Operation Manual
1.99
Automatisch grootlicht
(vervolg)
Bij een storing
Als het bericht “CONTROLEER
VERLICHTING” verschijnt in combinatie
met het waarschuwingslampje
© en
het waarschuwingslampje k knippert
op het instrumentenpaneel, is er een storing
in de verlichting.
Ga naar een merkdealer.
g
Mistlichten voor
Draai de middelste ring 4 van
de schakelaar 1 tot het symbool zichtbaar
wordt bij de markering 5.
De mistlichten aan de voorzijde werken
alleen als de buitenverlichting is ingescha-
keld. Op het instrumentenpaneel gaat een
controlelampje branden.
VERLICHTING EN SIGNALEN (4/5)
Mistachterlicht
Draai de middelste ring 4 van
de schakelaar 1 tot het symbool zichtbaar
wordt bij de markering 5.
De mistachterlichten werken alleen als de
buitenverlichting is ingeschakeld. Op het in-
strumentenpaneel gaat een controlelampje
branden.
Zodra de weersomstandigheden dit toelaten
moet u de mistachterlichten uitschakelen om
de achter u rijdende weggebruikers niet te
hinderen.
Met het uitschakelen van de verlichting
worden de mistachterlichten uitgeschakeld
of gaan de mistlichten (indien aanwezig) aan
de voorzijde branden.
e
Uitschakelen van de
lichten
Er zijn twee mogelijkheden:
– zet handmatig de ring 3 in stand 0;
– automatisch, de lichten doven, na het
stoppen van de motor, bij het openen van
het bestuurdersportier of bij het vergren-
delen van de auto. In dat geval schake-
len, bij de volgende keer starten van de
motor, de lichten opnieuw in, overeen-
komstig de stand van de ring 3.
Waarschuwingssignaal
verlichting brandt nog
Bij het openen van een voorportier klinkt een
geluidssignaal om aan te geven dat de lich-
ten nog branden terwijl het contact is afgezet
(om ontlading van de accu te voorkomen).
4
5
1
Telkens wanneer u de motor start, moet
u de schakelaar 1 naar u toe trekken om
het systeem opnieuw in te schakelen.










