User manual

12. Problemen oplossen
Het apparaat kan niet ingeschakeld worden
De accu is leeg.
Het apparaat moet worden gereset. Druk met een puntig voorwerp (bv. een ge-
plooid nietje) op de knop RESET (10).
Het apparaat kan niet meer worden bediend
Schakel het apparaat uit en opnieuw in (lang op knop (1) drukken).
Het apparaat moet worden gereset. Druk met een puntig voorwerp (bv. een ge-
plooid nietje) op de knop RESET (10).
Geen geluid bij het afspelen
Het volume is te laag ingesteld.
De koptelefoon is niet of verkeerd aangesloten.
De koptelefoon is defect.
Het formaat van het weer te geven bestand wordt niet door het apparaat on-
dersteund.
Er kunnen geen bestanden op de micro-SD-kaart worden opgeslagen
De verbinding met de computer is niet correct aangesloten.
De geheugenkaart is vol.
De geheugenkaart is beschadigd.
17