NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page CV1 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T1-NEL.
NU741_5_G1-FRA.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 0.01 RENAULT heet u van harte welkom in uw RENAULT In dit instructieboekje worden aanwijzingen gegeven voor de bediening en het onderhoud, zodat u: • uw RENAULT goed leert kennen waardoor u al zijn kwaliteiten en zijn vele mogelijkheden ten volle kunt benutten. • door het opvolgen van eenvoudige - maar beslist noodzakelijke - onderhoudsvoorschriften, de prestaties optimaal kunt houden.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 0.02 In één oogopslag • Bandenspanning ..................................................................................................... 0.04 • Stoelen verstellen ...................................................................................... 1.09 ➟ 1.14 • Kinderzitjes ................................................................................................ 1.21 ➟ 1.32 • Controle- en waarschuwingslampjes ...............................................
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 0.03 I N H O U D Hoofdstuk .................................................................................................. 1 ................................................................................................................. 2 ............................................................................................................. 3 Ken uw auto Rijden Comfort Onderhoud ..................................................................
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 0.04 Bandenspanning koud (in bar) Normaal gebruik • Voor • Achter 2,1 2,0 Vol belast (1) • Voor • Achter 2,3 2,0 Reservewiel 2,3 Velgmaat Bandenmaat Veiligheid van de banden en gebruik van sneeuwkettingen Raadpleeg de paragraaf “banden” in hoofdstuk 5 voor het onderhoud en de mogelijkheid voor het gebruik van sneeuwkettingen (afhankelijk van de uitvoering). (1) Bijzonderheid vol belaste auto (maximum toegelaten totale massa) met een aanhangwagen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.01 Hoofdstuk 1: Ken uw auto Sleutels .............................................................................................................................................................. FM-afstandsbediening ...................................................................................................................................... Portieren ............................................................................................................
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.02 SLEUTELS 1 2 1 Codesleutel van het contactslot, de portieren, de achterklep en de tankdop. Bij verlies kunt u bij uw RENAULTdealer andere sleutels of een nieuwe afstandsbediening bestellen. • Het vervangen van een afstandsbediening moet altijd bij een RENAULT-dealer gebeuren want het systeem moet daarbij worden geïnitialiseerd met de afstandsbediening. • Zorg ervoor dat de batterijtjes van de afstandsbediening in goede staat verkeren.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.03 FM-AFSTANDSBEDIENING Vergrendelen/ontgrendelen van de portieren 1 2 De auto kan met de afstandsbediening 1 worden vergrendeld of ontgrendeld. In deze afstandsbediening zit een batterij, die vervangen moet worden als het controlelampje 2 niet meer oplicht (zie paragraaf “afstandsbediening FM-afstandsbediening: batterijen”).
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.04 OPENEN VAN DE PORTIEREN 3 1 2 4 Van buitenaf openen Openen van binnenuit Ontgrendel met de sleutel het slot 1 van een voorportier. Plaats uw hand onder de handgreep 2. Trek hem naar u toe. Trek de handgreep 3 naar u toe. Trek de handgreep 4 naar u toe om het portier te sluiten.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.05 VERGRENDELEN VAN DE PORTIEREN 1 2 Met de hand Elektrisch Vergrendel van buitenaf met de sleutel of van binnenuit door knop 1 in te drukken als het portier is gesloten. Als u de schakelaar indrukt worden de portieren en de achterklep tegelijk vergrendeld of ontgrendeld. U vergrendelt of ontgrendelt de sloten als u drukt op de schakelaar 2. N.B.: de schakelaar 2 wordt uitgeschakeld als de auto vergrendeld wordt met behulp van de afstandsbediening.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.06 AUTOMATISCHE PORTIERVERGRENDELING TIJDENS HET RIJDEN Bij een storing Bedenk eerst of u deze functie wilt gebruiken of niet. Inschakelen van de functie Zet het contact aan en houd de schakelaar 1 van de elektrische portiervergrendeling gedurende 5 secondes ingedrukt, tot u een geluidssignaal hoort.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.07 STARTVERGRENDELING Dit systeem zorgt ervoor dat de motor alleen kan worden gestart door de eigenaar/gebruiker die beschikt over de startcode-contactsleutel. Indien de codesleutel niet goed werkt, moet u de reservesleutel gebruiken die u bij de aanschaf van de auto hebt gekregen. Wanneer deze reserve startcode-contactsleutel niet voorhanden is, moet u contact opnemen met een RENAULT-dealer . Hij is de enige die aan de startvergrendeling mag werken.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.08 STARTVERGRENDELING (vervolg) Bijzondere omstandigheden - Starten bij strenge vorst (Kouder dan –20°C) Wacht na het aanzetten van het contact een paar secondes alvorens de motor te starten. - Indien de afstandsbediening weigert moet u de reserve afstandsbediening gebruiken die u bij de auto hebt gekregen. Wanneer deze reserve afstandsbediening niet voorhanden is, moet u contact opnemen met een RENAULT-dealer.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.09 HOOFDSTEUNEN VOOR A 1 Hoger of lager zetten Trek de hoofdsteun naar u toe (naar voren) en verschuif deze tegelijk. Verwijderen Hiervoor moet u eerst de rugleuning schuin naar achteren zetten. Schuif de hoofdsteun omhoog, trek het lipje 1 omhoog en trek de hoofdsteun verder omhoog uit zijn geleiders. Terugplaatsen: Plaats de poten van de hoofdsteun met de vertanding naar voren in de geleiders. Druk de hoofdsteun naar beneden tot hij vast klikt.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.10 HOOFDSTEUNEN ACHTER Opbergstand 2 De laagste stand van hoofdsteun is een opbergstand. Indien er een passagier op de zitplaats achterin zit, mag de hoofdsteun niet in de laagste stand gebruikt worden. 1 2 Hoger of lager zetten Schuif de hoofdsteun simpelweg omhoog. Verwijderen Druk op het lipje 1. Terugplaatsen: Plaats de poten van de hoofdsteun met de vertanding naar voren gekeerd in de geleiders en schuif hem in de gewenste stand.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.11 VOORSTOELEN 3 4 2 Voor een optimale werking van de autogordels moet u de rugleuningen niet te veel achterover zetten. Let er op dat de rugleuningen van de stoelen goed vergrendeld zijn. Laat geen voorwerpen op de vloer (voor de bestuurder) liggen. In geval van plotseling remmen zouden deze voorwerpen onder de pedalen terecht kunnen komen, waardoor de bestuurder deze niet meer goed zou kunnen bedienen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.12 AUTOGORDELS Gebruik tijdens het rijden altijd de autogordel. Het niet dragen van de gordel is gevaarlijk en strafbaar. Voordat u wegrijdt: - stel eerst de stoel af in de voor u ideale stand. - en stel vervolgens de gordel op de hierna aangegeven wijze af. Een verkeerd afgestelde autogordel kan bij een ongeval letsel veroorzaken. Zwangere vrouwen moeten ook hun gordel dragen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.13 AUTOGORDELS (vervolg) Vergrendelen Trek de band van de gordel rustig over u heen en druk de gesp 3 in de sluiting 5 (trek aan de gesp 3 om te controleren of hij goed vastzit). Als de gordel blokkeert, moet u de band een stuk terug laten gaan en opnieuw rustig over u heen trekken.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.14 AUTOGORDELS (vervolg) De volgende raadgevingen gelden voor de autogordels voor en achter. - Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme, aan de bevestiging ervan of aan die van de stoelen. Raadpleeg uw RENAULT-dealer voor het monteren van bijv. een kinderzitje. - Zorg dat er geen voorwerpen tussen de riemen worden gestoken die speling kunnen veroorzaken (wasknijpers, klemmetjes, enz.).
