Operation Manual
5.29
Aansluiting van een acculader
De acculader moet geschikt zijn voor een
accu met een nominale spanning van
12 volt.
Houd u aan de voorschriften van de fabri-
kant van de acculader.
Om vonkvorming te voorkomen:
Mag u geen metalen of andere geleidende
voorwerpen, die kortsluiting tussen de ac-
cupolen kunnen veroorzaken, op de accu
leggen.
Accu
Maak deze nooit los.
ACCU: pech (1/3)
Starten met starthulpkabels
Als u voor het starten de accu van een
andere auto moet gebruiken, koop dan de
startkabels (met groot oppervlak) bij een
merkdealer of controleer, als u reeds start-
kabels heeft, of deze in goede staat verke-
ren.
Beide accu’s moeten dezelfde spanning
hebben: 12 volt. De hulpaccu moet min-
stens de capaciteit (ampère-uur, Ah) hebben
van de ontladen accu.
Voor bepaalde accu’s gelden
speciale voorwaarden bij het
laden, raadpleeg een merk-
dealer.
De geringste vonk kan een zware explo-
sie veroorzaken. Daarom mag u de accu
alleen in een goed geventileerde ruimte
opladen.
Risico van ernstige verwondingen.
De accu bevat zwavelzuur.
Vermijd daarom contact met de
ogen, de huid of kleding. Bij on-
verhoopt contact spoelen met
veel water. Indien nodig een arts raad-
plegen.
Houd open vuur, gloeiende voorwerpen
en vonken verwijderd van de accu: ex-
plosiegevaar.
Let op bij werkzaamheden dicht bij
de motor, deze kan nog warm zijn.
Bovendien kan de ventilateurmotor on-
verwacht gaan draaien.
Risico van verwonding.
Voordat er in de motorruimte
werkzaamheden kunnen
worden uitgevoerd, moet u ab-
soluut het contact met een druk
op de motorstopknop afzetten (raad-
pleeg de paragraaf “Starten, stoppen
van de motor” in hoofdstuk 2).










