Operation Manual
41
(00W5H7900003)
Afb 16. Restopvoerhoogte t.b.v. c.v.-installatie
7.4.5 Waterdoorstroming
Het maximale temperatuurverschil tussen aanvoer en retour wordt door de module-
rende regeling van het toestel begrensd. Hierdoor is het toestel nagenoeg ongevoelig
voor te kleine waterdoorstroming. De minimale waterdoorstroming bedraagt 0,15 m
3
/h.
7.4.6 Waterzijdige aansluitingen
De waterzijdige aansluitingen bevinden zich aan de onderzijde van het toestel (zie
Afb 02). De c.v.-aansluitingen zijn uitgevoerd in pijpen van Ø 22 mm uitwendig, de
sanitairaansluitingen Ø 15 mm uitwendig. De benodigde knelkoppelingen zitten stan-
daard in het Remeha montageframe (zie Afb 08). Wordt geen gebruik gemaakt van het
Remeha montageframe, kan de set koppelingen ook separaat worden besteld.
De sanitaire aansluitingen dienen overeenkomstig de algemene voorschriften voor
drinkwaterinstallaties NEN 1006 (AVWI-1981) en de daarbij behorende werkbladen
te worden uitgevoerd. Vóór de platenwarmtewisselaar is een doorstroombegrenzer
ingebouwd. In installaties met lage waterleidingdrukken kan de doorstroombegrenzer
indien nodig worden verwijderd. Hiertoe koppeling (zie Afb 01 pos 20) losdraaien en
de doorstroombegrenzer verwijderen.