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.15 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL Dit zijn: - Gordelspanners op de autogordels voorin. - Laat al deze veiligheidsvoorzieningen controleren na een aanrijding. - Krachtbegrenzers. - Het is streng verboden zelf werkzaamheden uit te voeren aan het gordelspansysteem (rekeneenheid, bedrading enz.). - Airbags voor de bestuurder en de passagier.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.16 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (vervolg) Krachtbegrenzer Vanaf een bepaalde hevigheid van de schok van de aanrijding komt dit mechanisme in werking om de kracht die de gordel op het lichaam uitoefent te begrenzen tot een draaglijk niveau. Airbag links en rechts De auto kan zijn voorzien van een airbag bij de linker en de rechter voorstoel.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.17 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (vervolg) Airbag links en rechts (vervolg) Iedere airbag heeft: - een opblaasbaar kussen en een gaspatroon in het stuurwiel voor de bestuurder en in het dashboard voor de passagier; - een elektronische rekeneenheid, gemeenschappelijk voor beide airbags, met een schokdetector die de aanrijding registreert en de elektrische ontsteking van het gaspatroon activeert; - een waarschuwingslampje 1 op het instrumentenpaneel.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.18 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (vervolg) Waarschuwingen inzake de airbag in het stuurwiel - Verander niets aan het stuurwiel of de naafdop. - Dek de naafdop niet af. - Bevestig geen voorwerpen (speldjes, logo's, klokje, telefoonhouder, enz.) op het stuurwiel. - Het stuurwiel mag niet worden gedemonteerd. Uitsluitend speciaal opgeleide RENAULT-monteurs mogen er aan werken.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.19 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (vervolg) 1 Zijairbags De zijairbag is aan de kant van de portieren ondergebracht in de rugleuning van de voorstoelen en komt in werking om de inzittenden te beschermen bij een zware aanrijding tegen de zijkant. De pictogrammen 1 op de voorruit herinneren u aan de aanwezigheid van deze voorzieningen. Waarschuwingen inzake de zijairbag - Stoelhoezen: voor de stoelen met zijairbags zijn speciale stoelhoezen nodig.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.20 AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL (vervolg) Hier volgt een aantal aanwijzingen om elke belemmering bij het opblazen van de airbag(s) of verwonding door rondvliegende voorwerpen te voorkomen. De airbag is een aanvullende bescherming bij het gebruik van de autogordel. Beide organen vormen een veiligheidssysteem. De gordel moet altijd worden gedragen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.21 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN Isofix bevestigingssysteem voor kinderzitjes (auto's met uitscha- kelmogelijkheid passagiersairbag voor) Dit systeem is aangebracht bij de passagiersstoel voorin en bij de zitplaatsen achterin.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.22 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) - Bevestig de riem waarmee de rugleuning van het kinderzitje is uitgerust aan de ring van het derde bevestigingspunt (merkteken 6, 7 of 8); - controleer de vergrendeling (door het kinderzitje krachtig naar voren/achteren en links/rechts te drukken).
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.23 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) 4 Isofix-zitje vooruit gemonteerd op een zitplaats achterin (ver- 7 5 1 volg) Bevestigingsring van het vooruit gemonteerde kinderzitje Gebruik de riem 4 die bij het zitje geleverd wordt: - bevestig de haak 5 aan de ring 7 (derde bevestigingspunt) op de achterste dwarsbalk van het dak; - trek de riem strak.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.24 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) Isofix-zitje achterstevoren gemonteerd op een zitplaats achterin (vervolg) Gebruik de riem 4 die bij het zitje geleverd wordt: - bevestig de haak 5 aan de ring 8 (derde bevestigingspunt) onder de passagiersstoel; - trek de riem strak.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.25 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) Het gebruik van bevestigingsmiddelen voor baby's en kinderen is aan wettelijke bepalingen gebonden. In Europa moeten kinderen onder de 10 jaar (1) verplicht vastgemaakt worden met een goedgekeurde voorziening die aan het gewicht en de lengte van het kind aangepast is. Voor het juiste gebruik van deze voorzieningen is de bestuurder van de auto verantwoordelijk.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.28 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) De juiste keuze De veiligheid van de kinderen is afhankelijk van u. Om uw kind zo goed mogelijk te beschermen, adviseren wij u het gebruik van de kinderzitjes die uw RENAULT-dealer u kan leveren. Voor iedere categorie zijn er kinderzitjes beschikbaar. Deze zijn ontwikkeld in samenwerking met de fabrikant en getest in RENAULT automobielen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.29 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) 3 Categorie 2 (15 tot 25 kg) en categorie 3 (22 tot 36 kg) Om ervoor te zorgen dat de gordel zo dicht mogelijk langs de hals loopt, zonder die te raken, adviseren wij een zitkussenverhoger met een in hoogte verstelbare rugleuning en een gordelgeleider. Zet de hoofdsteun in de hoogste stand, zodat de rugleuning van het kinderzitje goed tegen de rugleuning van de auto steunt.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 8:59 Page 1.30 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) GEVAAR N O O FF G BA S AS AIR P 4 5 Uitschakelen van de passagiersairbag voorin Om een achterstevoren geplaatst kinderzitje te kunnen gebruiken op de passagiersstoel moet u de passagiersairbag uitschakelen. U schakelt deze uit: door het contact uit te zetten en met de contactsleutel het slot 4 te verdraaien in stand OFF en in stand OFF te houden als u de sleutel uit het slot trekt. De airbag is uitgeschakeld.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.31 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) Het inschakelen of het uitschakelen van de passagiersairbag moet gebeuren met contact uit. Als dit gebeurt als het contact is ingeschakeld, licht het controle- N lampje O O FF G BA S AS AIR P 4 5 Inschakelen van de giersairbag voorin passa- Zodra u het kinderzitje van de passagiersstoel hebt verwijderd, moet u de airbag weer inschakelen om de voorpassagier bij een botsing te beschermen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.32 VOOR DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN (vervolg) KINDERVEILIGHEID - Verander niets aan de oorspronkelijke onderdelen van het veiligheidsmechanisme, de gordels, de stoelen en aan de bevestiging ervan. - Houd u echter in alle gevallen aan de voorschriften van de betreffende fabrikant. - Laat het kind geen te dikke kleren dragen en steek niets tussen het kind en het kinderzitje of de gordel.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.33 SPIEGELS A B 2 3 C 1 Binnenspiegel De binnenspiegel is verstelbaar. Om te voorkomen dat u in het donker verblind wordt door achter u rijdende voertuigen, kan het spiegelglas in de nachtstand gezet worden met het knopje 1 achter de spiegel. Met de hand verstelbare buitenspiegels Elektrisch verstelbare buitenspiegels De spiegel kan van binnenuit worden versteld met het knopje 2.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.34 BEDIENINGSORGANEN 1 2 34 5 31 30 29 6 7 8 28 27 26 25 24 23 22 21 9 10 11 5 20 19 18 17 16 15 14 1.34 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T1-NEL.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.35 BEDIENINGSORGANEN (vervolg) De aanwezigheid van de hieronder beschreven organen is afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto. 1 Zijrooster. 2 Plaats voor luidspreker. 3 Schakelaar voor de achterruitverwarming. 4 Schakelaar mistlichten voor en achter. 5 Rooster voor het ontwasemen van de voorruit. 12 Plaats voor luidspreker. 22 Knop voor verdelen van de lucht. 13 Zijrooster. 23 Knop voor het bedienen van de verwarming.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.36 DISPLAY Klokje op tijd zetten Zet het klokje alleen bij stilstaande auto gelijk. 1 2 1 Display De lichtsterkte neemt af bij het inschakelen van de lichten. 2 Keuzetoets display Voorbeelden van de weergave met kort indrukken van toets 2: a) Tijd. b) Totaalteller. c) Dagteller. a) Contact aan - Weergave van de tijd U stelt de uren in door op toets H te drukken. U stelt de minuten in door op toets M te drukken.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.37 DISPLAY (vervolg) c) Druk op 2 - Dagteller Geeft de afgelegde afstand sinds de laatste nulinstelling van de teller. De dagteller kan op nul gezet worden door de toets 2 langer dan twee secondes ingedrukt te houden. De cijfers knipperen en de teller geeft 0.0 km aan.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.38 INSTRUMENTENPANEEL De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto. A Als een van deze lampjes oplicht, moet u direct stoppen zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en de instructies bij het betreffende lampje opvolgen.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.39 INSTRUMENTENPANEEL (vervolg) De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto. Controlelampje voor het uitschakelen van de passagiersairbag voorin Waarschuwingslampje luchtverontreiniging Dit lampje licht op bij het aanzetten van het contact (als de auto hiermee uitgerust is) en gaat daarna uit.