Operation Manual
2.53
SNELHEIDSREGELAAR (1/4)
De snelheidsregelaar is een functie die u
helpt de door u gekozen rijsnelheid op een
constante waarde vast te houden, dit wordt
de ingestelde snelheid genoemd.
Vanaf 30 km/u kunt u de snelheid traploos
instellen.
De snelheidsregelaar heeft in
geen enkel geval invloed op
het remsysteem.
Deze functie is een extra hulp
tijdens het rijden. Ze vervangt
niet de taak van de bestuur-
der. U moet zich ten allen tijde
houden aan de voorgeschreven snelheid
en blijven opletten (u moet altijd klaar
zijn om te remmen in alle omstandighe-
den), de snelheidsregelaar ontslaat de
bestuurder niet van zijn verantwoorde-
lijkheid. De snelheidsregelaar moet niet
gebruikt worden in druk verkeer, op een
bochtige of gladde weg (ijzel, aquapla-
ning, kiezelsteentjes) en als de weers-
omstandigheden ongunstig zijn (mist,
regen, zijwind, enz.).
Kans op ongevallen.
Bedieningsknoppen
1 Hoofdschakelaar Aan/Uit.
2 Schakelaars voor:
a Inschakelen, in het geheugen opslaan
en verhogen van de ingestelde snel-
heid (+) ;
b Verlagen van de ingestelde snelheid (-)
3 Inschakelen met oproepen van de inge-
stelde snelheid (R).
4 Uitschakelen van de functie (de inge-
stelde snelheid blijft in het geheugen)
(O).
1
2
a
b
3
4










