1. Uw computer (met geïnstalleerd TWAIN-stuurprogramma) Geef het apparaat de opdracht om het origineel dat in het apparaat is geplaatst, te scannen. 2. Dit apparaat Het origineel dat in het apparaat is geplaatst, is gescand en de gegevens zijn verzonden naar de clientcomputer.
5. Scannen vanaf een computer 2. Open het dialoogvenster voor dit apparaat met een TWAIN-compatibele toepassing. 3. Configureer de scaninstellingen indien nodig en klik vervolgens op [Scannen]. Instellingen die u in het TWAIN-dialoogvenster kunt configureren: 1 2 5 3 6 4 7 CXP109 1. Modus selecteren Er kunnen maximaal tien scaninstellingen worden opgeslagen. De standaardwaarde wordt toegepast als [Standaard] geselecteerd is. 2.
Basisbewerking • [Opslag] (automatisch veranderen in tekst, 200 × 200 dpi) • [OCR] (automatisch veranderen in tekst, 400 × 400 dpi) 6. Scanmethode origineel Geef de scanmethode op voor de originelen. 7. Afbeeldingskwaliteit aanpassen U kunt de afbeeldingskwaliteit aanpassen. De scaninstellingen die kunnen worden aangepast, zijn: Rotatie, Kromme, Scherpte, Helderheid/Contrast, Niveaus, Kleurbalans en Tint/Verzadiging.
5.
6. Het apparaat configureren met behulp van Smart Organizing Monitor De systeeminformatie controleren De staat en statusinformatie van het apparaat kunnen worden gecontroleerd met Smart Organizing Monitor. De statusinformatie controleren 1 3 4 2 CXP114 1. Afbeeldingsgebied Geeft de status van dit apparaat met een pictogram weer. 2. Statusgebied • Papierformaat Geeft het papierformaat weer dat op het apparaat is geconfigureerd.
6. Het apparaat configureren met behulp van Smart Organizing Monitor 3. Gebied om apparaat te selecteren Geeft de naam van het geselecteerde model weer. 4. Berichtengebied Geeft de status van dit apparaat weer met een bericht. Zie Pag. 77 "Fout- en statusmeldingen die in Smart Organizing Monitor worden weergegeven" voor meer informatie over foutmeldingen. De configuratiepagina of testpagina afdrukken • Stel bij het afdrukken van de testpagina het papierformaat op A4 of Letter in.
De apparaatinstellingen configureren De apparaatinstellingen configureren Smart Organizing Monitor wordt gebruikt om de apparaatinstellingen te wijzigen. 1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's]. 2. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series]. 3. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series Status]. 4. Als het apparaat dat u gebruikt, niet is geselecteerd, klik dan op [Apparaat select...] en selecteer vervolgens het apparaatmodel. 5. Klik op [OK]. 6.
6. Het apparaat configureren met behulp van Smart Organizing Monitor De firmware updaten • Tot de maximale mate die is omschreven in de betreffende wetten, is de fabrikant in geen enkel geval aansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit storingen van deze software, verlies van documenten of gegevens, of het gebruik of het niet gebruiken van deze software en de gebruikershandleidingen die zijn meegeleverd.
7. Het apparaat onderhouden De printcartridge vervangen • Bewaar printcartridges altijd op een koele donkere plaats. • Het daadwerkelijke aantal kopieën die u kunt afdrukken, hangt af van het volume en de dichtheid van afbeeldingen, het aantal pagina's dat u gelijktijdig afdrukt, de papiersoort en het papierformaat en de omgevingsomstandigheden, zoals temperatuur en luchtvochtigheid. De kwaliteit van toner verslechtert na verloop van tijd.
7. Het apparaat onderhouden 5. Houd de printcartridge bij de grepen vast en plaats de cartridge in het apparaat tot die niet verder kan. CXP008 6. Sluit het onderhoudspaneel.
Aandachtspunten bij het schoonmaken Aandachtspunten bij het schoonmaken Maak het apparaat regelmatig schoon om een hoge afdrukkwaliteit te garanderen. Neem de buitenkant af met een zachte, droge doek. Als dit niet voldoende is, kunt u een zachte, vochtige doek gebruiken die goed is uitgewrongen. Als u er zo nog niet in slaagt om vlekken te verwijderen, kunt u een neutraal schoonmaakmiddel gebruiken.