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.40 INSTRUMENTENPANEEL (vervolg) De aanwezigheid en de werking van de hieronder beschreven lampjes zijn afhankelijk van het land, het uitrustingsniveau en eventuele opties van de auto. Waarschuwingslampje remsysteem en waarschuwingslampje handrem vastgezet Indien dit lampje tijdens het remmen gaat branden, wijst het op een daling van de hoeveelheid remvloeistof; het kan gevaarlijk zijn hiermee door te rijden. Roep de hulp in van een RENAULT-dealer.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.41 VERLICHTING Grootlicht 1 1 Vanuit de dimlichtstand trekt u de lichtschakelaar 1 naar u toe. Als het grootlicht brandt, wordt dit door het bijbehorende controlelampje op het instrumentenpaneel aangegeven. Om het grootlicht uit en het dimlicht weer in te schakelen, trekt u de lichtschakelaar opnieuw naar u toe. Lichten uit Markeringslichten Dimlicht Draai het einde van de schakelaar 1 tot het symbool zichtbaar wordt.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.42 VERLICHTING (vervolg) Het controlelampje van de in werking zijnde functie blijft branden. Kantel de schakelaar 1 naar de andere kant. 1 1 Mistlichten aan de voorzijde Kantel de schakelaar 1 in de eerste stand. De werking is afhankelijk van de gevoerde verlichting; het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Mistachterlicht Kantel de schakelaar 1 in de tweede stand.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:00 Page 1.43 KOPLAMPEN ELEKTRISCH VERSTELLEN Belading van de auto Te kiezen stand Alle uitvoeringen behalve société A Met knop A kan de stand van de koplampen aangepast worden aan de belading van de auto. Als u deze knop A omlaag draait, gaan de lichtbundels naar beneden; bij omhoog draaien van de knop gaan de lichtbundels omhoog. - Basisafstelling: bestuurder alleen of met een passagier voorin en een lege bagageruimte. 0 - 3 personen zonder bagage.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 1.44 CLAXON EN LICHTSIGNAAL 2 A 1 1 Claxon Alarmknipperlichten Richtingaanwijzers U geeft een signaal door schakelaar 1 naar de stuurkolom toe te drukken, in de richting A. Druk op de schakelaar 2. Deze schakelaar schakelt gelijktijdig de vier knipperlichten en de zijknipperlichten in.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 1.45 RUITENWISSER / -SPROEIER VOOR Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt, of de ruitenwissers voor en achter niet aan het glas zijn vastgevroren. De wissermotor kan hierdoor te warm worden. Controleer regelmatig de wisserbladen. Vervang deze zodra ze de ruit niet goed schoonvegen, of ongeveer eens per jaar. Als u het contact afzet voordat u de ruitenwisser hebt uitgeschakeld (stand A), blijven de wisserarmen onmiddellijk stilstaan.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 1.46 RUITENWISSER EN -SPROEIER ACHTER / ACHTERRUITVERWARMING A Controleer als het vriest, voordat u wegrijdt of de ruitenwissers voor en achter niet aan het glas zijn vastgevroren. De wissermotor kan hierdoor heet worden. Controleer regelmatig de wisserbladen. Vervang deze zodra ze de ruit niet goed schoonvegen, of ongeveer eens per jaar. Maak regelmatig uw achterruit schoon.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 1.47 BRANDSTOFTANK 1 Bruikbare inhoud van de tank: 40 liter ongeveer. Tijdens het tanken kunt u de dop aan het klepje 1 hangen. Voor een correcte weergave door het display van de hoeveelheid brandstof in de tank, moet tijdens het tanken het contact af staan. Als met contact aan wordt getankt, is de informatie van de brandstofpeilmeter niet betrouwbaar. Tanken van brandstof Brandstof tanken (vervolg) Gebruik alleen ongelode benzine.
NU741_5_G1-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 1.48 1.48 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T1-NEL.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.01 Hoofdstuk 2: Het rijden (met tips voor zuinig en milieubewust autorijden) Inrijden / Contactslot ....................................................................................................................................... Starten / Stilzetten van de motor .................................................................................................................... Bijzonderheden van de benzinemotor ...............................................
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.02 INRIJDEN CONTACTSLOT Rijd de eerste 1000 km niet sneller dan 100 km/u in de hoogste versnelling. Na 1.000 km kunt u uw auto zonder beperkingen gebruiken; pas na 3.000 km zal hij echter zijn volle vermogen kunnen geven. Stand M: “Contact aan” Het contact staat aan: u kunt nu starten. Stand D: “Starten” Indien de motor niet aanslaat, moet u de contactsleutel terug draaien tot de controlelampjes uit gaan voor u opnieuw kunt starten.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.03 STARTEN / STILZETTEN VAN DE MOTOR Starten van de motor Stilzetten van de motor Met een versnellingsbak Quickshift 5 Raadpleeg de paragraaf “versnellingsbak Quickshift 5” in hoofdstuk 2. Laat de motor stationair draaien en draai de contactsleutel terug naar de stand “Stop”. Bijzonderheden auto met startvergrendeling Bij strenge vorst (kouder dan –20°C): zet eerst het contact enkele secondes aan voordat u de motor start, de motor zal dan gemakkelijker aanslaan.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.04 BIJZONDERHEDEN VAN DE BENZINEMOTOR Onder bepaalde omstandigheden, zoals: - Te lang doorrijden als het waarschuwingslampje brandstofreserve brandt. - Het gebruik van loodhoudende benzine. - Het gebruik van niet door RENAULT goedgekeurde toevoegingen aan de motorolie of de benzine.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.05 TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING RENAULT heeft uw auto gebouwd opdat deze zo weinig mogelijk schadelijke uitlaatgassen produceert en zo zuinig mogelijk rijdt. Door zijn ontwerp, door de fabrieksafstellingen en door zijn matig verbruik is uw RENAULT in overeenstemming met de wettelijke bepalingen over luchtverontreiniging in ons land. Maar de techniek bepaalt niet alles. De luchtverontreiniging en het verbruik van uw auto hangen ook van u af.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.06 TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING (vervolg) Banden Het rijden - Door te lage bandenspanning nemen de rolweerstand en de slijtage toe. - Indien banden worden gemonteerd die niet door RENAULT worden aanbevolen, kan de slijtage toenemen. - Rijd kalm tot de motor zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt; dit is beter dan warmdraaien bij stilstaande auto. - Snelheid kost geld.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.07 TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN EN MINDER LUCHTVERONTREINIGING (vervolg) Tips voor het gebruik - Ook het opwekken van elektriciteit kost brandstof. Schakel alleen die verbruikers in die u nodig hebt. Maar veiligheid voor alles: Rijd met dimlicht zodra het zicht minder wordt (zien en gezien worden). - Gebruik de ventilatie-openingen. Bij 100 km/u verhogen openstaande ruiten het verbruik met 4%.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.08 HET MILIEU Uw auto is ontwikkeld met een zo groot mogelijke aandacht voor het milieu. - De meeste uitvoeringen zijn uitgerust met een katalysator en een lambda sonde om de uitlaatgassen te reinigen. Een dampabsorptievat met actieve koolstof voorkomt dat de uit de tank afkomstige benzinedamp in de atmosfeer terecht komt. - Deze auto's mogen uitsluitend ongelode benzine gebruiken.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.09 VERSNELLINGSHENDEL De achteruitrijlichten branden als het contact aan staat en de achteruitversnelling is ingeschakeld. 1 Om de achteruitversnelling in te schakelen (stilstaande auto) Schakel eerst in neutraal en plaats vervolgens de hendel in de achteruitversnelling. U moet hierbij de ring 1 onder de knop omhoog trekken voordat u de hendel kunt verplaatsen.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.10 HANDREM STUURBEKRACHTIGING Vastzetten Trek naar boven en controleer of de auto stil blijft staan. De snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging past de mate van bekrachtiging automatisch aan de snelheid waarmee u rijdt aan. Bij het parkeren en langzaam rijden is de bekrachtiging sterk, en deze neemt geleidelijk af naarmate de snelheid hoger wordt. 1 Los zetten Trek de handgreep iets omhoog waarna u de knop 1 indrukt en de handgreep omlaag duwt.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.11 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 Starten H M 1 16254 Selecteurhendel Display Bij draaiende motor kan met knop 1 de economische werking gekozen of niet gekozen worden. Versnelling ingeschakeld (1,2,..., 5,N,R) wordt de automatische werking (A) of de economische werking (E) aangegeven rechts van het centrale display van het dashboard.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.12 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) Wegrijden vooruit (vanuit neutraal) Het display van de versnellingen geeft N aan. Met uw voet op het rempedaal, duwt u de selecteurhendel naar voren, waarna u hem loslaat. De automatische werking functioneert nu. De letter A verschijnt op het display en de eerste versnelling is ingeschakeld. Voor auto's met de economische werking, verschijnt de letter E op het display en is de eerste ingeschakeld.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.13 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) Automatische werking De automatische werking (A) is de werking die automatisch geactiveerd wordt bij het starten van de auto (behalve voor auto's met de “Eco” knop, raadpleeg paragraaf “economische werking”).
