Operation Manual

55
11 RICHTLIJNEN VOOR HET LOKALISEREN EN OPHEFFEN VAN STORINGEN
11.1 Storingstabel
Voer de onderstaande stappen in de gegeven volgorde uit:
1 Er verschijnt geen cijfer op
het toesteldisplay
Controleer:
- de voedingsspanning 230 V.
- de zekeringen in de beveiligingsautomaat
(zie Afb 16).
2 Wordt op het toesteldisplay
een storingscode weergege-
ven (2 cijfers worden om en
om weergegeven)?
- Ja, ga verder bij Par 11.2.
- Nee, ga verder bij 3.
3 Controleer de bedrijfstoe-
stand van het toestel (zie
Par 6.2.4)
- 0 (geen warmtevraag): ga verder bij 4.
- 1-9, h of l: probeer m.b.v. de gegeven
bedrijfstoestand de oorzaak van de storing te
achterhalen.
4 Toestel komt niet in bedrijf
(zonder storingsmelding)
Controleer de regelaar. Deze kan defect zijn
of verkeerd zijn aangesloten of ingesteld. Het
toestel komt ook niet in bedrijf als de aanvoer- of
retourtemperatuur te hoog is.
5 Open de luchtkast en con-
troleer de werking van het
toestel door een draadbrug
aan te sluiten op de 6-polige
aansluitconnector X4
(Afb 17) tussen de klemmen
2 en 3 (Tk).
Komt het toestel in bedrijf?
- ja, controleer de instellingen van de regelaar.
- nee, verifieer of de aanvoer- of retourtempera-
tuur niet te hoog is.
- Controleer de bedrading.
- Controleer de instellingen van de beveili-
gingsautomaat. Werkt het toestel nog niet,
controleer dan de beveiligingsautomaat (dit
kan door tijdelijk een vervangende automaat te
plaatsen).
Tabel 14 Storingstabel bij modulerende regelaars en aan/uit regelaars
11.2 Storingscodes
Bij een storingsmelding knipperen in het display twee cijfers om en om, waarbij bij het
laatste cijfer ook de punt brandt. Zie voor een verklaring van de verschillende storings-
codes en de eventuele oorzaken, de volgende storingstabel, Tabel 15.