REMKO RKS 327 H – 371 H Wandairconditioner Splitsysteem Bediening Techniek Onderdelen Uitgave NL – P07 REMKO – alles beresterk.
Bedieningshandleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf stelt / gebruikt! Bij oneigenlijk gebruik, plaatsing of onderhoud etc. of het eigenhandig veranderen van de door de fabrikant geleverde apparatenuitvoering vervalt iedere garantie.
Veiligheidsvoorschriften Voor de levering werd dit apparaat aan uitgebreide materiaal-, functie– en kwaliteitscontroles onderworpen. De apparaten mogen uitsluitend gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze zijn gemaakt. Bij onheus gebruik kunnen gevaren van de apparaten uitgaan. Neem absoluut de volgende aanwijzingen in acht.
Systeemopbouw 6 10 13 1 7 8 5 9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Binnenunit RKS ... H-IT Buitenunit RKS ... H-AT Infrarood afstandsbediening Verbindingsleidingen Luchtfilter Aanzuigrooster Uitblaaslamel met swingmotor Manuele luchtklep (verborgen) Uitleespaneel en ontvangstdeel Manueel bedieningspaneel Afsluitkleppen Condensorventilator muurdoorvoer Condensaatansluiting RKS ... H-AT Condensaatansluiting RKS ...
Controlelampjes van de binnenunits De toetsen van de afstandsbediening De LED`s van de binnenunits RKS 327 H tot RKS 371 H geven de volgende bedrijfsstatus aan: 1 ON / OFF Met deze toets zet u het apparaat aan. OPERATION LED: Status bedrijfsklaar TIMER LED: Status tijdklok geactiveerd PRE.-DEF. LED: Ontdooicyclus van de buitenunit actief 2 TEMP. Met deze toets kunt u de gewenste temperatuur instellen. De temperatuur is instelbaar van 18 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C.
De functies van de toetsen Via de infrarood afstandsbediening kunnen de volgende commandos binnen een afstand van 7 m worden uitgevoerd. Richt u hiervoor de afstandsbediening op de ontvanger die zich rechts aan de binnenunit bevindt. ON / OFF Toets Zet het apparaat met de ON / OFF toets aan of uit. Het display laat de waarden en instellingen zien die ingeprogrammeerd waren voordat het apparaat uitgeschakeld werd. Functieverloop TEMP. toets Met de toets kan de gewenste temperatuur worden ingesteld.
TIME ADJUST toets Door deze toets in de programma‘s klok, Timer On en Timer OFF te drukken, wordt de gewenste tijd geprogrammeerd. Functieverloop Korte druk op de toets 0:00 Cancel toets Lange druk op de toets 0:01 0:11 Door de toets CANCEL te drukken, wordt de geprogrammeerde in– of uitschakelvertraging gedeactiveerd. Functieverloop OK toets Door de toets OK te drukken, wordt de geprogrammeerde in– of uitschakelvertraging naar de airconditioner verzonden.
Modus COOL Gebruik de modus „COOL“ als u de ruimte op de gewenste temperatuur wilt afkoelen. Verlaag de temperatuur in stappen van 1°C door de toets te drukken. De goede ontvangst van de instellingen wordt door de binnenunit met een pieptoon bevestigd. Na een wachttijd van ongeveer 3 minuten begint de airconditioner te koelen. Deze wachttijd is een beveiliging van de compressor, om een aan– en uitschakelen van de compressor te vermijden. Wanneer de gemeten temperatuur ca.
Swing toets Met de toets kunt u het oscillerende lamel laten bewegen of arreteren. In deze stand wordt de gekoelde lucht beter in de ruimte verdeeld. Het apparaat voorziet in de mogelijkheid van een automatische instelling van de verticale uitblaaslamel en bovendien van een horizontale luchtverdeling door de manueel instelbare verticale lamellen.
Onderhoud Periodiek onderhoud en het in acht nemen van enkele elementaire regels garanderen een storingsvrij functioneren en een lange levensduur van het apparaat. G De hoofdvoeding dient uitgeschakeld en tegen opnieuw inschakelen beveiligd te worden, voordat werkzaamheden aan de apparaten worden verricht. à Hou de apparaten vrij van vervuilingen en andere afzettingen, de buitenunit bovendien vrij van aangroei. à Maak de apparaten met een bevochtigde doek schoon.
Opheffen van Storingen Het apparaat werd met de modernste produktiemethoden vervaardigd en meerdere malen op een correct functioneren getest. Mochten desondanks storingen optreden, dan kunt u het apparaat aanhand van de onderstaande lijst controleren.
Technische gegevens Koelvermogen * Verwarmvermogen ** Geschikt voor ruimten ter grootte van RKS 327 H RKS 335 H RKS 350 H RKS 371 H W 2600 3500 5000 7100 W 2900 3870 6040 7620 ca. m³ 80 110 160 230 Koudemiddel R 407 C Aansluiting inspuitleiding inch (mm) Aansluiting zuigleiding inch (mm) Max.
Afmetingen RKS 327 H - AT RKS 327 H – IT 780 540 265 785 150 45 484 450 548 266 290 RKS 335 H - AT 113 298 290 RKS 335 H – IT 900 540 300 780 175 840 448 298 548 30 266 47 340 RKS 350 H – AT 340 RKS 350 H – IT 1025 695 315 843 560 335 275 240 360 210 450 392 210 301 420 356 350 464 RKS 371 H – AT RKS 371 H – IT 1190 860 320 900 205 1138 475 441 435 57 508 146 350 14 140 590 170 330 55 55
Montageinstructies voor de installateur Belangrijke aanwijzingen voor de installatie à Gebruik uitsluitend de meegeleverde wartelmoeren van de koudemiddelleidingen. Andere onderdelen kunnen schade aan de schroefdraden veroorzaken. De apparaten zijn slechts in beperkte mate geschikt om in computerruimten te worden geїnstalleerd, omdat het herstarten na een stroomuitval niet of enkel bij bepaalde instellingen gewaarborgd is.