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.14 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) 1 Om van de economische werking over te gaan naar de automatische werking, drukt u op knop 1 “Eco”. Om van de economische werking over te gaan naar de handbediende werking, duwt u de hendel naar links. De economische werking is een automatische werking waarbij naar de verschillende versnellingen wordt overgeschakeld om het brandstofverbruik zo laag mogelijk te houden.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.15 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) Halfautomatische werking (handmatig) Vanuit de automatische werking of, afhankelijk van de auto vanuit de economische werking, zorgt het bewegen van de selecteurhendel (omhoog of omlaag gaan van de versnelling) of het duwen van de hendel naar links dat het systeem overgaat op de halfautomatische werking. In het laatste geval verandert de werking zonder naar een hogere of lagere versnelling te schakelen.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.16 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) Accelereren en inhalen Parkeren Er zijn twee mogelijkheden: 1) druk het gaspedaal langzaam in, voor een geleidelijke acceleratie van de auto. 2) voor een maximaal vermogen van de auto, ongeacht de werking (automatisch, economisch of handbediend), druk u het gaspedaal snel en diep in tot voorbij het zwaar punt. Het is mogelijk de auto te parkeren met een ingeschakelde versnelling (op een helling bijvoorbeeld).
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.17 VERSNELLINGSBAK QUICKSHIFT 5 (vervolg) Claxon Bij een storing - Als u de auto te lang op een helling stil houdt zonder op het rempedaal te drukken of zonder de handrem te gebruiken, wordt het systeem abnormaal belast en bestaat het gevaar dat de koppeling te heet wordt. U hoort een aantal piepjes om u er aan te herinneren het rempedaal of de handrem te gebruiken.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.18 ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN DE WIELEN (ABS) Bij zeer krachtig remmen denkt de bestuurder slechts aan twee belangrijke zaken: het bereiken van een zo kort mogelijke remweg en daarbij zijn auto onder controle houden.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.19 NOODSTOPBEKRACHTIGING Dit systeem is een aanvulling op het ABS dat zorgt voor het verminderen van de remweg van de auto. De werking van het systeem Het systeem herkent wanneer een noodstop wordt uitgevoerd. In zo'n noodsituatie ontwikkelt de rembekrachtiging zijn maximale kracht en kan de regeling door het ABS in werking komen. Het ABS-remsysteem blijft werken zolang het rempedaal ingedrukt is.
NU741_5_G2-FRA.qxd 27/06/05 15:14 Page 2.20 2.20 TWINGO nu 741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T2-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 3.01 Hoofdstuk 3: uw comfort Ventilatieroosters .................................................................................................................................... 3.02 Verwarming - Ventilatie ....................................................................................................................... 3.04 ➟ Airconditioning .......................................................................................................................
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 3.02 VENTILATIEROOSTERS 1 2 3 4 5 3 1 - ontwasemingsrooster linker zijruit 2 - ventilatierooster links 3 - ventilatieroosters voor het ontwasemen van de voorruit 4 - centrale ventilatieroosters 6 7 5 - bedieningspaneel 8 8 6 - ventilatierooster rechts 7 - ontwasemingsrooster rechter zijruit 8 - ventilatieroosters bij de voetenruimte voor en achter 3.02 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:01 Page 3.03 VENTILATIEROOSTERS (vervolg) 4 3 1 2 Ventilatieroosters aan de zijkant Hoeveelheid lucht: Verdraai knop 2 voorbij het zware punt. : maximale opening. - : dicht. Richting Rechts/links: verschuif lipje 1. Omhoog/omlaag: druk tegen de bovenkant of de onderkant van het rooster. Centrale ventilatieroosters Hoeveelheid lucht: Verdraai knop 4 voorbij het zware punt. Omhoog: open. Omlaag: dicht. Richting Rechts/links: verschuif de lipjes 3.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.04 VERWARMING - VENTILATIE Verdeling van de lucht in het interieur Verdraai knop B. Stand De lucht wordt alleen naar de ventilatieroosters in het dashboard geleid. Stand A B C Bedieningsknoppen Regelen van de temperatuur A Knop voor het regelen van de temperatuur. De temperatuur regelt u met knop A. Hoe verder u de knop rechtsom draait, hoe warmer het wordt. B Knop voor het verdelen van de lucht in het interieur. C Regeling van de ventilateursnelheid.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.05 VERWARMING - VENTILATIE (vervolg) Voor een maximale werking van de verwarming in de standen: Ontwasemen/Ontdooien Verwarming/Ontwasemen zet u knop C in stand 4. Onder normale omstandigheden maakt het ventilatiesysteem gebruik van lucht van buitenaf. A B C Regelen van de ventilateursnelheid Stand Voor een optimaal effect sluit u de roosters in het dashboard. Alle lucht wordt naar de ontwasemingsroosters onder de voorruit en bij de voorportieren geleid.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.06 VERWARMING - VENTILATIE MET LUCHTKRINGLOOP Stand 0 In deze stand is de toevoer van buitenlucht afgesloten. Om deze stand te verlaten, zet u knop C terug in stand 0 of verder (buitenlucht). N.B.: tussen de twee standen 0 is geen stand bruikbaar. A B C Regeling van de ventilateursnelheid Kortstondig gebruik met afsluiting van de buitenlucht Draai knop C in een van de standen 0 t/m 4.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.07 14781-1 VERWARMING - VENTILATIE MET LUCHTKRINGLOOP (vervolg) A B Kringloopstanden van 0 t/m 4 In deze standen circuleert de lucht in het interieur zonder toevoer van buitenlucht en zijn er vier ventilateursnelheden mogelijk. C Om deze stand te verlaten, zet u knop C terug in stand 0 of verder (buitenlucht). 1 Kleine luchtverplaatsing. 4 Maximale luchtverplaatsing. 3.07 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.08 VERWARMING / AIRCONDITIONING Regelen van de ventilateursnelheid A B C D Bedieningsknoppen Regeling van de temperatuur A Knop voor het regelen van de temperatuur. Verdraai knop A. B Knop voor het verdelen van de lucht in het interieur. C Inschakelen/uitschakelen van de airconditioning D Regeling van de ventilateursnelheid. Ventilatie Draai knop D in één van de standen 0 t/m 4. De ventilatie in de auto is “geforceerd”.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.09 VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg) Stand De lucht wordt naar de ontwasemingsroosters onder de voorruit, in het dashboard en de voorportieren en naar de voetenruimtes geleid. Stand A B C D Verdeling van de lucht in het interieur Verdraai knop B. Stand Stand De lucht wordt naar alle ventilatieroosters in het dashboard en de voetenruimtes geleid. Om de lucht alleen naar de voetenruimtes te laten gaan, sluit u de roosters in het dashboard.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.10 VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg) N.B.: de airconditioning kan altijd worden ingeschakeld, maar hij zal als het buiten te koud is niet in werking komen. - Toets C niet ingeschakeld (controlelampje uit) De airconditioning is uitgeschakeld. De werking en de regeling van de temperatuur en de ventilatie is nu als bij een auto zonder airconditioning.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.11 VERWARMING / AIRCONDITIONING (vervolg) Door langdurig gebruik van deze stand kunnen de zijruiten en de voorruit beslaan en kan de atmosfeer in het interieur minder aangenaam worden doordat er geen luchtverversing is. Draai daarom knop D terug om de toevoer van buitenlucht te herstellen zodra de omstandigheden dat toelaten. A B Luchtkringloop Normaal gebruikt u buitenlucht voor het ventileren van de auto.