Operation Manual
In de automatische modus kiest de regeling automatisch tussen
verwarmings- en koelbedrijf. Ligt de ruimtetemperatuur boven
25°C, dan begint het binnendeel de ruimtelucht af te koelen. Ligt
de ruimtetemperatuur onder 20°C, dan begint het binnendeel de
ruimtelucht te verwarmen.
Gebruik de toets MODE om uit de verschillende gebruiksmodi te kiezen.
Er zijn 5 modi beschikbaar:
1. Automatisch automatische keuze van koelen of verwarmen
2. Koelen vooral een zomer-gebruiksmodus
3. Ontvochtigen zomer- of wintergebruiksmodus
4. Ventileren alleen voor luchtcirculatie
5. Verwarmen vooral een wintergebruiksmodus
In de modus koelen wordt de ruimtelucht afgekoeld naar de ingestelde
temperatuur. De gewenste ruimtetemperatuur wordt met de TEMP +/-
toets in stappen van 1 °C ingesteld.
Ligt de ruimtetemperatuur 1°C boven de ingestelde temperatuur, dan
begint het binnendeel de ruimtelucht af te koelen. De inverter-regeling
controleert het verschil tussen de ingesteld temperatuur en de werkelijke
temperatuur in de ruimte. Bij een groot verschil wordt de koelcapaciteit
verhoogd. Bij een gering verschil wordt de koelcapaciteit verlaagd. De
temperatuur van de uittredende lucht en de ruimtetemperatuur worden
zo constant gehouden.
Mocht de ingestelde ruimtetemperatuur ca. 2 °C worden onderschreden,
dan schakelt de regeling de koeling uit. Ter bescherming van de
compressor schakelt de regeling de koeling pas na een wachttijd van 3
minuten weer in.
MODE Toets • werking
MODE
Automatisch Koelen Ontvochtigen Verwarmen
Ventileren
MODE MODE MODE MODE
Modus AUTOMATISCH
• werking
KOELEN
of
VERWARMEN
MODE
De insteltemperatuur ligt
onder de ruimtetemperatuur
De insteltemperatuur ligt
boven de ruimtetemperatuur
Modus KOELEN • werking
KOELBEDRIJF
MODE
> 6 min.> 3 min.
> 6 min.
30 sec. 30 sec.
Insteltemperatuur
Insteltemperatuur -2°C
Ventilatorbedrijf IT
Ventilatorbedrijf AT
Compressorbedrijf AT
Werkelijke temperatuur
Start koelbedrijf
Koelbedrijf
Stop koelbedrijf
Werkingsdiagram
Bedrijf
Stop
9










