Operation Manual
Afsluitende maatregelen
■
Monteer alle gedemonteerde
delen.
■
Maak de gebruiker wegwijs in
de installatie.
4. Heeft U geen lekken
vastgesteld, open de
afsluitventielen door te draaien,
in tegenwijzerzin, met een
zeskantsleutel tot de aanslag.
Indien ondichtheden vastgesteld
werden, dient de foutieve
verbinding opnieuw geplaatst
te worden. Een vernieuwde
vacuümcreatie en droging zijn
beslist noodzakelijk!
5. schakel de architectonischen
hoofdschakelaar resp. de
beveiliging in.
6. schakel het toestel via de
afstandsbediening in en kies
de koelmodus, maximaal
ventilatortoerental en laagste
theoretische temperatuur.
7. Meet alle noodzakelijke
waarden, noteer deze in
het indienstnameprotocol
en controleer de
beveiligingsfuncties.
8. controleer de toestellensturing
met de in hoofdstuk
„bediening“ beschreven
gegevens
functies. Timer,
temperatuurinstelling,
ventilatorsnelheden en het
omschakelen in de verluchtings-
reps. ontvochtigingsmodus.
9. controleer de werking van de
condensleiding, waarin U het in
de condenskuip gedistilleerde
water giet.
Het is aan te bevelen hiervoor
een bekfles te gebruiken, die
het water in de condenskuip
kan voeren.
10.
schakel het binnentoestel in
koelmodus.
11.
controleer tijdens de
testloop alle regel-, stuur- en
veiligheidinrichtingen op
werking en correcte instelling.
12.
controleer de toestellensturing
van het binnentoestel
aan de hand van de in de
bedieningshandleiding
beschreven functies.
Timer, temperatuurinstellingen
en alle modus-instellingen.
Toestelafmetingen
Maat- en constructiewijzigingen, ten dienste van technische vooruitgang, behouden wij ons voor.
Alle aanduidingen in mm
ML 260 AT tot ML 520 AT
780
510
280
250
540
ML 680 AT / ML 680 IT
285
615
500
315
845
790
275
200
930
275
200
1035
320
220
13.
Meet de oververhitting,
buiten-, binnen-, uitgangs- en
verdampingstemperaturen en
breng de meetgegevens in het
indienstnameprotocol in.
14.
schakel het binnentoestel in de
verwarmingsmodus.
15.
Controleer tijdens de testoop
alle hiervoor beschreven
veiligheidsinrichtingen op hun
werking.
16.
Breng de meetgegevens in het
indienstnameprotocol in.
17.
Verwijder de manometer.
Let op het voorhanden zijn
van de dichtingen in de
afsluitkappen.
ML 260 IT / ML 350 IT
ML 520 IT
ML 680 IT
REMKO ML
24