Wind: In de volgende afbeelding zijn de minimale vrije afstanden voor de binnenunit aangegeven. Als het apparaat voor het merendeel in een winderige omgeving wordt geїnstalleerd, dient erop gelet te worden dat de uittredende warme luchtstroom met de hoofdwindrichting wordt uitgeblazen.
à Zorg bij koelbedrijf voor genoeg warmteafvoer als de buitenunit in de kelder, op zolder, in nevenruimten of hal wordt geplaatst. Koude verse lucht Warme lucht à Let a.u.b. voor de montage op de verschillende uitlaatmogelijkheden (1 tot 4) van de koudemiddelleidingen, condensafvoerslangen en stuurleidingen te leggen.
4. Maak de bevestigingsschroven los en verwijder de muurbeugel van het apparaat. 8. Bewerk de gelegde koudemiddelleiding zoals hierna beschreven: Randomlegstempel Koudemiddelleiding Ontbramer G 5. Monteer de muurbeugel en hang het apparaat eraan op. Er mag alleen gereedschap gebruikt worden dat voor toepassing op koeltechnisch gebied geschikt is. 9. Controleer of de rand goed gevormd is. 6. Schroef het apparaat met de bevestigingsschroeven vast aan de beugel. 7.
17. Leg de koudemiddelleidingen van de binnenunit naar de buitenunit. Let op dat de leidingen goed bevestigd zijn en tref eventueel maatregelen voor de olieterugvoer! 18. Leg de stuurleiding in hetzelfde leidingkanaal. Nadat de gassen en de vochtigheid volledig uit het systeem zijn verwijderd, worden de ventielen van de manometerset gesloten en de ventielen van de buitenunit geopend, zoals beschreven in hoofdstuk „Inbedrijfstelling“. 19.
Elektrisch schakelschema RKS 327 / 335 H AT 1 2(N) 3 Bij alle airconditioningapparaten zijn de binnenunits uitgerust met aansluitklemmen voor de netaansluiting en de door de gebruiker te verzorgen verbindingsleiding. 4 Winterregeling ´Het voedingskabel is bij alle apparaten reeds vast in de binnenunit bedraad. Als het voedingskabel niet lang genoeg is, moet u het vervangen, met inachtneming van de benodigde doorsnede en klemaansluitingen.
Aansluiting van de buitenunit Condenswater De aansluitingen van de buitenunit liggen in de unit, boven de aansluitventiel. De aansluiting van de leidingen dient als volgt de geschieden: Condensaatafvoer aan de buitenunit 1. Verwijder de afdekking van de klemlijst aan de rechter kant van de buitenunit. 2. Voer de leidingen door de snoerontlasting. 3.
Condensafvoerslang aan de binnenunit Voordat u de condensafvoerslang gaat leggen, dient u absoluut de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Neem de bedieningshandleiding van de pomp en de volgende aanwijzingen in acht: à De condensaatafvoer wordt normaliter samen met de koudemidelleidingen gelegd. à Bescherm de behuizing tegen een direct contact met het condensaat.
Waterzijdige verbindingen van de condensaatpomp Inbedrijfstelling van de condensaatpomp Het reservoir wordt met de aansluiting van de condensaatdruipbak van de binnenunit verbonden via een door de gebruiker beschikbaar te stellen slang (20 mm Ø). De in de fabriek gemonteerde flexslang van de condensaatbak moet gedemonteerd worden. Controleer, voordat de pomp in bedrijf genomen wordt, het juiste functioneren en de dichtheid van de gelegde leidingen.
Bijvulling van koudemiddel De hoeveelheid koudemiddel die voor het bedrijf van de installatie nodig is, bevindt zich in het buitendeel. 4. Laat de installatie testlopen. Lees hiervoor het volgende hoofdstuk. Alleen bij koudemiddelleidingen waarvan de enkele lengte langer dan 5 meter is moet koudemiddel worden bijgevuld, overeenkomstig onderstaande tabel: 5. Meet alle noodzakelijke waarden en noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport. Leidinglengte Bijvulling per meter t/m 5 m ––– 5 m t/m max.
Storingsanalyse voor Service en garantie gekwalificeerd personeel Voorwaarde voor eventuele garantieclaims is dat de De apparaten zijn voorzien van een storingsanalyse. De aard van de storing wordt door een knippercode op het LED-paneel van de binnenunit aangegeven. De volgende tabel omschrijft de opgetreden storing aanhand van de brandende LED´s. LED-paneel van de binnenunit AUTO PRE.
Certificaat over de Eerste inbedrijfstelling Stand 08/2002 Her-inbedrijfstelling van een REMKO airconditioningsysteem Apparaatgegevens volgens typeplaatjes Apparaten Buitenunit: Type: Verbindungsleiding Binnenunit: RKS H – AT Nummer: 378 RKS H – IT 378 Condensaatpomp: ja nee Lengte: m Hoogteverschil: m Oliehefbogen: stk.
REMKO GmbH & Co. KG Klimaat- en Warmtetechniek 32791 Lage · Im Seelenkamp 12 32777 Lage · Postbus 1827 Telefoon (0 52 32) 606 - 0 Telefax (0 52 32) 606260 Internet www.remko.