Operation Manual

CQA006
Zorg dat de marges 5 mm (0,20 inch) zijn. Als bijvoorbeeld het midden van de horizontale
lijn wordt afgedrukt op 4 mm (0,16 inch) van de bovenste rand van het document, is de
aanpassingswaarde van de "Bovenmarge" "1,0 mm (0,04 inch)".
En als het midden van de verticale lijn wordt afgedrukt op 8 mm (0,32 inch) van de linkerrand
van het document, is de aanpassingswaarde van de "Linkermarge" "-3,0 mm (-0,12 inch)".
9. Selecteer de papierinvoerlocatie van de afdrukpositie die u wilt aanpassen en druk
vervolgens op [Aanpassing].
10. Voer de aanpassingswaarden in en druk vervolgens op [OK].
Druk op [
] en [ ] om de aanpassingswaarde van "Bovenmarge" in te voeren.
Druk op [
] en [ ] om de aanpassingswaarde van "Linkermarge" in te voeren.
11. Druk op [Afsluiten].
Druk het testvel nogmaals af om de resultaten van de aanpassing te controleren.
12. Druk rechtsboven in het scherm op [Gebruikersinstellingen] ( ).
13. Druk op [Home] ( ) onderaan in het midden van het scherm.
Voor informatie over de modus Afscheuren van papier voorkomen, zie Pag. 239 "Controleer of de
printerkoppen over het papier krassen".
9. Problemen oplossen
250