Operation Manual
4.9
Filters
Het vervangen van de filters (luchtfilter, inte-
rieurfilter, brandstoffilter) maakt deel uit van
het onderhoudsprogramma van uw auto.
Interval voor het vervangen van de fil-
ters: raadpleeg het onderhoudsdocument
van uw auto.
Ruitensproeierreservoir
Vullen
Stilstaande motor, open de dop 3. Vul bij tot
u de vloeistof ziet en plaats de dop terug.
Vloeistof
Product voor ruitensproeiers (‘s winters met
speciale antivries).
PEILEN (3/3)/FILTERS
3
Controleer bij werkzaamheden
onder de motorkap of de scha-
kelaar van de ruitenwisser in
de stand uit staat.
Risico van verwonding.
Let op bij werkzaamheden
dicht bij de motor, deze kan
nog warm zijn. Bovendien kan
de ventilateurmotor onver-
wacht gaan draaien.
Risico van verwonding.
Voordat er in de motorruimte
werkzaamheden kunnen
worden uitgevoerd, moet u ab-
soluut het contact met een druk
op de motorstopknop afzetten (raad-
pleeg de paragraaf “Starten, stoppen
van de motor” in hoofdstuk 2).










