Operation Manual
controleer de dichtheid
van de afsluitventielen
en ventielkappen na elke
ingreep in de koelkring.
gebruik ev. overeenkomstig
dichtingsmateriaal.
AANWIJZING
AANWIJZING
Afhankelijk van de
inschakelvertraging start de
compressor pas na enige
minuten op.
Afsluitende maatregelen
■
Stel de theoretische
temperatuur door middel van
de afstandsbediening op de
gewenste waarde in.
■
Monteer alle gedemonteerde
delen.
■
Werk de gebruiker in de
installatie in.
ventilatorsnelheden en het
omschakelen in de verluchtings-
resp. ontvochtigingsmodus.
9. Controleer de functie van
de condensleiding, door
gedistilleerd water in de
condenskuip te gieten.
Het wordt aanbevolen hiervoor
een bekfles te gebruiken, die
het water in de condenskuip
kan brengen.
10.Schakel het binnentoestel in de
koelmodus.
11.Controleer tijdens de
testloop alle regel-, stuur- en
veiligheidsinrichtingen op
functie en correcte instelling.
12.controleer de toestelsturing
van het binnentoestel
aan de hand van de in de
Afmetingen toestel
Alle opgaven in mm
790
275
200
RM 226 IT / RM 235 IT / RM 326 IT 2,6 / RM 326 IT 3,5 / RM 335 IT / RM 426 IT / RM 435 IT
930
275
200
RM 252 IT
1035
320
220
RM 268 IT
bedieningshandleiding
beschreven functies.
Timer, temperatuurinstellingen
en alle modusinstellingen.
13.Meet de oververhitting,
buiten-, binnen-, uitlaat- en
verdampingstemperaturen en
breng de meetgegevens in het
indienstnameprotocol in.
14.Verwijder de manometer.
Let op het voorhanden zijn
van de dichtingen in de
afsluitkappen.
29










