Operation Manual

Koelmiddel toevoegen
Het toestel bezit een
koelmiddelbasisvulling.
Daarenboven zijn bij koelmidd
elleidingslengten van meer dan
5 meter enkele lengte per kring
een extra vullhoeveelheid aan
koelmiddel, overeenkomstig de
navolgende tabel, toe te voegen:
Na succesvolle dichtheidscontrole
is de vacuümpomp door middel
van een manometerstation aan
de ventielaansluitingen van
het buitendeel (zie hoofdstuk
„Dichtheidscontrole“) aan te
sluiten en een vacuüm gecreëerd.
Voor de eerste indienstname van
het toestel en na het ingrijpen
in de koelkringloop dienen de
volgende controles doorgevoerd
Voor de
indienstname
Tijdens het omgaan met
koelmiddel is overeenkomstige
beschermkledij te dragen.
OPGELET
AANWIJZING
De koelmiddelvulhoeveelheid
dient aan de hand van de
oververhittings gecontroleerd
te worden
Let er op, dat het gebruikte
koelmiddel steeds in vloeibare
vorm gevuld wordt!
OPGELET
RM 226 RM 235 RM 252 RM 268
RM 326 RM 335 RM 426 RM 435
Enkele leidingslengte Extra vulhoeveelheid
Tot en met 5 m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m
5 m tot max. 25 m
per kringloop
25 g/m 25 g/m 25 g/m 45 g/m 25 g/m 25 g/m 25 g/m 25 g/m
worden en genoteerd in het
indienstnameprotocol:
■
Controle van alle
koelmiddelleidingen en -
ventielen met lekzoekpray of
zeepwater op dichtheid en
op per ongeluk verwisselen
van zuig- en inspuitleiding, bij
stilstand van het toestel.
■
Controle van de
koelmiddelleidingen
en de bedwinging van
beschadigingen.
■
Controle van de elektrische
verbinding tussen binnentoestel
en buitendeel op juiste
polariteit.
■
Controle van alle bevestigingen,
ophangingen etc. op juiste
houding en correct niveau.
27