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.12 AIRCONDITIONING: informatie en tips voor het gebruik Verbruik Het is normaal dat het brandstofverbruik hoger is (vooral in stadsverkeer) als u de airconditioning gebruikt. Voor auto's met een airconditioning zonder automatische werking, zet u het systeem uit als u het niet meer nodig hebt. Enkele tips voor zuinig rijden en minder luchtverontreiniging: Rijd zoveel mogelijk met de ventilatieroosters geopend en de ruiten gesloten.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.13 BINNENVERLICHTING 1 Binnenlicht 1 Met het kantelen van schakelaar 1 kunt u kiezen voor: - een constant brandende binnenverlichting, - een verlichting die gaat branden als een van de portieren wordt geopend, - een verlichting die even gaat branden bij het ontgrendelen van de portieren, - het niet branden van de binnenverlichting, - het uitgaan van de binnenverlichting zodra de portieren worden vergrendeld.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.14 RUITEN 2 3 Elektrische ruitbediening Bestuurder: schakelaar 2. Passagier: schakelaar 3. Contact aan: Om de ruit te laten zakken, drukt u op schakelaar 2 of 3. Om de ruit omhoog te laten gaan, trekt u de schakelaar 2 of 3 omhoog. Sneltoetsfunctie ruitbediening bestuurderskant Deze functie is een aanvulling op de elektrische ruitbediening in het bestuurdersportier zoals hiervoor is beschreven.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.15 ELEKTRISCH BEDIEND GLAZEN SCHUIFDAK 2 1 3 Gebruik als schuifdak Contact aan: - Openen: druk op de schakelaar 1 aan de andere kant van het symbool en houd hem ingedrukt tot het dak in de gewenste stand staat. - Sluiten: druk op de schakelaar 1 aan de kant van het symbool tot het dak helemaal gesloten is. Zonnegordijn van open dak Verschuif het met lip 2 in de richting van de pijl. Om het gordijn gesloten te houden, haakt u het vast bij 3.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.16 HANDBEDIEND VOUWDAK 1 2 2 3 3 Schuifdak Vastzetten van het open dak Openen - Trek de handgreep 3 naar beneden en draai hem een halve slag zodat de haak 2 vrijkomt. - Schuif het dak aan de uitsparing 1 van de handgreep naar achteren. - In de gewenste stand kantelt u de handgreep 3 terug in zijn uitsparing. Sluiten - Schuif het dak dicht zodat de haak 2 in het daarvoor bestemde gat in het dak vastgrijpt en draai de handgeep terug in de uitsparing.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.17 OPBERGRUIMTES 1 4 5 2 6 3 Opbergruimte rechts 1 (of airbag) Dashboardkastje kant passagiers- Open het door aan de handgreep 2 te trekken. Op de binnenkant van de klep, kunt u bekertjes plaatsen en een pen vastklemmen. Opbergruimte passgierskant 4 (auto met passagiersairbag en airconditioning) Dashboardkastje kant bestuurders- Open het door aan de handgreep 5 te trekken. Opbergruimte bestuurderskant 6 Opbergruimte 3 3.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.18 OPBERGRUIMTES (vervolg) 1 Opbergruimte in de portieren 1 2 Opbergruimte achter 2 3 Opbergvak voorstoelen 3 Laat geen spullen op de vloer (bij de bestuurder) liggen. In geval van plotseling remmen zouden deze onder de pedalen terecht kunnen komen, waardoor de bestuurder deze niet meer goed kan bedienen. 3.18 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.19 ASBAK AANSTEKER 2 1 Asbak Aansteker Openen: trek het deksel 1 omhoog. U kunt de asbak legen door het geheel naar u toe te trekken zodat de asbak vrijkomt. Als het contact aan staat, drukt u de aansteker 2 in. Zodra hij heet is komt hij met een klikje terug. Trek hem los. Plaats hem na gebruik in de houder zonder hem er helemaal in te drukken. 3.19 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:02 Page 3.20 ZONNEKLEP / HANDGREEP 1 2 Warmtewerende voorruit Handgreep 2 De ruit is voorzien van een reflecterende laag die de zonnewarmte (infrarood straling) tegenhoudt. De twee zones 1 zijn bestemd voor het gebruik van op afstand leesbare doorlaatvergunningen (bijv.: tolwegen, parkeergarages enz.). Hieraan kan men zich vasthouden tijdens het rijden. Gebruik deze niet bij het in- of uitstappen. 3.20 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.21 ACHTERBANK (gebruiksmogelijkheden) De twee helften van de rugleuning kunnen onafhankelijk van elkaar worden versteld, wat makkelijk is als u bijvoorbeeld grote voorwerpen wilt vervoeren. 1 Van binnenuit bij de bagage komen U drukt een van de hendels 1 naar beneden en kantelt de betreffende rugleuning naar voren.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.22 ACHTERBANK (gebruiksmogelijkheden) (vervolg) 2 3 1 - Vanuit de bagageruimte verschuiven Trek aan de hendel 1 om het zitkussen van de achterbank te vergrendelen. U kunt de bank nu naar voren of naar achteren verschuiven. Controleer of de bank weer goed vergrendeld is. Slaapstand De autogordels zijn niet aan de vloer bevestigd.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.23 ACHTERBANK (gebruiksmogelijkheden) (vervolg) 5 2 3 4 5 6 1 Opklapbare achterbank De achterbank kan in zijn geheel naar voren tegen de voorstoelen worden geklapt om de bagageruimte extra groot te maken. - De rugleuningen naar voren klappen: - Verwijder de hoofdsteunen achter. - Ontgrendel de twee delen van de rugleuning met de hendel 1 en kantel ze voorover. - Zitkussen naar voren klappen (Dit kan alleen als de achterbank in de voorste stand staat). N.B.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.24 BAGAGERUIMTE Openen Druk de knop 1 in en trek de klep omhoog. Sluiten Duw de klep naar beneden. 1 Uitvoeringen met elektrische portiervergrendeling De achterklep wordt tegelijk met de portieren elektrisch vergrendeld of ontgrendeld. 3.24 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T3-NEL.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.25 BAGAGERUIMTE (vervolg) 1 A 2 5 A 4 3 Hoedenplank A Om de hoedenplank omhoog vast te zetten, maakt u het koordje 2 van pennetje 3 los en maakt u het vast aan pennetje 1. Zet geen bagage en vooral geen zware of harde voorwerpen op de hoedenplank. Bij plotseling remmen of in geval van een ongeluk kunnen rondslingerende spullen de inzittenden in gevaar brengen. Let goed op dat het koordje goed in de geleiding 4 loopt.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.26 BAGAGERUIMTE (vervolg) A 2 1 3 Hoedenplank (vervolg) Achterbank in de achterste stand Als de rugleuningen van de achterbank uitsteken achter de uitsparingen 3 van de hoedenplanksteunen A en - in de schuine stand 1. - of in de slaapstand 2 staan, moet u bij het openen van de achterklep de hoedenplank omhoog klappen en vastzetten tegen de achterruit.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.27 VERVOER VAN BAGAGE Let er bij het vervoer op dat de voorwerpen met hun langste zijde steunen tegen ofwel: - De rugleuning van de achterbank in de normale gevallen. - De neergeklapte achterbank als u grote voorwerpen moet vervoeren. De zwaarste voorwerpen plaatst u zo laag mogelijk op de laadvloer. Zet de lading indien mogelijk vast aan de bevestigingspunten (indien aanwezig) op de vloer van de laadruimte.
NU741_5_G3-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 3.28 BAGAGE-AFDEKPLAAT 2 1 Bagage-afdekplaat De bagage-afdekplaat bestaat uit twee delen. Er zijn drie gebruiksmogelijkheden: - De bagage-afdekplaat is geheel uitgeklapt 1. - De bagage-afdekplaat is half uitgeklapt 2. - De bagage-afdekplaat is uit de auto gehaald. Plaats geen voorwerpen en vooral geen zware of harde voorwerpen op de bagage-afdekplaat.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.01 Hoofdstuk 4: Onderhoud Motorkap ........................................................................................................................................................... Peilen motorolie ................................................................................................................................... 4.03 ➟ Olie verversen ............................................................................................................