7. Het apparaat onderhouden De binnenkant van het apparaat schoonmaken 1. Open het onderhoudspaneel. 2. Til de printcartridge aan de grepen omhoog en trek deze uit het apparaat. CXP007 3. Gebruik een doekje om de binnenkant van het apparaat schoon te vegen door het naar u toe en van u af te vegen. CXP032 Veeg voorzichtig zodat u geen uitsteeksels aan de binnenkant van het apparaat aanraakt. 4. Houd de printcartridge bij de grepen vast en plaats de cartridge in het apparaat tot die niet verder kan.
De glasplaat schoonmaken De glasplaat schoonmaken 1. Til de klep van de glasplaat omhoog. Zorg ervoor dat u de invoerlade niet aanraakt bij het optillen van de glasplaat, anders kan de lade beschadigd raken. 2. Maak de delen die met pijlen worden aangegeven schoon met een zachte, vochtige doek en wrijf dezelfde delen met een droge doek na zodat er geen vocht achterblijft.
7.
8. Problemen oplossen Veelvoorkomende problemen In dit onderdeel wordt beschreven hoe u algemene problemen kunt oplossen die kunnen optreden bij de bediening van dit apparaat. Probleem Het apparaat kan niet worden aangezet. Mogelijke oorzaak De stroomkabel is niet op de juiste wijze aangesloten. Oplossing • Zorg dat de stekker goed in het stopcontact is bevestigd. • Controleer of het stopcontact functioneert door er een ander werkend apparaat op aan te sluiten. Pagina's worden niet afgedrukt.
8. Problemen oplossen Problemen met papierdoorvoer Als het apparaat werkt, maar het papier niet wordt doorgevoerd of papier loopt telkens vast, controleer dan het apparaat en het papier. Probleem Het papier wordt niet soepel doorgevoerd. Oplossing • Gebruik ondersteunde papiertypen. Zie Pag. 21 "Ondersteund papier". • Plaats papier zoals het moet en zorg er daarbij voor dat de papiergeleiders goed tegen het papier aan zijn geschoven. Zie Pag. 25 "Papier plaatsen".
Problemen met papierdoorvoer Probleem Het papier krijgt plooien. Oplossing • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard. • Het papier is te dun. Zie Pag. 21 "Ondersteund papier". • Als er ruimte tussen het papier en de papiergeleiders zit, druk de papiergeleiders dan aan. Het afgedrukte papier is omgekruld. • Plaats het papier omgekeerd in de papierlade. • Het papier is vochtig. Gebruik papier dat op de juiste wijze is bewaard.
8. Problemen oplossen Vastgelopen papier automatisch verwijderen 1. Open en sluit het onderhoudspaneel eenmaal. Het apparaat werpt het vastgelopen papier er dan langzaam uit. Nadat het vastgelopen papier eruit is geworpen, verwijdert u het. CXP031 Als het vastgelopen papier er niet uit wordt geworpen, opent u het onderhoudspaneel en verwijdert u het vastgelopen papier handmatig.
Problemen met papierdoorvoer 3. Til de printcartridge aan de grepen omhoog en trek deze uit het apparaat. CXP007 4. Duw de vrijgavehendel van de fuseerdruk met uw duimen aan de linkerkant naar beneden. CXP014 5. Verwijder het vastgelopen papier door het papier aan beide zijden vast te pakken. Zorg ervoor dat u geen toner op uw handen of kleding krijgt.
8. Problemen oplossen CXP012 6. Als het moeilijk is om het vastgelopen papier uit de hoofdeenheid te verwijderen, verwijder het vastgelopen papier dan vanuit de papieruitvoer. CXP013 7. Houd de printcartridge bij de grepen vast en plaats de cartridge in het apparaat tot die niet verder kan. CXP008 8. Duw de vrijgavehendel van de fuseerdruk met uw duimen aan de linkerkant naar boven. 9. Sluit het onderhoudspaneel.
