REMKO RKS 510 / 513 / 518 / 524 Combi-airconditioners Bediening Techniek Onderdelen Uitgave NL – P08 REMKO – alles beresterk.
Bedieningshandleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf stelt / gebruikt! Bij oneigenlijk gebruik, plaatsing of onderhoud etc. of het eigenhandig veranderen van de door de fabrikant geleverde apparatenuitvoering vervalt iedere garantie.
Veiligheidsvoorschriften Voor de levering werden de apparaten aan uitgebreide materiaal-, functie– en kwaliteitscontroles onderworpen. De apparaten mogen uitsluitend gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze zijn gemaakt. Bij onheus gebruik kunnen gevaren van de apparaten uitgaan.
Bediening Buitenbedrijfstelling De bediening van de buitenunit geschiedt via de regeling van de aangesloten binnenunit. Tijdelijke buitenbedrijfstelling Raadpleeg daarom het hoofdstuk „Bediening“ van de bedieningshandleiding van de binnenunit. 1. Schakel de installatie met behulp van de afstandsbediening uit en onderbreek de netspanning via de hoofdschakelaar of de beveiliging. 2. Controleer de buitenunit op zichtbare beschadigingen.
Storingen Het apparaat werd met de modernste productiemethoden vervaardigd en meerdere malen op een correct functioneren getest. Mochten er desondanks storingen optreden, dan kunt u het apparaat aanhand van de onderstaande lijst controleren. De buitenunit wordt via de binnenunit aangestuurd. Het is daarom raadzaam ook het hoofdstuk „Storingen“ in de bedieningshandleiding van de binnenunit te lezen.
Afmetingen à RKS 510, RKS 513, RKS 518 860 322 295 à à 615 à à 510 320 à RKS 524 997 417 345 à à 645 à 560 335 à Montageinstructies voor de installateur Belangrijke aanwijzingen voor de installatie Om het vermogen van de airconditioner niet nadelig te beïnvloeden moeten bij de opstelling van de buitenunit en de installatie van de koudemiddelleidingen enkele fundamentele regels in acht genomen worden: à Let u op dat de maximale lengte van de koudemiddelleiding 15 meter bedraagt, bij een max
Muurdoorvoeringen Plaats van opstelling van de buitenunit Om de verbindingen tussen binnenunit en buitenunit te kunnen realiseren, zijn muurdoorvoeringen onvermijdbaar. Let u op de volgende punten: De buitenunit moet op een horizontale, vlakke en stabiele plaats opgesteld worden. Zorg bovendien dat het apparaat niet kan omkantelen. In de muur moet een gat van minstens 70 mm doorsnede worden geboord. à Het gat moet van binnen naar buiten een afschot van minstens 10 mm hebben.
Installatie Sneeuw: In gebieden met sterke sneeuwval kan de buitenunit het beste aan de muur worden gemonteerd. De volgende aanwijzingen beschrijven de installatie van de koelkring en de montage van de binnen– en buitenunit. 1. Zie voor de vereiste buisdoorsneden de tabel „Technische gegevens“. 2. Installeer de binnenunit en sluit de pijpleiding aan, zoals beschreven in de bedieningshandleiding van de binnenunit. 3.
Dichtheidsproef 11. Verbind de koudemiddelleidingen eerst handmatig met de afsluitventielen en verzeker u ervan dat zij goed zitten. Nadat alle verbindingen zijn gelegd, wordt de manometerset als volgt aan de overeenkomstige schräderventiel-aansluitingen bevestigd: G rood = klein ventiel = inspuitdruk. blauw = groot ventiel = zuigdruk. Na de aansluiting wordt de dichtheidstest met droog stikstof uitgevoerd. Voor de dichtheidsproef worden de verbindingen met lekzoekspray bespoten.
Schakelschema Aansluiting van de buitenunit Neem de volgende aanwijzingen in acht voordat u met de aansluiting begint: à Aansluitingen van de binnenunits RKS-W en RKS-T De aansluitkast dient door de gebruiker in de buurt van de buitenunit te worden gemonteerd. Wij adviseren een beveiligings-of hoofdschakelaar te installeren. à De binnenunit wordt via de verbindingsleiding door de buitenunit gevoed.
Winterregeling Voor de inbedrijfstelling Voor een goed functioneren van de installatie is het absoluut noodzakelijk dat het werkingsbereik (druk en temperatuur van het koudemiddel) van de binnenunit en de buitenunit niet onder– of overschreden wordt. Door de ingebouwde winterregeling kan het werkingsbereik ook bij buitentemperaturen tot –15 °C constant worden gehouden.
Inbedrijfstelling De inbedrijfstelling dient overeenkomstig het Certificaat over de Inbedrijfstelling te geschieden. Van de inbedrijfstelling moet een rapport worden opgemaakt. 7. Schakel de binnenunit in de koelmodus. Door de inschakelvertraging start de compressor pas enkele minuten later. Nadat alle onderdelen zijn aangesloten en gecontroleerd kan de installatie in bedrijf worden gesteld. 8.
Certificaat over de Eerste inbedrijfstelling Stand 01/2003 Herinbedrijfstelling van een REMKO - airconditioningsysteem Gegevens van het apparaat Buitenunit Type RKS Nummer Koudemiddel leidinglengte / -hoogte ———– Oliehefbogen ———– Extra vulhoeveelheid ———– Condensaatpomp ———– Binnenunit RKV m/ m stuk g Klant / Plaats van opstelling Naam: Straat: Postcode, plaats: Telefoon: Fax: Controle van de koelkring Visuele controle: Resultaat R goed Q slecht Opstelling van de buitenunit en de binnenunit
REMKO GmbH & Co. KG Klimaat- en Warmtetechniek 32791 Lage · Im Seelenkamp 12 32777 Lage · Postbus 1827 Telefoon (0 52 32) 606 - 0 Telefax (0 52 32) 606260 E-Mail: info@remko.de Internet: www.remko.