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.02 MOTORKAP 3 4 1 2 5 Motorkap openen Trek aan de handgreep 1 om hem te openen. Automatische koppeling Bij werkzaamheden onder de motorkap moet de versnellingshendel in neutraal staan. Veiligheidshaak van de motorkap Trek de veiligheidshaak 2 omhoog om de motorkap te ontgrendelen. Trek de motorkap zover mogelijk omhoog, maak de steun 4los uit de klem 5 en plaats hem in de uitsparing 3 en niet ergens anders.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.03 OLIEPEIL VAN DE MOTOR Iedere motor verbruikt wat olie voor het smeren en koelen van de bewegende delen in de motor. Het is daarom normaal dat u tussen twee onderhoudsbeurten soms olie moet bijvullen. Indien u na de inrijperiode echter meer dan 0,5 liter olie per 1 000 km moet bijvullen, dient u dit aan uw RENAULT-dealer te melden.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.04 OLIEPEIL VAN DE MOTOR (vervolg) 1 1 C 2 2 1.2 16V 1.2 Bijzonderheid motor 1.2 16V Om de peilstaaf los te maken, gebruikt u uw hand als hefboom en steunt u daarbij op de motordeksel C. Bijvullen: let op dat er geen olie wordt gemorst op onderdelen van de motor of de uitlaat. Hierdoor kan brand ontstaan.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.05 OLIEPEIL VAN DE MOTOR (vervolg) / OLIE VERVERSEN Olie verversen Verversingsinterval: Raadpleeg het onderhoudsboekje van de auto. Inhoud bij verversen (gemiddeld en ter informatie): 4,0 liter Met inbegrip van het oliefilter. Oliefilter Het oliefilter moet regelmatig worden vervangen (zie het onderhoudsboekje van uw auto). Bijvullen: Let op dat er geen olie wordt gemorst op onderdelen van de motor of de uitlaat. Hierdoor kan brand ontstaan.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:03 Page 4.06 PEILEN Bijvullen Na werkzaamheden aan het hydraulische circuit moet de remvloeistof worden vervangen door een deskundige. Gebruik hiervoor uitsluitend door RENAULT goedgekeurde remvloeistof uit een verzegelde verpakking. 1 2 Verversingsinterval: raadpleeg het onderhoudsboekje van uw auto. Remvloeistof Ruitensproeierreservoir Controleer regelmatig het peil van de remvloeistof en zeker als u bij het remmen een verschil, hoe gering ook, opmerkt.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.07 PEILEN (vervolg) Koelvloeistof Verversingsinterval Verversingsinterval Dit peil moet regelmatig worden gecontroleerd want door te weinig koelvloeistof kan de motor ernstig beschadigen. Vul uitsluitend bij met door RENAULT goedgekeurde producten die zorgen voor een bescherming van het koelsysteem: - tegen bevriezen. - tegen corrosie. Dit onderhoud is inbegrepen in het RENAULT onderhoudsprogramma.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.08 ACCU FILTERS Het vervangen van de filters (luchtfilter, oliefilter) maakt deel uit van het onderhoudsprogramma van uw auto. Interval voor het vervangen van de filters: zie het onderhoudsboekje van uw auto. 1 Deze heeft geen onderhoud nodig. Open nooit het deksel 1. De accu bevat zwavelzuur. Vermijd daarom contact met de ogen, de huid of kleding. Bij onverhoopt contact spoelen met veel water. Houd open vuur verwijderd van de accu: explosiegevaar.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.09 ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE Bescherming tegen corrosieve invloeden Uw auto is op doelmatige wijze tegen roestvorming beschermd. Toch staat hij bloot aan de invloed van: - agressieve stoffen in de lucht - luchtverontreiniging in steden en in industriegebieden, - zilte lucht langs de kust, vooral bij warm weer, - wisselende klimaatinvloeden en veranderingen in de vochtigheidsgraad (wegenzout in de winter).
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.11 ONDERHOUD VAN DE BEKLEDING Reinig de bekleding (ongeacht het soort vlek) met koud of lauwwarm zeepsop op basis van: - groene zeep, - afwasmiddel (1:200 verdund). Veeg de bekleding na met een vochtige, zachte doek. Bijzonderheden - Ruiten van instrumenten (bijv. van het instrumentenpaneel, klokje, buitenthermometer, radiopaneel). Veeg deze schoon met een zachte doek of poetskatoen.
NU741_5_G4-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 4.12 4.12 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T4-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.01 Hoofdstuk 5: Praktische tips Reservewiel ....................................................................................................................................................... Wiel - Sierdop ................................................................................................................................................... Verwisselen van een wiel ......................................................................................
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.02 RESERVEWIEL 1 3 2 4 4 Reservewiel Krik Wielmoersleutel Het reservewiel bevindt zich in de bagageruimte. Om bij het reservewiel te kunnen komen: - Zet de achterklep open. - Til de mat 1 van de bagageruimte op via het gat. - Draai de moer 2 los. - Maak het reservewiel vrij. Krik 3 Deze is onder het reservewiel opgeborgen. Voor u de krik in zijn bergruimte terugplaatst moet u hem zo klein mogelijk maken.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.03 WIELDOPPEN - VELGEN 1 A 4 5 3 C B 2 6 D Sierdop met afgedekte wielbouten Centrale sierdop met afgedekte wielbouten (Voorbeeld 1) U kunt de sierdop losmaken door de sleutel 2, (opgeborgen bij de krik), in een van de openingen langs de omtrek van de sierdop te haken. Om hem weer terug te plaatsen, richt u hem ten opzichte van ventiel 3. Druk de haakjes vast; begin bij ventiel A dan B en daarna C en eindig aan de kant tegenover ventiel D.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.04 VERWISSELEN VAN EEN WIEL 1 1 2 Zet de auto stil op een horizontale, stroeve (bijv. geen gladde tegels, enz.) en stevige ondergrond (leg indien nodig een stevige plank onder de krik), schakel de alarmknipperlichten in en plaats de gevarendriehoek. Zet de handrem vast en schakel een versnelling in (1e of achteruit, of P bij een automatische transmissie). Laat alle inzittenden uitstappen en houd hen op veilige afstand van het verkeer.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.05 BANDEN Veiligheid van de banden - wielen De banden vormen de enige verbinding tussen de auto en het wegdek, het is daarom van het grootste belang dat zij in goede staat verkeren. Houd u strikt aan de wettelijke voorschriften op dit gebied. 1 2 Deze slijtagecontrolestiften zijn op regelmatige afstanden over de omtrek van het loopvlak verdeeld.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.06 BANDEN (vervolg) Bandenspanning Houd u aan de bandenspanning die in de tabel met bandenspanningen wordt genoemd. Controleer de bandenspanning tenminste eenmaal per maand en zeker voor een lange rit. Controleer dan ook de spanning van de reserveband.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.07 BANDEN (vervolg) De banden in de winter - Sneeuwkettingen Sneeuwkettingen mogen uitsluitend rond de voorwielen worden gelegd. - Winterbanden Indien u speciale “winterbanden” laat monteren, raden wij u aan deze banden op alle vier wielen te monteren. Let op: op deze banden staan soms: - een pijl met de draairichting; - een indicatie van de maximum snelheid die niet overschreden mag worden, ook al is die lager dan de topsnelheid van de auto.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.08 RUITENWISSERBLADEN Monteren van een ruitenwisserblad voor C 2 A 1 B 6 7 3 Maak het lipje 5 los en monteer het ruitenwisserblad in omgekeerde volgorde van het losmaken. Maak tenslotte het lipje 5 weer vast. Controleer of het blad goed is vergrendeld. 4 5 Vervangen van het ruitenwisserblad voor 1 Vervangen van het ruitenwisserblad achter 6 - Trek de ruitenwisserarm omhoog. - Druk het lipje 2 in (richting A) en schuif het wisserblad naar u toe tot het stuit.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.09 LAMPEN VOOR: vervangen van een lamp 2 1 Koplamp Markeringslichten voor Verwijder de plastic kap 1 door het lipje aan de bovenkant in de richting van de pijl te drukken. Maak de stekker 2 los. Maak het veertje 3 los en trek het lampje uit de reflector. Verwijder de plastic kap 1 zoals hiervoor beschreven. Trek de lamphouder 4 uit de reflector zodat u de lamp kunt losmaken. Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.10 LAMPEN VOOR: vervangen van een lamp (vervolg) Zorg dat u altijd een doos met reservelampen en -zekeringen in de auto hebt, deze is verkrijgbaar bij uw RENAULT-dealer. 3 4 5 Knipperlicht voor Draai de lamphouder 5 een kwart slag en haal de lamp eruit. Lamptype: oranje lamp PY 21 W. Bij werkzaamheden onder de motorkap: de koelventilateur kan onverwacht gaan draaien. De lampen staan onder druk en kunnen openbarsten bij het vervangen. Risico van verwonding. 5.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.11 MISTLICHTEN: vervangen van een lamp Extra lampen Vraag uw RENAULT dealer advies indien u extra lampen (mistlichten of verstralers) op uw auto wilt monteren. Voor het vervangen van een lamp moet u een RENAULT-dealer raadplegen. Wijzig niet zelf de bedrading van de auto want door een verkeerde aansluiting kan de elektrische installatie worden beschadigd (bedrading, organen en in het bijzonder de dynamo).