Problemen met de afdrukkwaliteit Problemen met de afdrukkwaliteit De toestand van het apparaat controleren Als er een probleem is met de afdrukkwaliteit, controleer dan eerst de toestand van het apparaat. Mogelijke oorzaak Oplossing Er is een probleem met de locatie van het apparaat. Zorg ervoor dat het apparaat op een vlakke ondergrond staat. Plaats het apparaat waar het niet is blootgesteld aan trillingen of schokken. Er worden niet ondersteunde papiertypen gebruikt.
8. Problemen oplossen Problemen met de printer Probleem Er treedt een fout op. Oplossing Als een fout optreedt tijdens het afdrukken, wijzigt u de instellingen van de computer of het printerstuurprogramma. • Controleer of het pictogram van de printernaam niet langer is dan 32 alfanumerieke tekens. Maak deze korter als dit het geval is. • Controleer of andere applicaties actief zijn. Sluit alle andere applicaties, want die kunnen mogelijk een conflict veroorzaken met het afdrukken.
Problemen met de printer Probleem Het is niet mogelijk om bepaalde gegevens op de juiste manier af te drukken wanneer een bepaalde toepassing wordt gebruikt of het is niet mogelijk om afbeeldingsgegevens juist af te drukken. Oplossing • Wijzig de instellingen die effect hebben op de afdrukkwaliteit. Bepaalde tekens worden vaag of helemaal niet afgedrukt. Het ingestelde papierformaat komt niet overeen met het geplaatste papier.
8. Problemen oplossen Problemen met kopiëren Probleem Oplossing Papier waarop gekopieerd is, is leeg. Het origineel is achterstevoren geplaatst. De gekopieerde pagina's zijn te donker of te licht. Pas de belichting aan. Gekopieerde pagina's zien er anders uit dan de originelen. Selecteer de juiste scanmodus aan de hand van het origineeltype. Er verschijnen zwarte vlekken als er een fotografische afdruk wordt gekopieerd. Originelen kunnen vastkleven aan de glasplaat door een hoge vochtigheid.
Problemen met kopiëren Probleem Het ingestelde papierformaat komt niet overeen met het geplaatste papier. Oplossing Controleer of het papierformaat dat op het apparaat is opgegeven, overeenkomt met het papierformaat van het geplaatste papier.
8. Problemen oplossen Problemen met de scanner Probleem De gescande afbeelding is vuil. Oplossing • Het scangebied is vuil. • Voordat u originelen op de glasplaat legt, moet de toner of correctievloeistof droog te zijn. De gescande afbeelding is vervormd Het origineel is verplaatst tijdens het scannen. Verplaats het of verplaatst. origineel niet tijdens het scannen. De gescande afbeelding is ondersteboven. Het origineel is ondersteboven geplaatst. Plaats het origineel in de juiste richting. Zie Pag.
Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel Fout- en statusmeldingen op het bedieningspaneel Codes op het display • Als "C" of "c" wordt weergegeven, neem dan contact met uw verkoper of onderhoudsvertegenwoordiger op. Code Oorzaken Oplossing E0 Er is papier in het apparaat vastgelopen. • Verwijder het vastgelopen papier. Zie Pag. 64 "Problemen met papierdoorvoer". E1 Er is papier vastgelopen in de papierlade. • Verwijder het vastgelopen papier. Zie Pag. 64 "Problemen met papierdoorvoer".
8. Problemen oplossen Code P1 Oorzaken Het papierformaat dat voor het document ingesteld is, komt niet overeen met het formaat van het papier. Oplossing • Druk op de [Start]-knop om met afdrukken te beginnen of druk op de [Wis/Stop]-knop om de taak te annuleren. • Als [Automatisch doorgaan:] is ingesteld op [0 sec], verschijnt er geen foutmelding. P2 Het papierformaat dat voor het document ingesteld is, komt niet overeen met het formaat van het papier.
