Operation Manual
2.33
SNELHEIDSREGELAAR (1/4)
De snelheidsregelaar is een functie die u
helpt de door uw gekozen rijsnelheid op een
constante waarde vast te houden, dit wordt
de ingestelde snelheid genoemd.
Vanaf 30 km/u kunt u de snelheid traploos
instellen.
De snelheidsregelaar heeft in
geen enkel geval invloed op
het remsysteem.
Deze functie is een extra hulp
tijdens het rijden. Deze functie
neemt niet de taak van de be-
stuurder over.
U moet zich ten allen tijde houden aan
de voorgeschreven snelheid en blijven
opletten (u moet altijd klaar zijn om te
remmen in alle omstandigheden), de
snelheidsregelaar ontslaat de bestuur-
der niet van zijn verantwoordelijkheid.
De snelheidsregelaar moet niet gebruikt
worden in druk verkeer, op een bochtige
of gladde weg (ijzel, aquaplaning, kiezel-
steentjes) en als de weersomstandighe-
den ongunstig zijn (mist, regen, zijwind,
enz.).
Kans op ongevallen.
Bediening
1 Inschakelen, in geheugen opslaan en
verhogen van de ingestelde snelheid (+).
2 Verlagen van de ingestelde snelheid (-).
3 Functie stand-by (de ingestelde snelheid
blijft in het geheugen) (O).
4 Inschakelen met oproepen van de inge-
stelde snelheid (R).
5 Hoofdschakelaar Aan/Uit.
1
5
2 3 4