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.12 ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp 1 A 2 B C Maak aan de binnenkant van de bagageruimte de twee kartelmoeren 1 los en druk het achterlichthuis naar buiten. Druk tegen het lipje 2 en maak de stekker los. Trek de lamphouder in de richting van de pijlen zodat hij vrijkomt uit het achterlichthuis. Type lampen: A Markeringslicht en remlicht Peervormige lamp met bajonetfitting en twee gloeidraden, P 21/5 W.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.13 ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp (vervolg) 1 2 Kentekenverlichting Maak de lamphouder 1 los met behulp van een kleine schroevendraaier. Verwijder het deksel 2 van het lamphuis zodat u de lamp kunt verwisselen. Lamptype: W 5 W. 5.13 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.14 ACHTERLICHTEN: vervangen van een lamp (vervolg) 2 Derde remlicht Verwijder de twee doppen onder het remlicht aan de binnenkant van de achterklep (met behulp van een schroevendraaier), wip daarna de twee metalen lipjes los om het licht vrij te maken. Druk tegen het lipje 2 om de lamphouder los te maken. Lamptype: W 16 W. 5.14 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.15 ZIJKNIPPERLICHTEN: vervangen van een lamp 2 1 Wip met een kleine schroevendraaier het zijknipperlicht 1 los. Draai de lamphouder 2 een kwart slag en maak het lampje los. Lamptype: W 5 W. 5.15 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:04 Page 5.16 BINNENVERLICHTING: vervangen van een lamp 1 2 Binnenlicht Wip het kapje 1 met een kleine schroevendraaier los. Maak de lamp 2 vrij. Lamptype: buislampje 5 of 7 W. 5.16 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.17 BAGAGEVERLICHTING: vervangen van een lamp 1 3 2 Wip met een kleine schroevendraaier het lamphuis 1 los door de twee lipjes aan weerskanten van het lamphuis in te drukken. Maak de stekker los. Druk op het lipje 2 om het deksel vrij te maken en bij het lampje 3 te kunnen komen. Lamptype: buislampje 7 W. 5.17 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.18 ACCU: storing Om vonkvorming te voorkomen: - Controleert u of alle stroomverbruikers zijn uitgeschakeld voordat u de accuklemmen losmaakt of aansluit. - Schakelt u de acculader uit voordat u deze op de accu aansluit of ervan losmaakt. - Mag u geen metalen of andere geleidende voorwerpen, die kortsluiting tussen de accupolen kunnen veroorzaken, op de accu leggen.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.19 ACCU: storing (vervolg) Starten met starthulpkabels Sluit de starthulpkabels als volgt aan tussen de twee auto's: Controleer of de starthulpkabels dik genoeg zijn en in goede staat verkeren. Beide accu's moeten dezelfde spanning hebben: 12 Volt. De hulpaccu moet minstens de capaciteit (Ampère-uur, Ah) hebben van de ontladen accu.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.20 AFSTANDSBEDIENING PORTIERVERGRENDELING (batterijtjes) 1 2 Vervangen van de batterijtjes Schuif het dekseltje van de afstandsbediening 1. Vervang het batterijtje 2. Let op de juiste polariteit die op het deksel is aangegeven. Gebruik een batterij type CR 2016 3 V, verkrijgbaar bij uw RENAULTdealer. De batterij heeft een levensduur van ongeveer twee jaar. Tussen het vergrendelen en ontgrendelen moet u minstens een seconde wachten.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.21 ZEKERINGEN 3 3 A 1 2 GOED Zekeringkastje 2 Controleer de staat van de zekeringen als een elektrisch apparaat niet werkt. Kantel het deksel van het kastje A met de handgreep 1 zover mogelijk naar beneden en verwijder het deksel. Raadpleeg het zekeringoverzicht op de achterkant van het kastje en de verklaring op de volgende bladzijde voor het bepalen van de te controleren zekering.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.22 ZEKERINGEN (vervolg) Bestemming van de zekeringen (afhankelijk van het uitrustingsniveau van de auto) Symbool Bestemming Symbool Bestemming Koelventilateur. Dimlicht links. Achterruitwisser/Ruitensproeier. Dimlicht rechts. Gordelspanners/Airbag/Startvergrendeling. Markeringslichten links. Radio. Markeringslichten rechts. Achterruitverwarming. Inspuitsysteem.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.23 SLEPEN (pech) 1 Het stuurwiel mag niet op het stuurslot staan, de sleutel moet in de contactstand M staan, zodat de remlichten en de richtingaanwijzers kunnen werken. 's Nachts moet de auto zijn verlicht. Bovendien moeten in ieder land geldende wettelijke voorschriften voor het slepen in acht worden genomen en mag het max. toegelaten aanhangergewicht van de slepende auto niet worden overschreden. Raadpleeg uw RENAULT-dealer.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.24 SLEPEN pech / TREKKEN trekhaak Het slepen van een auto met gerobotiseerde automatische versnellingsbak Als de versnellingsbak in een versnelling vastzit: - zet het contact aan, - kies de neutraalstand met ingedrukt rempedaal, - controleer of de versnellingsbak in neutraal staat (door de auto bijvoorbeeld een beetje vooruit of achteruit te duwen).
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.25 RADIO INBOUWEN 2 3 1 Inbouwplaats voor autoradio 1 Luidsprekers voor Luidsprekers in het portier Verwijder het opbergvakje. Hierachter bevinden zich de aansluitingen: antenne, voeding + en – , luidsprekerdraden links en rechts. Wip het rooster 2 met een kleine schroevendraaier los bij de pijl om bij de luidsprekerdraden te kunnen komen. Wip het rooster 3 met een kleine schroevendraaier los bij de pijl om bij de luidsprekerdraden te kunnen komen.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.26 ACCESSOIRES Gebruik van telefoons en 27 Mc zendapparatuur. Telefoons en 27 Mc apparatuur met een ingebouwde antenne, kunnen de werking beïnvloeden van elektronische systemen in de auto. Gebruik dergelijke apparaten daarom met een buitenantenne. Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het gebruik van deze apparaten.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.27 BRANDSTOFONDERBREKING BIJ ZWARE AANRIJDING Uw auto is uitgerust met een brandstof onderbrekingssysteem dat wordt geactiveerd in geval van een ernstige aanrijding. Bij een zware klap treedt het systeem in werking en wordt de brandstoftoevoer onderbroken.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.28 STORINGEN Wanneer uw auto wordt onderhouden volgens het RENAULT onderhoudsprogramma, zal deze geen storingen vertonen die hem langdurig buiten werking stellen. Onderstaande aanwijzingen helpen u eventuele storingen snel, maar voorlopig, te verhelpen. Laat de auto echter wel zo spoedig mogelijk door een RENAULT-dealer nakijken. U schakelt de startmotor in OORZAKEN WAT TE DOEN Er gebeurt niets; de controlelampjes gaan niet branden, de startmotor draait niet.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.29 STORINGEN (vervolg) U schakelt de startmotor in OORZAKEN WAT TE DOEN De motor “sputtert” maar start niet of de koude motor start moeilijk. Startvergrendeling actief. Raadpleeg de paragraaf “Startvergrendeling” Verkeerde manier van starten of Storing in brandstoftoevoer of slechte ontsteking. Raadpleeg de paragraaf “Starten”. Brandstofonderbreking in werking na een zware klap tegen de auto. Raadpleeg een RENAULT-dealer.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.30 STORINGEN (vervolg) Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN Abnormale witte rook uit de uitlaat. Mechanische storing: koppakking opgeblazen. Zet de motor stil. Raadpleeg een RENAULT-dealer. Rook onder de motorkap. Kortsluiting. Zet de motor af en maak een van de accukabels los. Koelslang defect. Raadpleeg een RENAULT-dealer. Het waarschuwingslampje voor de oliedruk gaat branden - in een bocht of tijdens het remmen. Het peil is te laag.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.31 STORINGEN (vervolg) Tijdens het rijden OORZAKEN WAT TE DOEN De motor wordt te warm. Het waarschuwingslampje voor de temperatuur van de koelvloeistof brandt (of wijzer van temperatuurmeter staat in het rode gebied). Waterpomp: aandrijfriem te slap of gebroken. Koelventilateur defect. Zet de motor af en raadpleeg een RENAULT-dealer. Koelvloeistoflekkage. Controleer de koelslangen en de slangklemmen. Controleer het peil van de vloeistof in het expansievat.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.32 STORINGEN (vervolg) Elektrische apparaten OORZAKEN WAT TE DOEN De ruitenwissers werken niet. Ruitenwisserbladen zitten vast. Maak de wisserbladen los van de ruit. Zekering defect (interval, ruststand). Vervang deze. Ruitenwissermotor defect. Raadpleeg een RENAULT-dealer. Knipperfrequentie te hoog. Lamp doorgebrand. Vervang de lamp. De knipperlichten werken niet. - lamp doorgebrand. Vervang de lamp. - draad los of de stekker zit niet goed vast.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.33 STORINGEN (vervolg) Elektrische apparaten De koplampen werken niet an één kant: Aan twee kanten: Condenswater in de verlichting. OORZAKEN WAT TE DOEN - lamp doorgebrand. Vervang deze. - draad los of stekker niet goed aangesloten. Controleer en sluit de draad of stekker aan. - slecht massacontact. Zie hiervoor. Circuit met zekering. Controleer en vervang deze indien nodig. Dit is geen defect.
