Operation Manual
Extra aanwijzingen voor de
installatie
■ Bij de combinatie van buitendeele
met enkele binnentoestellen
kan de aansluiting van de
koelmiddelleidingen verschillen.
Monteer dan de in de zich bij de
levering van het binnentoestel
bevindende reduceer- resp.
vergrotinsgsschroeven aan het
binnentoestel.
■ Is de enkele lengte van de
verbindingsleiding langer dan
5 m, dan dient bij de eerste
indienstname van de installatie
koelmiddel toegevoegd
te worden. (zie hoofdstuk
„koelmiddel toevoegen“).
Er mogen slechts werktuigen
en componenten gebruikt
worden, die voor de inzet in
koelbereik toegelaten zijn.
AANWIJZING
Afvlakwerktuig
8 Afvlakken van de koelmiddelleiding
koelmiddelleiding
Ontbramer
7 Ontbramen van de koelmiddelleiding
9 Correcte afvlakvorm
Vasttrekken 1ste beksleutel
Tegenhouden
2de beksleutel
10 Schroeven aantrekken
Aantrek-
draaimoment:
1
4
“
15-20 Nm
3
8
“
33-40 Nm
1
2
“
50-60 Nm
5
8
“
65-75 Nm
3
4
“
95-105 Nm
5. Controleer of de afvlakking een
correcte vorm heeft (afbeelding 9).
6. Doe daarna de verbinding
van de koelmiddelleidingen
met de aansluiting manueel,
om een juiste positionering te
waarborgen.
7. Bevestig nu definitief de
schroeven met 2 beksleutels
met de gepaste sleutelwijdte.
Hou tijdens het schroeven in elk
geval met een beksleutel tegen
(afbeelding 10).
8. Gebruik enkel voor het
temperatuurbereik inzetbare en
diffuusdichte isolatieslangen.
9. Plaats de koelmiddelleidingen
van het binnentoestel naar het
buitendeel. Let op een
toereikende bevestiging en
tref ev. maatregelen voor de
olieterugstroom!
10.
Let bij de montage op
de buigradiussen van de
koelmiddelleidingen en
buig ze niet tweemaal op
dezelfde plaats. Broosheid
en breukgevaar kunnen de
gevolgen zijn.
12.Verzeker U ervan, dat geen
geluid van een lichaam
overgedragen wordt op
delen van het gebouw.
Overdragingen van geluid van
voorweropen worden door
trillingsdempers verminderd!
13.
Bewerk de koelmiddelleiding in
het bereik van het buitendeel,
zoals hiervoor beschreven.
11.Installeer het buitendeel met
de wand- resp. vloerconsole
aan statisch toelaatbare
gebouwdelen (let op de
installatieaanwijzngen van de
consoles).
Controleer de aangesloten
inspuit- en zuigleidingen op
samenhorigheid. Let op de
markering door letters!
Di aansluitingen van de enkele
kring mogen niet onderling
verwisseld worden.
OPGELET
REMKO RM
20










