Operation Manual

1.55
KINDERZITJES: bevestiging met de autogordel (16/18)
³
Controleer de staat van de airbag
voordat u een passagier laat
plaatsnemen of een kinderzitje installeert.
LEVENSGEVAAR OF
GEVAAR VAN ERNSTIG
LETSEL: controleer voordat
u een kinderzitje achterste-
voren op de plaats van de passagier
voorin installeert, of de airbag wel is
uitgeschakeld (raadpleeg de paragraaf
“Uitschakelen passagiersairbag voorin”
in hoofdstuk 1).
Kinderzitje bevestigd met behulp van de
gordel
¬
Plaats toegestaan voor de bevesti-
ging met de gordel van een als
“Universeel” goedgekeurd zitje.
²
Plaats verboden voor het installe-
ren van een kinderzitje.
Plaats toegelaten voor de bevesti-
ging met de gordel van uitsluitend
een vooruit geplaatst kinderzitje dat goed-
gekeurd is als “Universeel”.
Door het gebruik van een niet
bij de auto passend kinder-
veiligheidssysteem wordt de
baby of het kind niet correct be-
schermd. Het kan ernstig of zelfs dode-
lijk letsel oplopen.
Combi-uitvoering met 9 zitplaatsen