REMKO MKT 260 Mobiele airconditioner Bediening Techniek Onderdelen Uitgave NL – R03 REMKO – alles beresterk.
Bedieningshandleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf stelt / gebruikt! Bij oneigenlijk gebruik, plaatsing of onderhoud etc. of het eigenhandig veranderen van de door de fabrikant geleverde apparatenuitvoering vervalt iedere garantie.
Veiligheidsvoorschriften Voor de levering werd dit apparaat aan uitgebreide materiaal-, functie– en kwaliteitscontroles onderworpen. ◊ Bescherm alle elektrische kabels van het apparaat tegen beschadiging, ook door dieren. Niettemin kunnen er gevaren van het apparaat uitgaan als deze door ondeskundig personeel onvakkundig of onheus worden gebruikt! ◊ Bij gebruik van een verlengsnoer dient u absoluut rekening te houden met het aangesloten vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel.
Beschrijving van het apparaat Tot de leveringsomvang van de mobiele airconditioner MKT 260 behoort de infrarood afstandsbediening en de luchtafvoerslang met plat mondstuk. Luchtklep Bedieningspaneel Handgreep IR-ontvanger Het apparaat voldoet aan de fundamentele veiligheids– en gezondheidseisen van de desbetreffende EUbepalingen. Functioneringsprincipe De airconditioner koelt de kamerlucht door hieraan warmte te onttrekken.
Bedieningspaneel 12 1 11 10 2 3 1 Aan/Uit toets „Power“ 2 Functiekeuze toets „Mode“ Met deze toets kunt u het apparaat in de gewenste bedrijfsmodus schakelen. U heeft de keuze uit 3 opties. De LED-indicatie 11 geeft de ingestelde bedrijfsmodus aan. De volgorde is: Koelen: LED „Cool“ In deze bedrijfsmodus koelt het apparaat de ruimte tot de ingestelde waarde is bereikt. De temperatuur kan van 16 tot 32 °C worden ingesteld. Bij de ventilatorsnelheid kunt u uit drie standen kiezen.
9 LED Aan/Uit „On/Off“ Functie van de afstandsbediening Deze LED geeft aan, of een in– of uitschakelvertraging geactiveerd is. Hij knippert als een instelling met de omhoog/omlaag toetsen 5 mogelijk is. Alle instellungen van het apparaat kunnen met de meegeleverde afstandsbediening worden uitgevoerd. De functies van de toetsen vindt u in het hoofdstuk „Bedieningspaneel“. 10 Indicatie ventilatorsnelheid De LED‘s geven de ingestelde ventilatorsnelheid aan.
Voor de inbedrijfstelling Afvoeren van de warme afvoerlucht Het apparaat wordt op de gewenste plaats gezet, met de uitblaaskant naar de kamer gericht. Neem bij de plaatsing de veiligheidsvoorschriften in acht. Bij het koelen produceert het apparaat vochtig warme afvoerlucht die, voor het behoud van het koeleffect, uit de te koelen ruimte moet worden afgevoerd. * Tussen achterkant van het apparaat en muur moet een afstand van minstens 20 cm vrij blijven. 5 MIN.
Inbedrijfstelling Controleer altijd voordat u het apparaat aanzet of er geen vreemde voorwerpen in de aanzuig- en uitblaasopeningen en geen vuil op de luchtaanzuigfilter zit. Verstopte of vervuilde roosters en filters dienen onmiddellijk te worden gereinigd, zie hoofdstuk „Onderhoud“. Bedrijfsmodus Koelen 1. Schakel het apparaat met de „Power“ toets aan. 2. Kies met de „Mode“ toets de functie Koelen. De LED „Cool“ moet nu branden. 3. Stel met de „Timer/Temp Adjust“ toetsen de gewenste temperatuur in.
Buitenbedrijfstelling Schakel het apparaat altijd met de „Power“ toets op het bedieningspaneel of met de afstandsbediening uit, als u het apparaat buiten bedrijf wilt stellen. Haal dan pas de stekker uit het stopcontact. Schakel het apparaat nooit uit door de stekker uit het stopcontact te trekken. Opbergen Wordt het apparaat gedurende een langere tijd niet gebruikt, b.v. in de wintermaanden, dient het volgende gedaan te worden: 1.
Storingen Het apparaat werd met de modernste produktiemethoden vervaardigd en meerdere malen op een correct functioneren getest. Mochten desondanks storingen optreden, dan kunt u het apparaat aanhand van de onderstaande lijst controleren. * Haal eerst de stekker uit het stopcontact voor u werkzaamheden aan het apparaat verricht! Storing Het apparaat start niet of schakelt zelfstandig af. Mogelijke oorzaak Controleren * Remedie Stroomuitval.
Onderdelen 34 36 29 33 26 28 27 18 35 37 15 32 21 19 25 22 20 17 30 13 31 16 23 12 11 14 10 8 7 6 5 9 1 4 3 24 Veranderingen van afmetingen en constructies, die de technische vooruitgang dienen, blijven ons voorbehouden.
Onderdelenlijst Nr. Omschrijving Art.-Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 8a 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Bodem Transportwiel Motor met schoepenrad Condensator 2,5 µF Vlotter compl. Afdekking (reservoir) Microschakelaar (reservoir) Compressor kpl.
Schakelschema zwart schwarz zwart schwarz weiß weiß weiß weiß weiß wit wit J03 Besturingsprintplaat Steuerplatine (bedieningspaneel) (Bedienungstableau) J01 J5 J02 wit wit wit J02 IR-ontvanger IR-Empfänger Netzplatine Voedingsprintplaat Microschakelaar, Mikro-Schalter Reservoir Reservoir Temperatuursensor Temperatursensor T102 rood rot RL101 rood rot L Hi rood rot Mi orange oranje Lo gelb geel blau blauw rood rot blauw blau blauw blau KomCompressor pressor COMP Motor Motor in het im
Installatieschema voor muurdoorvoer Terugslagklep Buitenrooster Afsluitdop Schuifbuis Installatieinstructies 1. Boor een gat in de buitenmuur (muurdikte max. 480 mm) met een doorsnede van minstens 135 mm. Let op dat er op de boorplek geen voedingsleidingen aanwezig zijn! 4. Bevestig het rooster met 4 schroeven aan de buitenkant van de muur. Monteer het rooster zo dat geen regenwater kan indringen. 2.
REMKO GmbH & Co. KG Klimaat- en Warmtetechniek D-32791 Lage • Im Seelenkamp 12 D-32777 Lage • Postbus 1827 Telefoon (0 52 32) 606 - 0 Telefax (0 52 32) 606260 E-Mail: info@remko.de Internet: www.remko.