NU741_5_G5-FRA.qxd 25/07/05 9:05 Page 5.34 5.34 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T5-NEL.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:19 Page 6.01 Hoofdstuk 6: Technische gegevens Identificatieplaatjes ................................................................................................................................ 6.02 Maten ................................................................................................................................................................. Gegevens van de motor .......................................................................................
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:19 Page 6.02 IDENTIFICATIEPLAATJES 6 7 8 9 10 A A 1 2 3 4 5 11 12 13 De gegevens op het constructeursplaatje A (rechter gedeelte) moeten bij eventuele klachten en bij het bestellen van onderdelen altijd worden vermeld. A- Constructeursplaatje 1 Typenummer van de auto en chassisnummer. 2 Maximaal toegelaten totaalmassa van de auto. 3 Maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen). 4 Maximaal toegelaten massa gemeten onder de vooras.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.03 IDENTIFICATIEPLAATJES (vervolg) B 1 2 3 B 1.2 1.2 16V B De gegevens op het constructeursplaatje B moeten bij eventuele klachten en bij het bestellen van onderdelen altijd worden vermeld. B - Motorplaatje of -sticker 1 Type van de motor 2 Indicenummer van de motor 3 Nummer van de motor 6.03 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T6-NEL.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.04 MATEN (in meters) 0,600 2,347 0,486 1,416 3,433 1,870 Draaicirkel - tussen muren - tussen stoepranden : 10,30 : 9,95 Bijzonderheid Société-uitvoering Laadvloerlengte: 1,020 1,423 1,374 6.04 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T6-NEL.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.05 GEGEVENS VAN DE MOTOR Type van de motor (zie motorplaatje) D7F - D4F Boring x slag (mm) 69×76,8 Cilinderinhoud (cm³) Soort brandstof Octaangetal Bougies 1 149 Ongelode benzine 95 of 98* Gebruik uitsluitend de voor uw motor voorgeschreven bougietypes. Het type staat aangegeven op een sticker in de motorruimte, raadpleeg anders uw RENAULT-dealer. Montage van een niet voorgeschreven bougietype kan tot ernstige motorschade leiden.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.06 MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering zonder opties. Bepaalde gewichten kunnen per land verschillen door afwijkende meetvoorwaarden. Raadpleeg voor de exacte gegevens uw RENAULT-dealer. Type van de auto (zie constructeursplaatje) C06G C06M C068 C06M C06G GPL Massa leeg rijklaar Zonder bestuurder Totaal Voor Achter 820 515 305 865 520 345 Max. toegelaten massa per as Voor Achter 690 595 690 620 1 230 1 275 Max. toegelaten totale massa Max.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.07 MASSA'S (vervolg) (1) Trekken van een aanhangwagen (caravan, boot enz.) - Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden. - Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.08 MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering zonder opties. Bepaalde gewichten kunnen per land verschillen door afwijkende meetvoorwaarden. Raadpleeg voor de exacte gegevens uw RENAULT-dealer. Type van de auto (zie constructeursplaatje) C062C C06RC C061C C06VC Quickshift 5 Massa leeg rijklaar Zonder bestuurder Totaal Voor Achter Max. toegelaten massa per as Voor Achter C0620 C06R0 C0610 C06V0 Quickshift 5 840 535 305 845 535 310 1 260 395 Max.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.09 MASSA'S (vervolg) (1) Trekken van een aanhangwagen (caravan, boot enz.) - Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden. - Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.10 MASSA'S (in kg) - Basisuitvoering zonder opties. Bepaalde gewichten kunnen per land verschillen door afwijkende meetvoorwaarden. Raadpleeg voor de exacte gegevens uw RENAULT-dealer. Type van de auto (zie constructeursplaatje) S068 S06G S06M S06M S06G GPL S06N S06W S06P S060 815 535 280 Massa leeg rijklaar Zonder bestuurder Totaal Voor Achter 805 515 290 850 520 330 Max. toegelaten massa per as Voor Achter 690 595 690 635 1 230 1 275 Max.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.11 MASSA'S (vervolg) (1) Trekken van een aanhangwagen (caravan, boot enz.) - Respecteer de in het land toegelaten maximale massa's. Laat uw RENAULT-dealer een trekhaak monteren en de bedrading van de auto aanpassen. In geen geval mag de maximaal toegelaten treinmassa (auto + aanhangwagen) worden overschreden. - Bij maximale belasting moet de bandenspanning worden verhoogd met 0,2 bar en geldt een maximale snelheid van 100 km/u.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.12 ONDERDELEN EN REPARATIES Originele RENAULT Onderdelen worden met de grootste zorg ontwikkeld en gecontroleerd. Zij voldoen dan ook aan dezelfde kwaliteitsnormen als de onderdelen die in de fabriek worden gebruikt. Door het gebruik van Originele RENAULT Onderdelen houdt u de prestaties van uw RENAULT optimaal.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.13 ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE A aanhangergewicht .............................. 6.07 - 6.09 aansteker ................................................................... aanvullende veiligheidsvoorzieningen voorin ....................................................... 1.15 ➟ ABS ............................................................................ accessoires ................................................................. accu: onderhoud ..................
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.14 ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE K katalysator ................................................................. kinderen ....................................................... 1.21 ➟ klokje ......................................................................... knipperlichten .......................................................... koelvloeistof .............................................................. koplampen ..............................................
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.15 ALFABETISCHE INHOUDSOPGAVE S spiegels ...................................................................... starten van de motor ................................................ startvergrendeling .......................................... 1.07 stationair toerental ................................................... storingen ....................................................... 5.28 ➟ stuurbekrachtiging .................................................... 1.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.16 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T6-NEL.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.17 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T6-NEL.
NU741_5_G6-FRA.qxd 27/06/05 15:20 Page 6.18 CRÉATEUR D'AUTOMOBILES Het instructieboekje – 82 00 582 968 – NU 741-5 – 06/2005 – Edition néerlandaise RENAULT s.a.s. Société par Actions Simplifiée au capital de 533 941 113 – 13-15, quai Le Gallo - 92100 Boulogne-Billancourt R.C.S. Nanterre 780 129 987 - SIRET 780 129 987 03591 / Tél. : 0810 40 50 60 TWINGO NU741-5 C:\Documentum\Checkout\NU741_5_T6-NEL.