Fout- en statusmeldingen die in Smart Organizing Monitor worden weergegeven Fout- en statusmeldingen die in Smart Organizing Monitor worden weergegeven Meldingen Stroom uit printer (communicatiefout) Oorzaken Oplossing • Het netsnoer van het apparaat is niet aangesloten. • Controleer het netsnoer van de printer. • Het apparaat staat niet aan. • Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is aangesloten. • Controleer of de printer aan staat. • De USB-kabel is niet aangesloten.
8. Problemen oplossen Meldingen Oorzaken Oplossing Verkeerd papiertype Het papiertype dat op het apparaat is opgegeven komt niet overeen met het type dat in het printerstuurprogramma is opgegeven. • Voor meer informatie over het wijzigen van het papiertype op het apparaat, zie Pag. 25 "Papier plaatsen". Voor meer informatie over het wijzigen van het papiertype in het printerstuurprogramma, zie de helpfunctie van het printerstuurprogramma.
9. Bijlage Opmerkingen over de toner • Er kan geen juiste werking worden gegarandeerd als er toner van een ander merk wordt gebruikt. • Afhankelijk van de afdrukvoorwaarden zijn er gevallen waarin de printer niet het aantal vellen kan afdrukken dat in de specificaties is opgegeven.
9. Bijlage Het apparaat verplaatsen en vervoeren In dit onderdeel worden voorzorgsmaatregelen genoemd die u dient te volgen als u het apparaat over korte of lange afstanden vervoert. Pak het apparaat in zijn oorspronkelijke verpakkingsmateriaal in als u het apparaat over een lange afstand vervoert. • Controleer voordat u het apparaat verplaatst of er geen kabels meer zijn aangesloten op het apparaat. • Het apparaat is een precisie-apparaat.
Het apparaat verplaatsen en vervoeren Waar kan ik meer informatie krijgen? Neem contact op met uw verkoop- of servicevertegenwoordiger voor meer informatie over de onderwerpen die in deze handleiding worden behandeld of om informatie te verkrijgen over onderwerpen die niet in de met het apparaat meegeleverde handleiding worden behandeld.
9. Bijlage Verbruiksartikelen Inktcartridge Printcartridge Zwart Gemiddeld aantal af te drukken pagina's per cartridge *1 1.200 pagina's *1 Het aantal afdrukbare pagina's is gebaseerd op pagina's die voldoen aan de norm ISO/IEC 19752 en op de afbeeldingsbelichting die als fabrieksstandaard is ingesteld. ISO/IEC 19752 is een internationale meetstandaard voor het afdrukken van pagina's, die door de ISO (International Organization for Standardization) is gesteld.
Specificaties van het apparaat Specificaties van het apparaat In dit onderdeel worden de specificaties van het apparaat gegeven.
9.
Specificaties van het apparaat Interface USB 2.
9. Bijlage Handelsmerken Microsoft®, Windows®, Windows Server® en Windows Vista® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Statee en/of andere landen. Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken.
Handelsmerken Microsoft® Windows Server® 2008 Standard Microsoft® Windows Server® 2008 Enterprise • De productnamen van Windows Server 2008 R2 zijn als volgt: Microsoft® Windows Server® 2008 R2 Foundation Microsoft® Windows Server® 2008 R2 Standard Microsoft® Windows Server® 2008 R2 Enterprise • De productnamen van Windows Server 2012 zijn als volgt: Microsoft® Windows Server® 2012 Foundation Microsoft® Windows Server® 2012 Essentials Microsoft® Windows Server® 2012 Standard Schermafbeeldingen van Microsof
9.
INDEX A M Aanbevolen origineelformaten............................ 29 Afbeeldingsdichtheid............................................ 46 Afdrukgebied......................................................... 23 Apparaatinstellingen............................................. 55 Modellen.................................................................. 5 B O Basisbewerking............................................... 31, 39 Bedieningspaneel..................................................
Toestand van het apparaat.................................. 69 Toner.......................................................................79 TWAIN................................................................... 49 U Upgraden............................................................... 17 V Veelvoorkomende problemen.............................. 63 Verbruiksartikelen.................................................. 82 Vergrote of verkleinde kopieën............................ 41 Verplaatsing..........
MEMO 91
MEMO 92 NL NL M179-8636B
© 2013,2014
NL NL M179-8636B