Operation Manual

5.31
RUITENWISSERBLADEN (1/2)
Let op de staat van de ruitenwisserbla-
den. Hun levensduur hangt van u af:
reinig de bladen, de voorruit en de
achterruit regelmatig met water met
zeep;
gebruik ze niet als de voorruit of ach-
terruit droog zijn;
maak ze los van de voorruit of achter-
ruit als ze lang niet gebruikt zijn.
Controleer als het vriest,
voordat u wegrijdt, of de ruiten-
wisserbladen niet aan de ruit
zijn vastgevroren. De wisser-
motor kan hierdoor te warm worden.
Controleer regelmatig de wisserbla-
den.
Zodra hun werking afneemt, moet u
ze vervangen, ongeveer elk jaar.
Bij het vervangen van het blad, let bij het
verwijderen van het blad op, dat u hem
niet op de ruit laat vallen: u zou de ruit
kunnen breken.
Bij het monteren
Om het ruitenwisserblad 1 terug te plaats-
ten, klemt u deze in de houder in de arm 2
tot u een klik hoort. Controleer of het blad
goed is vergrendeld.
Duw bij auto’s met de functie automatisch
wissen de schakelaar van de ruitenwisser
helemaal naar boven: de ruitenwisserbla-
den vooraan zullen worden opgeborgen in
de motorkap.
Vervangen van de
ruitenwisserbladen voor 1
Contact aan, motor afgezet:
duw bij auto’s met de functie automatisch
wissen de schakelaar van de ruitenwis-
ser helemaal naar beneden: zij stoppen
in een stand waarbij de motorkap vrij is;
til de ruitenwisserarm 2 op;
druk stevig op de knop 3 en verwijder
daarna het blad 1.
2
1
3